Kerstmis en het wintersolstitium
Alan E. Donant

 

Ik heb duidelijke herinneringen aan de kerststalletjes in onze kerk. De ster, een baby in een kribbe die bij een maagd wordt geboren en vervolgens in doeken wordt gewikkeld; de schaapherders, koningen die met goud, wierookhars en mirre komen. Het is een prachtig verhaal, maar slechts twee van de evangeliën vertellen het – en ze vertellen niet hetzelfde verhaal want sommige gebeurtenissen waarover ze vertellen kunnen zoals ze zijn beschreven niet tegelijkertijd zijn gebeurd. Wat we in onze kerststalletjes in de kerk aantreffen, en in ons geheugen hebben ingebouwd, is een combinatie van deze twee evangeliën. Als het geen letterlijke geschiedenis betreft, kunnen we onszelf afvragen wat we nu werkelijk vieren met Kerstmis?

Het is boeiend dat om het kerstverhaal beter te begrijpen kennis over kosmische klokken nodig is, want de viering is diepgaand verbonden met het wintersolstitium. We vinden over de hele wereld bewijzen van kosmische tijdwaarneming. Alleen al de Britse eilanden bevatten meer dan 900 formaties in steen die als kosmische klokken dienen. Heel bekend is Stonehenge waaraan wetenschappers een ouderdom van 5000 jaar toekennen. Het is een grote kalender die precies een zomersolstitium van vroeger aangeeft. In de laatste maanden van 1997 ontdekten archeologen in Somerset Engelands grootste en meest complexe prehistorische tempel tot nu toe, twee keer de grootte van Stonehenge en misschien enkele honderden jaren ouder. In Ierland is een van Europa’s mooiste ‘doorgangsgraven’ in Newgrange. Men denkt dat het bouwen ervan al in 3100 v.Chr. is begonnen. Boven de ingangspassage is een doosvormige opening die op een lijn ligt met de opkomende zon tijdens het wintersolstitium. Op deze dag raken de zonnestralen twintig minuten lang de grond in het centrum van het graf – een kruisvormige kamer in de heuvel van 6,5 bij 5,1 meter. Wereldwijd kunnen voorbeelden van piramiden, tempels, medicijnwielen, formaties van stenen, en andere bouwwerken die als kosmische klokken dienen, tot een onbekend aantal worden uitgebreid.

Waarom was de mens in de oudheid zo geïnteresseerd in het in kaart brengen en optekenen van de banen van planeten en sterren, de solstitia en de eveningen en waarom treffen we zo vaak lichtspleten aan die een specifiek punt raken tijdens het winter- of zomersolstitium? De vier punten van het jaar die worden aangegeven door de solstitia en eveningen worden ook wel de heilige jaargetijden genoemd. Over de wereld verspreid zijn er mysteriescholen geweest, en zullen er altijd zijn, waar mensen leren hoe het heelal functioneert, over hun verbondenheid daarmee en over de natuurlijke toestand van mededogen, harmonie en evenwicht. Deze mysteriën kunnen in zeven fasen worden ingedeeld. De eerste drie hebben betrekking op studie, discipline, en het in praktijk brengen van wat men door studie heeft begrepen. Het kan vele levens duren voordat deze eerste drie stadia zijn doorlopen. Na deze training ondergaan zij die heel wat over de wetten van de natuur hebben geleerd en deze kennis in praktijk hebben gebracht een transformatie in hun leven. Tijdens het wintersolstitium ervaren ze bewust het proces van de dood en begrijpen dat deze eenvoudig een ruimere vorm van leven betekent. Terwijl hun lichamen worden achtergelaten alsof ze dood zijn, gaat hun bewustzijn door de processen van de dood en doorloopt het de innerlijke circulaties van de aarde en van sommige planeten tot aan de ingangspoort van de zon om daarna terug te keren. Als dit met succes wordt volbracht, brengt deze gebeurtenis een leraar voort die het bewustzijn heeft ervaren achter de wetten, die hij eerder was gaan begrijpen en waaraan hij zich probeerde te houden.

Een tweede gebeurtenis in een later stadium van de mysteriën vindt ook plaats tijdens het wintersolstitium. Het gebeurt heel zelden, misschien niet vaker dan eens in de 2000 of meer jaar. Wanneer het nieuwe maan is en aarde, maan, Venus, Mercurius en de zon tijdens het wintersolstitium op één lijn staan, kan een individu door een veel verhevener ervaring gaan. Hij of zij maakt een grote rondgang door aardse en kosmische energieën, gaat daarbij het bewustzijn van de zon zelf binnen en keert door de circulaties van de kosmos terug. De hele ervaring neemt veertien dagen in beslag en, wanneer de kandidaat slaagt, ontwaakt hij als een boeddha of christus.

Het overdenken van deze reeks gebeurtenissen biedt ons de mogelijkheid om meer te begrijpen van het verhaal dat met Kerstmis wordt verteld. Individuen die deze inwijdingen volbrengen worden ‘tweemaal- geborenen’ en ‘maagdelijk geborenen’ genoemd, omdat door deze ervaring de innerlijke god tot ontwaking is gekomen en ze letterlijk opnieuw worden geboren uit hun eigen geest. Als we naar de geschenken kijken die de wijze mannen voor het kindje Jezus meenamen, zien we dat goud een symbool is voor de onvergankelijke gouden, zuivere zon, het goddelijke bewustzijn. En de wierookhars en mirre? Deze werden gebruikt voor het balsemen van de doden. Zelfs het wikkelen in doeken verwijst naar het thema van de dood: de baby wordt in een reep stof gewikkeld evenals bij mummies het geval is. Is het niet boeiend dat iemand een pasgeboren baby dingen geeft die betrekking hebben op zijn dood? Maar inwijding is een dood, de dood van het beperkte zelf. Deze geschenken zijn toepasselijk voor de symboliek van de mysteriën, want de christus wordt geboren uit de dood van het alledaagse bewustzijn van de aspirant.

Elk van ons voelt de invloed van het wintersolstitium. Soms noemen we het de druk van het jaargetijde, maar misschien zijn we ook gevoelig voor de grote kosmische krachten die in het spel zijn. Tijdens dit seizoen ondergaan we allemaal een nieuw begin, een nieuwe inwijding, wanneer de innerlijke god zich roert, ook al is het maar in geringe mate. En zonder een gevoel voor deze wonderbaarlijke inwijdingsmysteriën die in ons kerstverhaal worden beschreven, kan het een gebeurtenis worden die ver van ons afstaat – maar dat is niet het geval. Het verhaal staat dichtbij ons, en we zullen het elk jaar ervaren als de kosmische klok terugkeert tot het wintersolstitium, waarbij zelfs de ergste beproevingen en ellende de zaden van licht en overwinning in zich dragen.

 
Andere artikelen over heilige jaargetijden
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency