Zeventig jaar zijn verstreken sinds Katherine Tingley op 11 juli 1929
in Visingsö in Zweden overleed en Gottfried de Purucker haar als
hoofd van de Theosophical Society en de Esoterische Sectie1
opvolgde. Achteraf gezien krijg je het gevoel dat De Purucker heel wat
langer dan maar dertien jaar aan het roer heeft gestaan, zo overvol
waren ze met gelegenheden om onze theosofische schatkamer diepgaand
te onderzoeken en aan haar bevrijdende ideeën wijd en zijd bekendheid
te geven.
Een opmerkelijk element van GdeP’s leiderschap was zijn vertrouwen
in en het leggen van verantwoordelijkheid bij jonge mensen. Een van
zijn eerste handelingen was het oprichten van The Katherine Tingley
Memorial Group (KTMG), samengesteld uit ES-leden uit HPB- en WQJ-theosofische
clubs voor jonge vrouwen en mannen. De KTMG was een voortgezette fase
in de esoterische studiecyclus. We kwamen om de veertien dagen bijeen
in de woning van de leider, maar, anders dan in de ES, waren er geen
wachtwoorden of andere formaliteiten; veeleer een jeugdige afwachting,
een heldere geest en gevoelens van warmte in het vriendschappelijke
contact met GdeP, die we professor noemden. Van die eerste bijeenkomsten
werd geen verslag gemaakt.
Na een paar maanden werden de oudere ES-leden van het Hoofdkwartier
uitgenodigd aan de bijeenkomsten deel te nemen, op voorwaarde dat ze
zich aansloten bij de jongerenclubs – een eis die later is vervallen.
In de eerste bijeenkomst waarvan verslag is gemaakt, op 27 november
1929, sprak GdeP over de KTMG als
mijn geesteskind, ter herinnering aan en ter nagedachtenis
van het levenswerk van onze gezegende KT, . . . Het was aanvankelijk
een kleine groep, en nu is de groep groot geworden. Zaden van de statigste
bomen zijn gewoonlijk klein. Ik hoopte dat uit deze ene zaailing,
die oorspronkelijk in uw gezamenlijke clubwerk in Point Loma werd
gezaaid, een spirituele boom zou groeien waarvan de takken de aarde
zouden bedekken; en dit gaat gebeuren.
Ik heb daarom besloten dat er vanaf hedenavond een
stenografisch verslag van deze bijeenkomsten zal worden gemaakt, zodat
de KTMG-groepen die zich in andere delen van de wereld beginnen te
vormen, kunnen kennisnemen van deze leringen en op die manier in hun
denken met ons verbonden kunnen zijn.
– Dialogen van G. de Purucker,
1:1
Van 1929 tot 1933 beantwoordde GdeP vragen van studerenden van alle
leeftijden: van hen die lid waren geworden van de ES onder HPB en WQJ
tot de jongsten onder ons in jaren en in theosofische ervaring. Wanneer
ik terugdenk aan die tijd toen de eerste KTMG-bijeenkomsten werden gehouden,
was het allemaal zo natuurlijk. Niets leek vreemd of moeilijk te vatten.
Toch onthult het geschreven verslag een verbazingwekkende stroom geïnspireerde
toelichtingen door GdeP op een groot aantal belangrijke onderwerpen:
over manasaputra’s en maanpitri’s; het beslissende ‘moment
van keuze’; pratyekaboeddha’s en boeddha’s van mededogen;
de aard en bestemming van een avatara en welke betekenis zulke ‘neerdalingen’
kunnen hebben, niet alleen voor de mensheid maar ook voor iemand die
innerlijk ontvankelijk is; en hoe de vertrouwde leringen van karma en
wedergeboorte evenzeer van toepassing zijn op heelallen als op ons mensen.
In een ware hoorn des overvloeds van leringen bevestigde GdeP steeds
weer de oude waarheid dat we niet zijn wat we schijnen, stuurloos en
zonder kompas; we zijn integendeel goddelijke wezens die door de menselijke
evolutiefase gaan, een onderwereld voor ons god-zelf, maar een heel
noodzakelijke levenservaring voor de menselijke ziel.
De KTMG-bijeenkomsten Eén tot en met Drieëndertig vonden
plaats in Point Loma, Californië, in de woning van de Leader. Daarna
volgden Antwoorden op Brieven (nummers 34 en 35). Omdat nr. 35 vragen
bevat die zijn gesteld door leden uit Engeland, Ierland, Zweden en Nederland,
is het waarschijnlijk dat GdePs antwoorden werden gegeven in een KTMG-bijeenkomst
in Engeland die werd bezocht door de Londense groep, Britse bestuursleden
en bezoekende leden. De slotbijeenkomst, gedateerd 26 september 1933
(nr. 36), werd gehouden in Oakley House, Bromley Common, Kent, Engeland,
dat in 1932-3 als tijdelijk Internationaal Hoofdkwartier diende voor
GdeP en zijn secretariële en literaire staf. Een door GdeP ondertekende
kennisgeving aan alle leden ging vooraf aan het gedrukte verslag en
daarin werd verklaard dat dit voorlopig de laatste bijeenkomst van de
KTMG was waarvan een verslag zou worden uitgebracht, omdat er altijd
het risico van ‘spirituele en intellectuele indigestie’
is als er geen tijd voor verwerking wordt gegeven; ook is altijd het
gevaar aanwezig van
louter nieuwsgierigheid naar de volgende ‘nieuwe
lering’ die misschien wordt verstrekt. Dit zou zonder meer funest
zijn voor het hoofddoel van deze studies dat veeleer is om de sluimerende
vermogens van overdenking en beoordeling – die gepaard gaan
met inzicht en onderscheidingsvermogen – van binnenuit de eigen
constitutie van de student naar buiten te brengen, dan om het denkvermogen
alleen maar te overladen met nieuwe leringen die steeds toenemen in
omvang en telkens nieuwe terreinen ontsluiten.
– Dialogen van G. de Purucker
2:1027
Men moet begrijpen dat alle KTMG-bijeenkomsten besloten en vertrouwelijk
waren en die werkwijze werd aan het Hoofdkwartier en in het buitenland
stipt in acht genomen. In het begin werden maar 50 exemplaren voor circulatie
onder de KTMG-leden gedrukt; later werden er 100 exemplaren gedrukt
en werd de leden verzocht ze met zorg te behandelen zodat anderen ze
in goede conditie konden ontvangen.
Verschillende bijeenkomsten hebben aanvullingen, die extra uitleg bevatten
die door GdeP werd gegeven toen de hoofdkwartiergroep de KTMG-verslagen
tussen 1932 en 1942 bestudeerde. Hiertoe behoren onderwerpen zoals:
Wie zijn de goden?; oudersterren; schoonheid – fysiek en geestelijk;
tien families van monaden; waarom dieren lijden; het kruis van inwijding;
de mystieke roos: symbool van de ontplooide monade; de drie panoramische
visioenen; pratyeka’s worden avatara’s in een nieuwe keten;
het hart verlicht het brein; reik boven het menselijke uit naar het
goddelijke; en vele andere.
Op 29 oktober 1941 benoemde GdeP een commissie, met mij als secretaris
en voorzitter, teneinde de 36 KTMG-verslagen samen te voegen tot 7,
10 of 12 boekjes, die elk een bepaald aspect van de filosofie zouden
behandelen volgens een schema dat hij had goedgekeurd. Enkele meer elementaire
vragen moesten we buiten beschouwing laten en hij zou veel nieuw materiaal
toevoegen. Het werk werd enthousiast begonnen, maar door GdeP’s
plotselinge overlijden in september 1942 werd het project volledig stilgelegd.
Hoewel ik als voorzitter van mening was dat we moreel verplicht waren
de wens van GdeP ten uitvoer te brengen en een concept van de twee aan
mij toegewezen boekjes al had afgerond, meenden de anderen dat het werk
moest ophouden want, zeiden ze, zonder GdeP om ons werk te beoordelen
was niemand bevoegd dat te doen.
Tijdens de KTMG-bijeenkomst van 26 mei 1942 had GdeP gezegd dat
wat we nu esoterisch noemen, openbaar zullen maken
en uitgeven, omdat het moment zal zijn gekomen om dit te doen. Maar
dat betekent nog niet dat iemand van u het recht heeft zijn eed van
geheimhouding te breken. Het is niet aan mij om te zeggen wanneer.
Het is aan hen die meer weten dan een van ons hier, maar ik voel dat
het gaat gebeuren.. – 1:143
Zes
jaar later bewees Arthur L. Conger, leider van de Theosophical Society
(1945-51), een schitterende dienst aan de theosofische wereldgemeenschap
door de KTMG-verslagen in drie banden uit te brengen voor het publiek
onder de titel: The Dialogues of G. de Purucker: Report of Sessions,
Katherine Tingley Memorial Group [Dialogen van G. de Purucker].
In plaats van het materiaal te combineren, werden de verslagen gepubliceerd
met minimale aanpassingen door een commissie onder leiding van kolonel
Conger, die dagelijks met ons vergaderde en deelnam aan het hele proces
van het persklaar maken.
De onderwerpen bestrijken een enorm uitgestrekt terrein, en hierdoor
is de lezer verzekerd van een overvloedige rijkdom; dat geldt zowel
voor wie het boek voor het eerst oppakt als voor wie al jarenlang studeert;
bovendien maakt de dialoogvorm een meer ongedwongen presentatie van
diepe waarheden mogelijk. Of men Dialogen van G. de Purucker
nu willekeurig openslaat of in volgorde leest, ze geven een gevoel van
kosmische grandeur en blijven een levende getuigenis van het bezielde
onderricht van GdeP.
Noot
- Of Esoterische School (ES), in
1888 opgericht door H.P. Blavatsky; haar diepere doel was een kern
te vormen van toegewijde mannen en vrouwen die tijd, energie en
arbeid zouden geven om de TS in stand te houden als een levensvatbare
uitingsmogelijkheid voor het werk van de meesters in de wereld.