Centraal Oregon, een staat in het westen van de Verenigde Staten,
is een prachtig deel van de wereld, en onlangs had ik het genoegen daar
een paar dagen door te brengen. Het is een hoogvlakte in de vorm van
een bassin omsloten door besneeuwde bergen waarin talrijke meren liggen.
Binnen enkele ogenblikken kan de blauwe hemel er gevuld raken met torenhoge
witte wolken die even vlug weer worden weggeblazen. Als je op de weg
staat, hoor je de wind tussen de dennenbomen, maar middenin een dennenbos
is het volledig stil. In mijn kindertijd was al het onbeboste land een
zilver en grijs panorama van alsem en zand, maar nu meer en meer water
het gebied bereikt is het grotendeels weidegrond voor vee en paarden.
Zolang ik me kan herinneren, heeft dit stuk land een speciale betekenis
voor me gehad, alsof ik een poosje een schonere, lichtere wereld kon
binnenstappen om er weer verfrist uit vandaan te komen.
Op een avond was ik alleen en keek naar de prachtige omgeving; ik voelde
die nostalgie die je voelt als je tegenover grote schoonheid komt te
staan, en betreurde ons naderende vertrek. Er gaat een soort genezende
werking uit van de eenzaamheid van de natuur. Je hele perspectief verandert
erdoor, en je gaat problemen meer in verhouding zien. Dit komt waarschijnlijk
doordat de persoonlijke wil tijdelijk slaapt, en een andere meer bespiegelende
kant van onszelf tot uitdrukking kan komen. De gedachte kwam echter
bij me op dat je niet de eenzaamheid van de bergen of de stilte van
de woestijn hoeft op te zoeken om tot rust te komen en je innerlijke
evenwicht te vinden, zoals gebeurt door contact met de natuur. Iedere
dag kijken we naar dingen die de gewoonste zaak van de wereld voor ons
zijn zonder ze werkelijk te zien; dingen zoals zonlicht door een open
raam, het geluid van vogels tijdens de schemering, de schaduw van bladeren,
de eenvoudige schoonheid van een zich ontvouwende bloem. Dit zijn enkele
van de kleine, heldere momenten in ons leven, maar we zijn ons er niet
altijd van bewust. Een politieagent vertelde me eens dat de enige manier
die hij kende om mensen tegen te houden die probeerden zelfmoord te
plegen, was door hen een bos bloemen te laten zien. ‘Het is maar
iets kleins,’ zei hij, ‘maar het doet de meesten van hen
denken aan God en aan de schoonheid in deze oude wereld.’
Om jezelf doelbewust uit de wereld van mensen terug te trekken om gemoedsrust
te krijgen lijkt nogal negatief en ook zinloos want door voorbij te
gaan aan je verantwoordelijkheden zal die gemoedsrust ongetwijfeld ver
buiten je bereik komen te liggen. De routine van het dagelijks leven
creëert uiteindelijk een beter, ruimhartiger persoon, en de natuur
helpt door de wind van de geest op ieder moment en waar je ook bent
over je hart te laten strijken. De geheimen van het leven liggen evenzeer
besloten in de kleinste wezens die deze aarde samenstellen als in de
enorme uitgestrektheid van de nachtelijke hemel, zodat zelfs het getjirp
van een eenvoudige krekel een noot van eerbied kan bijdragen aan de
glinstering van de melkweg. Ongetwijfeld schenkt de natuur met haar
duizenden uitdrukkingsvormen ons een gevoel van verwondering, en ze
geeft ons een diep vertrouwen en onwankelbaar geloof in een heelal dat
door goden is gevormd; en het is het lot van de mensheid om te delen
in hun geestelijke bestemming.