De eerste drie uren van een waardevolle dag op ruimteschip Aarde
Fred A. Pruyn

 

De dag is een cyclus, en de zonsopkomst en zonsondergang zijn momenten waarop de sluier tussen de innerlijke en uiterlijke werelden dunner wordt; iets van binnen raakt het hart en de hele natuur reageert. De vogels antwoorden met een ode aan de ochtend en de avond, de planten met het openen en sluiten van bloemen, en andere levensvormen weer op een andere unieke manier. . . .

De vier heilige seizoenen van het jaar worden herhaald tijdens de vier delen van de dag, en iedere zonsopkomst brengt hernieuwd leven – werkelijk, een nieuwe lente voor de ronde van die dag.

In de lente, de zonsopkomst van het jaar, beginnen de zangvogels vanuit het zuiden te arriveren. Snel daarop verschijnen de bloemen, een siddering van nieuw leven is overal voelbaar.

In oude tijden kende de mens de innerlijke betekenis van de natuur, kende zichzelf als één met de natuur, en leefde in harmonie met de Grote Moeder.      – Allan Stover, Nature’s Magic

Wanneer de smeltende sneeuw de barre wereld blootlegt die eerder werd bedekt door zijn kristalheldere zuiverheid, zien we de nieuwe lente hoopvol tegemoet en dragen we koning Winter naar zijn graf. Een subtiele breekbare vorm van magie is onafscheidelijk verbonden met dit seizoen dat tot aan de rand toe gevuld is met ‘nieuwe’ immigranten. Knoppen springen open en alle bomen verwelkomen de aansnellende golven van leven. Bloemen, terug van ongeziene plaatsen, nemen hun jaarlijkse positie weer in en delen in het allesomvattende geluk. Is het het naar huis terugkeren van zo vele vrienden uit de lagere natuurrijken dat ons met blijdschap vervult? Het kan toch niet alleen maar liggen aan de dagen die steeds langer worden en het stijgen van de temperatuur, zoals vele wetenschappers ons willen doen geloven.

Nee, er hangt iets in de lucht wat we niet kunnen verklaren. Maar misschien kunnen we iets leren van de woorden van een wijze adept die Katherine Tingley heeft ontmoet. Sprekende over het begin van de dag vertelde hij haar dat ieder van ons

‘. . . in de stilte en het zonlicht van de eerste uren iets zou moeten vinden dat zich verbindt met zijn eigen hogere natuur en dat tot bloei komt en vruchten voortbrengt. Hij zou zich in de ochtend in het aangename zonlicht moeten bevrijden, en de dag zo vredig beginnen alsof hij een klein kind uit zijn slaap wekt, en de meer oprechte en edele kant van zichzelf naar buiten brengen – ik bedoel niet naar buiten brengen in woorden en taal, maar in gedachten die de rijkdom en volheid van de geest benaderen en waarbij men ieder moment dat de god zich in hem verheft deze tot bloei laat komen. Als hij daarna de moeilijkste plicht, waarvan hij weet dat het zijn plicht is, aanpakt en volbrengt, zal hij het geheim leren kennen om waakzaam te zijn en na korte tijd zal hij, zonder zich ervan bewust te zijn, alle lasten die hem hinderden van zich hebben afgeworpen. Velen werken hard en gewetensvol om van deze lasten te worden bevrijd: het is niet nodig er één seconde aan te besteden. Men hoeft slechts de twijfels en bange vermoedens opzij te zetten om de kamers van de ziel te betreden, en zich te koesteren in het zonlicht en de kracht die daar zijn te vinden.’

‘De eerste drie uur van de dag,’ vervolgde hij, ‘bieden de beste gelegenheid. Wie niet opstaat met de zon verliest een ontzaglijke hoeveelheid kracht. Wie opstaat vóór de zon en bij het aanbreken van de dag zijn plichten van dit gebied heeft volbracht en wat nodig is voor de verzorging van het lichaam en gereed is bij zonsopkomst naar buiten te gaan en met de zon te werken, krijgt de medewerking van een kracht waarover hij maar weinig weet – het heldere blauwe licht achter de zon.’
      – De Goden wachten op ons, blz. 142-3

Wat is dit blauwe licht dat achter de zon schijnt en dat zo vol is van een edele kracht die ons zal helpen bij het met genoegen vervullen van onze plichten en voorkomt dat we versleten raken voor het onze tijd is, en die alle levende zielen in de diverse natuurrijken ondersteunt? Het is moeilijk te zeggen, maar moderne communicatietechnieken zouden ons op weg kunnen helpen. De grote rivaliteit op dit gebied heeft ervoor gezorgd dat ons werkterrein tot in de ruimte is uitgebreid, hoewel de laatste uitvinding voor de overbrenging van berichten over lange afstanden zijn bakermat veel dichter bij huis heeft gevonden: we kunnen nu met elkaar communiceren met behulp van meteorieten! Geen behoefte meer aan dure satellieten. Digitale berichten kunnen in de lucht worden gezonden en worden naar de aarde teruggekaatst door een spoor van kleine kosmische deeltjes die met miljoenen tegelijk dagelijks in de atmosfeer verbranden.1 Gedurende de korte tijd dat een meteoriet door onze atmosfeer vliegt, wordt hij door een digitaal signaal gebruikt om vooruit te springen, zoals een man een rivier oversteekt door van de ene op de andere ijsschots te springen. Het opvallende van deze techniek is dat ze het meest effectief is in de vroege ochtend. Naarmate de dag ouder wordt zien we een geleidelijk afnemende hoeveelheid binnenkomende meteorieten.

Er is iets bijzonders aan meteoorstof – de planetaire, interplanetaire en interstellaire deeltjes die door de ruimte drijven. Het vormt een sluier of schild rond de aarde. Zoals een andere adept opmerkte:

Hoog boven ons aardoppervlak is de lucht bezwangerd en de ruimte gevuld met magnetische of meteoorstof, die zelfs niet eens tot ons zonnestelsel behoort. De wetenschap, die gelukkig heeft ontdekt dat onze aarde, die met alle andere planeten door de ruimte wordt gevoerd, een groter deel van dat stof op haar noordelijk dan op haar zuidelijk halfrond opvangt, weet dat het grotere aantal continenten op het eerstgenoemde halfrond en de ruimere hoeveelheid sneeuw en vocht daaraan te danken is. Miljoenen van die meteoren en zelfs van de fijnste deeltjes bereiken ons jaarlijks en dagelijks, en al onze tempelmessen zijn van dit ‘hemelse’ ijzer2 gemaakt, dat ons bereikt zonder dat het enige verandering heeft ondergaan – het aardmagnetisme houdt ze bijeen. Voortdurend wordt gasachtige stof aan onze atmosfeer toegevoegd uit de onophoudelijke neerslag van sterk magnetische meteoorstof, . . .
     – De Mahatma Brieven aan A.P. Sinnett, blz. 175

Hoe is deze informatie te rijmen met de beloofde magie van het blauwe licht van de vroege ochtend? In de vroege ochtend beroert het licht met een korte golflengte deze meteoorsluier, zodat de relatief hoogenergetische straling van dit ultraviolette en onzichtbare deel van het elektromagnetische spectrum de dag geboren laat worden. Als we kijken naar de aarde die door het snijvlak van het zonnestelsel reist, wordt het duidelijk dat we worden overgoten met hoogenergetische kosmische deeltjes ofwel vitale uitstromingen in de vroege ochtend. Op dat moment bevinden we ons op de voorplecht van ruimteschip aarde of, zoals anderen dat zouden noemen, op de bok van onze machtige Strijdwagen. Onze planeet beweegt met een duizelingwekkende snelheid van meer dan 124.000 kilometer per uur rond de zon, en vormt daardoor een rijke aura van meteoorstof.

 

 

Bij zonsondergang daarentegen, als de aarde sinds het ontbijt 180 graden is gedraaid, bevindt de waarnemer zich op de achterplecht van dit machtige schip. Hij is dan aan de lijzijde en beweegt rond in kosmische stof waar de aarde reeds doorheen is gegaan. Op een andere manier uitgedrukt, bij zonsopkomst douchen we onder een ‘hoge druk’ boeggolf van pure kosmische stof, nog niet vervuild door de activiteiten van alle levende wezens op aarde, en voorzien van gunstige invloeden van de zon. Deze ‘frisse lucht’ is tegen de avond enigszins aangeslagen of verontreinigd. Misschien vormt dit de onderliggende gedachte van oude zegswijzen die het Oosten in verband brengen met leven en het Westen met dood.

Maar er is nog meer over te zeggen. Als we kijken naar het zonnestelsel in relatie tot de melkweg valt het op dat ons hele stelsel 62 graden ten opzichte van die melkweg is gekanteld. We omcirkelen het centrum van die melkweg met de onvoorstelbare snelheid van 867.000 kilometer per uur, zodat we het centrum van de melkweg in ruwweg 226 miljoen jaar hebben omcirkeld. Door de kanteling van ons zonnestelsel kijkt ons noordelijk halfrond voortdurend in de bewegingsrichting van het zonnestelsel.

 

 

Dit zou van betekenis kunnen zijn voor de hoeveelheid meteoorstof die door de aarde wordt ontvangen, en vooral door het noordelijk halfrond, volgens de leraren van H.P. Blavatsky een zaak met vergaande implicaties:

De magnetische aantrekking van meteoorstof door de aarde en de directe invloed van dit stof op de plotselinge temperatuurwisselingen, speciaal in verband met warmte en kou, is tot nu toe nog geen uitgemaakte zaak, geloof ik. Men twijfelde eraan of het feit dat onze aarde door een gebied in de ruimte gaat, waarin zich meer of minder dichte massa’s meteoorstof bevinden, enig verband houdt met het toe- of afnemen van de hoogte van onze atmosfeer, of zelfs met de weersgesteldheid. Maar wij menen dat we het gemakkelijk zouden kunnen bewijzen; en sindsdien accepteren zij het feit dat de relatieve verdeling en verhouding van land en water op onze aardbol het gevolg kan zijn van een grote opeenhoping van meteoorstof op aarde; en sneeuw – vooral in onze noordelijke streken – is vol van meteoorijzer en magnetische deeltjes; en daar afzettingen van de laatste zelfs op de bodem van de zeeën en oceanen worden gevonden, vraag ik me af waarom de wetenschap tot nu toe niet heeft begrepen dat elke atmosferische verandering en verstoring is toe te schrijven aan het gecombineerde magnetisme van de twee grote massa’s waartussen onze atmosfeer wordt samengedrukt! Ik noem dit meteoorstof een ‘massa’, want dat is het inderdaad. . . . Ik had de indruk dat de wetenschap wist dat de ijstijden, zowel als die perioden waarin de temperatuur ‘is als die van het Carboon’, worden veroorzaakt door het toe- en afnemen, of beter gezegd het uitzetten van onze atmosfeer, welk uitzetten zelf weer te danken is aan dezelfde aanwezigheid van meteoorstof? In ieder geval weten we allemaal dat de warmte die de aarde ontvangt door zonnestraling op zijn hoogst één derde zo niet minder is van de hoeveelheid die zij rechtstreeks van de meteoren ontvangt.      – De Mahatma Brieven, blz. 174-5

Meteoorstof schijnt dus de hele planeet te beïnvloeden en ook onszelf. De vele gezegden van volkeren overal op aarde die erop wijzen dat er veel kan worden gewonnen door vroeg op te staan, krijgen nu een nieuwe dimensie. Als we al deze vreemde vondsten nader beschouwen, lijkt het inderdaad natuurlijk dat de ochtend wordt gewijd aan serieuze zaken, inkeer en onpersoonlijke liefde. De lucht van de vroege ochtend trilt van spiritualiteit wat het voor ons dan gemakkelijker maakt om in een hogere bewustzijnstoestand te geraken. Maar als de dag ouder wordt en we geleidelijk worden gedompeld in de vergiftigde delen van de aardse atmosfeer, ontmoeten nobele initiatieven grotere tegenstand. In de avond arriveren we in dat deel van de dag waarin we van de zon en zijn weldoende krachten worden afgeschermd. Misschien is dat een reden waarom mensen speciaal voor de avond kiezen om zich te amuseren, zelfs als er overdag geen werk wordt verricht, zoals bijvoorbeeld tijdens vakanties?

Apollonius van Tyana, de grote adept van de eerste eeuw van onze jaartelling, was zich goed bewust van de invloeden van de diverse momenten van de dag en leefde dan ook in overeenstemming daarmee. Zoals zijn leerling en biograaf Damis verklaart:

waar hij ook heenging, hij hield zich altijd aan een vaste regelmatige indeling van de dag. Bij zonsopkomst voerde hij in afzondering zekere religieuze oefeningen uit, waarvan hij de aard alleen doorgaf aan hen die de discipline van ‘vier jaren’ (ook wel vijf jaar) zwijgzaamheid hadden volbracht. Dan sprak hij met de tempelpriesters of de hoofden van de gemeenschap . . . Niet dat hij de gewone mensen negeerde; het was zijn vaste gebruik om hen te onderwijzen, maar altijd in de namiddag; maar zij die het innerlijke leven leefden, zo zei hij, zouden bij het krieken van de dag de nabijheid van God moeten zoeken, en dan de dag tot aan het middaguur besteden aan het geven en ontvangen van onderricht in heilige zaken, en zich niet tot de middag wijden aan wereldse zaken. Dat is te zeggen, de ochtend werd door Apollonius gewijd aan de goddelijke wetenschap, en de middag aan het onderricht in ethiek en het praktische leven. Na een werkzame dag nam hij een bad in koud water, zoals zo vele van de mystici in die tijd en in die landen, onder wie de Essenen en de Therapeuten.
 – Apollonius of Tyana, The Philosopher-Reformer of the First Century A.D., G.R.S. Mead, blz. 70-2

Voor veel stadsmensen is het opstaan tijdens of vóór zonsopkomst op zichzelf al een uitdaging, vooral voor hen die genieten van lange zomerse dagen op hoge breedtegraden, waar het bijna onmogelijk is om nog voor zonsopgang uit bed te komen. Niettemin blijft het vroegste deel van de dag het kalmste, meest verfrissende en spirituele deel ervan. We zouden dat geschenk moeten aanvaarden als we de kans krijgen. Dus vier de dag, en begin bij zonsopkomst!

 

Noten

  1. www.meteorcomm.com.
  2. Tibetaanse bellen en kommen die zijn gemaakt van dit ijzer zijn nog steeds verkrijgbaar. Zoals een internetleverancier laat weten: ‘ze werden het eerst gebruikt tijdens de vroeg-sjamanistische Bonreligie van Tibet en antedateren de komst van het boeddhisme in dat land met misschien wel duizend jaar. . . .
    Tibetaanse bellen worden bijzonder gewaardeerd om hun magische geluidseffecten, en die met de beste klankkleur werden gemaakt van een legering van zeven metalen bestaande uit goud, zilver, nikkel, koper, zink, antimoon en een bijzondere soort meteoorijzer, gevonden op de hoogvlakte van Tibet. Omdat het uit de hemelen viel werd dit ‘lucht-metaal’ geassocieerd met de heilige dorje, of bliksemschicht van de goden (vajra in het Sanskriet) en werd bijzonder hoog aangeschreven door de traditionele Tibetaanse metallurgen.’
 
Andere artikelen over sterrenkunde of kosmologie
 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 2003

© 2003 Theosophical University Press Agency