Worden zoals de goden
Kirby Van Mater

 

     De relatie van ons menselijke ego tot zijn innerlijke godheid is misschien de diepste en meest omvattende van alle mystieke leringen. Het komt goed tot uitdrukking in het gebed van Socrates dat de uiterlijke mens zo zou moeten leven dat hij één is met de innerlijke mens en, op een andere manier, in het christelijke idee van verlossing waar mens en God verzoend moeten worden door Christus. Maar dit verlossingsverhaal geldt niet alleen voor de mensheid, maar ook voor de kosmos.
     Het goddelijke of kosmische zelf is de eenheid achter al zijn manifestaties, en zijn drang om geestelijk volmaakt te worden weerspiegelt zich overal en geeft richting aan de evolutiedrang in alle dingen. Uiterlijke vormen veranderen voortdurend om vollediger de groei van innerlijke centra te weerspiegelen, die op hun beurt het voorbeeld van het goddelijke universele zelf volgen.
     Ieder van ons heeft de mogelijkheid door evolutie te worden ‘zoals de goden’ als onderdeel van het natuurlijke groeiproces van ons menselijke ego in de richting van zijn goddelijke ouder. Deze grote stap kan echter niet in een keer worden genomen want het verschil in bewustzijnsniveau tussen ons en de staat van de goden is nu te groot. We zijn nog niet eens volledig menselijk, zoals diegenen die universele daden verrichten en van eeuw tot eeuw verschijnen om opnieuw verlichting te brengen. Deze Groten zijn menselijk, evenals wij, maar zijn van het kaliber van een adept. Elke generatie heeft over hun bestaan gefluisterd en over het pad dat ze volgen. Hun prestaties kunnen de onze zijn als we ons eenmaal bewust worden van onze geestelijke waardigheid.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency