Leren van het leven
Scott Wilson

 

Jaren geleden toen ik vrijgezel was en in Lancashire, Engeland, woonde had er een voorval plaats dat net zo bijzonder is als een openbaring. Mijn huis, in een buurt waar arbeiderswoningen in rijen waren gebouwd, zodat de ene straat er net zo uitzag als de andere, stond achter een winkel op de hoek. Zo kwam de deur van mijn zitkamer uit op één straat en net om de hoek kwam mijn keukendeur uit op een andere.
     Op die bewuste avond was ik alleen en zat tot vrij laat te lezen. Ik was naar de keuken gegaan om een kop chocolademelk te maken, toen ik plotseling werd opgeschrikt door een luid geklop op de voordeur. Ik verbeeldde me dat ik iemand hoorde rommelen met de deurknop.
     Voorzichtig deed ik de deur open, net ver genoeg om een donkere figuur gebukt dicht tegen de deur te zien staan alsof hij probeerde om door de brievenbus te gluren. Het was zo griezelig dat ik in paniek raakte. Ik sloeg de deur dicht, deed hem op slot en ging naar de keuken, hoewel ik dacht dat ik geluiden hoorde alsof de indringer zijn evenwicht had verloren en van de stoeptreden was gevallen. Terug in de keuken deed ik de lichten uit en ging met mijn chocolademelk zitten. De drank kalmeerde me. Na een paar seconden verdween mijn paniek.
     Op dat moment kreeg ik een openbaring. Tegelijk met mijn terugkerend gezond verstand stond mijn rationele hogere zelf als het ware tegenover mijn irrationele zelf en zag ik vluchtig tenminste iets van de aard daarvan en hoe het mijn leven had beïnvloed.
     Omdat ik me nu volledig bewust hiervan werd, zag ik hoe de drang van mijn persoonlijke zelf om zich af te sluiten voor alles dat vreemd of onbekend is, van mij, zelfs in mijn jeugd, een beetje een eenling had gemaakt. Omdat ik hieraan vroeger nooit iets had gedaan, had ik tenslotte gedurende de jaren van volwassenheid tot de middelbare leeftijd mijzelf geaccepteerd alsof het normaal was. Had mijzelf wijsgemaakt dat dit niet allemaal tot de debetzijde hoorde: Ik had veel gelezen en enigszins een intellectueel begrip van de filosofieën in de wereld verkregen. Maar nu op dit moment van spanning zag ik hoe geraffineerd mijn lagere aard mijn beperking had verborgen; hoe ijdelheid een deugd had gemaakt van zwakheid, en deze daardoor nog steviger aan mij verbond. ‘Ik ben het gereserveerde, leergierige type’ – Ik was trots op deze zwakheid die mijn vrijheid van omgang en handelen te midden van mijn medemensen zo enorm had beperkt. De schok van mijn egoïsme was uiterst pijnlijk, maar tegelijkertijd was het beeld van mijn dwaasheid zo belachelijk dat ik niet wist of ik moest lachen of huilen.
     Toen, plotseling, was er een klop op de keukendeur. Deze keer liep ik zonder aarzelen naar voren, deed de lichten aan en zwaaide de deur open. Buiten stond een goedgeklede man. ‘Neemt u me niet kwalijk’, zei hij, ‘Ik ben variétéartiest. Na de voorstelling ging ik een eindje wandelen, maar ik ben bang dat ik helemaal ben verdwaald. Kunt u mij alstublieft de weg naar mijn hotel wijzen?’ ‘Ik haal even mijn jas,’ zei ik onmiddellijk, ‘en zal u daar zelf heenbrengen’.
     Toen we op weg gingen keerde hij zich dankbaar tot mij: ‘Het is bijzonder plezierig iemand te ontmoeten die zo vriendelijk en behulpzaam is. Wilt u wel geloven dat uw buurman net om de hoek zelfs de deur voor mijn neus dichtsloeg? Hierdoor tuimelde ik van de stoep en belandde op straat! Hij moet toch zeker een enorme zuurpruim zijn?’ ‘Ja’, antwoordde ik na enkele ogenblikken. ‘Hij kan heel chagrijnig zijn. Hoewel hij op dit moment misschien tot andere gedachten komt. Wie weet?’
     Gedurende een fractie van een seconde is er een leegte – een bewuste pauze – tussen gedachte en handeling, waarin, alleen als we het kunnen vastgrijpen en gebruiken, de deur naar ons hogere bewustzijn schijnt open te gaan. Misschien krijgen we dan een vluchtige blik van onszelf zoals we werkelijk zijn, en vinden zo antwoorden op onze problemen.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency