Dogma wordt gedefinieerd als ‘een arrogante verkondiging van
een mening’ (Concise Oxford Dictionary). Ongetwijfeld
staat dit veraf van theosofie, die een onafhankelijk zoekproces naar
waarheid en wijsheid inhoudt. De hoofddoelstelling van de Theosophical
Society is te werken aan een universele broederschap, met mededogen,
tolerantie en liefde. Om succesvol te zijn op deze zoektocht is het
nodig om ernaar te streven dat mysterieuze ‘iets’ te begrijpen
dat groter is dan wij, en toch deel van ons uitmaakt, want dit mysterie
is die allesdoordringende, verbindende factor die ons allen tot broeders
maakt.
Om uitdrukking te geven aan de identiteit van het vele met het Ene,
gebruiken de oude Indiase Upanishads de uitdrukking tat tvam asi,
wat betekent ‘Dat bent u’. Deze weinige woorden erkennen
dat het mysterie dat wij God noemen binnenin ons ligt, ons ware Zelf
is, de vonk die nooit sterft, en dat deze vonk deel is van de atman
of de universele levenskracht die alles in de kosmos doordringt. Omdat
deze eenheid in het hart van alle dingen huist, is universele broederschap
een feit in de natuur en niet slechts een opeenstapeling van lege woorden.
Velen van ons aarzelen misschien om te erkennen dat de goddelijke essentie
binnenin ons woont, in plaats van buiten ons ligt in de vorm van een
almachtige en wraakzuchtige God. Als de goddelijke essentie inderdaad
in het hart van ons hart ligt, dan zijn we zelf verantwoordelijk voor
onze eigen daden. Misschien is dit moeilijk te accepteren. Plotseling
kunnen we niet langer zeggen: ‘Mijn God! Wat heeft u mij aangedaan?’
als er iets misgaat. Over het algemeen hebben de westerse tradities
ons niet erop voorbereid om in onszelf te kijken om het mysterie van
de wereld te kennen en te begrijpen, noch hebben ze ons voorbereid op
de realiteit dat wijzelf waarheid moeten zoeken door onze eigen inspanningen.
Als we door onze eigen inspanningen waarheid willen zoeken, moeten
we niet gebonden zijn aan enig dogma. Dogma’s worden ons door
anderen opgelegd, en ontzeggen ons het geboorterecht om voor onszelf
te denken, en belemmeren daarom onze geestelijke groei. Theosofie erkent
dat alles in het heelal – zowel als in alle andere heelallen die
we geleidelijk leren kennen, waaronder het kleinste atoom – is
doordrongen van één levenskracht. Zoals de dichter en
mysticus William Blake het zei:
Als u in een zandkorrel een wereld ziet
En een hemel in een wilde bloem,
Houd dan de oneindigheid in de palm van uw hand
En ervaar de eeuwigheid in een uur.
Niemand was zich meer bewust van het gevaar van dogmatisme dan de voornaamste
stichter van de Theosophical Society, H.P. Blavatsky. Aan het einde
van De Sleutel tot de Theosofie (blz. 283-4), beantwoordt ze
een vraag over de toekomst van theosofie en zegt over hoeveel kennis
theosofische studenten zouden moeten beschikken om haar in de oorspronkelijke
geest voort te zetten: ‘Ik doel niet op technische kennis van
de esoterische leer, al is die belangrijk; ik sprak eerder over de grote
behoefte aan een onpartijdig en helder oordeel die onze opvolgers in
de leiding van de Society zullen hebben. Al dergelijke pogingen zoals
de Theosophical Society zijn tot nu toe altijd op een mislukking uitgelopen,
omdat ze vroeg of laat tot een sekte zijn gedegenereerd, eigen dogma’s
hebben opgesteld waaraan niet mocht worden getornd, en zo geleidelijk
en bijna onmerkbaar de vitaliteit hebben verloren die alleen de levende
waarheid kan geven.’
In de laatste twee verzen van de scheppingshymne van de Rig-Veda
wordt een begin gemaakt met de zoektocht naar de waarheid die inherent
in ieder mens besloten ligt. Deze hymne begint bijna op dezelfde manier
als het bijbelboek Genesis, tot de laatste twee verzen waarin
wordt gevraagd, ‘Wie weet het nu echt? Wie zal het hier bekendmaken?
Vanwaar werd dit alles voortgebracht? Vanwaar ontstond deze schepping?
De goden kwamen pas daarna, met de schepping van dit heelal. Wie weet
dan vanwaar ze is gekomen? Degene in de hoogste hemel, die op haar neerziet,
alleen hij weet het – of misschien weet hij het niet.’
Er zal een dag komen dat we de waarheden van de natuur door ervaring
uit de eerste hand zullen kennen. Maar die dag zal alleen komen door
onze eigen doelgerichte inspanningen om de waarheid, niet beperkt door
de ketenen van dogma’s, te ontdekken.