Hoe kunnen we helpen?
Sarah Belle Dougherty

 

Dag in dag uit, week na week, worden we geconfronteerd met een breed scala aan leed, haat en geweld in de wereld. We zijn ons niet alleen bewust van de problemen in onze eigen omgeving maar ook van die in verre steden en landen. Omdat we deze gebeurtenissen rechtstreeks zien en horen, en de verslaggeving daarover vaak langere tijd volgen, zouden we ze persoonlijk kunnen gaan nemen, zoals iets dat een vriend of onszelf overkomt. We beginnen erover na te denken. Als ons ego zich eenmaal heeft geïdentificeerd met mensen van wie we vinden dat ze gelijk hebben, is het gemakkelijk om boos te worden, of intolerant, en diegenen die we als de slechteriken zien te veroordelen. Of we kunnen eenvoudig depressief, wanhopig en bang worden. We moeten onszelf echter afvragen of de kwaliteit van onze reactie de problemen van de mensheid verlicht of verergert.
        Zoals in ons persoonlijk leven haat en angst slechte keuzes zijn, zijn ze dat ook voor grotere menselijke aangelegenheden. Helaas is het maar al te gemakkelijk om dat te weerspiegelen wat ons niet aanstaat. Wanneer we onszelf toestaan om negatief door iets te worden getroffen, beginnen we onmiddellijk die kwaliteit te resoneren en die kwaliteit in onszelf wakker te roepen. Dit is altijd mogelijk omdat ieder van ons de latente krachten van de hele mensheid in zich heeft, zowel de goede als de kwade: zowel die van zelfzucht en wreedheid, als die van opoffering en liefde, van het hoogste altruïsme en van de grootste verdorvenheid.
        Bovendien lijkt het met gelijke munt betalen bijna instinctief te zijn. Het vergt grote zelfdiscipline om te reageren op een manier die tegengesteld is aan een actie die ons niet bevalt. De vermaning van Jezus om onze vijanden lief te hebben, de andere wang toe te keren, om hen te zegenen die ons vervloeken, om goed te doen aan degenen die ons haten, en om te bidden voor hen die ons mishandelen en vervolgen, lijkt voor velen tegen de intuïtie in te gaan en bijna onmogelijk om in het dagelijkse leven toe te passen. Welke motivatie geeft Jezus voor deze aanmaningen? Hij vertelt ons deze te volgen ‘zodat we de kinderen van onze Vader in de Hemel kunnen zijn; want hij laat zijn zon opkomen voor zowel het kwade als het goede, en laat het regenen op de rechtvaardigen en onrechtvaardigen’; ‘want hij is welwillend tegenover de ondankbaren en de goddelozen. Wees daarom meedogend, evenals uw Vader meedogend is’ (Matth. 5:45, Lucas 6:35-6).
        Deze aanmaningen zijn dus gebaseerd op de erkenning dat wij kunnen zijn zoals onze hemelse ouder, of we deze nu God noemen of ons hoogste zelf. Dit is zo omdat we in ons meest innerlijke zelf al gelijk zijn aan de goddelijke bron van ons wezen. Ondanks de berichten van onze zintuigen en de beweringen van ons ego zijn we niet afgescheiden en staan we niet op onszelf. Als mensen zijn we in het bijzonder één met alle andere mensen: we delen dezelfde gedachten en gevoelens, dezelfde neigingen en karakteristieken, noden, begeerten, en impulsen. We delen ze inderdaad: zoals een radio ontvanger/zender pakken we gedachten en gevoelens op die door anderen in de universele gedachteatmosfeer zijn uitgezonden, we versterken ze door onze aandacht en door gebruik van ze te maken, en dan sturen we ze weer terug met toegenomen kracht. Als we vijandig reageren op anderen gaan we voorbij aan deze wederzijdse psychologische afhankelijkheid.
        Maar terwijl we in een letterlijke zin ieder ander mens zijn, zijn we tegelijkertijd allemaal uniek en volledig verantwoordelijk voor onze eigen keuzes. Het is belangrijk om zich ervan bewust te zijn dat we onszelf kunnen beheersen – onze houding, gedachten, en handelingen – en alleen onszelf. We kunnen anderen niet dwingen te doen wat wij zouden willen of het beste vinden, zelfs niet onze familie en vrienden, laat staan mensen waarmee we geen directe banden hebben. Vaak leren we deze les in ons persoonlijke leven pas na veel pijn en frustratie.
        Hoe kunnen we dan helpen om de ellende, de onrechtvaardigheid en het geweld dat we in de wereld zien te verbeteren? Enkelen van ons kunnen misschien rechtstreeks hulp bieden; waarschijnlijker is het dat we financiële of andere hulp kunnen bieden aan hen die het werk doen waarvan wij wensen dat we het konden doen. Niettemin kan ieder van ons in ons eigen leven, in onze relaties met onze medemensen, alleen al door er te zijn een positieve bijdrage leveren aan het welzijn van de mensheid en de planeet door iedere dag iets positiefs en constructiefs van onszelf te geven. In plaats van onze beheersing te verliezen en te reageren met woede en angst, kunnen we bewust proberen om de liefde voor alle wezens in ons hart te bewaren, en daartoe behoren heel nadrukkelijk alle mensen, hetzij als individuen of als groepen. Zelfs voor mensen van wie we vinden dat we hun handelingen moeten veroordelen, kunnen we mededogen voelen, in het bijzonder wanneer we ons realiseren dat geweld, agressie, haat en hebzucht uiteindelijk het gevolg zijn van onwetendheid en beperktheid, zoals ze dat ook in ons eigen leven zijn. Immers, waarom handelen we zelfzuchtig, doen we anderen pijn, vallen we naar iemand uit, domineren we, manipuleren we? Zijn we daarom slecht, verdienen we daarom de haat en veroordeling van anderen of van onszelf?
        Ieder van ons kan oprecht zeggen dat ‘niets menselijks ons vreemd is’ omdat mensen in hun oorsprong, essentie, mogelijkheden, en bestemming één zijn. We zijn ook één met de atomen, microben, met mineralen, planten, en dieren, sterren en melkwegstelsels – met alles wat we kennen of ons kunnen voorstellen. Als we onszelf zien als in essentie kosmische wezens, dan kunnen we een ruimere zienswijze aannemen en de gewoonlijk overheersende onnadenkendheid van het ego inperken. Als we vertrouwen hebben in onze innerlijke bronnen, hoeven we ons niet bedreigd te voelen door anderen of door gebeurtenissen, en hoeven we ook ons ego niet toe te staan om kwaad te worden, te veroordelen of zelfingenomen te zijn – reacties die nadelig zijn voor al het leven. In plaats daarvan kunnen we boosheid, vernietigende impulsen en gewelddadige gevoelens herkennen voor wat ze zijn, en proberen om met zelfbeheersing, onwankelbare vriendelijkheid, en meedogend begrip te reageren, niet alleen in ons handelen maar ook in onze houding en in ons denken.
        Om diegene met wie we het oneens zijn of die we zelfs verderfelijk vinden, hardvochtig te veroordelen, als demon voor te stellen, of te haten, vergroot alleen maar de last van negatieve invloeden die de mensheid teisteren. Hierdoor wordt het soort toestanden en de manier van denken waaraan we een einde willen maken alleen maar voortgezet en dit versterkt ze zelfs. De benadering van Jezus om kwaad met goed te beantwoorden is in feite de meest praktische die we kunnen toepassen, want ‘haat eindigt nooit door haat, maar alleen door liefde’.

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2002

© 2002 Theosophical University Press Agency