Boekbespreking

It’s a Meaningful Life: It Just Takes Practice (Het leven is vol betekenis: Het vergt alleen oefening) door Bo Lozoff, Compass Books, 2001; 304 blz., isbn 0140196242, paperback.

 

De sleutel tot een gelukkiger en meer succesvolle wereld is een groter mededogen, en dat geldt voor elke laag van de samenleving, van familie tot aan internationale betrekkingen. Het is niet nodig om religieus te worden, of dat we geloven in een ideologie. Het enige wat nodig is, is dat ieder van ons zijn of haar goede menselijke kwaliteiten ontwikkelt.      – Dalai Lama, in zijn Voorwoord

Bo Lozoff schreef dit boek voor mannen en vrouwen die een meer geestelijk leven zouden willen leiden. Het is een praktisch handboek dat aandacht besteedt aan zowel ‘De innerlijke reis van vereniging met de geest’ als ‘Het uiterlijke pad van verbondenheid met de samenleving’. Tot de behandelde onderwerpen behoren persoonlijke groei, meditatie, opvoeding van kinderen, verantwoordelijkheid voor jezelf en je familie, eenvoud, het belang van de gemeenschap waartoe men behoort, en ethiek. Elk onderwerp wordt besproken zonder metafysisch jargon en besluit met ‘oefeningen’, suggesties om de ideeën in het dagelijks leven toe te passen. Het is gebaseerd op zijn eigen ervaring en studie en geschreven met humor en menselijkheid.
     Na een ernstig auto-ongeluk op achttienjarige leeftijd begon Lozoff met het lezen van de geschriften van de wijzen van de wereldreligies en bezocht verschillende centra en ashrams. Hij en zijn vrouw Sita kwamen tot de conclusie dat alle wijsheidstradities twee principes volgen, en ze besloten zich die eigen te maken. Hij ziet zijn eigen geschriften als een eigentijdse en praktische verwoording van deze principes:

     1. Het innerlijke principe zegt dat ieder van ons, in stilte en eenzaamheid, in contact kan komen met de goddelijke essentie diep in onszelf en uiteindelijk erin kan opgaan. . . . Religies kunnen van mening verschillen over de naam of over het idee wat het is waarmee we contact maken, maar ze zijn het alle erover eens dat we door toewijding en oprechtheid, ons kunnen onderhouden met de hoogst denkbare kracht, hoe we deze ook wensen te noemen.
     2. Het uiterlijke principe dat alle religies met elkaar gemeen hebben is een eenvoudige gedragsnorm over hoe we anderen moeten benaderen. Ons wordt gezegd de hele schepping lief te hebben en te respecteren, om vergevensgezind en meedogend en vrijgevig te zijn, en ons leven aan het gemeenschappelijke goed te wijden, in plaats van alleen maar aan persoonlijk succes.      – blz. 5

     Om anderen te kunnen helpen, richtten ze het Gevangenis Ashram Project op. Duizenden jonge mannen en vrouwen – zelfs kinderen – worden achter tralies gesloten, en als ze eenmaal daar zijn, ontvangen maar weinigen enige positieve ondersteuning. Hoewel alle religies verlossing prijzen, heeft ons rechtssysteem deze overtuiging uitgebannen wat, zo zegt hij, weinig goeds voorspelt voor gevangenen en voor de maatschappij als geheel. Hij en Sita hebben met veroordeelden in veel gevangenissen gewerkt, waarbij ze hen benaderden als geestelijke wezens, en hun succes stemt tot tevredenheid. Om het terrein van hun inspanningen te vergroten, richtten ze de Human Kindness Foundation [Stichting voor menselijke vriendelijkheid] op en vanuit het hoofdkwartier daarvan, Kindness House, correspondeert een kleine groep medewerkers met degenen die om inlichtingen vragen en zorgt voor de ontvangst van bezoekers.
     Vriendelijkheid is de basis van zijn programma en hij stemt in met Lao-tse dat ‘De eerste oefening is het beoefenen van de deugd zonder onderscheid te maken: Zorg goed voor degenen die het verdienen. En zorg ook, en even goed, voor degenen die het niet verdienen’ (blz. 124-5). Hij is van mening dat het een goed begin voor een betekenisvol leven is om iedereen te behandelen met dezelfde vriendelijkheid: familie, vrienden, de winkelbediende, de automonteur, de ex-gevangene. Daarvoor kan in het begin geconcentreerde inspanning nodig zijn, maar dat duurt niet lang. Als hij een onderwerp verduidelijkt, vertelt Lozoff vaak verhalen of gebruikt hij een citaat. Hij leidt bijvoorbeeld het onderwerp ‘huwelijk’ in met deze woorden van Leo Tolstoy: ‘Het doel van ons leven zou niet moeten zijn om vreugde in het huwelijk te vinden, maar om meer liefde en waarheid in de wereld te brengen. We trouwen om elkaar bij deze taak te helpen’ (blz. 193).
     Het bevat verschillende besprekingen over de eeuwige goddelijke essentie en het menselijke instrument ervan, het vergankelijke persoonlijke ego dat zowel deel heeft aan het hoogste als aan het laagste. Eén meditatie is opgebouwd rond een ongewone analogie tussen mens en berg. Een berg is vol leven: begroeiing, vogels, insecten, zoogdieren, reptielen, bacteriën en soms mensen die een trektocht maken. Hij kent zonneschijn en lentebuien, stortregens, sneeuwstormen, branden, en windvlagen. Ondanks de verscheidenheid van leven aan de buitenkant ervan en het onvoorspelbare weer, raakt de berg zelf nooit verstoord en blijft wat hij is: een berg. Evenals de berg bevatten wij miljoenen levens, cellen die organen vormen, genen die de activiteiten ervan sturen, zenuwcentra die gevoel verschaffen, ogen om mee te zien, oren om mee te horen, een tong om mee te proeven. En de hersenen, als instrument van het bewustzijn, kunnen deze lagere delen die ons laten leven, interpreteren, in evenwicht brengen en in hoge mate beheersen. Maar alleen het geestelijke bewustzijn blijft onverstoord, wat er ook gebeurt, zodat we tijdens zonneschijn en storm blijven wat we zijn: een van de miljarden altijd veranderende, zich ontwikkelende mensen.
     De schrijver ziet elk individu als een gekleurd omhulsel van draden die gezamenlijk het tapijt van de mensheid vormen. Hij stelt zich voor dat geestelijke figuren het versterken, de goeden erin opgaan, terwijl de zelfzuchtigen en gewelddadigen het weefsel verwringen, het harmonische patroon in de war sturen. Er is behoefte aan meer geestelijk bewuste individuen en hij wil iedereen laten weten dat een zinvol leven niet saai is maar vol vreugde en humor, en dat het afzwakken van het eigenbelang leidt tot een welkome onzelfzuchtigheid en aandacht voor anderen. Zo’n leven, verzekert hij ons, ligt binnen de mogelijkheden van ieder persoon die ernaar verlangt een positieve en geestelijke benadering van zijn of haar dagelijkse leven en relaties te cultiveren.      – Jean B. Crabbendam

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency