Wat kunnen wij op dit moment al doen om een actieve vorm van broederschap
tot bloei te brengen? Als u bedenkt bij hoeveel mensen er een diep verlangen
is naar begrip, naar licht en naar een meer broederlijke manier om onze
belangrijkste problemen aan te pakken, dan beseft u hoe groot onze persoonlijke
verantwoordelijkheid is.
Zoals een reis van duizend kilometer begint met de eerste stap van
de reiziger, zo heeft elke prestatie een bescheiden begin. In tegenstelling
tot de gangbare opvatting doet de zoeker naar waarheid zijn ontdekkingen
niet op onderzoeksterreinen, in boeken of door te experimenteren, maar
uitsluitend in zichzelf. Op eenzelfde manier kunnen wij het doel van
broederschap tot stand brengen door zelf te beginnen met de dingen die
vlak voor ons liggen.
Alle leven is gebaseerd op een drieledige expressie van handelen of
leven: juiste idealen of ethiek; het hanteren van de juiste methoden
om deze idealen te verwezenlijken; en de juiste manier van leven, ofwel
het in ons dagelijkse leven toepassen van deze verlichte principes.
De grootste bron van kracht ligt in het feit dat er in het heelal waarheid
bestaat, en dat een uitgestrekte oceaan van kennis en wijsheid binnen
ieders bereik ligt: diep genoeg in het midden om te voldoen aan de diepste
denker, maar aan de kust toch zo ondiep dat zelfs een kind deze kan
begrijpen.
Onze reis voert ons naar het ruime terrein van universele broederschap,
niet naar een bepaald of beperkt veldje van broederschap. Omdat zowel
zeer ontwikkelde als heel eenvoudige mensen naar een levendiger uitdrukking
van dit ideaal blijken te verlangen, moet er ongetwijfeld een weg of
methode zijn waardoor aan ieders behoeften kan worden voldaan. Hoe zijn
wij uiteindelijk op deze weg gekomen? Was het niet door het licht van
anderen, door het licht van mededogen van een medemens die ons pad kruiste?
Die ander werd, tenminste tijdelijk, een wegwijzer voor ons, een bezielde
uitdrukking van een verlicht hart. Iemand die door zijn of haar ingeboren
aard ons stilzwijgend wees op onze eigen inherente mogelijkheden en
hoe die kunnen worden ontwikkeld.
Daaruit volgt vanzelfsprekend dat hij die een ‘bedwinger van
de wereld’ wil zijn eerst zichzelf moet bedwingen. Daarom ligt
onze eerste plicht bij onszelf: het van binnenuit ontvouwen van de goddelijke
essentie van broederschap, opdat de invloed ervan niet alleen door de
mensen waarmee we dagelijks omgaan wordt gevoeld, maar kan werken als
een stimulans waardoor hun hart zich in dezelfde richting zal ontwikkelen.
De natuur verricht haar wonderen in stilte, en zo kunnen ook wij –
zelfs als we verdiept zijn in het dagelijkse routinewerk – altijd
stilzwijgend maar vastbesloten de weg om ons heen verlichten. Hoe meer
sluiers van illusie wij in ons eigen wezen weghalen, des te helderder
zal ons licht schijnen; en tenslotte kunnen ook wijzelf een wegwijzer
worden voor anderen, een baken dat stralender, doordringender en heilzamer
is dan de helderste ster in de donkere nacht.