Volg je hart: Het verhaal van Layla en Majnun
J.T. Coker

 

Layla en Majnun waren personages voor soefidichters, zoals Krishna dat was voor de dichters van India. Majnun betekent verzonken in een gedachte en Layla betekent de nacht van de duisternis. Het verhaal betreft van het begin tot het einde een lering op het pad van toewijding, de ervaring van de ziel op zoek naar God.      – Pir-o-Murshid Inayat Khan

De geschiedenis van Layla en Majnun is een van de meest geliefde in de islamitische wereld, en leeft voort in legendes, vertellingen, gedichten, liederen, en heldendichten van de Kaukasus tot Afrika en van de Atlantische tot de Indische Oceaan. Onderzoekers hebben goede redenen te geloven dat het belangrijkste personage – Qays, bijgenaamd Majnun (de waanzinnige) – in de tweede helft van de zevende eeuw in het noorden van Arabië leefde, vijfhonderd jaar eerder dan de dichter Nizami. In opdracht van de Transkaukasische heerser Shervanshah verzamelde Nizami veel van de traditionele versies die over een groot gebied waren verspreid, en verwerkte ze tot zijn grote verhalende dichtwerk.

Niemand kent het aantal vertalingen van Nizami’s werk in de vele talen die de islamitische cultuur omvat, maar er zijn tenminste veertig Perzische en dertien Turkse versies bekend, en één geleerde beweert dat er alleen al in die twee talen meer dan honderd versies zijn. Er verscheen een Engelse vertaling in 1836 waarbij men zich had gebaseerd op een onvolledige tekst met latere toevoegingen van minder grote dichters (dit werk werd aan het eind van de jaren zeventig gebruikt door Eric Clapton voor bepaalde teksten op zijn plaatopname van Layla and Other Love Songs). De vertaling door dr. Rudolf Gelpke1, die oorspronkelijk werd gepubliceerd in 1966, biedt inzicht in de middeleeuwse Arabische cultuur en ethiek. Hoewel het werk is uitgevoerd in proza, zullen liefhebbers van gedichten een bevredigende indruk krijgen van Nizami’s dichterlijke en mystieke begaafdheid. Bovendien bevat de Omega-editie het laatste hoofdstuk van het werk, vertaald door Zia Inayat Khan en Omid Safi.

Het verhaal begint met de Sayyid, een vermogend man met macht en aanzien die een zoon en erfgenaam wenst. Hij doet een dringend beroep op Allah, die zijn verzoek inwilligt. De schoonheid van zijn zoon Qays ‘ontwikkelde zich tot volmaaktheid. Zoals een lichtstraal het water doordringt, zo scheen het juweel van liefde door de sluier van zijn lichaam’. Op tienjarige leeftijd gaat Qays naar school en ontmoet zijn kismet/noodlot, Layla. ‘Betekent ‘Layl’ niet ‘nacht’ in het Arabisch? En zo donker als de nacht was de kleur van haar haar.’ Ze werden beiden vervuld van liefde; anderen zagen het, tongen kwamen in beweging, en voor het eerst raakt Qays verbitterd. Hij ontmoet haar niet langer, maar zijn hart breekt en hij begint geleidelijk zwaarmoedig te worden. Om de eer van Layla (en van henzelf) te beschermen ontzegt haar stam haar het recht hem te ontmoeten, en hij wordt getroffen door waanzin: ‘Hij werd een waanzinnige – maar tegelijkertijd een dichter, de harp van zijn liefde en van zijn pijn’.

Na verloop van tijd rent Majnun weg de wildernis in; hij verwaarloost zichzelf en kent het onderscheid tussen goed en kwaad niet. Zijn vader neemt hem mee op bedevaart naar Mekka om God te vragen te helpen hem te verlossen, maar Majnun schopt tegen de Kaäba en schreeuwt ‘geen van mijn dagen zal ooit vrij zijn van deze pijn. Laat me liefhebben, o mijn God, liefhebben omwille van de liefde, en maak mijn liefde honderd keer zo groot als ze was en is!’ Hij blijft rondzwerven ‘als een dronken leeuw’, terwijl hij gedichten zingt over Layla’s schoonheid en zijn liefde. Velen komen naar hem luisteren. Sommigen schrijven de gedichten op die hij spontaan voordraagt.

Intussen houdt Layla hun liefde geheim zodat niemand erachter komt dat

zij leefde tussen het vocht van haar tranen en het vuur van haar liefde, . . .

Toch bereikte de stem van haar minnaar haar. Was hij geen dichter? Geen tentvoorhang was zo dicht geweven dat deze zijn gedichten kon buitensluiten. Elk kind van de bazaar zong zijn verzen; iedere voorbijganger neuriede een van zijn liefdesliedjes, en bracht daarmee Layla een boodschap van haar geliefde, . . .      – blz. 40

Zij weigert aanbidders, schrijft antwoorden op zijn gedichten en werpt ze in de wind.

Het gebeurde vaak dat iemand een van deze papiertjes vond en de verborgen betekenis raadde en zich daarbij realiseerde voor wie ze waren bedoeld. Soms ging hij dan naar Majnun in de hoop als beloning enkele van de gedichten te horen die zo geliefd waren geworden. . . .

Op deze wijze ging menige melodie over en weer tussen de twee nachtegalen, dronken van hartstocht.      – blz. 41

Uiteindelijk wordt Layla aan iemand anders uitgehuwelijkt, maar weigert de huwelijkse staat. Omdat haar echtgenoot verliefd op haar is, accepteert hij haar voorwaarde dat het alleen ogenschijnlijk een huwelijk is. Majnun hoort van het huwelijk en van haar trouw. Noch zijn vader noch zijn moeder kunnen, als ze de dood nabij zijn, hem ertoe bewegen naar zijn volk terug te keren. Wilde dieren die eerder van hem houden dan dat ze bang voor hem zijn, verzamelen zich in zijn nabijheid en beschermen hem. Op een nacht bidt Majnun tot Allah, waarbij hij Hem zijn dank betuigt dat Hij hem gemaakt heeft tot de zuivere ziel die hij nu is, en om Gods genade vraagt. Hij slaapt, en in zijn droom spruit uit de woestijn een wonderbaarlijke boom, waaruit een vogel een magisch juweel op zijn hoofd laat vallen, als een diadeem.

Een oude man, Zayd, helpt Layla en Majnun bij het wisselen van brieven en uiteindelijk om elkaar te ontmoeten, hoewel ze niet dichter bij hem kan komen dan op tien passen afstand. Majnun draagt haar spontaan liefdesgedichten voor en bij zonsopgang scheiden hun wegen, Nizami vraagt:

Hoe lang nog wil je jezelf voor de gek houden? Hoe lang zul je weigeren jezelf te zien zoals je bent en zoals je zal zijn? Elke zandkorrel gebruikt zijn eigen lengte en breedte als maatstaf voor de wereld; echter, naast een bergketen is hij als niets. Jijzelf bent de zandkorrel; je bent je eigen gevangene. Breek je kooi open, breek uit jezelf, maak je los van de mensheid; leer dat waarvan je dacht dat het echt was, dit in werkelijkheid niet is. Luister naar Nizami: je hoeft alleen maar je eigen schat te laten branden, als een kaars – dan zal de wereld, je heerser, je slaaf worden.      – blz. 148

Na de dood van haar echtgenoot treurt Layla openlijk over haar liefde voor Majnun, en sterft kort daarna. Majnun hoort van haar dood en bezoekt, waanzinnig van verdriet, geregeld haar graf. Hij sterft en wordt naast zijn geliefde begraven. In een droom heeft Zayd die hun gezamenlijk graf onderhoudt, een visioen van hen in het paradijs, waar een oude ziel hem vertelt:

Deze twee vrienden zijn één, eeuwige kameraden. Hij is Majnun, de koning van de wereld in het juist handelen. En zij is Layla, de maan onder de afgoden in mededogen. In de wereld koesterden ze, zoals niet doorboorde robijnen, liefdevol hun trouw, maar ze vonden geen rust en konden hun hartenwens niet vervullen. Hier ondervinden ze geen smart meer. Dit zal zo zijn tot in eeuwigheid. Wie lijden moet doorstaan en dit geduldig in die wereld draagt zal in deze wereld vreugdevol en gelukzalig zijn.
     – blz. 176

Bij het ontwaken realiseerde Zayd zich dat

Wie in die wereld een plaats zou willen vinden, de begeerten van deze wereld moet onderdrukken. Deze wereld is stof en is vergankelijk. Die wereld is zuiver en eeuwig. . . . Verbind je met de tempel der liefde en ontdek dat je onmiddellijk van je ego bent verlost. Vlieg met liefde als een pijl op je doel af. Liefde maakt de knoop van het zijn los, liefde is bevrijding uit de maalstroom van egoïsme. In de liefde wordt de ziel door elke beker verdriet die op haar inwerkt nieuw leven ingeblazen. Menige teug, bitter als vergif, is in de liefde verrukkelijk geworden. . . . Hoe kwellend de ervaring ook is, als ze uit liefde wordt opgedaan is het goed.      – blz. 176-7

Zo eindigt Nizami’s poëtische vertelling van de geschiedenis van Layla en Majnun, maar om dit werk echt te waarderen en te begrijpen, moet het in zijn geheel worden gelezen en beleefd. Is hun geschiedenis een middeleeuwse soap opera van een episch kaliber? Ja dat is zo, als dat het is wat je hart hoort. Is het een verhaal met een waarschuwing dat je inprent dat de islamitische gelovigen de aardse onrechtvaardigheid en het lijden moeten aanvaarden en dat ze zullen worden beloond in het grote hiernamaals? Daarvoor kan het zeker dienen, als dat voor jou van belang is. Betekent Majnun ‘mens’ en Layla ‘ziel’, die lijden omdat de vereniging hun wordt ontzegd zolang ze zijn gebonden aan het vlees? Ja, als je betrokkenheid, je liefde, je ertoe brengt het op die manier op te vatten. Is het een allegorische soefitekst die zoekenden met praktische middelen instrueert om zich bewust te worden van de goddelijke werkelijkheid van hun ware, spirituele aard? Alleen ons hart weet het zeker – Nizami nodigt ons uit dit te volgen.

 

Noot

  1. The Story of Layla and Majnun door Nizami, vertaald en geredigeerd door dr. Rudolf Gelpke, Engelse versie in samenwerking met E. Mattin en G. Hill, Omega Publications, New Lebanon, NY, U.S.A., 1997; alle verwijzingen hebben betrekking op deze editie.
 
Andere artikelen over soefisme
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2000

© 2000 Theosophical University Press Agency