Hoe komen de gebeurtenissen van het dagelijks leven tot stand?
Alan E. Donant

 

Wanneer we nadenken over het levende netwerk van magnetische en zielenkracht tussen onszelf en ieder aspect van het kosmische organisme dat we ons heelal noemen, dan worden we ons enigszins bewust van het gewicht van onze verantwoordelijkheid. Als we alles wat er in onze persoonlijke omstandigheden gebeurt, in onze sociale en maatschappelijke betrekkingen, vanuit dit perspectief zouden kunnen zien, met het oog van ons onsterfelijke zelf, dan zouden we ieder aspect van het leven van de mens transformeren. – Grace F. Knoche, Duizend Lichten Aansteken


Wat bepaalt de gebeurtenissen in ons leven? Hoe krijgt een toevallige ontmoeting, een misstap, of een willekeurig omslaan van de bladzijden van een boek, betekenis? Komt dit doordat in een heelal dat op toeval berust, ons denkvermogen uit gewoonte verbanden legt, zoals het gezicht van het mannetje in de maan? Of bestaan er werkelijk ordening en bewustzijn in het universum, waar een allesdoordringende eenheid voor onze ogen betekenis krijgt?
        Mensen zijn vanzelfsprekend meer dan ze lijken. Maar hoeveel meer? Op elk moment van ons waak- en slaapleven bestaan we tegelijk in de toekomst, het heden en in het verleden; en het moment van nu is zo uitgestrekt als de kosmos zelf. We stromen voort uit en zijn deel van onze toestanden van vóór incarnatie, van de huidige incarnatie en van na incarnatie, waarbij we de hele tijd een schat aan ervaringen en beelden bewaren. Wat anderen in ons zien en wij in hen is maar een glimp van wat zij (en wij) zijn, alsof we op ons pad door de wildernis door de kleine ruimte tussen twee rotsblokken een machtige rivier zien die van veraf komt.
        Zoals een machtige rivier zijn we samengesteld uit vele stromen die niet direct herkenbaar zijn. Er is een stroom van goddelijk bewustzijn, er is een geestelijke stroom, andere die mentaal zijn, emotioneel, vitaal, astraal en fysiek. Terwijl ze door ons stromen, heeft elke neiging een eigen vorm en geschiedenis en helpt het unieke individu dat wij zijn, samenstellen. Dezelfde complexiteit is te vinden bij dieren, planten, mineralen, planeten, zonnen, melkwegstelsels, atomen en subatomaire deeltjes, en ook bij onbekende en naamloze rijken buiten het spectrum van het leven waarmee we vertrouwd zijn. Niet alleen evolueren wij, maar we worden gevormd door ontelbare wezens die hun eigen evolutiereis maken, terwijl wijzelf het weefsel van een groter wezen samenstellen; de invloeden van het bewustzijn van dat wezen op ons noemen we de natuurwetten. Zo is elk wezen, elk ding en elke gebeurtenis uitgebreider en diepgaander dan het schijnt en draagt op vele manieren bij aan al het andere, en vormt daarmee een fundamentele Eenheid.
        Alles in de kosmos, of dat nu binnen het bereik van onze waarnemingen ligt of niet, stroomt voort uit het ene bewustzijn – denkvermogen dat zich manifesteert als vormen. Het spel tussen de daaruit voort-vloeiende verschijnselen schept zowel de illusie van afgescheidenheid als een eindeloze reeks gelegenheden voor het ontwaken van het Zelf. In deze context worden we door de ervaringen uit eerdere levens weer tot een nieuwe incarnatie aangetrokken. Vroegere gedachten en gewoonten worden tot stromen van sympathie waardoor we tot een bepaald deel van de aardbol, tot een volk, bepaalde ouders, een lichaam en temperament worden aangetrokken. Na de fysieke geboorte blijven psychomagnetische krachten door de ervaringen van ons leven stromen. Door aantrekking en afstoting werkt elk krachtveld in op elk ander krachtveld; en dit gebeurt op alle niveaus van het zijn. De vogel boven ons hoofd, het krioelende, onbeduidende leven onder onze voeten, voorbijgangers, een vluchtig gesprek in de supermarkt, of de relatie met goede vrienden en familie, niets van dit alles gebeurt los van deze door onszelf voortgebrachte krachten die alles telkens weer tot leven wekken.
        Evenals onze dromen, waarin beelden en indrukken worden gevormd uit het reservoir van onze dagelijkse gedachten en ervaringen, scheppen wij ons waakleven uit een zee van ontelbare mogelijkheden door het aantrekken en afstoten van gebeurtenissen en ervaringen uit een compleet scala van innerlijke en uiterlijke behoeften. Wij leven een leven van dromen in die zin dat uit onze gedachten onze wereld ontstaat. Ze magnetiseren ons wezen en de stromen van levensatomen die door ons heenkomen. Deze atoomlevens die hun eigen evolutieweg gaan, stellen niet alleen onze verschillende organen en beginselen samen, maar ook de andere wezens in onze wereld, waarvan elk op zich een stroom van bewustzijn is, zoals wijzelf.
        Daarom kan elke gebeurtenis bijdragen aan het ontwaken van onze ziel. Onze beproevingen en mislukkingen, onze genoegens en vreugden - kortom, de hele inhoud van ons leven – vervullen per slot van rekening de harmonische werkingen van de kosmos. Misschien herkennen we dat niet direct bij gebeurtenissen die ons pijn en lijden brengen, omdat we ons dan bezighouden met onze onopgeloste of zelfs onopgemerkte beperkingen. Maar als zulke gebeurtenissen zich telkens herhalen, beginnen we te beseffen dat niet een vijandige god of duivel of universum ons belaagt, maar juist het tegenovergestelde: dat liefde en milde harmonie in nauwe overeenstemming werken met onze handelingen en ons tijdelijk onvermogen om onze ware aard te zien.
        Maar is dit zo? De pijn en het lijden van de wereld zijn, op zichzelf beschouwd, zo overweldigend en verschrikkelijk. Door gebrek aan een vaccin dat maar enkele centen kost, sterven arme kinderen. Ter wille van profijt worden miljoenen kinderen tot slaaf gemaakt. Aids, alzheimer, kanker, en andere ziekten teisteren hele gezinnen. Te zeggen dat dit te wijten is aan universele ‘liefde en milde harmonie’ kan ongelooflijk klinken, harteloos en zelfs boosaardig. Als reactie daarop moeten we ons afvragen: ‘Waarom ontstond de kosmos?’ Een vaak gehoord antwoord is: ‘Om zichzelf te leren kennen.’ Aan de hele manifestatie ligt een onkenbare goddelijke bron ten grondslag. Maar als deze kosmische bron werkelijk oneindig is, wat logisch lijkt, waarom zou ze dan haar toestand van ware harmonie verlaten, van ‘zijnheid’ om het ‘zijn’ te worden? Ons antwoord is, uit mededogen. Omdat alle wezens een aspect zijn van het Ene, en omdat zij een hogere toestand kunnen bereiken dan waarin ze zich nu bevinden, moet de manifestatie op een of andere manier opnieuw ontstaan, zodat elk wezen de gelegenheid krijgt zijn volledige potentieel te bereiken. Dit is de stuwende kracht achter de gebeurtenissen om ons heen. Op een niveau dat ons begrip te boven gaat, aan de bron van alle bewustzijnsstromen, is weten en mededogen.
        Elke schepping, zo wordt gezegd, heeft alles in zich wat zijn schepper weet, bewust of onbewust. Als dit zo is dan wordt de oneindige bron weerspiegeld in alle gebeurtenissen en wezens. Als deze universele en oneindig goddelijke essentie in de kern van ons wezen er niet was, dan zouden we op goed geluk rondcirkelen van het ene voorval naar het andere in een eindeloze kring van ervaringen. Maar elke gebeurtenis draagt de wezenlijke aard van goddelijkheid in zich. Door het dagelijks leven beginnen we iets te vermoeden van de onmetelijke werkelijkheid van het bestaan, waarbij we ons langzaam bewust worden van het feit dat er iets bestaat buiten de materiële wereld. Velen in onze tijd zijn gekomen tot dit besef dat er iets grootsers bestaat dat buiten ons is en toch deel uitmaakt van onszelf. Toch bestaat zelfgeleide begoocheling evengoed als zelfgeleide evolutie. Overweldigd door het spel van de elkaar opvolgende gebeurtenissen die door onszelf zijn opgeroepen, scheppen wij de illusie van afgescheidenheid, en vergeten de goddelijke Eenheid die onze ware aard is. Maar deze illusies zijn niet onwerkelijk of zonder betekenis, ze zijn eenvoudig niet wat we denken dat ze zijn. Het universum heeft wetten die de verlichting van de zielennatuur stimuleren – het kennen van het eigen Zelf. Elke gebeurtenis, wanneer dan ook, kan ons een evolutionaire ervaring, een ontwaken, opleveren. Want de werkelijke kracht van het bewustzijn is dat alles fundamenteel Eén is.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 2002

© 2002 Theosophical University Press Agency