Bestaat er zoiets als een lotsbestemming? Zo ja, is het dan een onherroepelijk
lot, of heeft de mens het vermogen om er weerstand aan te bieden? Wetenschappelijke
speculatie neigt vaak naar een onbuigzame, mechanische interpretatie
van de natuurwetten, die vaak zijn gebaseerd op zeer beperkte wiskundige
beginselen; en we proberen hetzelfde onbuigzame schema toe te passen
op het menselijke leven. Sommigen hebben geprobeerd de natuur weer te
geven door een systeem van oorzaken verbonden met gevolgen dat, wanneer
het eenmaal in werking is gezet (wie weet op wat voor manier?), automatisch
doorgaat, zoals een machine zonder tussenkomst van enige invloeden van
buiten het systeem. Maar we merken bijvoorbeeld dat de ziel in een plant
de inertie van de materie opzijzet en er een geheel nieuwe verzameling
van wetten aan oplegt, die resulteren in het leven en de schoonheid
die we overal om ons heen waarnemen. En in het dier komt een nog vrijere
wil in het spel, waarbij nog hogere en minder voorspelbare wetten worden
geïntroduceerd. In de mens is er een veel groter vermogen van onafhankelijkheid,
en het is misschien oneindig veel groter dan de meesten van ons denken.
Niet alleen plaatst zijn intellect hem boven alle lagere rijken, maar
er is ook iets in hem dat zelfs het intellect te boven gaat.
De ene mens kan aan een moeilijkheid betrekkelijk gemakkelijk het hoofd
bieden, terwijl een ander door dezelfde omstandigheid kan worden verpletterd.
Betekent dit dat er niet zoiets als een noodlot bestaat? Ik betwijfel
of we het probleem van de vrije wil ooit volledig zullen oplossen, want
we kunnen niets absoluut oplossen, maar wel relatief. Het lijkt zo dat
een dier vrij is ten opzichte van bepaalde wetten die de rijken beneden
zijn eigen rijk beperken; maar toch is het dier onderworpen aan wetten
die zijn eigen rijk beperkt. En evenzo heeft de mens vrijheid met betrekking
tot veel zaken waardoor de dieren aan banden worden gelegd, maar is
beperkt door de regels die voor het mensenrijk gelden. We kunnen hier
echter niet stoppen met ons betoog, want onze toelichting is erg onvolledig.
De menselijke natuur is niet onveranderlijk maar zeer flexibel, en het
karakter van de mens biedt zeer veel mogelijkheden, zowel verheven als
lage. Er zijn verschillende graden van intelligentie, en daardoor net
zoveel graden van onafhankelijkheid, variërend van de meest basale
soort van persoon die zich in een zeer beperkte kring van gewoonten
en eigenschappen beweegt, tot aan het meest hoogstaande en door zelfontwikkeling
gevorderde individu dat veel van zijn gewoonten en vermogens kan onderwerpen
aan de kracht van zijn wil geleid door innerlijke beginselen. Terwijl
het dus onmogelijk is om zich een absoluut vrije wil – die door
geen enkele wet wordt beperkt – voor te stellen behalve dan als
absolute chaos, is het gemakkelijk genoeg om zich een wil voor te stellen
die een hogere wet volgt, en daarmee alle lagere wetten beheerst. Het
lijkt op een wagenmenner die, in plaats van rampzalig passief toe te
zien hoe de paarden hem daarheen sleuren waar ze maar willen, de paarden
leidt en hen laat gaan waarheen hij wil. Hij wordt geleid door zijn
eigen plan, en niet door de grillen van zijn rossen.
Hoewel fatalisten erkennen dat de wil van de mens ten opzichte van
die van de dieren relatief vrij is, zeggen ze dat de mens niettemin
gebonden is door een oneindige keten van zijn eigen ideeën en neigingen,
die elkaar voortbrengen en zodoende een netwerk van oorzaken en gevolgen
vormen waaruit hij zich niet kan bevrijden. Ik ben het met dit standpunt
oneens. Het feit dat de mens over zo’n idee kan nadenken, zo’n
idee kan poneren – suggereert dit niet dat zijn denkvermogen een
eigenschap bezit waardoor het zich, in ieder geval gedeeltelijk, buiten
dat netwerk bevindt? Heeft het zelfbewuste denkvermogen niet een onbepaalbare
kwaliteit waardoor we het niet slechts als een factor in een wetenschappelijke
vergelijking kunnen gebruiken, of er een willoze schakel in zo’n
keten van oorzaak en gevolg van kunnen maken? Als dit zo is, dan moet
het denkvermogen in staat zijn om op elk moment nieuwe en onvoorziene
eigenschappen te ontplooien die iedere berekening zou ondermijnen. Een
wetenschapper ontwikkelt formules en vergelijkingen die weergeven wat
hij over de natuurkrachten weet; maar wanneer hij nieuwe bronnen ontdekt,
moet hij zijn berekeningen aanpassen en ze weer kloppend maken. Op dezelfde
manier kan een fatalist een systeem voorspellen, maar hij moet bereid
zijn dit weer te veranderen zodra nieuwe factoren dit noodzakelijk maken
– en dat zal veelvuldig zijn!
Uit het voorafgaande lijkt het logisch om aan te nemen dat noodlot
slechts de naam is die we aan dat legioen van sterke krachten hebben
gegeven dat we zelf in beweging hebben gezet, een netwerk dat bestaat
uit onze verzamelde motieven, begeerten, en handelingen uit het verleden.
We hebben dit web voor onszelf geweven, maar het is niet absoluut bindend,
omdat dezelfde wil die de krachten in beweging heeft gebracht er ook
weer tegenstand aan kan bieden; hetzelfde denkvermogen dat ze heeft
gepland kan reageren op de resultaten ervan. Bovendien werkt de keten
van oorzaak en gevolg of karma op vele gebieden. Een mens heeft fysiek
karma, mentaal, psychisch, moreel en spiritueel karma. Dus lijkt het
vooraf bepalen van iemands toekomstige gedrag of lot op een wiskundig
probleem van verbijsterende complexiteit. Een helderziende zou bij benadering
een schatting kunnen maken van wat iemands gedrag waarschijnlijk zal
zijn onder bepaalde omstandigheden, vooral wanneer dat individu een
eenvoudige aard heeft waarbij zijn mentale vermogens nog grotendeels
latent zijn; maar de moeilijkheden nemen naar verhouding oneindig toe
wanneer iemands latente vermogens zich gaan ontvouwen.
Sommigen kunnen beweren dat ons lot in de sterren staat geschreven,
maar zelfs de meest toegewijde astroloog moet erkennen dat de mens voor
een groot gedeelte niet aan deze invloeden is onderworpen – waarom
zou men hem anders waarschuwen? Als de sterrenbeelden bindend waren,
zou advies zinloos zijn. Advies geven betekent toegeven dat de aanwijzingen
niet bindend zijn, dat er tegenstand aan kan worden geboden. Pythagoras
raadde ons aan wiskunde te gaan studeren, en een van de dingen die ik
daar heb gevonden is dat een punt, dat vrij is om te bewegen waarheen
het wil, zolang het zich niet méér dan een bepaalde afstand
verwijdert van een ander punt of dichter daarbij komt, een bolvorm voortbrengt
rond dat punt. Maar wanneer deze beperking wordt opgeheven en een andere
voorwaarde wordt opgelegd, dan zal de meetkundige figuur die wordt voortgebracht
niet langer een bol zijn. Dit geldt ook voor de mens: voordat we zijn
gedrag of lot kunnen voorspellen, moeten we de wetten kennen die hem
beheersen.
Een grotere kennis onthult andere wetten aan de mens dan die welke
hij tot nu toe heeft gevolgd; zijn vermogen om te kiezen geeft hem de
mogelijkheid deze nieuwe wetten te volgen en uit te stijgen boven veel
dingen die hem vroeger misschien beperkten. Het algemene principe is
dat we aan de slavernij van de krachten die ons beheersen – welke
dat ook zijn – kunnen ontkomen door de hulp in te roepen van de
hogere krachten in ons. We kunnen bijvoorbeeld de edeler eigenschap
van de wil inroepen om onze lagere neigingen te overwinnen, en onze
kracht te vinden in het verhevener deel van onze natuur. Het is waar
dat het gevaar bestaat dat we door het zoeken van hulp van binnenuit
slechts een subtielere vorm van egoïsme aanroepen. Zij die niet
zorgvuldig zijn met hun basismotieven, en slechts puur persoonlijk gewin
zoeken, zullen zich geketend zien door juist die neigingen waarvan de
oprechte waarheidszoeker zich wil bevrijden. Want vooral de zelfzucht
in zijn vele en verschillende vormen bindt de mens aan de keten van
oorzaak en gevolg; en door hier bovenuit te stijgen verenigt de mens
zich met een hogere wet en weigert zich door de lagere wetten te laten
overheersen.
Elke dag en elke minuut bevindt de mens zich onophoudelijk in een proces
van verandering en groei, en naarmate hij uitstijgt boven de toestanden
van gisteren die hem beperkten, betreedt hij een zich voortdurend uitbreidend
gebied van ‘vrijheid’. Daarom geloof ik dat de mens niet
onherroepelijk is gebonden aan een lot dat vooraf kan worden berekend.
En of de mens wel of niet door een spirituele lotsbestemming
wordt beheerst is een vraag die misschien te ver van ons af staat om
praktisch te zijn, en toch verdient ze onze zorgvuldige aandacht.