Van subatomaire deeltjes tot melkwegstelsels geeft de natuur blijk
van een indrukwekkende balans zoals bij een groot orkest waarvan ontelbare
grondtonen samenvloeien tot de muziek van de sferen. Als we zelfs maar
een ogenblik naar deze muziek luisteren, realiseren we ons dat dissonanten
uiteindelijk zullen worden opgenomen in de grotere harmonie als een
normale voortgang in de ontwikkeling van het geheel. Tegelijk met het
opheffen van de disharmonie zullen individuele spelers iets leren van
hun fouten en zich afstemmen op het grotere plan van de melodie. Wijzen
uit India noemen dit meedogende leerproces karma, de wet van
actie en reactie. Sir Edwin Arnold drukte dit op de volgende wijze uit
in zijn Het Licht van Azië:
. . . mijn broeders! Ieders leven
is het gevolg van een eerder bestaan;
Vroeger bedreven kwaad brengt leed en zorgen,
Vroegere goede daden leiden tot geluk. –
Boek 8
Als wij spelers zijn in dit goddelijke orkest, waar zijn dan de dirigenten?
We zijn samengestelde wezens, een maalstroom van krachten temidden van
de grotere levenszee waarin we zijn gedompeld.1
Het blijvende deel van ons, ons hogere zelf, bezielt de stoffelijke
vormen en energieën waar we meer vertrouwd mee zijn, en stuurt
ons regelmatig eropuit om de reis te maken die we een mensenleven noemen.
Als dirigent van onze individuele symfonie brengt het de vreugden en
problemen precies in evenwicht, zodat ons begrip aan het eind van elk
leven hopelijk zal zijn gegroeid. Onze dagelijkse ervaring hier en nu
is, als we er oog voor hebben, een zich van dag tot dag ontrollend karmisch
draaiboek of karmische partituur. Het lezen van dit draaiboek stelt
ons in staat om een beter begrip te krijgen van het doel dat ons hogere
zelf elke seconde probeert duidelijk te maken, terwijl het ons aanspoort
op het pad naar een groter bewustzijn van de eenheid van het bestaan.
Zoals James A. Long het uitdrukte:
Daarom beginnen we in onze strijd voor een beter
begrip te beseffen dat we het vermogen kunnen ontwikkelen het zich
ontvouwende karmische draaiboek van ons leven te lezen. Als we daarmee
gaan werken, zullen we ontdekken dat we de situaties die zich voordoen,
beter aanvoelen en op verstandiger wijze ermee overweg kunnen. We
zouden het kunnen zien als een Boek – het Boek der optekeningen
zoals de Koran het noemt – waarin ons individuele leven volledig
staat vermeld. Elke dag in ons leven, die een bladzijde vormt van
zogenaamd karmisch debet en credit, houdt voor ons aanwijzingen in,
aansporingen en weerstanden, waarschuwingen van het geweten en zelfs
influisteringen van de intuïtie, waarvan we gebruik moeten maken.
Wanneer we eenmaal, al is het in geringe mate, het draaiboek van onze
dagelijkse ervaringen kunnen lezen, beseffen we nog iets anders, namelijk
dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de kwaliteit van de
reactie en de kwaliteit van de handeling die haar teweegbracht. Dit
wordt niet in finesses voor ons uitgewerkt, maar als we ons ervan
bewust blijven dat onze belangrijkste taak tenslotte de volledige
ontplooiing is van de goddelijke waarden die in ons liggen besloten,
zullen we ook gaan beseffen dat het proces van het omzetten van het
lagere door het hogere zelf gepaard moet gaan met het aanhoudende
streven om in alle omstandigheden onze houding te verbeteren.
– Mens,
vonk der eeuwigheid, blz. 28-9
Religieuze en filosofische leraren hebben verschillende gezichtspunten
aangereikt om ons vermogen te ontwikkelen om dit draaiboek van het dagelijkse
karma te lezen. Het bespreken van een paar van deze wegwijzers zal misschien
een stimulans zijn voor onze eigen inspanningen.
Het ontwikkelen van positieve opvattingen: In deze
tijd van onzekerheid over het wereldgebeuren ontstaat gemakkelijk de
gewoonte om in beslag te worden genomen door de meer donkere kanten
van het bestaan. Om niettemin de patronen van het draaiboek van het
dagelijkse karma te kunnen onderscheiden – die ons hogere zelf
ons probeert duidelijk te maken – zouden we een positieve instelling
moeten hebben ten opzichte van onze ervaringen. In plaats van te vragen
‘Waarom ik?’ zouden we de gewoonte kunnen ontwikkelen om
te vragen welke mogelijkheid ons innerlijke zelf ons biedt om te leren.
We zouden kunnen beginnen met het zoeken naar het beste aspect van iedere
persoon en situatie, en niet in negatieve zin denken en spreken over
anderen en de toestand in de wereld. Een vriend heeft deze gewoonte
eens beschreven als het zoeken naar ‘St. Joris en niet de draak’
in alles wat we tegenkomen. Dit is geen gemakkelijke opdracht als de
mensen of problemen die ons het meest ergeren dicht bij ons staan en
er geen gemakkelijke manier is om ons eraan te onttrekken.
Eén simpele gewoonte die we in praktijk kunnen brengen om te
helpen een positieve instelling krachtiger te maken is elke dag welkom
te heten omwille van de unieke kansen die deze biedt, en ’s avonds
te overdenken wat we van de activiteiten van die dag hebben geleerd.
In zulke vredige uren kunnen we een serieuze poging doen om onszelf
te ontdoen van zelfzuchtige en ergerlijke gedachten, gekwetste gevoelens,
en het geruzie en de stress van ons bestaan, waarbij we de volgende
woorden van Marcus Aurelius in gedachten houden:
Eerbiedig in het universum datgene wat het hoogste
is: namelijk, Datgene dat door al het andere wordt bijgestaan, en
dat aan alles de wet stelt. Eerbiedig op dezelfde wijze het hoogste
in jezelf: het vormt één geheel met het Andere, aangezien
ook in jezelf datgene is dat door al het overige wordt bijgestaan,
en waardoor je leven richting krijgt. –
Meditaties 5:21 (naar Eng. vert. Maxwell Staniforth)
Laten we in de beslotenheid van ons diepste wezen onze gelofte vernieuwen
om overeenkomstig het beste in ons te leven en elke dag te werken aan
de vooruitgang van alle volkeren, ongeacht hoe zij zich tegenover ons
hebben gedragen.
Zelf verantwoordelijkheid nemen: Laten we, in plaats
van voortdurend andere mensen, de regering, God, of het lot de schuld
te geven voor de moeilijkheden die ons overkomen, hierbij een ogenblik
stilstaan en bedenken dat wijzelf de omstandigheden van ons leven hebben
voortgebracht. De keuzes die wij vandaag of in het verre verleden hebben
gemaakt, hebben ons nu in moeilijke of plezierige omstandigheden gebracht.
We zouden ook moeten bedenken dat we deel uitmaken van een grotere omgeving
– families, volkeren, rassen, aarde en kosmos – en in vorige
levens een aandeel hebben gehad in het veroorzaken van de huidige toestand
van de wereld toen we misschien niet met zoveel verantwoordelijkheidsgevoel
leefden als we nu proberen te doen. Zulke overwegingen helpen ons een
zekere mate van acceptatie te ontwikkelen van de omstandigheden, en
moedigen ons aan lessen te distilleren uit alle aspecten van het leven
terwijl we ons best doen om het lijden te verlichten dat we om ons heen
zien. Een dergelijke benadering brengt met zich mee dat we geduld, evenwicht,
begrip en verdraagzaamheid gaan ontwikkelen wat echter niet gemakkelijk
is, vooral wanneer de waarden van agressief eigenbelang en de nadruk
op de uiterlijke omstandigheden van het leven door onze beschaving hoog
worden gewaardeerd.
We moeten ook niet vergeten dat de kracht van een innerlijke gelofte
om overeenkomstig het hoogste in onszelf te leven een versnelling van
karmische uitdagingen kan uitlokken waarin we kunnen bewijzen dat zo’n
belofte niet ongegrond is. Het natuurlijke resultaat van religieuze
en morele oprechtheid houdt vaak helemaal niet een beschermd leven in:
we kunnen ons in uiterlijk moeilijke omstandigheden bevinden die, mits
met succes tegemoet getreden, kunnen helpen ons innerlijk sterker te
maken. De boeddhistische monnik Sogyal Rinpoche sprak hierover op zijn
eigen unieke manier:
Wanneer je je op het spirituele pad begeeft, wanneer
het werkelijk diep gaat, komen er soms veel dingen naar boven. Daarom
vertel ik mijn leerlingen altijd dat het heel belangrijk is om te
bedenken dat dit proces slechts een zuivering is, en dat ze niet moeten
opgeven. . . . Als je het vuil uit jezelf boent, wordt het smeriger
dan het aanvankelijk was. Maar als je halverwege stopt, wordt het
erger! Wanneer ik vuile sokken was, vind ik het daarom heerlijk als
het vuil eruit komt, omdat ik dan weet dat ze worden gereinigd.
In die zin wordt al het lijden gezien, omdat we het
leven niet alleen beschouwen in relatie tot dit leven, maar altijd
als verbonden met het leven ervoor; wat we in het verleden ook hebben
gedaan, in dat karma, of in dit leven, wordt door de werkelijk krachtige
leringen soms aangewakkerd en naar de oppervlakte gebracht. Als je
werkelijk in staat bent om dat onder ogen te zien en er op zinvolle
wijze mee weet om te gaan, kun je in feite een eind maken aan veel
negatief karma waaronder je anders misschien zou moeten lijden of
dat je gedurende vele levens zou moeten ervaren. We kunnen er een
eind aan maken. Wij zien het lijden als het beëindigen van een
bepaald patroon. – Parabola
(18:1) lente 1993, blz. 95
Als zulke beproevingen met een positieve instelling onder ogen worden
gezien, hebben deze een versterkt potentieel om ons lessen te leren
die we in gemakkelijker omstandigheden misschien over het hoofd zouden
hebben gezien. Ziekte, ongemak of economische tegenspoed, bijvoorbeeld,
kunnen nieuwe perspectieven openen waarvan we ons voorheen volstrekt
niet bewust waren en die het ons mogelijk maken ons in te leven in anderen.
Een gevoel voor humor: Laten we dit bijzonder krachtige
hulpmiddel niet vergeten. Als we de grappige kant van moeilijke situaties
of mensen kunnen zien, kunnen we gemakkelijker ons evenwicht bewaren
en niet verwikkeld raken in de negatieve kanten. Wetenschappers vertellen
ons dat lachen de ingebouwde mechanismen van het lichaam, die helpen
bij genezing en gezond zijn, activeert. We weten allemaal hoe het ons
opfleurt als iemand ons in moeilijke tijden aan het lachen maakt. Veel
van de religieuze leraren in de wereld blijken zo’n luchtige manier
van doen te hebben. De Dalai Lama onderbreekt zijn lezingen van tijd
tot tijd met grappige opmerkingen, zelfs als hij ogenschijnlijk droevige
onderwerpen bespreekt. Het is niet altijd gepast om over filosofie te
praten als wij of anderen moeite hebben om het leven aan te kunnen.
Maar we kunnen proberen een positieve houding te bewaren en op het juiste
moment een luchtig gesprek te voeren of een blij gezicht te laten zien,
wat meer kan helpen dan al de filosofieboeken onder de zon.
Dharma: Dharma, afgeleid van het Sanskriet
dhri, betekent ‘ware religie’, ‘rechtvaardigheid’,
‘gedrag’, ‘plicht’, evenals de essentiële
eigenschappen, het kenmerkende of individuele van ieders eigen manier
van leren. Ieder van ons heeft onze gewone plichten met betrekking tot
levensonderhoud, gedrag en relaties die voor ons in elk leven worden
gedicteerd door ons hogere zelf. De een beoefent misschien de dharma
van een arts, een ander die van een arbeider of een huisvrouw, waarbij
elk van die beroepen de gelegenheid biedt tot ervaring voor de ziel
die geschikt is voor die persoon. Onze plicht tegenover onszelf en anderen
is om zo goed we kunnen te voldoen aan de behoeften van elke dagelijkse
situatie, hoe bescheiden ook, zonder ons te bekommeren om het resultaat
van onze handelingen. Op deze wijze ontwikkelen we geleidelijk aan een
karaktersterkte die ons in staat stelt ons in te leven in anderen en
hun manier van leren.
De Gouden Treden: Een van H.P. Blavatsky’s leraren
gaf voortreffelijk advies dat betrekking heeft op het ontwikkelen van
meer begrip en het vermogen dienstbaar te zijn:
Zie de waarheid vóór u: een rein leven,
een open geest, een zuiver hart, een scherp intellect, een ongesluierd
geestelijk inzicht, een broederlijk gevoel voor uw medeleerling, een
bereidheid raad en onderricht te geven en te ontvangen, een loyaal
gevoel van plicht tegenover de leraar, de bereidheid gehoor te geven
aan wat de waarheid van ons verlangt, wanneer we eenmaal ons vertrouwen
daarin hebben gesteld en geloven dat de leraar die waarheid bezit;
persoonlijk onrecht moedig gaan verdragen, dapper uitkomen voor beginselen,
het moedig verdedigen van mensen die onrechtvaardig worden aangevallen,
en de blik voortdurend gericht houden op het ideaal van vooruitgang
en vervolmaking van de mens zoals door de geheime wetenschap (guptavidya)
wordt geschetst – dit zijn de gulden treden van de trap waarlangs
de leerling kan opklimmen naar de tempel van goddelijke wijsheid.
– H.P. Blavatsky, Collected Writings
12:503
Het vermogen om het draaiboek van het dagelijkse karma nauwkeurig te
lezen komt voort uit een verlichte houding ten opzichte van het leven.
Door de belangen waarop we zijn gericht te verschuiven van lagere naar
hogere aspecten, stemmen we onszelf langzaam af op de natuurlijke staat
van universele harmonie. Dit vereist moed omdat we onszelf moeten aanvaarden
zoals we werkelijk zijn en bereid moeten zijn datgene te verdedigen
waarvan we geloven dat het juist is, en niet onze ideeën op het
niveau van de theoretische discussie te laten. Door verstandig en oplettend
uit te zien naar de lessen die het leven ons probeert te leren, zal
ons vermogen toenemen om het evenwicht in de natuur en in onszelf zichtbaar
te maken, en ook onze mogelijkheden om anderen te helpen en een groter
begrip te hebben voor de mysteries van het leven. Op deze wijze voegen
we onze energie toe aan de positieve krachten die de mensheid beschermen
en bewaken.
Noot
- Zie ‘De zeven beginselen van de mens’,
Sunrise,
sept/okt 2001 voor meer bijzonderheden over onze innerlijke samenstelling.