Technische theosofie – zoals die door GdeP werd onderwezen
Jim Belderis

 

Het wordt zijn grootste bijdrage genoemd: hij verduidelijkt de Geheime Leer aller tijden. Voor hen die zijn werken bestuderen, maakt hij de esoterische traditie begrijpelijk. Hij heeft dit zo kundig gedaan dat velen zich afvragen hoe hij dat heeft kunnen doen. Kwam dit door zijn grote kennis van oude en moderne talen? Of was hij de ‘incarnatie’ van een grote ziel die dit vermogen al bezat?

Naar eigen zeggen licht dr. De Purucker de esoterische wijsheid zo goed toe omdat hij ‘technische theosofie’ onderwijst. Toch wordt dit heel vaak verkeerd geïnterpreteerd. Zijn boeken staan vol met vakterminologie, vreemde termen uit de mysteriën, en heel ingewikkelde denkbeelden – en hij gebruikt zijn grote geleerdheid om de lezer te helpen het te begrijpen. Velen nemen daarom aan dat dit is wat hij met ‘technische theosofie’ bedoelt, en dat esoterische wijsheid voornamelijk afhangt van wetenschappelijke kennis.

Maar dat is niet wat hij leerde. Zijn leringen verwezen naar de oorspronkelijke betekenis van de term. We zijn technisch wanneer we getuigen van ‘techniek’ – het vermogen om kennis creatief toe te passen. Telkens als we iets scheppen beslaat onze techniek het hele scheppingsproces: hoe we onze eerste inspiratie krijgen, de manier waarop het onze gedachten en gevoelens inspireert, en hoe deze uiteindelijk leiden tot onze handelingen. ‘Technische theosofie’ is daarom een holistisch proces – het wordt alleen begrepen wanneer het in relatie tot het geheel wordt geplaatst. Hoe kunnen we onszelf openstellen voor geestelijke intuïtie? Hoe kunnen we ons denken, onze gevoelens, en onze dagelijkse activiteiten door deze inzichten laten inspireren? Met andere woorden, wanneer we eenmaal enig inzicht in de ware aard van de dingen krijgen, hoe geven we dan ten volle uitdrukking aan deze wijsheid – zowel innerlijk als in ons uiterlijke gedrag?

Volgens De Purucker is onze eigen mentale instelling het belangrijkste obstakel dat onze intuïtie in de weg staat. Het grootste deel van onze aandacht is gewoonlijk geconcentreerd in het lagere denken, de mentale gerichtheid van de begeerten, die voornamelijk probeert ons zelfbeeld te bepalen. Ze doet dit door onze identiteit op te bouwen uit onze persoonlijke voorkeuren, en deze geven een voortdurende mentale reportage waarin onze waarnemingen worden beoordeeld. Ze is een monoloog van gevoelens van voorkeur en afkeer waarmee ons idee over wie we denken te zijn wordt onderbouwd, maar ze leidt ook onze aandacht af en vernauwt ons bewustzijn. Zolang deze oordelende gedachten onze waarnemingen verstoren, kunnen we de werkelijkheid van de dingen zoals ze zijn niet zien. Wat we wel zien is een schijnwerkelijkheid die zich voegt naar ons zelfbeeld – zoals wij denken dat het zou moeten zijn.

Maar er zijn ook momenten dat we toegang hebben tot het hogere denken. We houden dan op ons bewustzijn te regelen, we laten het idee over wie we denken te zijn los, en zijn vrij om onszelf in te stellen op wat we maar tegenkomen. Met andere woorden, het hogere denken is ons vermogen het leven te volgen, het zo nauwlettend te volgen dat we een gevoel van intimiteit hebben met de gebeurtenissen. Deze nauwe verbondenheid mondt uit in intuïtie: we hebben een onmiddellijk inzicht in de waarheid. De Purucker beschrijft de bron van dit inzicht als de geest van de kosmos. Deze bezielt de meest essentiële werkingen van de natuur – waaronder die van onze menselijke natuur. Het is in feite de bron van inspiratie voor alle eeuwige wijsheid.

Voor velen lijkt het misschien zo dat geestelijke intuïtie een zeldzame ervaring is. Maar de wijsheidsleringen zeggen ons dat we voortdurend deze inzichten hebben. In dagelijkse ervaringen, wanneer we ons op ons gemak voelen, hebben we de gewoonte ons ‘zelf’ te verliezen in alles wat onze aandacht opeist. Dit bevrijdt ons bewustzijn zodat we werkelijk kunnen waarnemen wat er gebeurt. Dus alleen al het nauwlettend aandacht schenken wekt onze intuïtie. We ervaren een gevoel van intieme verbondenheid met het onderwerp van onze belangstelling, en zien in dat gebeurtenissen een deel van onszelf zijn. Misschien voelen we zelfs een veel diepere betrokkenheid: een verbondenheid die zich over het hele leven uitstrekt, een innerlijke natuur in ons die de natuur als geheel weerspiegelt, en een geheel dat wordt geopenbaard wanneer we het omarmen als ons eigen zelf.

Maar intuïties zoals deze kunnen ons gemakkelijk uit balans brengen. Stel u voor dat we proberen ons innig verbonden te voelen met mensen waar we een hekel aan hebben. Wat als hun ongewenste eigenschappen ook in ons worden weerspiegeld? Veronderstel dat we het idee van eenzijn intellectueel aannemen maar in het dagelijks leven ons hart en denken voor de mensen sluiten? Deze scenario’s illustreren hoe moeilijk het is om geestelijk inzicht in praktijk te brengen. We hebben zoveel van onszelf geïnvesteerd in inspanningen om greep te krijgen op ons eigen leven, in het oefenen van onze wil, en in het nastreven van wat wij kiezen gebaseerd op onze eigen mening. Hoe kunnen we dit alles opzijzetten?

De Puruckers antwoord op dit vraagstuk is een basissleutel voor het hele proces van ontwikkeling van wijsheid. Het geeft ons niet alleen toegang tot geestelijke intuïtie maar ook de vrijheid om het in praktijk te brengen. De sleutel waardoor we openstaan voor wijsheid is vertrouwen. Door te vertrouwen op onze intuïtie, vertrouwen we eigenlijk op onze gave het leven te volgen en innig verbonden te zijn met wat er gebeurt. We rekenen op ons vermogen om voor anderen sympathie te voelen. Als we geheel opgaan in handelingen van mededogen zijn we niet bang voor de resultaten. We ervaren een innerlijk gevoel van vertrouwen dat onze gevoelens van sympathie en het tot uitdrukking brengen daarvan ons zal leiden tot wat voor onszelf uiteindelijk het beste is.

Dit soort vertrouwen is meer dan alleen een manier van denken – want hoe we denken, wat we willen, en hoe we handelen verandert er wezenlijk door. Door begrip te hebben voor anderen wordt het hogere denkvermogen, waar het denken volledig vrij is van elke beperking, het middelpunt van ons bewustzijn. Zonder een zelfbeeld om op toe te zien, hebben we geen behoefte om te beoordelen wat we waarnemen. We kunnen onszelf verliezen in wat we maar tegenkomen, we kunnen ons er één mee voelen, en hier voelen we aan wat de sleutel is tot zelfkennis: onze identiteit wordt geopenbaard in onze band met anderen.

Deze ene intuïtie kan ons stimuleren tot de hoogste aspiraties. Hoe meer we erop vertrouwen, hoe meer onze persoonlijke verlangens worden vervangen door een diep verlangen naar een innige verbondenheid met het leven, zodat we de innerlijke natuur ervan zien, en dit leven herkennen als ons eigen zelf. We gaan beseffen dat elk levend wezen een onschatbare schakel naar de waarheid is, dat er een geestelijke verwantschap is die ons met elkaar verenigt, en dat we deze band kunnen aanvoelen door inzichten die ons nader tot elkaar brengen.

Door deze inzichten kunnen de grootste moeilijkheden tussen mensen worden overwonnen. Het maakt niet uit hoe onplezierig mensen misschien zijn, of hoe gedachteloos of kwaadwillend, we kunnen ervan op aan dat ze in werkelijkheid lijden onder hun eigen zelfbeeld. We kunnen ons realiseren dat ze diep vanbinnen bang zijn om de greep op het leven te verliezen, dat ze worden verblind door hun angst, en we kunnen intuïtief de wijsheid aanvoelen om begripvol te zijn. In feite stellen we ons door één enkele wilsuiting open voor geestelijke intuïtie – wanneer we ervoor kiezen ons eigen mededogen te vertrouwen. Wanneer we diepgaand meevoelen met het lijden van anderen, beweegt dit ons tot het bieden van hulp en het tonen van vriendschap, terwijl we ons van een oordeel onthouden. Het verschuift ook het punt waarop ons bewustzijn is geconcentreerd. In plaats van over gebeurtenissen te oordelen overeenkomstig ons zelfbeeld, volgen we het levensproces van een ander wezen. We gaan op in het zorgen voor anderen, en dit verenigt ons letterlijk met de geest van de kosmos.

Dit is in het kort de inhoud van wat De Purucker leerde. Het begrijpen en volledig tot uitdrukking brengen van geestelijke eenheid en tijdloze wijsheid komen voort uit het vertrouwen in onze sympathie voor het leven – want dit is de godheid in ons. Zelfs de meest geleerde leringen kunnen worden begrepen door sympathie te hebben voor de ideeën daarvan en ze in onze dagelijkse ervaringen tot leven te brengen. De wijsheid van mededogen en de wijsheid van esoterisch begrip ontspringen beide aan dezelfde theosofische techniek: ‘Leef het leven en u zult de leer kennen’. Zij die ‘het leven leven’ zijn levende voorbeelden van wijsheid. Ze illustreren de edelste leringen door een steeds groeiende sympathie voor het leven te koesteren, door te vertrouwen op de wil van de geest die iedereen met elkaar verbindt en door het welzijn van alle levende wezens te dienen.

De Purucker was zo iemand. Hij had geleerd om zowel hart als denken open te stellen, en om innig vertrouwd te zijn met verheven ideeën en onzelfzuchtige handelingen. Hij oefende zich in diepe betrokkenheid bij alles wat hij tegenkwam. Hij bestudeerde de aard van de dingen door zichzelf te zien in de wereld om hem heen, en hij begreep de innerlijke manier van werken ervan omdat hij deze omarmde als zijn eigen zelf. Verreweg het belangrijkste was dat hij eraan werkte om zijn persoonlijke wil opzij te zetten zodat mededogen zijn gids kon zijn, en om van zichzelf een dienaar te maken van zijn eigen menslievendheid. Zo bezien gaat zijn bijdrage veel verder dan zijn geschriften, want hijzelf was een levend voorbeeld van de wijsheidstraditie.

We twijfelen misschien eraan of we zo’n voorbeeld kunnen volgen, maar zijn leringen verzekeren ons dat we dat kunnen. Het enige wat daarvoor nodig is, is te vertrouwen op onze innerlijke sympathie voor het leven, zelfs wanneer we ‘fouten’ maken die ons onnozel doen lijken. Het is juist onze tolerantie voor onze eigen fouten die het hogere deel van ons stimuleert en wakker schudt, het deel dat geduld heeft met het leven, want het weet dat we allemaal behoren tot hetzelfde wijsheidsproces dat zijn natuurlijke loop moet hebben. Dit hogere vermogen is de geest in ons die ons leert hoe we met de natuur kunnen samenwerken – door zorg te dragen voor het welzijn van alle levende wezens. Het is in feite ons eigen geestelijke zelf dat het voorbeeld geeft. Als we het met ons hart volgen is het het pad naar onze godheid.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 2000

© 2000 Theosophical University Press Agency