De weiden van de geest
Jean B. Crabbendam

 

Centraal Oregon, een staat in het westen van de Verenigde Staten, is een prachtig deel van de wereld, en onlangs had ik het genoegen daar een paar dagen door te brengen. Het is een hoogvlakte in de vorm van een bassin omsloten door besneeuwde bergen waarin talrijke meren liggen. Binnen enkele ogenblikken kan de blauwe hemel er gevuld raken met torenhoge witte wolken die even vlug weer worden weggeblazen. Als je op de weg staat, hoor je de wind tussen de dennenbomen, maar middenin een dennenbos is het volledig stil. In mijn kindertijd was al het onbeboste land een zilver en grijs panorama van alsem en zand, maar nu meer en meer water het gebied bereikt is het grotendeels weidegrond voor vee en paarden. Zolang ik me kan herinneren, heeft dit stuk land een speciale betekenis voor me gehad, alsof ik een poosje een schonere, lichtere wereld kon binnenstappen om er weer verfrist uit vandaan te komen.

Op een avond was ik alleen en keek naar de prachtige omgeving; ik voelde die nostalgie die je voelt als je tegenover grote schoonheid komt te staan, en betreurde ons naderende vertrek. Er gaat een soort genezende werking uit van de eenzaamheid van de natuur. Je hele perspectief verandert erdoor, en je gaat problemen meer in verhouding zien. Dit komt waarschijnlijk doordat de persoonlijke wil tijdelijk slaapt, en een andere meer bespiegelende kant van onszelf tot uitdrukking kan komen. De gedachte kwam echter bij me op dat je niet de eenzaamheid van de bergen of de stilte van de woestijn hoeft op te zoeken om tot rust te komen en je innerlijke evenwicht te vinden, zoals gebeurt door contact met de natuur. Iedere dag kijken we naar dingen die de gewoonste zaak van de wereld voor ons zijn zonder ze werkelijk te zien; dingen zoals zonlicht door een open raam, het geluid van vogels tijdens de schemering, de schaduw van bladeren, de eenvoudige schoonheid van een zich ontvouwende bloem. Dit zijn enkele van de kleine, heldere momenten in ons leven, maar we zijn ons er niet altijd van bewust. Een politieagent vertelde me eens dat de enige manier die hij kende om mensen tegen te houden die probeerden zelfmoord te plegen, was door hen een bos bloemen te laten zien. ‘Het is maar iets kleins,’ zei hij, ‘maar het doet de meesten van hen denken aan God en aan de schoonheid in deze oude wereld.’

Om jezelf doelbewust uit de wereld van mensen terug te trekken om gemoedsrust te krijgen lijkt nogal negatief en ook zinloos want door voorbij te gaan aan je verantwoordelijkheden zal die gemoedsrust ongetwijfeld ver buiten je bereik komen te liggen. De routine van het dagelijks leven creëert uiteindelijk een beter, ruimhartiger persoon, en de natuur helpt door de wind van de geest op ieder moment en waar je ook bent over je hart te laten strijken. De geheimen van het leven liggen evenzeer besloten in de kleinste wezens die deze aarde samenstellen als in de enorme uitgestrektheid van de nachtelijke hemel, zodat zelfs het getjirp van een eenvoudige krekel een noot van eerbied kan bijdragen aan de glinstering van de melkweg. Ongetwijfeld schenkt de natuur met haar duizenden uitdrukkingsvormen ons een gevoel van verwondering, en ze geeft ons een diep vertrouwen en onwankelbaar geloof in een heelal dat door goden is gevormd; en het is het lot van de mensheid om te delen in hun geestelijke bestemming.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 2004

© 2004 Theosophical University Press Agency