De hele wereld is een toneel,
En alle mannen en vrouwen zijn maar toneelspelers,
Ze komen op en gaan weer af;
Een mens speelt in de hem toegemeten tijd vele rollen,
Zijn optredens beslaan wel zeven eeuwigheden.
– Shakespeare, As you like it [Zoals
u wilt]
We maken iedere dag een natuurverschijnsel mee dat zo gewoon is dat
we er bijna niet op letten. Als we uit de vergetelheid ontwaken, geestelijk
en lichamelijk verfrist door het wonder van de slaap, keert het bewustzijn
dat we herkennen als het zelf terug naar de wereld van stervelingen
en neemt als een acteur zijn bekende stoffelijke masker weer aan en
speelt de hem toegewezen rol in het grote drama dat we het leven noemen.
Het keert terug uit de vredige gebieden van de geest naar een wereld
van lawaai en verwarring, waar grote aantallen soortgelijke wezens een
gemeenschappelijk lot ondergaan.
Het huidige tijdperk in de geschiedenis is onrustig omdat miljoenen
verwoed hun ploegscharen tot zwaarden omsmeden als hoogste rechtsmiddel
om hun moeilijkheden op te lossen. Het is een vreemd schouwspel en een
vreemd gebeuren, maar zover de geschiedschrijving van ons menselijk
handelen teruggaat hebben we afwisselend ploegscharen tot zwaarden omgesmeed
en zwaarden tot ploegscharen, en leken we niet in staat te besluiten
welk hulpmiddel ons doel het beste dient.
Dit is het soort wereld waarin we periodiek terugkeren na de tijdelijke
bevrijding door wat we de dood noemen, wanneer ons bewustzijn tijdelijk
is teruggetrokken in zijn ouderbron, ons werkelijke zelf dat van leven
tot leven blijft bestaan – een mysterieus maar prachtig proces
dat doorgaat tot iedere noodzakelijke ervaring in deze levenswoning
volledig is begrepen, de laatste les is geleerd, en iedere schuld tot
de laatste cent is betaald.
We weten erg weinig over dit werkelijke zelf, deze leidende acteur
in ons leven. Meestal stellen we het gelijk aan de persoonlijkheid,
het masker dat het draagt. De illusie is zo volmaakt, de misleiding
zo totaal dat blijkbaar maar weinig mensen het mysterie hebben kunnen
doorgronden en bewuste eenwording hebben bereikt met hun werkelijke
zelf – en dat is tenslotte het doel van evolutie en de bestemming
van ons allen. Het bestaan van zulke geestelijke leraren die in de loop
van de geschiedenis van onze worsteling naar verlichting af en toe verschijnen,
zou ons enorm veel hoop moeten geven. Hun voorbeeld vormt de essentie
van religie – het doel van religie is handelen, niet een formeel
geloof of een belijdenis.
Zo keren we elke dag, of ieder leven, terug naar het toneel van ons
onvoltooide drama voor een nieuwe ervaring, een nieuwe weg naar groei;
maar we raken zo verdiept in onze respectieve rollen en in de decors
en rekwisieten op het toneel die voor iedere akte en bedrijf moeten
worden verwisseld, dat de ware identiteit van de acteur of het zelf
vaak wordt vergeten. Bovendien speelt geen enkele acteur iedere dag
of in ieder leven steeds dezelfde rol; dit feit zou, als we het goed
begrepen er veel toe bijdragen dat we vriendelijk zijn voor onze medemensen
en rekening met hen houden. Zij die nu het koninklijke purper dragen
en met trompetgeschal over het levenstoneel schrijden, zijn misschien
koning voor maar één dag, slechts voor één
bedrijf tot de leidersrol verheven. Het is vruchteloos en zelfs gevaarlijk
te veel belang te hechten aan de kortstondige macht die men misschien
over anderen heeft, want de decors wisselen snel op het scherm van de
tijd. De hand van het lot, dat zich een oude schuld herinnert of een
slechte dienst de mensheid en de hogere wet bewezen, kan zich vanuit
levens in een ver verleden uitstrekken om de acteur van zijn gewaden
te ontdoen en bedrog en schijnheiligheid in alle lelijkheid bloot te
leggen. Een andere acteur die een bijrol vervult kan plotseling, en
schijnbaar zonder reden, een hoofdrol krijgen toebedeeld, en daarmee
door vroegere verdienste de weegschaal in evenwicht brengen. Als het
waar is dat iedere zandkorrel in de oceaan eens naar de top van de golf
wordt gestuwd om kortstondig de pracht van de zon te weerspiegelen,
dan kan dat ook ieder van de miljarden mensen overkomen die samen de
mensheid vormen.
De meest kritieke grens, en de laatste die door de mens zal worden
overschreden, is misschien wel het zelf – en daarin ligt de kern
van al onze problemen. De beste wetenschappers en ook vrijdenkende theologen
zijn gelukkig begonnen zich te bevrijden van het statische denken dat
van het verleden werd geërfd. Het is ook de plicht van ieder van
ons om ervoor te zorgen dat we ons niet vastleggen in de verouderde
patronen van vroegere vooroordelen, maar dat we, wat onze rol in het
leven ook is, proberen te begrijpen waar het in ons leven werkelijk
om gaat. Geestelijke regeneratie is een individueel probleem, en zal
nooit worden opgelost door methoden die als massaproduct worden toegepast,
door onze ziel of ons verstand te onderwerpen, of door gebruik te maken
van de prikklok van een of ander geloof.
Niemand heeft het zo druk of is zo klein dat hij zich niet onderdeel
kan voelen van het grootse voortgaande drama van het aardse bestaan.
De natuur probeert met eindeloos geduld mensen voort te brengen naar
het beeld en de gelijkenis van een goddelijk ideaal: mannen en vrouwen
met het scheppende vuur van intelligentie die geestelijke verantwoordelijkheid
kunnen dragen, en bereid zijn nieuwe gebieden van denken en onderzoek
te betreden. Op dit toneel komen we op en gaan we af, maar iedereen,
groot of klein, is een waardevol onderdeel van het geheel.