Mysteries van het bewustzijn verkennen
Sarah Belle Dougherty

 

Hoewel bewustzijn aan al onze ervaringen ten grondslag ligt, blijft het met mysterie omgeven. Intuïtie, verbeeldingskracht, emotie, rede, verstand, instinct en creativiteit – maar weinigen van ons zijn in staat een volkomen bevredigende verklaring van ook maar één daarvan te geven hoewel we dagelijks daarmee te maken hebben. Binnenin ons zit echter een bewustzijn dat belangrijk dieper gaat dan de gedachten en gevoelens die we meestal identificeren als ‘onszelf’. Zoals mystici door de eeuwen heen hebben bevestigd, is het bewustzijn dat de diepste kern van ons eigen wezen vormt identiek aan de kern van enig ander wezen en ding. Het verbindt ons met alles en iedereen, omdat het evenzeer de wortel van hun bestaan is.

Maar waarom realiseren we ons dat meestal niet? Gewoonlijk omdat we door de intensiteit van onze zintuiglijke waarnemingen en onze verstandelijke interpretaties daarvan worden overweldigd. Vooral de moderne cultuur kent aan het verstand en het intellect het vermogen toe om uit te maken wat werkelijk bestaat, maar deze prestigieuze status hebben ze niet altijd genoten. De hindoefilosofie bijvoorbeeld classificeert het verstand als de ‘koning van de zintuigen’, wat betekent dat wanneer het verstand niet wordt verlicht door de geest, zijn gewoonten en beperkingen ons veroordelen tot een grotendeels bedrieglijke, door onszelf geschapen wereld, een wereld van illusie (maya). Veel van deze misvattingen en door onszelf opgelegde beperkingen zijn collectief en wijdverbreid, omdat de meeste mensen op ongeveer dezelfde manier beperkingen hebben. Onze uitdaging is om uit deze droomwereld vol zelfbeperking te ontwaken, deze te ontstijgen, en steeds ruimere perspectieven van de werkelijkheid te ontwikkelen.

Wat, kunnen wij ons afvragen, draagt het huidige onderzoek bij aan onze inspanningen en verkenningen op dit gebied? In academische kringen wordt bewustzijn door de meeste onderzoekers nog steeds beschreven als een bijverschijnsel van de biochemische en neurologische complexiteit van het brein, waarmee ze de materialistische benadering van de 20ste eeuw voortzetten. Er zijn echter ook wetenschappers en mensen uit de praktijk die het onderwerp op empirische basis bestuderen en bewijsmateriaal verzamelen dat tot heel andere conclusies leidt. Na het bijeenbrengen en beoordelen van ruim veertig jaar onderzoekswerk kwam psychiater en transpersoonlijk psycholoog Stanislov Grof in The Cosmic Game (1998) [Het kosmische spel] tot de volgende uitspraak:

Recent onderzoek op het terrein van bewustzijn heeft belangrijke gegevens opgeleverd die de grondbeginselen van de eeuwige filosofie ondersteunen. Het heeft onthuld dat er een groots, zinvol ‘ontwerp’ ten grondslag ligt aan de hele schepping en aangetoond dat alles wat bestaat doordrongen is van een hogere intelligentie. In het licht van deze nieuwe ontdekkingen krijgt spiritualiteit de waarde van een belangrijk en rechtmatig streven in het menselijk leven, want het duidt op een essentieel aspect van de menselijke psyche en van het universele wereldplan.    – blz. 3

Het bewijsmateriaal in recente studies over bewustzijn is daarom ‘volkomen in strijd met de meest fundamentele veronderstellingen van de materialistische wetenschap ten aanzien van bewustzijn, de menselijke natuur en de aard van de werkelijkheid. Het geeft duidelijk aan dat bewustzijn geen product van het brein is, maar een primair beginsel van het bestaan en dat het een essentiële rol speelt in de schepping van de wereld van uiterlijke verschijnselen’ (op.cit.). Bewustzijn is hier fundamenteel – zowel voor onszelf als voor al het andere, waaronder de kosmos als geheel – op dezelfde wijze als substantie dat is. Samen vormen ze twee primaire aspecten van een onderliggende realiteit die het bevattingsvermogen van het gemanifesteerde zijn te boven gaat.

De belangrijkste bewering van Grof is misschien wel dat ‘het diepste bereik van de psyche van ieder van ons in essentie samenvalt met al wat bestaat en uiteindelijk identiek is aan het kosmische scheppende beginsel’ (blz. 3). Zoals in een hologram, is elk wezen een microkosmos, een deel van het geheel dat in potentie het voortbrengende Ene in zich bevat. In zekere zin kunnen we ons voorstellen dat het universum zichzelf schept door middel van een daad van kosmische creatieve verbeelding. Ook wij zijn de ideatie van ons diepste zelf en tegelijkertijd blijven we ons voortdurend ontwikkelen door middel van de creatieve visualisaties van ons alledaagse zelf, want verbeeldingsvolle projectie heeft het vermogen om vorm te geven aan de werkelijkheid.

Grofs bewering houdt tevens in dat alles in dit ‘bezielde universum’ zowel subjectief als objectief kan worden ervaren, waaronder ‘alle elementen van de stoffelijke wereld tot en met het hele bereik van het ruimte-tijdcontinuüm’ en ‘verschillende aspecten van andere dimensies van de werkelijkheid, zoals archetypische wezens en mythologische domeinen van het collectief onbewuste’ (blz. 16). Omdat ons bewustzijn alomvattend is en geen beperkingen kent wat betreft bereik en kwaliteit, kunnen we leren door middel van directe, bewuste deelname – door te worden. We hoeven ons niet altijd te beperken tot het zijn van een ‘subject’ dat een ‘object’ onderzoekt.

Maar kan dit soort subjectief, op ervaringsleer gestoeld onderzoek – in de oudheid of in onze tijd – als ‘wetenschap’ worden aangemerkt? Grof meent van wel:

Veel van de grote spirituele stelsels zijn producten van eeuwenlang diepgaand onderzoek van de menselijke psyche en van het menselijke bewustzijn, dat in veel opzichten op wetenschappelijk onderzoek lijkt.

Deze stelsels bieden gedetailleerde instructies met betrekking tot methodes om spirituele ervaringen teweeg te brengen waarop zij hun filosofische speculaties baseren. Zij hebben systematisch gegevens verzameld op basis van deze ervaringen en die zijn onderworpen aan hun collectieve consensusvalidatie, meestal over een periode van vele eeuwen. Dit zijn precies de fasen die noodzakelijk moeten worden doorlopen om op elk wetenschappelijk onderzoeksterrein geldige en betrouwbare kennis te verkrijgen . . .
    – blz. 4

Zulke opmerkingen zijn de voorbode van een toekomstige synthese van moderne wetenschap en meer traditionele spirituele en psychologische kennis. Een dergelijke verbinding zou leiden tot een frisse nieuwe filosofische kijk op het menselijk leven en het universum en niet een terugkeer naar ongegronde religieuze dogmatiek en wetenschappelijke onwetendheid.

Op onze zoektocht naar méér kennis over de mysteries van het bewustzijn heeft ieder van ons als bewuste entiteit het vermogen en de middelen om, als wij dat willen, de natuur in al zijn aspecten te doorgronden. Volgens G. de Purucker kunnen wij voor onszelf ‘die oorspronkelijke waarheid, waaruit alle grote religies en filosofieën oorspronkelijk zijn voortgekomen’ ontdekken en ‘dan weten dat die waarheid tijdloos en onsterfelijk is, en zich toch nestelt in ieder ernstig mensenhart, waar ze op erkenning wacht om haar licht te doen uitstromen in de wachtende geest’. De sleutel tot zowel kennis als wijsheid blijft altijd dezelfde: ‘ken uzelf’ – ons werkelijke zelf – want volledige zelfkennis staat gelijk aan alwetendheid.

 
Wetenschap: psychologie, psychiatrie
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 2002

© 2002 Theosophical University Press Agency