Van onze lezers

 

Oostenrijk, 22 januari 2001
Ik denk vaak erover na hoe we theosofische denkbeelden in ons leven kunnen integreren. De meeste mensen die de wijsheidsreligie hebben bestudeerd, zullen het ermee eens zijn dat deze rijk is aan de meest fantastische denkbeelden. In ieders hart ligt een sleutel tot een beter begrip verborgen die iedereen zelf moet ontdekken. Deze wijsheidsleringen zijn aan de mensheid gegeven om deze ontdekking gemakkelijker te maken, om aanwijzingen te geven waar we met de zoektocht moeten beginnen. Maar alleen als we erin slagen denkbeelden tot een wezenlijk deel van ons leven te maken hebben ze praktische waarde; intellectuele studie alleen is zinloos.
     Er werden methodes en patronen ontwikkeld om deze leringen te behouden en door te geven, waarvan er een bestond uit symbolen. ‘Wat hebben symbolen met het leven van alledag te maken?’ werd mij bij verschillende gelegenheden gevraagd. Ik vind dit nogal moeilijk te beantwoorden en zou hierover graag enkele gedachten met u willen delen. Wat betekent het bijvoorbeeld dat we overal in de wereld gelijksoortige of identieke symbolen aantreffen? Eén gedachte die bij me opkomt is dat ze wijzen op een onderlinge verbondenheid. Als symbolen zo universeel zijn, moet er een ingeboren behoefte bestaan om een gemeenschappelijke waarheid uit te drukken die in de tijd en met de omstandigheden onveranderd blijft. Er moet ook iets in ons binnenste zijn dat overal en in iedereen hetzelfde is. Als we erover nadenken dat alle wezens in essentie één zijn, zal dit uiteindelijk invloed hebben op de manier waarop we naar onze omgeving kijken, hoe we op situaties reageren en mensen tegemoet treden, hoe we omgaan met ons dagelijks leven en onze plichten.
     Eén symbool, vele betekenissen – de zegswijze geeft een schitterend beeld van de menselijke gesteldheid, waarin al de verschillende niveaus samenwerken en elkaar doordringen. Als we ons bewustzijn op een van deze niveaus plaatsen, delen we in de aard ervan, in de eigenschappen en mogelijkheden – weer een praktisch punt, want waar we ons bewustzijn op richten, dat is waar we actief zijn. Ons bewustzijn is als een stroom die voortdurend in beweging is en van vorm verandert. En toch heeft deze stroom dezelfde oorsprong als deze heilige symbolen. We kunnen dus ook naar symbolen kijken als leraren die ons trachten te vertellen over onze oorsprong en ons innerlijk wezen. Het kennen van onze oorsprong helpt ons meesters over ons leven te worden, actieve architecten en bouwers. De architect is de schepper van een levensstijl; de bouwer vormt de verschillende stenen en voegt ze samen tot een manier van leven. Het feit dat we onze eigen architecten en bouwers zijn is ook van grote invloed op ons leven.
     Misschien betreft een ander aspect van symbolen het openbaren van verborgen verbanden – elk is een wereld op zichzelf. Symbolen kunnen, evenals ons dagelijks leven, vanuit verschillende gezichtspunten worden bekeken. Is elke dag ook niet ingewikkeld van aard? Op bepaalde momenten zijn we druk bezig voor ons lichaam te zorgen, op andere momenten moeten we ons verstand gebruiken om onze plichten te vervullen. ’s Avonds spelen we misschien piano of luisteren naar muziek, lezen een boek of studeren. Het spelen met kinderen of zorgen voor vrienden en familie activeert nog een ander deel van ons. Elk van deze activiteiten vereist dat ons bewustzijn op een ander niveau wordt gericht, dat we in een ander deel van onze samengestelde aard gaan werken. Kunnen deze symbolen niet dienen als gidsen, zodat we naar ons dagelijks leven beginnen te kijken met een steeds groeiend besef van de gecompliceerdheid ervan?      – Elisabeth Prent

 

Californië, 20 februari 2001
De verwijzing in het Amerikaanse februari/maartnummer van Sunrise [Nederland: juli/augustus] naar panspermia – de theorie dat de levenszaden vanuit de ruimte naar de aarde zijn gekomen – viel me vooral op omdat er op 30 januari verslag werd gedaan van wetenschappelijk onderzoek in de Proceedings of the National Academy of Sciences. Een onderzoek wees uit dat verschillende soorten enkelvoudige chemische stoffen die aan barre omstandigheden zoals die van de diepte van de ruimte werden blootgesteld, en vervolgens in aanraking werden gebracht met water, spontaan holle sferische structuren vormden die leken op celmembranen die algemeen voorkomen bij alle organische wezens. In verband met deze experimenten merkte bioloog David Deamer van de universiteit van Californië, Santa Cruz, op dat hij enkele jaren eerder organische materie had vrijgemaakt uit een meteoriet. Toen deze met water in aanraking werd gebracht, reageerde ze op dezelfde wijze als de laboratoriummoleculen in dit onderzoek.
     De bollen die in het onderzoek werden gecreëerd vertoonden twee belangrijke eigenschappen van hedendaagse cellen: één kant van het membraan trekt water aan terwijl de andere kant dat niet doet; en ze fluoresceerden onder ultraviolet licht, waarbij ze schenen gebruik te maken van binnenkomende energie in een proces dat lijkt op wat biologen stofwisseling in een hedendaagse cel zouden noemen. Terwijl wetenschappers hadden verwacht dat slechts een paar moleculen die iets gecompliceerder waren dan de eerste mix zouden ontstaan, werden er bovendien elke keer dat het experiment werd uitgevoerd, honderden nieuwe verbindingen gevormd.
     Zoals Louis Allamandola van het Ames Research Center van NASA, en hoofd van het team, opmerkte: ‘Wetenschappers geloven dat de moleculen een celmembraan moesten maken, en dat ze zich daarom ten behoeve van het ontstaan van leven overal in de ruimte bevinden. Deze ontdekking betekent dat leven overal in het universum zou kunnen voorkomen.’      – Louis A. Kirby

 


Californië, 15 mei 2001
Enkele weken geleden zag ik op de internetsite van Marshall Brain howstuffworks.com de eeuwige vraag staan: ‘Wat was er het eerst, de kip of het ei?’ Brain zei, ‘Deze vraag verschijnt regelmatig op de vragenlijst, dus laten we een poging wagen’:

     In de natuur evolueren levende wezens door veranderingen in hun DNA. In een dier zoals een kip, komen het DNA van een mannelijke zaadcel en van een vrouwelijke eicel bijeen en vermengen zich om een zygoot [kiemcel] te vormen – de eerste cel van een nieuw kuikentje . . .
     Kippen ontwikkelden zich uit niet-kippen door kleine veranderingen veroorzaakt door de vermenging van mannelijk en vrouwelijk DNA waardoor de zygoot werd voortgebracht. Deze veranderingen en mutaties hebben alleen effect wanneer een nieuwe zygoot ontstaat. Dat wil zeggen dat twee niet-kippen paarden en het DNA in hun nieuwe zygoot de mutatie(s) bevatte die de eerste echte kip produceerde(n) . . .
     Uit deze beschrijving kun je concluderen dat het ei er eerst was . . . De kiemcel is de enige plek waar DNA-mutaties een nieuwe [kip] konden voortbrengen, en de kiemcel bevindt zich in het ei van de kip.

     Mijn onmiddellijke reactie was ‘Dit geeft de doorslag! Dit geeft zo’n voldoening – ik heb nog nooit gehoord dat iemand werkelijk ‘een poging waagde’.’ Toen ik op school was, had ik niet alleen geen zin om het te vragen, maar ik zou niet hebben geweten aan wie ik moest vragen, ‘Wat was er het eerst?’ omdat elke keer als de vraag zich voordeed, men of geïrriteerd met de ogen rolde of eenvoudig de schouders ophaalde.
     Mijn overweldigende voldoening dat ik een antwoord op deze oude vraag kreeg deed me denken aan die ‘eureka’ dag toen ik in 1973 toevallig Altadena’s Theosophical Library Center ontdekte. Als ik in gedachten terugga, kan ik niet anders dan (in de hybride internettaal) ‘howtheosophyworks’ toevoegen aan ‘howstuffworks’, omdat theosofie – de eeuwige wijsheid – een sleutel is tot de eeuwige vragen. De twee bibliothecarissen die die dag aanwezig waren nodigden me uit te gaan zitten. Enkele minuten later was ik helemaal op mijn gemak en hoorde mijzelf een van de oudste van alle vragen stellen – de vraag die uit drie delen bestaat: ‘Waar komen we vandaan? Wie zijn we? Waar gaan we heen?’ Mijn gastheren stemden ermee in ‘een poging te wagen’! Ik luisterde. Mijn ziel werd opgeblazen van het tweedimensionale ‘platte land’ van Edwin Abbott tot zijn driedimensionale ‘ruimteland’ van verbazingwekkend inzicht en belofte dat mij nu al vele jaren steun heeft gegeven. Het schijnt echter een vaststaand feit te zijn dat zodra een mysterie is opgehelderd, er zich een nieuw mysterie voordoet.
     Terwijl ik nadacht over ‘Wat was er het eerst’, kwam het ook bij me op dat geest en materie zich laten vermengen als vragen en antwoorden, en dat ze door hun complexe mutaties en overkoepelende verbinding een goddelijke zygoot scheppen die goddelijk DNA (goddelijkheid is tenslotte wijsheid – die het hoogtepunt van de evolutie zelf is) bevat. Zoals kippen zich ontwikkelen uit niet-kippen, ontstaat wijsheid uit onwijsheid. De goddelijke kiemcel is de enige plek waar de goddelijke DNA-mutaties nieuwe ‘manimals’ [mens-wezens] zouden kunnen voortbrengen (om onder elkaar meer vragen te stellen, en misschien zelfs ook een gesprek met de kosmos te voeren!); en de goddelijke kiemcel bevindt zich in het Gouden Ei – Hiranyagarbha – het stralende universum zelf. In dit geval geldt ook: ‘Het ei was er het eerst!’      – Wynn Wolfe

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency