De spiegel van oneindige schoonheid
Katherine Tingley

 

De wereld is een spiegel van oneindige schoonheid, maar niemand beseft dat. Ze is een tempel van verhevenheid, maar niemand besteedt aandacht daaraan. Ze is een gebied van licht en vrede, als de mens haar maar niet zou verstoren. Ze is het paradijs van God . . . de plaats van engelen en de hemelpoort. - Thomas Traherne


In de verwarring van de hedendaagse wereld zijn er van elke honderd mensen misschien maar vijf of tien die over een ruimere visie beschikken waardoor ze in staat zijn te zien dat het oneindige leven wordt weerspiegeld in het leven op aarde. De ervaring als mens op aarde, die slechts een fase is, een tijdelijk verblijf voor de vooruitgang van de ziel, geeft ons niet alleen de gelegenheid om onze spirituele natuur en de oneindige krachten binnenin ons te ontdekken, maar ook om de zin van het leven te kennen en haar schoonheid zelfs in de stoffelijke natuur te zien.
        Maar aan het leven in de stof wordt de hoogste waarde toegekend. Het verstoren van dit gebied van licht en vrede gebeurt niet geheel en al door opzet maar omdat de mensheid duizenden jaren lang door een immense golf van psychische onwetendheid is overspoeld. De gevaren en onzekerheden van het menselijk leven maken het onmogelijk om in dit leven de schoonheid en grootsheid die door de oneindigheid wordt weerspiegeld, te beseffen. De mensheid zal moeten inzien dat ook wij onderworpen zijn aan de oneindige wetten die alles hebben vormgegeven en onder hun hoede houden. Het is aan ons om die wetten te volgen.
        Om de oneindige schoonheid van het leven te begrijpen, moeten we zijn doordrongen van kennis van onze essentiële goddelijkheid; we moeten haar vinden in de diepte van ons hart, van ons bewustzijn, en ze moet ons denken verlichten. Ik ontmoet vaak heel beschaafde mensen met charme die alles bezitten wat ze begeren en die van iedereen verwachten dat ze tegen hen opkijken en hen bewonderen. Ze bezitten rijkdom, ze zijn beschaafd en verfijnd maar het ontbreekt hen aan de kennis over hun eigen essentiële goddelijkheid, waarover elke man of vrouw zou moeten beschikken die het gebied van vrede, de tempel van verhevenheid, zou willen ontdekken.
        In deze eeuw van onderzoek is het ons recht op zoek te gaan naar ons erfdeel, maar we kunnen dat niet vinden tot we onszelf uitdagen te leren wie we zijn, wat we zijn, waar we vandaan kwamen en waarheen we zullen gaan. Wanneer we op zoek zijn naar de antwoorden op deze heel belangrijke vragen, hebben we geen rijkdom of grote intellectuele verworvenheden nodig. De enige vereiste is een vast voornemen om het leven met een ruimere visie te bekijken. Galileo zei dat hij om te kunnen weten of de wereld rond of plat is, zich erboven moest verheffen en naar beneden moest kijken om haar te kunnen zien. Dit houdt enig occultisme in. We moeten ons boven ons gewone zelf verheffen en uitstijgen boven de dagelijkse manier van denken in deze tijd. We moeten afstand doen van onze vooroordelen en misschien de geesteshouding aannemen die we hadden toen we nog kleine kinderen waren. We moeten in zekere zin opnieuw beginnen en proberen in ons hart sommige van de liefdevolle gevoelens te hervinden die we toen hadden, maar die we niet hebben vastgehouden. De kunstmatigheid van het moderne leven vervormt en vernietigt het geestelijke leven in de mens.
        Echte kennis is zelfkennis en deze moet worden verkregen door het zelf op de proef te stellen, door de eigen sterke en zwakke kanten te ontdekken, en de dualiteit van de menselijke natuur te onderkennen. Datgene wat vertrouwen doodt en ons afleidt van het pad naar de zijpaden van zwakheden, hartstochten en slechte eigenschappen is het onvolmaakte, dierlijke deel van onze natuur. Toch wordt de oneindige schoonheid van het leven, waarover Traherne spreekt, in onze ziel weerspiegeld. Ze is er voor iedereen; maar ze kan alleen worden geopenbaard wanneer er een hernieuwd vertrouwen, een nieuwe levensvisie is, een grotere liefde voor de mensheid, en een dieper bewustzijn van de innerlijke godheid.
        De spiegel van oneindige schoonheid kan worden waargenomen in het schitterende mysterie van de eenvoudigste bloemen, een boom en de onmetelijkheid van de oceaan, in de sterren, en in het uitspansel. Kijk vervolgens in de ogen van de mensheid en laat iemand, ondanks alles wat we zien dat het spirituele zelf overschaduwt, de uitdaging aannemen om zijn eigen ziel te ontdekken, en de oneindige schoonheid zal uit zijn ogen stralen. Ze zal zijn hart verwarmen en hij zal zich realiseren dat er een overwinning op het zelf is behaald.
        Zij die in duisternis strijden en met allerlei moeilijkheden hebben te kampen, kunnen de spiegel van oneindige schoonheid vinden. Maar om standvastig en stevig in zijn schoenen te kunnen staan en dagelijks in het bewustzijn van zijn eigen godheid te kunnen verblijven, moet een mens boven zijn hartstochten en begeerten uitstijgen, een volledig nieuwe levensvisie aannemen, en gaan leven in overeenstemming met de kennis die hij heeft verworven. Dit kan niet worden gedaan tot een mens uit zijn denken de beperkingen heeft gebannen die niet tot het hogere zelf behoren. Ze verduisteren en vernietigen alles wat het beste en het edelste is in de natuur en verstoren de rust in deze gebieden van oneindige schoonheid.
        Sommigen hebben gezegd: ‘het doel is groots en prachtig, uw theorie is fantastisch, maar het is zo’n zware taak!’ Maar dat is het niet als we op de juiste manier te werk gaan. Als we deze leringen diep in ons leven willen laten wortelen en onszelf in een positie brengen waarin onze levensvisie zich kan verruimen en onze opvattingen van grootse dingen zich kunnen uitbreiden, waarbij we neerkijken op onze zwakheden en deze overwinnen, dan moeten we niet vergeten dat we stap voor stap groeien. We moeten niet verwachten dat we in een dag, een week, een maand, een jaar, of zelfs in één leven volledige kennis kunnen verwerven.
        Hoewel we het uiteindelijke doel in gedachten houden, moeten we toch leven voor de dag. Hoe groot de huidige problemen ook zijn, niettemin kunnen de worsteling om geld te verdienen en de plichten die betrekking hebben op datgene waarmee we ons nu moeten bezighouden, ons een besef geven van de oneindige schoonheid van het leven dat we op geen andere manier kunnen verwerven. We hoeven niet met bezorgdheid en angst vooruit te zien naar toekomstige jaren, maar dienen uit ons denken alle ideeën te bannen die zich hebben gevestigd en die van ons kinderen van twijfel en angst en - volgens de oude opvattingen - van zonde maken. Maar de tijden veranderen. Evolutie dringt door in het gedachteleven van de wereld en vormt het menselijke denken dienovereenkomstig; ze deelt ons iets mee over de mogelijkheid om van deze wereld een spiegel van oneindige schoonheid te maken.
        De mens krijgt waarvoor hij werkt en als hij niet ervoor werkt dan krijgt hij het niet. Alleen denken aan de vreugde van het leven of zelfs alleen maar het daarin genoegen scheppen zal deze niet brengen. Als iemand echter de waarheid zo sterk verlangt dat hij werkelijk ernaar hunkert, dan zal hij haar vinden. Ze is het levenselixer, de openbaring van het boek van het leven. Geen taal kan haar beschrijven – de mooiste dingen in het leven kunnen nooit met woorden worden beschreven; het heiligste deel van onze religieuze natuur kan nooit in woorden worden uitgedrukt, want dit is het gebied van licht en vrede.
        Zij die naar de waarheid verlangen, die de moed hebben om een nieuw leven binnen te gaan, die de wens hebben om in zekere zin herboren te worden, moeten alles achter zich laten wat hen aan banden heeft gelegd: hun beperkingen, hun twijfel en angst, afkeer en hartstocht. Waarom? Omdat de ziel in het omhulsel van vlees probeert te evolueren, omdat ze poogt het wezen te helpen datgene te worden waarvan ze weet dat het dat kan worden. Maar het menselijke denken is, zelfs al is het hoogontwikkeld, regelmatig de slaaf van dit en van dat idee, van de mening van deze en de mening van die, van dit ‘isme’ en van dat ‘isme’, zodat het alleen een weerspiegeling is van de verwarring, ontaarding, nood en twijfel van het leven.
        Toch is de mens een verheven wezen als hij zijn eigen spirituele natuur maar zou kennen en toegewijd zou werken om dat te worden waartoe hij is voorbestemd: het vervullen van zijn opdracht als een edele vertegenwoordiger van de hogere wet. Op deze wijze kan hij in het goddelijke wereldplan een factor van betekenis worden om schoonheid, harmonie, vrede en vreugde voort te brengen. Hij bewandelt het pad van zelfoverwinning met zo’n helder inzicht, zoveel oprechtheid en standvastigheid, dat zijn hele natuur wordt weerspiegeld in de spiegel van oneindige schoonheid.
        Er is grootsheid in het zielenleven. En als de ziel regeert, de leiding heeft en zegeviert, dan betekent dat een overwinning voor de hele wereld. Dan zullen we niet langer het gebied van licht en vrede verstoren. We zullen dan een punt hebben bereikt waar we onszelf op de proef kunnen stellen en tegen onze hartstochten, zelfzucht en zwakheden kunnen zeggen, ‘ik werp u van mij, Satan!’ – want deze duivels zijn een schepping van onszelf. We zullen ontdekken dat die gesteldheden van onze natuur die niet in één leven worden beheerst en overwonnen in een volgend leven onder ogen moeten worden gezien en moeten worden overwonnen.
We moeten ons realiseren dat wat in het leven werkelijk telt niet dat is wat we willen bereiken of waarin we geloven, maar dat wat is of wat zal zijn. We kunnen de zon of de maan, de planeten of de sterren, niet verplaatsen, maar het is geweldig om te weten dat wij onszelf kunnen veranderen, dat we de makers van ons eigen lot zijn, dat we het hersenverstand, dat slechts een werktuig is, kunnen dwingen om zich onder de supervisie van de ziel te plaatsen. We kunnen niet alleen afhankelijk zijn van het leven van het intellect en daarin zozeer opgaan dat, wanneer het lichaam sterft, de ziel telkens opnieuw naar een aards leven moet terugkeren om steeds een nieuwe poging te doen omdat ze weinig vooruitgang heeft geboekt. De behoefte van de ziel om te streven naar volmaaktheid blijft altijd bestaan. Het is aan ons om onze hogere natuur, onze innerlijke potentiële kwaliteiten tot ontwikkeling te brengen, om de beelden en dromen van een toekomstig leven en van een beter leven in dit leven te koesteren, en om teder en liefdevol in ons hart vast te houden aan de liefde van de hogere wet, die van deze wereld een spiegel van oneindige schoonheid voor iedereen maakt.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 2002

© 2002 Theosophical University Press Agency