De magie van GdeP
Wynn Wolfe

 

De acteur James Stewart speelde enige jaren geleden Elwood P. Dowd, een armoedzaaier die zijn onzichtbare vriend het konijn Harvey gezelschap hield. Toen de houten pop Pinokkio ertoe was gebracht een vorm van vlees aan te nemen, werd ook hij gekoppeld aan een vriend – een sprekende krekel (zijn bewustzijn). In een film met Woody Allen roept de acteur op komische wijze de hulp in van Plato als hij zich in een filosofisch dilemma bevindt. Als theosoof stel ik mij GdeP graag voor als mijn onzichtbare vriend en metgezel.
     GdeP verliet dit bestaansgebied bijna zestig jaar geleden volgens onze tijdrekening, maar niettemin maakten we feitelijk kennis met elkaar tegen het einde van 1973 via zijn oude vriend, die later ook mijn vriend werd, John P. Van Mater. Met GdeP was het broederlijke liefde op het eerste gezicht. Er was iets buitengewoon vertrouwds aan hem. Het duurde niet lang voor ik me realiseerde dat deze romance het daadwerkelijk opnieuw ontsteken van de ‘Romantische Traditie’ van de oudheid was. Met een tomeloos enthousiasme begon ik elke gedachte die in druk was verschenen te lezen van deze nu onzichtbare man. Vanaf het eerste begin was hij niet alleen een katalysator voor mijn herboren filosofische en verbeeldingsvolle geest, maar bij het minste of geringste begon ik te merken dat mijn dagelijkse manieren zich begonnen te verbeteren, en al snel werden enkele van de eenvoudigste genoegens van het gezinsleven nu en dan opgeblazen tot onverwachte goddelijke openbaringen perfect uitgebalanceerd door een nieuw en dieper begrip van het leven in het algemeen – leven dat de hele menselijke familie omvatte en de plaats van de mens in het kosmische plan.
     Voor mij zijn zijn verscheidene boeken als papieren megafoons – men kan gemakkelijk zijn bekwaamheid om te bemoedigen horen! Hij leidt ons met een zelfverzekerd ritme en precieze redeneringen gebaseerd op contrasten (hij weet dat gevarieerde herhaling en herformulering behoren tot de beste onderwijsmethoden). Het is te verwachten, maar blijft gewoonlijk onopgemerkt, dat als u in zijn geschriften bij de komma’s komt, u met hem diep ademhaalt en dan voortgaat in een aandachtige harmonie als hij zijn gedachten voltooit in uw wereldlijke oren – waarbij hij op magische wijze onzichtbare werkelijkheden transformeert tot aanlokkelijke beelden van esoterische mogelijkheden.
     Hoe hij weet waarover hij spreekt gaat ons begrip niet te boven, maar ligt binnenin ieder van ons. Alles bij elkaar genomen worden vooral GdeP’s theosofische Dialogen een magische toverstaf voor onze eigen halfmagische processen en innerlijke monologen waarmee we onze eigen konijn-kameraad, een sprekende krekel, of een zwevend hologram van Plato voortbrengen als we ze nodig hebben, en voor onszelf een nieuwe manier van leven scheppen.
     Soms kijk ik rond en zeg hardop tegen mijn onzichtbare vriend: ‘Dank je wel, GdeP, dank je wel!’

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 2000

© 2000 Theosophical University Press Agency