Uit De
Esoterische Traditie, Theosophical University Press Agency,
Den Haag, 2001, blz. 12-16, 25.
Sinds onheuglijke tijden leeft er bij alle mensenrassen het intuïtieve
gevoel dat er ergens een stelsel van verheven leringen bestaat, dat
verkregen kan worden door hen die zich bekwamen om het te ontvangen.
Evenals die vage maar onvergankelijke geruchten over het bestaan van
geheimzinnige personages van wie de namen in de annalen van de geschiedenis
opflitsen om daarna te verbleken in de nevelen van de tijd, zo heeft
ook dat intuïtieve gevoel van het bestaan van een verheven wijsheidsleer
zowel in de geschiedenis als in verhalen, vaak een onderkomen gevonden
in mythen en legenden en zijn zo bewaard gebleven of kristalliseerden
zich in de religieuze en filosofische verslagen van de mensheid.
Er is waarschijnlijk geen enkele groep religieuze en filosofische boeken
die niet enige aantekening bevat, hetzij in openlijke uitspraken of
met vage toespelingen, over het bestaan van deze wijsheidsleer; en het
is een van de boeiendste literaire bezigheden om deze verspreide en
doorgaans onvolledige aantekeningen die men overal aantreft, op te sporen
en te verzamelen; en door ze naast elkaar te leggen hierin duidelijke
en gemakkelijk te verifiëren bewijzen te ontdekken van het feit
dat ze inderdaad slechts fragmenten zijn van een archaïsche wijsheid
die het gemeenschappelijke bezit was van de mensheid. De historicus,
de mytholoog, de antropoloog, allen zijn op de hoogte van het bestaan
van deze verspreide fragmenten van het archaïsche denken; maar
omdat zij niet in staat zijn hiervan een samenhangend geheel te maken,
worden deze gewoonlijk toegeschreven aan het vindingrijke talent van
de zogenaamde ‘primitieve’ mens die mythen en legendarische
verhalen weefde om natuurverschijnselen die, omdat het voorkomen daarvan
vrees en ontzag had gewekt, als het werk van goden en geesten werden
gezien, waaronder sommige de mens vriendelijk en andere hem vijandig
waren gezind.
In precies tegenovergestelde richting gaat de leer die opnieuw aan
de westerse wereld is gebracht door H.P. Blavatsky, die in haar boeken
het werkelijke bestaan in de wereld aantoonde van zo’n wijsheidsleer,
die in haar totaliteit uit een prachtig stelsel van leringen bestaat,
die niet alleen kosmogonische zaken behandelt die de noumena en de verschijnselen
van het heelal omvatten, maar eveneens een volledig historisch verslag
van de oorsprong, aard en bestemming van de mens bevat.
Zoals H.P. Blavatsky in de ‘Inleiding’ van De Geheime
Leer zegt:
. . . in deze eeuw van bot en onlogisch materialisme
is alleen de esoterische filosofie erop berekend om de herhaalde aanvallen
te weerstaan op alles wat de mens het dierbaarst en het heiligst is
in zijn innerlijke geestelijke leven. . . . Bovendien verzoent de
esoterische filosofie alle religies, ontdoet elk daarvan van het uiterlijke,
menselijke kleed, en toont aan dat de wortel van elk gelijk is aan
die van iedere andere grote religie. Zij bewijst de noodzaak van een
absoluut goddelijk beginsel in de natuur. . . .
. . . De Geheime Leer was de algemeen verbreide religie van de oude
en prehistorische wereld. Bewijzen van haar verbreiding, authentieke
verslagen van haar geschiedenis, een volledige reeks documenten die
haar karakter en aanwezigheid in ieder land aantonen, samen met de
leringen van al haar grote adepten, bestaan tot op deze dag. . . .
. . . Fragmenten ervan hebben geologische en politieke omwentelingen
overleefd om het verhaal ervan te vertellen en ieder overblijfsel
toont aan dat de nu Geheime Wijsheid eens de oorsprong was,
de altijd vloeiende, eeuwige bron waaruit alle stroompjes –
de latere religies van alle volkeren – van het eerste tot het
laatste toe werden gevoed. – 1:4, 18,
28
Een uitputtend en kritisch onderzoek, verricht met een onbevooroordeelde
geest, naar zelfs de restanten van de religieuze en literaire relikwieën
van de oudheid, zal tot de overtuiging leiden dat de uitspraken die
in bovenvermelde passages zijn gedaan op feiten berusten. Bij de onpartijdige
onderzoeker vormt zich de overtuiging dat het een wonder is dat wetenschappers
zo blind konden zijn dat zij het feitelijke bestaan van de esoterische
traditie gedurende zo lange tijd aan waarneming en ontdekking lieten
ontsnappen. Wat nodig is, is meer intuïtie en minder puur verstandelijke
analyses van dateringen, van grammatica en namen en spellingen.
Er kan maar één waarheid zijn, en als we een formulering
van die waarheid in een logische, samenhangende en consistente vorm
kunnen vinden, ligt het voor de hand dat we dan die gedeelten ervan
kunnen begrijpen overeenkomstig de capaciteit van ons begripsvermogen.
Er kan worden aangetoond dat de esoterische traditie, tegenwoordig theosofie
genoemd, deze formulering van de waarheid is. Ze houdt zich bezig met
het heelal, en met de mens als voortbrengsel van dat heelal. Zij zegt
ons wat de mens is, vanwaar hij komt, wat er met zijn verschillende
beginselen en elementen gebeurt wanneer de grote bevrijder, de dood,
de gekerkerde geest-ziel bevrijdt. Ze leert ons hoe we de mensen kunnen
begrijpen, en stelt ons in staat achter de sluier van uiterlijkheden
te treden en de gebieden van de werkelijkheid binnen te gaan. Zij onderricht
ons over de aard van beschavingen, en hoe deze ontstaan, en waarop zij
berusten, en over de werking van de energieën die uit menselijke
hoofden en harten voortkomen en een beschaving vormen.
Theosofie is geen uitvinding; zij werd niet samengesteld door een voortreffelijke
intellectuele en spirituele denker. Evenmin is zij slechts een verzameling
leerstellingen die stuk voor stuk aan de verschillende religies en filosofieën
van de wereld zijn ontleend. Haar aanspraken, voor zover deze betrekking
hebben op het werkelijk onbegrensde terrein van denken dat door de theosofie
wordt bestreken, gaan inderdaad verder dan welke aanspraak dan ook die
ooit door iemand is gemaakt; maar het zijn geen ongegronde aanspraken.
Wij beweren, dat deze majestueuze wijsheidsreligie zo oud is als de
denkende mens, veel ouder dan de zogenaamd onvergankelijke bergen; want
er hebben rassen van denkende mensen bestaan zó lang geleden
dat intussen continenten door het water van de oceanen zijn verzwolgen
en nieuwe landstreken zijn verrezen om de plaats in te nemen van die
verdwenen continenten. Deze geologische omwentelingen vonden plaats
lang nadat homo sapiens voor het eerst op deze aardbol verscheen.
Ja, deze wijsheidsreligie werd aan de eerste denkende mensen op deze
aarde overgebracht door hoogst intelligente spirituele entiteiten uit
hogere sferen; en zij is door een ononderbroken reeks elkaar opvolgende
beschermers daarvan doorgegeven tot in onze tijd. Bovendien zijn gedeelten
van dit oorspronkelijke en majestueuze stelsel van tijd tot tijd door
die beschermers aan verschillende rassen in verschillende delen van
de wereld bekendgemaakt wanneer de mensheid behoefte had aan een nieuwe
uitbreiding en cyclische vernieuwing van geestelijke waarheden.
Wie zijn deze beschermers? Het zijn zij die we de oudere broeders van
de mensheid noemen, en het zijn mensen in elke betekenis van dit woord
en geen geëxcarneerde geesten. Het zijn, relatief gesproken, vervolmaakte
mensen die met succes de evolutionaire baan hebben doorlopen en daarom
nu, wat betreft spirituele en intellectuele grootsheid, daar staan waar
wij over vele eeuwen zullen staan.
In alle grote religies en filosofieën zijn grondbeginselen te
vinden die, wanneer ze worden vergeleken en onderworpen aan een uiterst
nauwgezet onderzoek en zorgvuldige analyse, in hun essentie identiek
blijken te zijn. Maar al die religies of filosofieën maakten in
geen enkel geval volledig en in een openlijke vorm het hele stelsel
van de leringen bekend die in het hart daarvan liggen besloten; de ene
religie legt de nadruk op een of meer van die fundamentele beginselen;
een andere religie of filosofie zal weer andere van die beginselen benadrukken,
terwijl de overige beginselen daarin op de achtergrond blijven en betrekkelijk
versluierd zijn. Dit verklaart waarom de verschillende wereldreligies
qua type en kenmerken uiteenlopen en vaak weinig gemeen schijnen te
hebben en misschien zelfs met elkaar in tegenspraak lijken te zijn.
Nog een oorzaak hiervan ligt in de uiteenlopende manier waarop ze oorspronkelijk
aan de wereld werden gegeven. Elke religie of filosofie die haar eigen
plaats en tijdperk heeft, vertegenwoordigt in haar latere vormen de
verschillende denkers die haar leerstellingen hebben ontwikkeld in deze
of gene vorm.