De twee oevers
Harry Opdenberg

 

De doop in de Jordaan, of de reiniging in een tempelmeer, of het oversteken van een zee of rivier – in de oude zowel als in de nieuwe wereld vinden we de beeldspraak van de ‘twee oevers’: onze wereld en de wereld van waarheid en werkelijkheid. Gnostische denkers zagen hetzelfde symbool in de woorden, ‘ik heb gezegd gij zijt allen goden en kinderen van het allerhoogste, wanneer gij u zult haasten Egypte te ontvluchten om de Rode Zee over te steken en de wildernis binnen te komen’. Egypte is in Gnostische geschriften het symbool voor de afdaling van de ziel in de stoffelijke werelden om daar te leren wat deze werelden hen kunnen geven.
        Interessant is wat Carl Jung vertelt over een droom die hij eens had en die een blijvende indruk op hem maakte:


        Ik was op een trektocht en wandelde langs een weggetje door een heuvelachtig landschap; de zon scheen en ik had een ruim uitzicht in alle richtingen. Toen kwam ik bij een kleine kapel aan de kant van de weg. De deur stond op een kier en ik ging naar binnen . . . Op de vloer voor het altaar zat, naar me toegekeerd, een yogi in de lotushouding in diepe meditatie. Toen ik hem nauwkeuriger bekeek, besefte ik dat hij mijn gezicht had. Intens geschrokken werd ik wakker met de gedachte: ‘aha, hij is dus degeen die mij mediteert. Hij heeft een droom en die ben ik.’ Ik wist dat ik er niet langer zou zijn wanneer hij ontwaakte.
        Ik had deze droom in 1944 na mijn ziekte. Het is een parabel: mijn zelf trekt zich terug in meditatie en mediteert mijn aardse vorm. Anders gezegd: het neemt de menselijke vorm aan teneinde het driedimensionale bestaan binnen te gaan, alsof iemand een duikuitrusting aandoet om in de zee te duiken. Het zelf neemt, wanneer het in het hiernamaals dit bestaan achter zich laat, een religieuze instelling aan, zoals de kapel in de droom laat zien. In een aardse vorm kan het door de ervaringen van de driedimensionale wereld gaan en door groter inzicht een volgende stap nemen naar bewustwording.         – Memories, Dreams, Reflections, blz. 45-6.


        Dit is niet de geijkte opvatting van de mens die niet meer ziet dan wat zich aan de zintuigen voordoet. We zijn delen van een onzichtbare werkelijkheid waar de transcendentale vermogens van de ware mens liggen en deze ‘andere oever’ is het belangrijkste gegeven in ons leven.
        Zouden de moeilijkheden en het lijden van de mens niet evenveel te maken hebben met een ‘wakker schudden’ van binnenuit als met ‘onbetaalde karmische rekeningen’? Er is niet zoiets als toeval en het leven is een onafgebroken stoet van oogopeners. De donkere nacht van de ziel brengt het licht van begrip, loutering en innerlijk waarnemen. Er is in onze tijd een groeiende wens iets aan de noden en problemen van anderen te doen. Alles verandert in het leven van Scrooge zodra hij zich verdiept in de gevoelens van Bob Cratchit en Kleine Tim. Maar weten we ook dat de krachten van het heelal geestelijk van aard zijn? H.P. Blavatsky schreef:


Het is volkomen natuurlijk . . . dat de materialist en de fysicus zich verbeelden dat alles de uitkomst is van blinde kracht en toeval en van het overleven van de sterksten vaker nog dan van de geschiktsten. Maar de occultisten die de fysieke natuur beschouwen als een bundel van de meest gevarieerde illusies op het vlak van misleidende waarnemingen; die in elke pijn en lijden slechts de noodzakelijke steken van onophoudelijke ontwikkeling zien: een reeks stadia naar altijd groeiende vervolmaking die zichtbaar is in de stille invloed van zich nimmer vergissend karma, of abstracte natuur – de occultisten, nogmaals, zien de grote Moeder anders. Wee degenen die leven zonder te lijden. Stagnatie en dood zijn de toekomst van alles wat vegeteert zonder verandering. En hoe kan er ooit een verandering ten goede zijn zonder evenredig lijden gedurende het voorafgaande stadium?         – De Geheime Leer, 2:539


Zonder leermomenten is het leven zonder diepte, zonder wezenlijke inhoud, en te onbevredigend om vol te houden. Om werkelijk te worden wat we verlangen vraagt wilskracht en training. Voor de wil moeten we zelf zorgen; het leven zorgt voor de training.
        Mensen voeren passiespelen op en spreken over goddelijke passie. ‘Passie’ is afgeleid van het Griekse pathein, ‘voelen’, ‘ervaren’, zoals sympathie ‘meevoelen’ is. Pathein naast mathein, ‘leren’, ‘kennen’: voelen en beleven naast intellectuele kennis. Onze cultuur gelooft heilig in meten en tellen en dit heeft z’n merites, maar het zal nooit werkelijk tot begrip leiden omdat het voor eeuwig buiten de dingen blijft staan. De meest uitgewerkte studie over vriendschap heeft nog steeds niets te zeggen aan iemand die geen vriendschap in zijn of haar hart vindt. Dit geldt voor alle dingen. Om iets werkelijk te kennen, moeten we het hebben ervaren, beleefd en doorvoeld.
        Hier ligt een van de grootste paradoxen: wanneer we met anderen delen wat ons hart verlangt te geven, dan komt verlichting vanzelf en als we het daarvoor doen dan komt er niets – omdat het niet echt is. Er zullen ongetwijfeld telkens afwegingen moeten worden gemaakt, maar als we dat alleen met ons verstand doen, zullen we telkens de plank misslaan. We moeten de impulsen volgen die spontaan in ons opkomen wanneer we besluiten hoe we zullen handelen. Dit is iets dat als het ware door de ander uit ons wordt getrokken. En dat is wat diep in ons vorm aannam in de meest ontroerende momenten van ons leven.
        Er is geen surrogaat hiervoor en het is totaal anders dan wat uitgaat van onze persoonlijke natuur naar de persoonlijkheid van de ander. Wanneer we handelen vanuit de grootheid in onszelf en de ander ontmoeten als vertegenwoordiger van de grootheid in zichzelf, dan komt het tot een rechtstreekse band, zonder storende overbodigheden. Het zijn momenten van een natuurlijke helderziendheid die de innerlijke behoefte van de ander herkent. Het komt uit de schatkamers van de ziel en is een beroep van het gelijke op het gelijke. Er is magie en vreugde in dit proces en er zijn geen andere repercussies dan die komen uit de oude gewoonte om de ‘persoonlijke verlosser’ te willen zijn.
        Wat mensen overkomt heeft soms iets weg van de slagen van het lot in een Grieks drama. Maar het gaat voorbij en het zal eens een niet te beschrijven innerlijke transmutatie blijken te zijn, wanneer de geketende titaan zich bevrijdt. Ieders bewustzijn heeft ‘twee oevers’ en ieder voert zijn of haar dialoog met het leven en dat zet het wonder van de transmutatie in werking.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/juni 2002

© 2002 Theosophical University Press Agency