Het draaiboek van het dagelijkse karma
Andrew Rooke

 

Van subatomaire deeltjes tot melkwegstelsels geeft de natuur blijk van een indrukwekkende balans zoals bij een groot orkest waarvan ontelbare grondtonen samenvloeien tot de muziek van de sferen. Als we zelfs maar een ogenblik naar deze muziek luisteren, realiseren we ons dat dissonanten uiteindelijk zullen worden opgenomen in de grotere harmonie als een normale voortgang in de ontwikkeling van het geheel. Tegelijk met het opheffen van de disharmonie zullen individuele spelers iets leren van hun fouten en zich afstemmen op het grotere plan van de melodie. Wijzen uit India noemen dit meedogende leerproces karma, de wet van actie en reactie. Sir Edwin Arnold drukte dit op de volgende wijze uit in zijn Het Licht van Azië:

. . . mijn broeders! Ieders leven
is het gevolg van een eerder bestaan;
Vroeger bedreven kwaad brengt leed en zorgen,
Vroegere goede daden leiden tot geluk.      – Boek 8

Als wij spelers zijn in dit goddelijke orkest, waar zijn dan de dirigenten? We zijn samengestelde wezens, een maalstroom van krachten temidden van de grotere levenszee waarin we zijn gedompeld.1 Het blijvende deel van ons, ons hogere zelf, bezielt de stoffelijke vormen en energieën waar we meer vertrouwd mee zijn, en stuurt ons regelmatig eropuit om de reis te maken die we een mensenleven noemen. Als dirigent van onze individuele symfonie brengt het de vreugden en problemen precies in evenwicht, zodat ons begrip aan het eind van elk leven hopelijk zal zijn gegroeid. Onze dagelijkse ervaring hier en nu is, als we er oog voor hebben, een zich van dag tot dag ontrollend karmisch draaiboek of karmische partituur. Het lezen van dit draaiboek stelt ons in staat om een beter begrip te krijgen van het doel dat ons hogere zelf elke seconde probeert duidelijk te maken, terwijl het ons aanspoort op het pad naar een groter bewustzijn van de eenheid van het bestaan. Zoals James A. Long het uitdrukte:

Daarom beginnen we in onze strijd voor een beter begrip te beseffen dat we het vermogen kunnen ontwikkelen het zich ontvouwende karmische draaiboek van ons leven te lezen. Als we daarmee gaan werken, zullen we ontdekken dat we de situaties die zich voordoen, beter aanvoelen en op verstandiger wijze ermee overweg kunnen. We zouden het kunnen zien als een Boek – het Boek der optekeningen zoals de Koran het noemt – waarin ons individuele leven volledig staat vermeld. Elke dag in ons leven, die een bladzijde vormt van zogenaamd karmisch debet en credit, houdt voor ons aanwijzingen in, aansporingen en weerstanden, waarschuwingen van het geweten en zelfs influisteringen van de intuïtie, waarvan we gebruik moeten maken. Wanneer we eenmaal, al is het in geringe mate, het draaiboek van onze dagelijkse ervaringen kunnen lezen, beseffen we nog iets anders, namelijk dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de kwaliteit van de reactie en de kwaliteit van de handeling die haar teweegbracht. Dit wordt niet in finesses voor ons uitgewerkt, maar als we ons ervan bewust blijven dat onze belangrijkste taak tenslotte de volledige ontplooiing is van de goddelijke waarden die in ons liggen besloten, zullen we ook gaan beseffen dat het proces van het omzetten van het lagere door het hogere zelf gepaard moet gaan met het aanhoudende streven om in alle omstandigheden onze houding te verbeteren.
     – Mens, vonk der eeuwigheid, blz. 28-9

Religieuze en filosofische leraren hebben verschillende gezichtspunten aangereikt om ons vermogen te ontwikkelen om dit draaiboek van het dagelijkse karma te lezen. Het bespreken van een paar van deze wegwijzers zal misschien een stimulans zijn voor onze eigen inspanningen.

Het ontwikkelen van positieve opvattingen: In deze tijd van onzekerheid over het wereldgebeuren ontstaat gemakkelijk de gewoonte om in beslag te worden genomen door de meer donkere kanten van het bestaan. Om niettemin de patronen van het draaiboek van het dagelijkse karma te kunnen onderscheiden – die ons hogere zelf ons probeert duidelijk te maken – zouden we een positieve instelling moeten hebben ten opzichte van onze ervaringen. In plaats van te vragen ‘Waarom ik?’ zouden we de gewoonte kunnen ontwikkelen om te vragen welke mogelijkheid ons innerlijke zelf ons biedt om te leren. We zouden kunnen beginnen met het zoeken naar het beste aspect van iedere persoon en situatie, en niet in negatieve zin denken en spreken over anderen en de toestand in de wereld. Een vriend heeft deze gewoonte eens beschreven als het zoeken naar ‘St. Joris en niet de draak’ in alles wat we tegenkomen. Dit is geen gemakkelijke opdracht als de mensen of problemen die ons het meest ergeren dicht bij ons staan en er geen gemakkelijke manier is om ons eraan te onttrekken.

Eén simpele gewoonte die we in praktijk kunnen brengen om te helpen een positieve instelling krachtiger te maken is elke dag welkom te heten omwille van de unieke kansen die deze biedt, en ’s avonds te overdenken wat we van de activiteiten van die dag hebben geleerd. In zulke vredige uren kunnen we een serieuze poging doen om onszelf te ontdoen van zelfzuchtige en ergerlijke gedachten, gekwetste gevoelens, en het geruzie en de stress van ons bestaan, waarbij we de volgende woorden van Marcus Aurelius in gedachten houden:

Eerbiedig in het universum datgene wat het hoogste is: namelijk, Datgene dat door al het andere wordt bijgestaan, en dat aan alles de wet stelt. Eerbiedig op dezelfde wijze het hoogste in jezelf: het vormt één geheel met het Andere, aangezien ook in jezelf datgene is dat door al het overige wordt bijgestaan, en waardoor je leven richting krijgt.      – Meditaties 5:21 (naar Eng. vert. Maxwell Staniforth)

Laten we in de beslotenheid van ons diepste wezen onze gelofte vernieuwen om overeenkomstig het beste in ons te leven en elke dag te werken aan de vooruitgang van alle volkeren, ongeacht hoe zij zich tegenover ons hebben gedragen.

Zelf verantwoordelijkheid nemen: Laten we, in plaats van voortdurend andere mensen, de regering, God, of het lot de schuld te geven voor de moeilijkheden die ons overkomen, hierbij een ogenblik stilstaan en bedenken dat wijzelf de omstandigheden van ons leven hebben voortgebracht. De keuzes die wij vandaag of in het verre verleden hebben gemaakt, hebben ons nu in moeilijke of plezierige omstandigheden gebracht. We zouden ook moeten bedenken dat we deel uitmaken van een grotere omgeving – families, volkeren, rassen, aarde en kosmos – en in vorige levens een aandeel hebben gehad in het veroorzaken van de huidige toestand van de wereld toen we misschien niet met zoveel verantwoordelijkheidsgevoel leefden als we nu proberen te doen. Zulke overwegingen helpen ons een zekere mate van acceptatie te ontwikkelen van de omstandigheden, en moedigen ons aan lessen te distilleren uit alle aspecten van het leven terwijl we ons best doen om het lijden te verlichten dat we om ons heen zien. Een dergelijke benadering brengt met zich mee dat we geduld, evenwicht, begrip en verdraagzaamheid gaan ontwikkelen wat echter niet gemakkelijk is, vooral wanneer de waarden van agressief eigenbelang en de nadruk op de uiterlijke omstandigheden van het leven door onze beschaving hoog worden gewaardeerd.

We moeten ook niet vergeten dat de kracht van een innerlijke gelofte om overeenkomstig het hoogste in onszelf te leven een versnelling van karmische uitdagingen kan uitlokken waarin we kunnen bewijzen dat zo’n belofte niet ongegrond is. Het natuurlijke resultaat van religieuze en morele oprechtheid houdt vaak helemaal niet een beschermd leven in: we kunnen ons in uiterlijk moeilijke omstandigheden bevinden die, mits met succes tegemoet getreden, kunnen helpen ons innerlijk sterker te maken. De boeddhistische monnik Sogyal Rinpoche sprak hierover op zijn eigen unieke manier:

Wanneer je je op het spirituele pad begeeft, wanneer het werkelijk diep gaat, komen er soms veel dingen naar boven. Daarom vertel ik mijn leerlingen altijd dat het heel belangrijk is om te bedenken dat dit proces slechts een zuivering is, en dat ze niet moeten opgeven. . . . Als je het vuil uit jezelf boent, wordt het smeriger dan het aanvankelijk was. Maar als je halverwege stopt, wordt het erger! Wanneer ik vuile sokken was, vind ik het daarom heerlijk als het vuil eruit komt, omdat ik dan weet dat ze worden gereinigd.

In die zin wordt al het lijden gezien, omdat we het leven niet alleen beschouwen in relatie tot dit leven, maar altijd als verbonden met het leven ervoor; wat we in het verleden ook hebben gedaan, in dat karma, of in dit leven, wordt door de werkelijk krachtige leringen soms aangewakkerd en naar de oppervlakte gebracht. Als je werkelijk in staat bent om dat onder ogen te zien en er op zinvolle wijze mee weet om te gaan, kun je in feite een eind maken aan veel negatief karma waaronder je anders misschien zou moeten lijden of dat je gedurende vele levens zou moeten ervaren. We kunnen er een eind aan maken. Wij zien het lijden als het beëindigen van een bepaald patroon.      – Parabola (18:1) lente 1993, blz. 95

Als zulke beproevingen met een positieve instelling onder ogen worden gezien, hebben deze een versterkt potentieel om ons lessen te leren die we in gemakkelijker omstandigheden misschien over het hoofd zouden hebben gezien. Ziekte, ongemak of economische tegenspoed, bijvoorbeeld, kunnen nieuwe perspectieven openen waarvan we ons voorheen volstrekt niet bewust waren en die het ons mogelijk maken ons in te leven in anderen.

Een gevoel voor humor: Laten we dit bijzonder krachtige hulpmiddel niet vergeten. Als we de grappige kant van moeilijke situaties of mensen kunnen zien, kunnen we gemakkelijker ons evenwicht bewaren en niet verwikkeld raken in de negatieve kanten. Wetenschappers vertellen ons dat lachen de ingebouwde mechanismen van het lichaam, die helpen bij genezing en gezond zijn, activeert. We weten allemaal hoe het ons opfleurt als iemand ons in moeilijke tijden aan het lachen maakt. Veel van de religieuze leraren in de wereld blijken zo’n luchtige manier van doen te hebben. De Dalai Lama onderbreekt zijn lezingen van tijd tot tijd met grappige opmerkingen, zelfs als hij ogenschijnlijk droevige onderwerpen bespreekt. Het is niet altijd gepast om over filosofie te praten als wij of anderen moeite hebben om het leven aan te kunnen. Maar we kunnen proberen een positieve houding te bewaren en op het juiste moment een luchtig gesprek te voeren of een blij gezicht te laten zien, wat meer kan helpen dan al de filosofieboeken onder de zon.

Dharma: Dharma, afgeleid van het Sanskriet dhri, betekent ‘ware religie’, ‘rechtvaardigheid’, ‘gedrag’, ‘plicht’, evenals de essentiële eigenschappen, het kenmerkende of individuele van ieders eigen manier van leren. Ieder van ons heeft onze gewone plichten met betrekking tot levensonderhoud, gedrag en relaties die voor ons in elk leven worden gedicteerd door ons hogere zelf. De een beoefent misschien de dharma van een arts, een ander die van een arbeider of een huisvrouw, waarbij elk van die beroepen de gelegenheid biedt tot ervaring voor de ziel die geschikt is voor die persoon. Onze plicht tegenover onszelf en anderen is om zo goed we kunnen te voldoen aan de behoeften van elke dagelijkse situatie, hoe bescheiden ook, zonder ons te bekommeren om het resultaat van onze handelingen. Op deze wijze ontwikkelen we geleidelijk aan een karaktersterkte die ons in staat stelt ons in te leven in anderen en hun manier van leren.

De Gouden Treden: Een van H.P. Blavatsky’s leraren gaf voortreffelijk advies dat betrekking heeft op het ontwikkelen van meer begrip en het vermogen dienstbaar te zijn:

Zie de waarheid vóór u: een rein leven, een open geest, een zuiver hart, een scherp intellect, een ongesluierd geestelijk inzicht, een broederlijk gevoel voor uw medeleerling, een bereidheid raad en onderricht te geven en te ontvangen, een loyaal gevoel van plicht tegenover de leraar, de bereidheid gehoor te geven aan wat de waarheid van ons verlangt, wanneer we eenmaal ons vertrouwen daarin hebben gesteld en geloven dat de leraar die waarheid bezit; persoonlijk onrecht moedig gaan verdragen, dapper uitkomen voor beginselen, het moedig verdedigen van mensen die onrechtvaardig worden aangevallen, en de blik voortdurend gericht houden op het ideaal van vooruitgang en vervolmaking van de mens zoals door de geheime wetenschap (guptavidya) wordt geschetst – dit zijn de gulden treden van de trap waarlangs de leerling kan opklimmen naar de tempel van goddelijke wijsheid.
      – H.P. Blavatsky, Collected Writings 12:503

Het vermogen om het draaiboek van het dagelijkse karma nauwkeurig te lezen komt voort uit een verlichte houding ten opzichte van het leven. Door de belangen waarop we zijn gericht te verschuiven van lagere naar hogere aspecten, stemmen we onszelf langzaam af op de natuurlijke staat van universele harmonie. Dit vereist moed omdat we onszelf moeten aanvaarden zoals we werkelijk zijn en bereid moeten zijn datgene te verdedigen waarvan we geloven dat het juist is, en niet onze ideeën op het niveau van de theoretische discussie te laten. Door verstandig en oplettend uit te zien naar de lessen die het leven ons probeert te leren, zal ons vermogen toenemen om het evenwicht in de natuur en in onszelf zichtbaar te maken, en ook onze mogelijkheden om anderen te helpen en een groter begrip te hebben voor de mysteries van het leven. Op deze wijze voegen we onze energie toe aan de positieve krachten die de mensheid beschermen en bewaken.

 

Noot

  1. Zie ‘De zeven beginselen van de mens’, Sunrise, sept/okt 2001 voor meer bijzonderheden over onze innerlijke samenstelling.
 
Andere artikelen over karma, lot, vrije wil
 

Uit het tijdschrift Sunrise maart/april 2003

© 2003 Theosophical University Press Agency