Om de leer te begrijpen is het nodig het bijbehorende leven te leiden:
een simpele bewering, maar een opgave die het denken en het hart van
de grootste denkers en helden van de mensheid heeft beziggehouden! Wat
bedoelen we met de innerlijke god, het persoonlijke ego, het hogere
en lagere zelf, en welk verband hebben ze met het gewone leven? De innerlijke
god is het meest verlichte deel van ons, actief wanneer we de beste
menselijke eigenschappen tot uitdrukking brengen: tolerantie, liefde,
begrip en mededogen. Boeddhisten noemen het de levende boeddha binnenin
ons; hindoes, isvara of de Brahma in zijn Brahmapura of Brahma-stad
– de kosmische geest in de mens; christenen, de ik ben of de innerlijke
christus. G. de Purucker zegt ervan:
Mystici uit alle tijden hebben zonder uitzondering
het feit onderwezen van het bestaan en de steeds aanwezige kracht
in ieder mens van een individuele innerlijke god, als het eerste beginsel
of de primordiale energie die de gang van de mens uit het materiële
naar het geestelijke leven beheerst. . . . De innerlijke god in de
mens, zijn eigen innerlijke, essentiële goddelijkheid, is de
bron van waaruit alle geniale ingevingen, alle prikkels tot verbetering,
als een inspirerende stroom het psychologische apparaat van zijn constitutie
binnentreden. – Occulte Woordentolk,
blz. 72
Deze innerlijke god is de ‘eeuwige ziel’ die telkens opnieuw
incarneert, een onuitputtelijke bron van leven, intelligentie en bewustzijn.
In een eerdere kosmische cyclus heeft zij ervaring opgedaan in elke
toen beschikbare levensvorm, en werd daarbij een ‘god’.
Dat universum stierf, en toen het zich weer manifesteerde kwam deze
essentie tevoorschijn als een zich niet van zichzelf bewuste ‘godsvonk’
in een hogere levensfase. Dit hoogste wat in de voorafgaande evolutiecyclus
werd bereikt, is de innerlijke god. Hij is betrekkelijk volmaakt in
vergelijking met de verschillende ‘voertuigen’ door middel
waarvan hij in de huidige kosmische cyclus leert. Evenals lagere wezens
hem de middelen verschaffen om te leren, verschaft de innerlijke god
hen de middelen om zich te kunnen ontwikkelen en naar hem toe te groeien.
Het is een tweeledig leerproces naar een hogere staat van weten.1
Het lagere zelf is verbonden met tegenovergestelde eigenschappen, zoals
egoïsme, bekrompenheid, een beperkte opvatting van iemands verantwoordelijkheid
tegenover anderen, wedijver, afgescheidenheid en zelfzuchtige ambitie.
Het is de draak uit de legende van Joris, de Minotaurus uit de mythe
van Theseus in het labyrint, Darth Vader uit Star Wars en ‘Het
Niets’ uit The Never Ending Story (Het verhaal dat nooit
eindigt). Terwijl de meesten van ons gelukkig niet geheel door dit aspect
van onszelf in beslag worden genomen, zijn we helaas evenmin in staat
om de inspiratie van het hogere zelf gedurende lange tijd vast te houden.
We zitten in een achtbaan van bewustzijn tussen de twee uitersten, waarbij
we vaak weinig zeggenschap schijnen te hebben over wanneer welk aspect
van onze natuur overheerst.
Grote religieuze en mystieke leraren hebben erop gewezen dat het onze
verantwoordelijkheid als mens is om de verleidingen en beperkingen van
het lagere zelf te overwinnen en ons bewustzijn te laten opgaan in het
hogere zelf. Door middel van talloze kleine overwinningen staan we de
geest vanbinnen toe om naar buiten te treden vanuit de plek waar hij
door de eeuwen heen rustig heeft liggen wachten. We moeten alle belemmeringen
naar het licht van het hogere zelf wegnemen, het licht dat vanbinnen
altijd helder brandt, maar aan de buitenkant vaak slechts een flauw
schijnsel geeft. Plato beschreef dit proces als het ‘ont-vergeten’
van onze weg terug naar de innerlijke bron van kennis en wijsheid. Veel
culturen vergelijken dit proces met het polijsten van een spiegel. Mohammed
zei dat er ‘voor alles een middel is om het te polijsten en het
te ontdoen van roest. Slechts één ding laat het hart glanzen,
namelijk de herinnering aan God.’ Een andere mooie uitdrukking
van het proces van het openbaren van de innerlijke god komt uit het
Chinese boeddhisme, waar een Ch’an meester zegt:
Zoals het de eigenschap van een spiegel is om te
glanzen, evenzo bezitten alle wezens van oorsprong spirituele verlichting.
Wanneer echter begeerten de spiegel van zijn glans beroven, wordt
deze helemaal bedekt, als met stof. Wanneer onder leiding van de meester
(de innerlijke god) verkeerde gedachten worden overwonnen en vernietigd,
treden ze niet langer op de voorgrond. Dan is het intellect verlicht,
in overeenstemming met de aard ervan, en niets blijft onbekend. Het
is als het polijsten van een spiegel . . . –
Tsung Mi
De christelijke mysticus Meister Eckhart sprak in dezelfde bewoordingen:
‘De ziel aanschouwt zichzelf in de spiegel van goddelijkheid.
God zelf is de spiegel, die hij verborgen houdt voor wie hij wil en
onthult aan wie hij wil . . . Hoe meer de ziel in staat is om boven
alle woorden uit te reiken, hoe dichter ze bij de spiegel komt. In deze
spiegel heeft eenwording plaats als een zuiver onverdeeld gelijkzijn.’
Hoe kunnen wij, bewoners van de technologische wereld van de 21ste
eeuw, beginnen met het polijsten van de spiegel van bewustzijn zodat
ons licht fel op de wereld kan schijnen? Het is van het grootste belang
om de spirituele wilskracht te hebben omhoog te reiken naar de innerlijke
god, en er is geen persoon of god buiten ons die dit voor ons kan doen.
Het is niet gepast dat de innerlijke god zich naar beneden richt naar
het niveau van het lagere zelf, maar ons dagelijks bewustzijn zou voortdurend
omhoog moeten reiken. Zoals Katherine Tingley vaak zei, ‘De Goden
wachten op ons’. Maar als de innerlijke god zo machtig is, waarom
is deze opdracht dan zo moeilijk? De godheid in ons is als de zon die
vol glorie schijnt en almachtig is op zijn eigen gebied. Maar op aarde
zoeken zijn stralen niet een of andere plant uit om op te schijnen.
Als we een plant verplaatsen naar waar zonnestralen niet kunnen komen,
zal de zon de plant niet volgen. Zo is het ook met het hogere zelf:
tenzij we ernaartoe worden aangetrokken, zal het persoonlijke ego het
voor het zeggen hebben.
De oude Egyptenaren stelden zich de groei naar de innerlijke god voor
als de avonturen van de ziel in het hiernamaals. Een van deze verhalen,
‘De twee wegen van bevrijding’, vertelt over een ziel die
aankomt bij een tweesprong: hoewel beide wegen naar de verblijfplaats
van de goden leiden, brengt elk daarvan andere ervaringen met zich mee.
De ene weg die over land en water gaat, is die van Osiris die de cyclische
natuur vertegenwoordigt, en deze weg gaat gepaard met vele incarnaties.
De andere loopt door vuur in een rechtstreekse en verkorte doorgang
langs de Weg van Horus, die in veel teksten de goddelijke vonk in ons
hart symboliseert.2 Veel culturen
spreken van een pad naar verdiept geestelijk inzicht door nauw contact
met de innerlijke god, hoewel een dergelijke weg gewoonlijk voor spirituele
‘krijgers’ is, zij die heel dapper van aard zijn. Zij die
succesvol zijn geweest langs de Weg van Horus werden ingewijden van
de mysteriën en werden ‘Zonen van de Zon’ genoemd.
Deze inwijdingsweg biedt de succesvolle kandidaat een snellere goddelijke
eenwording.3
Hoe staat het grootste deel van de mensheid ervoor? Voor de rest van
ons die reizen langs de Weg van Osiris, is het pad langzamer; het gaat
beslist vooruit, maar geleidelijker via de dagelijkse uitdagingen van
vele levens. Wat uiteindelijk wordt bereikt is hetzelfde: het uitstralen
van de hoogste eigenschappen van het spirituele element dat in de aspirerende
ziel ligt opgesloten. Wat zijn enkele van de praktische middelen voor
hen die reizen lang het Pad van Osiris? Laten we eens kijken naar enkele
aloude methoden die in de loop van de geschiedenis steeds zijn onderwezen:
Zuivering: De reis naar het innerlijke zelf begint meestal
met pogingen om zichzelf te reinigen en fysieke technieken kunnen daartoe
behoren, zoals verschillende vormen van yoga, onthouding van stimulerende
middelen, en het eten van voedsel dat zo min mogelijk schade toebrengt
aan onze medeschepselen. Als we niet oppassen kunnen deze pogingen echter
leiden tot een ander soort genotzucht. Na verloop van tijd kan de belangstelling
zich via emotionele en psychische gebieden ontwikkelen van de fysieke
arena naar spirituele ontwikkeling. In een bepaalde fase zal de ziel
zich bewust beginnen te worden van een flauw schijnsel van het innerlijke
spirituele licht. Bij sommige gevoelige mensen kan deze ervaring hen
totaal van streek maken en vaak is er echt lijden van hart en ziel.
Wij leggen belangrijke geloften af aan onszelf: ‘Nu dat ik een
glimp van dit licht heb opgevangen, zal ik mijn best doen om mijn gewoontes
te veranderen en een spiritueler leven leiden’. Maar alles in
en om ons heen lijkt samen te spannen tegen onze beste bedoelingen omdat
de natuur ons direct voor beproevingen stelt om de kracht van ons besluit
te toetsen. Het karma dat meestal over vele levens wordt verspreid kan
ons in een erg korte periode overkomen. We moeten echter niet vergeten
dat onze gelofte, naast tegenwerking, krachten oproept die ons helpen.
Zoals William Q. Judge opmerkt:
Indien u eerlijk en serieus een beroep doet op het
hogere zelf, wordt daardoor een kanaal geopend waardoor alle genadige
invloeden vanuit hogere niveaus binnenstromen. Elke nieuwe poging
wordt beloond met nieuwe kracht; elke stap vooruit geeft nieuwe moed.
. . .
Houd dus moed . . . en houd stand op uw weg wanneer
u tijdens uw eerste stappen op het pad door ontmoedigingen wordt belaagd
. . . Blijf niet stilstaan om te treuren om uw fouten; erken ze en
probeer van elk ervan de les te leren. Word niet zelfingenomen door
uw succes. Dan zult u geleidelijk zelfkennis verwerven, en zelfkennis
zal zich ontwikkelen tot zelfbeheersing. –
Echoes of the Orient 3:288-9
Gebruikmaken van de geestelijke wil: Wanneer we zoeken naar
en werken met de innerlijke god van elke persoon die we ontmoeten, en
niet ontmoedigd raken door een beperkt op zichzelf gericht standpunt,
wordt onze innerlijke god in staat gesteld ons in het dagelijks leven
te leiden. Katherine Tingley vond dat wij onze wil ertoe moeten brengen
om te stromen met ‘die meer edele kant van onze aard die tegen
elke situatie is opgewassen en deze met geduld en moed tegemoet treedt
. . . De kennis ervan wordt niet verkregen op een of andere wereldschokkende
of magische manier – en deze kan niet worden verworven dan door
het opgeven van de gepassioneerde en wellustige aard van een mens ten
gunste van de god binnenin ons’. Dit vertegenwoordigt de kern
van de boodschap van alle wereldreligies – ‘Heb uw naaste
lief gelijk uzelf’. Om te beseffen hoe moeilijk dit is: probeer
vandaag geen enkel persoon of wezen in gedachte of met een handeling
schade toe te brengen, zelfs maar een uur!
Het lezen van het dagelijkse karmische draaiboek: Wij zijn
samengestelde wezens, een maalstroom van krachten uit de grotere levenszee
waarin we zijn gedompeld. Dit feit verklaart vele van de morele dilemma’s
en vreemde grillen van het menselijk gedrag waarmee we allemaal worden
geconfronteerd. De innerlijke god, het blijvende deel van ons, bezielt
de lagere vormen en energieën en stuurt ons geregeld op een bewustwordingsreis
die wij een mensenleven noemen. Terwijl we de uitdagingen van het leven
ervaren, bezorgt het hogere zelf ons nooit een zwaardere last van karmische
lessen dan we aankunnen. De vreugden en de ontberingen waarmee we te
maken krijgen op de Weg van Osiris worden gearrangeerd door het hogere
zelf om ons naar het gewaarworden van de werkelijkheid te leiden. Het
leven is onze leraar, en de praktijk verschaft de juiste reeks omstandigheden
die we nodig hebben om te groeien.
We kunnen ons het leven dat zich van dag tot dag ontrolt, voorstellen
als een ‘karmisch draaiboek’ als we de ogen hebben om dat
te zien. Hoe kunnen we leren gehoor te geven aan de signalen die ons
hogere zelf voortdurend naar ons zendt? Er zijn vele manieren. Verschillende
vormen van concentratie en meditatie wennen ons eraan te luisteren naar
de stem van onze innerlijke god. Het is vooral heilzaam om in de ochtend
de mogelijkheden die deze dag heeft te bieden te verwelkomen en in de
avond terug te blikken op de spirituele lessen die men heeft geleerd.
Er bestaat ook een behoefte aan stilte, een kostbaar goed in de hectische
wereld van vandaag, om daarin de fluisteringen van de Stem van de Stilte
te horen. Zelfs als we het druk hebben met de taken van het moment,
hebben we altijd de gelegenheid een deel van onze mentale energie te
wijden aan het vinden van spirituele aanwijzingen in de vele keuzes
waarvoor we staan.
Verder moeten we, in de woorden van James A. Long, ‘het esoterische
exoterisch maken en het exoterische esoterisch’; dat wil zeggen,
neem filosofische en religieuze leringen serieus en pas ze onmiddellijk
toe op het leven. Het vermogen om het dagelijkse karmische draaiboek
te lezen zal ons in staat stellen om ons beter bewust te zijn van het
innerlijke doel van ons leven dat ons hogere zelf elke seconde op ons
tracht over te brengen, terwijl het ons aanspoort stappen te zetten
op het pad tot meer begrip van de eenheid van Zijn. Er is niets wat
ons hier en nu ervan weerhoudt een leven te leiden dat het inwendige
voorbeeld van volmaaktheid in ons meer benadert.
Ik ken geen beter overzicht van de belangrijkste praktische en filosofische
wegen naar de innerlijke god dan de Bhagavad-Gita. Arjuna,
ofwel iedereen, staat tussen de tegenover elkaar opgestelde legers van
het hogere en lagere zelf en aarzelt om zich te begeven in de onvermijdelijke
strijd om de macht over ons bewustzijn. Krishna, zijn wagenmenner, geeft
hem advies over de verschillende manieren waarop men zich kan identificeren
met het hogere zelf; daartoe behoren goede werken, spirituele kennis,
ascetisme, zelfbedwang, spiritueel inzicht, onderscheid kunnen maken
tussen goddelijke en duivelse wezens, de drie soorten geloof, en andere.
Krishna benadrukt dat al dergelijke paden geldige wegen zijn naar het
hogere zelf, en naargelang de mensen zich oprecht toeleggen op de zoektocht
worden ze spiritueel beloond. Het gaat erom onze plicht te vervullen
zonder aan het resultaat te denken. Het resultaat zal na verloop van
tijd volgen als we doen wat we kunnen. Zoals Krishna zegt: ‘Zoek
deze wijsheid door dienstbaar te zijn, door grondig te zoeken, door
vragen en door nederigheid . . .’
Maar moeten we om ons te identificeren met de innerlijke god de strijd
aangaan met ons lagere zelf? De Bhagavad-Gita en veel mystieke
schrijvers schijnen hierop een bevestigend antwoord te geven en benadrukken
de noodzaak tot onvoorwaardelijke overwinning op het lagere zelf als
we dichter bij de tempel van de god binnenin ons willen komen. Toch
speelt deze ‘strijd’ zich misschien meer af volgens het
transmutatieproces dat wordt beschreven door de alchemisten van middeleeuws
Europa. Zij spraken over het vinden van de steen der wijzen die ons
in staat zou stellen het lood van het lagere zelf te transmuteren in
het goud van het hogere zelf. Volgens De Purucker,
is de beste wijze om de lagere natuur te overwinnen
niet door haar te ‘bevechten’ en te ‘bestrijden’,
waardoor men haar traint en sterk en energiek maakt, maar door te
begrijpen dat ze een deel van uzelf is en door deze vastberaden op
haar plaats te zetten met vastbesloten en onpersoonlijke vriendelijkheid
en zachtheid. Soms en vaak inderdaad de beste manier om hiermee te
beginnen is door haar volledig te negeren en de rug toe te keren.
. . . U verenigt uzelf met de hogere delen van uw natuur, en daardoor
identificeert u zich met de hogere delen van het heelal. –
Dialogues 3:19, 21
Het is heel belangrijk dat we op onze reis naar zelfontdekking stilstaan
bij de vraag waarom we eigenlijk aan deze levensreis zijn begonnen.
Is dit een kosmische vakantie bedoeld voor onze eigen voldoening, of
zijn we van plan andere reizigers de vruchten van onze ontdekkingen
aan te bieden? In haar De Stem van de Stilte maant H.P. Blavatsky
ons om steeds erop te letten de wereld van de spiritueel zelfzuchtigen
te mijden, die de macht en gelukzalige vrede van vereniging met de innerlijke
god alleen voor zichzelf zoeken. Hoewel veel scholen spirituele ontwikkeling
onderwijzen in het eigenbelang en daarbij het lijden van anderen negeren,
werd het pad van mededogen overal bekendgemaakt door de Groten die,
hoewel ze ons ver vooruit waren, stilhielden om hulp te bieden aan allen
die in hun voetsporen traden. Het is ook onze verantwoordelijkheid
om te reizen langs het nog smalle pad naar het hogere zelf, en daarbij
te denken aan onze verantwoordelijkheid voor anderen. We kunnen de lessen
die we leren in voorkomende gevallen onze medemensen aanbieden en helpen
met het opheffen van het verpletterende gewicht van het lijden dat zwaar
op de mensheid drukt, grotendeels veroorzaakt door de onbekendheid van
de mensheid met de wetten van het leven. Als we ons consequent hiervoor
inspannen, zal ons spirituele licht langzamerhand gaan flonkeren, en
vervolgens in de wereld schijnen voor het welzijn van anderen, en we
zullen de essentie van theosofie beginnen te begrijpen.
Noten
- Zie voor een schema dat de verschillende componenten
van de samenstelling van de mens verduidelijkt ‘Het
zelf zoeken’ door Armin Zebrowski, Sunrise, jan/feb 2002,
blz. 7.
- Meer hierover is te vinden in The Ancient Egyptian
Book of the Two Ways, Eng. vert. Leonard H. Lesko, 1972; zie
ook ‘Licht uit het oude Egypte’, I.M. Oderberg, Sunrise,
sept/okt 1985, blz. 167-72, voor meer informatie over de weg van Horus.
- De
Mysteriescholen door de eeuwen heen door Grace F. Knoche
beschrijft dit pad naar de innerlijke god dat door maar enkelen wordt
nagestreefd.