Nigeria, 15 november 1999
Periodiek worden mensen bevangen door de angst dat de rampzalige omwenteling
die het einde van de wereld aangeeft nabij is, en ze vragen zich af
wat er van hen zal worden. Anderen geloven dat ze in de hemel zullen
worden opgenomen wanneer Jezus Christus, of een andere goddelijke figuur,
verschijnt. Velen kijken uit naar een teken. Maar sinds onheuglijke
tijden zijn er verslagen geweest van de vernietiging van de wereld.
Een Babylonische vertelling van duizenden jaren oud over een desastreuze
vloedgolf die bijna de hele mensheid wegvaagde, was in spijkerschrift
geschreven op kleitabletten en werd voor het eerst vertaald door George
Smith in 1872. In feite vond er in een vroeg historische periode (rond
3000 v.Chr.) een gigantische overstroming plaats in de vlakte van de
Tigris en de Eufraat. De Engelse archeoloog C. Leonard Woolley (1880-1960)
ontdekte een laag van door water achtergelaten slib van tweeëneenhalve
meter dik die de Ubaid- en Uruk-lagen in de oude Sumerische stad Ur
van elkaar scheidde. Soortgelijke afzettingen verschijnen op andere
plaatsen, maar op verschillende niveaus, die wijzen op een reeks overstromingen
van uiteenlopende omvang.
Toen Jezus Christus werd gevraagd naar het einde der dagen, gaf hij
geen definitief antwoord. Hij zei hierbij dat hijzelf het niet wist,
maar dat zijn Vader die in de Hemel is het weet. Hoe dan ook, uit bijbelse
en andere verslagen kunnen we concluderen dat mensen zulke catastrofen
gewoonlijk hebben overleefd; er is dus nog hoop voor de mensheid.
Omdat alles groeit naar een hogere graad van bewustzijn, volgt daaruit
dat als mensen voldoende ervaringen in de lagere planetaire sferen hebben
verworven, we ons volgens de evolutionaire wet geleidelijk naar hogere
gebieden van ervaring bewegen. Dientengevolge zullen lagere wezens die
ernaar streven om mensen te worden zich omhoog bewegen om de plaatsen
in te nemen die de mensheid heeft opengelaten, want de natuur verafschuwt
leegte. Zoals Heraclitus zei, ‘alles is altijd in wording’
– dat wil zeggen, alles verandert voortdurend van vorm, er is
een onophoudelijke eb en vloed. Er bestaat niet zoiets als een volledige
uitroeiing van het leven of van mensen. Alles streeft naar betere en
meer subtiele ervaringen.
Als kinderen van de kosmos hoeven we daarom niet bang te zijn. Het
enige wat we moeten doen is ons leven opnieuw te richten op de theosofische
idealen. Soms wordt het moeilijk om op een goede manier te leven, vooral
daar waar de meerderheid van de mensen zeer negatief denkt, maar er
zijn vele goede dingen waaraan we kunnen denken, zoals liefde, vriendelijkheid,
vrede, gezondheid, en een onophoudelijke bereidwilligheid om een helpende
hand uit te steken. We kunnen onze verlangens aanpassen en in overeenstemming
brengen met dat wat steun brengt aan de meerderheid van de mensheid.
Er zijn wetten waaraan we ons kunnen houden: ‘Behandel anderen
zoals u door hen behandeld wilt worden.’ We kunnen onze gedachten
ordenen en ons zó gedragen dat het voor de kosmos een genoegen
is; weten wij tenslotte of we de volgende Noach zullen zijn?
Zoals Grace F. Knoche zei, ‘We gaan moedig de toekomst tegemoet,
vervuld van een verheven hoop voor de mensheid. Onze uitdagingen zullen
niet zozeer van buitenaf als wel van binnenuit komen. Hoe meer we onverstoorbaar
maar zonder angst die subtiele maar toch aanwezige innerlijke blokkades
kunnen weghalen, die ons belemmeren om dat te zijn waarnaar we streven,
des te meer zullen we een centrum van licht zijn, een natuurlijk layacentrum
voor het toestromen van zuivere theosofische inspiratie naar onze medemensen.’
– Emmanuel O. Awa
India, 30 april 2000
Na het lezen op internet van een artikel in Sunrise over het
Mahabharata zou ik graag een boek onder uw aandacht willen
brengen dat ik pas heb gelezen en dat betrekking heeft op het oude India:
Gods, Sages, and Kings: Vedic Secrets of Ancient Civilization
(Goden, wijzen, en koningen: vedische geheimen van een oude beschaving)
door dr. David Frawley. Hoewel er veel boeken over dit onderwerp zijn,
was deze uitgave speciaal geschreven voor de internationale lezer –
vooral de Amerikaanse en Europese – die geen voorkennis heeft
van de hindoemythologie of -geschiedenis.
In dit werk brengt dr. Frawley de geschiedenis en mythologie van bijna
de hele oude wereld in verband met de vedische cultuur die zich ontwikkelde
op de oevers van de nu droge Sarasvati-rivier. Geologische, literaire
en archeologische gegevens wijzen erop dat de machtige rivier lang geleden
stroomde van het Manasasarovarameer in Tibet naar de zee door het huidige
Rajasthan. Manasasarovara is verbonden met Manu, de eerste mens volgens
de vedische traditie. Hij zou na de grote overstroming zijn gouden schip
op een hoge bergtop van de Himalaya hebben achtergelaten en naar beneden
zijn gekomen naar de vlakten, en de zaden van het leven met zich hebben
meegedragen, om zijn koninkrijk te stichten op de vruchtbare oevers
van de Sarasvati.

De auteur wijst erop dat er een verband kan zijn tussen deze gebeurtenis
en de Atlantische zondvloed van Plato tegen het einde van de ijstijd,
terwijl hij de lezer waarschuwt dat de boot of ark misschien maar een
metafoor is. Hoewel deze datering onlogisch mag lijken vanuit het standpunt
van de geaccepteerde academische geschiedenis, vormen meer en meer archeologische
gegevens van de beschaving van de Indus-Sarasvati-vallei, geologische
bewijzen van het bestaan en het lot van de Sarasvati-rivier, en de astronomische
datering van gebeurtenissen opgetekend in de Veda’s, aanwijzingen
voor de hoge ouderdom van deze beschaving. Ze spreken ook de gebruikelijke
westerse theorie tegen, die in de 18de en 19de eeuw werd gevormd, dat
de vedische beschaving begon met een Arische invasie van Noord-India
rond 1500 v.Chr.
De beschaving van de Indus-Sarasvati-vallei blijkt nu een verzameling
te zijn van bijna 2500 nederzettingen uit verschillende perioden en
gelegen langs de Sarasvati en andere rivieren; sommige dateren van vóór
6000 v.Chr. Deze plaatsen laten duidelijk tekenen zien van cultuurelementen
die ze gemeen hebben met de latere vedische cultuur. Het Indus-schrift
werd eerst afgedaan als een beeldschrift, maar intussen is ontdekt dat
het veel lijkt op het latere Brahmi-schrift, en mogelijk verwant is
aan eerdere Semitische schriften waaruit het huidige alfabet zich heeft
ontwikkeld.
De historiciteit van de vedische religie en haar geschriften werden
eens ontkend, deels omdat het de veronderstelde mythische Sarasvati
Rivier zeer hoog prees. Satellietbeelden en geologische bewijzen tonen
echter aan dat, hoewel de Sarasvati over een periode van duizenden jaren
haar loop vele keren heeft veranderd vóór zij verdween,
de situatie lang geleden was zoals beschreven in de Veda’s. Gelukkig
beginnen sommige onderzoekers rekening te houden met de geografie van
het gebied in het verleden als ze de geschiedenis gaan interpreteren.
In het licht van een toenemende hoeveelheid nieuw bewijsmateriaal is
in deze tijd een objectief heronderzoek van bestaande gegevens en een
herinterpretatie van de geschiedenis van de oudheid noodzakelijk.
– Rithvik. S. Vinekar
Californië, 16 april 2000
Ik heb het altijd waardevol gevonden om een cirkel te schetsen of te
tekenen als ik orde wil scheppen in mijn denken. Hierdoor vindt onmiddellijk
een relatieve omzetting plaats van chaos in kosmos. De ‘ontvluchtende’
middelpuntvliedende en de ‘samenkomende’ middelpuntzoekende
gedachte-krachten, die de geheime instrumenten zijn van elke oude-of-moderne
magiër, worden door de cirkel omsloten en dan weergegeven. Het
creëren van een cirkel is de eerste zet van de verbeelding in het
dynamische schaakspel van het leven.
Onlangs overhandigde iemand mij dit bevestigende citaat van de vooraanstaande
Amerikaanse Sioux, Black Elk (1863-1950):
Alles wat de Kracht van de Wereld doet, gebeurt in
een cirkel. Het hemelgewelf is rond, en ik heb gehoord dat de aarde
rond is als een bal, en dat geldt ook voor alle sterren. De wind wervelt
als hij zijn grootste kracht ontwikkelt. Vogels maken hun nesten in
cirkels, want hun religie is dezelfde als de onze. De zon komt op
en gaat weer onder in een cirkel. De maan doet hetzelfde, en beide
zijn rond. Zelfs de seizoenen vormen een grote cirkel terwijl ze elkaar
afwisselen, en komen altijd weer terug naar waar ze waren. Het leven
van een mens is een cirkel van kindertijd naar kindertijd, en zo is
het met alles waarbij kracht zich roert.
Als gedachte-krachten binnen een cirkel worden getrokken, wordt deze
een lens waardoor de verbeelding zich de winnende zet kan voorstellen
– de overwinning over het zelf – die ons verzekert van verdere
vooruitgang voorbij de dood van de aarde. –
Wynn Wolfe