De weg naar vooruitgang
James A. Long

 

We zijn getuige van een krachtige doorbraak van de menselijke geest in zijn streven gevolg te geven aan de algemene impuls om gebieden met ruimere en vrijere mogelijkheden te betreden. Deze onweerstaanbare drang huist in het hart van ieder mens afzonderlijk maar ook in de mensheid als geheel. Een uiting ervan zien we in de spanningen die in een zo verbijsterende verscheidenheid in alle windstreken van de aarde worden gevoeld. Het noodzaakt ons te zoeken naar die elementen die een verenigende kracht bezitten en een positieve bundeling tot stand kunnen brengen van gezonde geestelijke waarden die, met wijsheid toegepast, uit chaos vrede en harmonie kunnen scheppen.
     Het voedsel voor de menselijke vooruitgang bestaat uit ervaringen. Evenals het voedsel voor ons stoffelijk lichaam, moet ook deze worden opgenomen en verteerd; de essentiële bestanddelen moeten worden verwerkt en het afval moet worden verwijderd. Miljoenen jaren heeft de mensheid, voor de meesten van ons onbewust, zich gevoed met ervaringen van allerlei soort, geestelijke, mentale en fysieke, waaruit, onder de bescherming van een kosmische intelligentie, het goede is geassimileerd en het afval is afgestoten. In ons fysieke voertuig leidt iedere verstoring van dit proces tot ziekte en lijden. Als dit gebeurt gaat een groep antilichamen aan het werk in een poging de zieke cellen onder controle te brengen en het natuurlijke evenwicht te herstellen. Deze antilichamen hebben hun unieke vermogens eveneens verworven gedurende eeuwen van evolutionaire training, zodat ze hun taak automatisch en op de juiste manier vervullen, waar en wanneer dit nodig is.
     Wanneer we onze gedachten overbrengen van het fysieke en automatische naar de hogere gebieden van bewustzijn, beginnen we te begrijpen welke enorme consequenties vastzaten aan ons mentale en zelfbewuste besluit onze ontwikkeling ter hand te nemen door het juiste gebruik van de individuele vrije wil. We beseffen dat iedere man en vrouw de volle verantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van het onderscheidingsvermogen bij het kiezen van het ‘ervaringsvoedsel’ dat we tot ons zullen nemen, niet alleen om de status quo te handhaven maar om aan innerlijke kracht en gezondheid te winnen. Als intelligente en zelfbewuste eenheden in het lichaam van de mensheid hebben we voortdurend de keus onze krachten te verbinden met de vooruitstrevende elementen in de natuur of, als we daaraan de voorkeur geven, met de ontbindende elementen die eropuit zijn elke waarachtige evolutionaire impuls teniet te doen. Ook hebben we het hogere vermogen de keuze te doen onszelf voor te bereiden om na verloop van tijd een waakzaam en actief antilichaam te worden in de levensstroom van menselijke aangelegenheden.
     Men kan zich terecht afvragen, ‘Maar hoe kan ik, één onder miljoenen, bewust de zaak van de vooruitgang bevorderen, al wil ik dat ook nog zo vurig? Hoe kan ik onder alle dagelijkse zorgen iets bijdragen dat van betekenis is voor de opbouw van het menselijk karakter?’
     Als we nog eens naar onze analogie terugkeren, zien we dat een cel in ons lichaam tijdens zijn dagelijkse activiteit zijn volledige aandeel aan vitaliteit bijdraagt, en wel ondanks de druk die er door vele soorten ziektekiemen op wordt uitgeoefend. Ook wij moeten in ons gecompliceerde leven proberen bewust uit de stroom van onze dagelijkse ervaringen die elementen te distilleren die een opbouwend karakter hebben, en andere die afbrekend zijn te verwerpen.
     ‘Maar hiervoor is een groter moreel weerstandsvermogen nodig dan ik bezit!’ Daarmee kan ik het niet eens zijn. Het is natuurlijk waar dat niemand van ons op volmaakte wijze kan handelen, maar we zijn allen, ongeacht ras of nationaliteit, tot veel meer in staat dan we met ons door onszelf beperkte begrip mogelijk achten. Het stemt ons tot ernstig nadenken als we beseffen dat u en ik, als individuele eenheden in dit grote leger van de mensheid, ieder met onze eigen bepaalde verantwoordelijkheden, de hele natuur van de mens (en in diezelfde mate ook de toekomst van de mensheid) met al onze gedachten en gevoelens kunnen beïnvloeden, en dit ook doen. Als een cel in onze constitutie verkeerd werkt, voelt ons hele lichaam dat; en als een aantal cellen niet meewerkt in het algemene plan van groei, maar opkomt voor zijn eigen beperkte belangen, hebben we het begin van een kwaad dat, wanneer het niet wordt beteugeld, ernstige ziekte kan veroorzaken en mogelijk zelfs de dood.
     Wat kunnen we dan doen aan de huidige omstandigheden in de wereld, die ons dagelijks tastbare bewijzen geeft van individuen en groepen die niet alleen zichzelf onnodig moeilijkheden bezorgen, maar die, door hun in blindheid en zelfzucht verrichte daden, pijn en onrust brengen voor de hele mensheid? Wij vormen één wereld in bewustzijn en daadwerkelijk, en we kunnen ons daarvan niet losmaken door te zeggen ‘dat is niet mijn probleem’ om dan gewoon aan ons werk te gaan, en onze verantwoordelijkheid even vlot te vergeten als de koppen in het ochtendblad. Dat gaat in tegen de stroom van de evolutie. Aan de andere kant kunnen we tot een ander uiterste vervallen en zo verontrust worden door het doen en laten van een of andere groep mensen, dat onze activiteit tenslotte van geen enkel nut is, maar dat we, door onze eigen verwarring, wezenlijke schade toebrengen aan hen die ons dierbaar zijn en aan wie we rechtstreekse verplichtingen hebben.
     Maar er is altijd de ‘middenweg’ die van een ruimer standpunt getuigt en uitgaat van het besef dat er in het geheel van de volledige circulaties van de kosmische levenskracht niet één levensvonk is die niet iets ten goede of ten kwade bijdraagt aan de groei en vooruitgang van elke andere levensvonk; en dat gezien deze onophoudelijke en universele uitwisseling van energie-impulsen het de hoogste plicht van de mens is zich te heroriënteren – opnieuw te leren dat het ‘meest innerlijke centrum’ van zijn potentieel één is met de ‘meest innerlijke centra’ van zijn medemensen. Wanneer we eenmaal begrijpen dat alle ‘anderen’ in feite wijzelf zijn, beginnen we intuïtief duidelijker te zien wat de schering en inslag is van het lot dat ons allen verbindt in dit levende weefsel van menselijke zielen. Dan bereiken we een hogere graad van begrip en mededogen en weten dat de natuur de mens door middel van groeipijnen dwingt om op geestelijk gebied resoluut in actie te komen.
     Er zijn mensen die de onrust van onze tijd toeschrijven aan morele vermoeidheid en die zich beklagen over het schijnbare verlies aan integriteit in de menselijke verhoudingen. Ik vat de huidige verwarring in ons handelen het liefst op als een gebrek aan begrip van wat ons ware doel is. Het is mijn vaste overtuiging dat de beschaving tegenwoordig een hogere graad van morele kracht vertoont dan in welk voorafgaand tijdperk ook. Hoe kunnen we anders een verklaring vinden voor het feit dat de volkeren over de hele wereld zich als nooit tevoren ten doel hebben gesteld een weg te vinden naar een betere levenswijze en bovenal zich een vrijheid van geest te verwerven die niet wordt beperkt door de boeien van een verouderde conformistische psychologie. Het is inderdaad een enorme stap vooruit als we beseffen dat de gevolgen van onze gedachten en gevoelens niet tot alleen onszelf beperkt blijven, maar dat ze door de universele wet van aantrekking en afstoting alle andere zes of meer miljard mensen moeten beïnvloeden in dit grote geheel van de strevende mensheid. En hoewel er hier en daar groepen bestaan die opzettelijk proberen de circulerende gedachtestroom van de mensheid te infecteren, moeten we niet vergeten dat er ook antilichamen aan het werk zijn aan de positieve zijde, die alert zijn en gereedstaan om hun werk te doen als herstellers van harmonie.
     De sleutels tot onze oorsprong en uiteindelijke bestemming en onze verhouding tot de kosmos en onze medemensen zijn geworteld in het idee dat de mens in wezen is gevormd naar het beeld van de goddelijke intelligentie die hem deed ontstaan. In onze volslagen onwetendheid over de universaliteit van de dingen hebben wij daarentegen die kosmische scheppende intelligentie beschouwd als iets dat òns beeld weerkaatst – een beeld gevormd naar een verpersoonlijkte en beperkte opvatting van een mens! We verloren het schitterende feit uit het oog dat de goddelijke vonk, die onafscheidelijk met de mens is verbonden, overeenstemt, omdat ze één is, met het onbeperkte potentieel van de kosmische goddelijke intelligentie. Hierin ligt de oceaan van morele en geestelijke reservekracht waarover elke individuele cel binnen het geheel van de mensheid kan beschikken. Hierin ligt de schatkamer waaruit ieder kan putten die het verlangen heeft een helpende hand te bieden bij het schrijven van de geschiedenis van dit tijdperk. Daarin ligt de sleutel tot dat hogere onderscheidingsvermogen dat we moeten gebruiken bij het vervullen van onze volle plicht tegenover iedereen.
     Hoe meer we ons bewust kunnen worden van onze universele betekenis en onze onmisbaarheid voor het geheel, waar we ons op aarde ook bevinden, des te meer zal de innerlijke band tussen ons en onze goddelijke bron op positieve wijze tot uiting komen in ons leven. In diezelfde mate zullen we krachtiger elementen – zuiverende antilichaampjes – zijn geworden in de ziel en het leven van de mensheid.

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency