Wie naar geluk en vrede streeft en zijn of haar leven daarmee in overeenstemming
probeert te brengen, zal ontdekken dat deze meer inhouden dan de som
van de vele relatieve vormen van beperkt menselijk geluk, die kunnen
worden bereikt als we ons daadwerkelijk daarvoor inzetten. Al deze vormen
verliezen iedere keer weer hun glans of schenken geen blijvende voldoening.
Steeds weer wordt een nieuw doel gesteld en ook dan blijkt het meestal
niet dát te zijn, alhoewel we tevreden mogen zijn na onze inzet
en inspanningen. En zeg zelf, tevreden zijn is al heel wat.
Maar tevreden is nog geen vrede.
Maar wat is datgene wat ons doet verlangen naar . . . ? Is wat we hebben
behaald dan toch alles en hoeft men slechts tevreden te zijn met wat
is bereikt? Wat houdt ons in stille momenten nog bezig? De stilte en
het onbekende ervan of erachter? Wat zoeken we in ons leven is de cruciale
vraag, en stellen we deze vraag eigenlijk wel of hebben we de instelling
van ‘dat zien we dan wel’?
Je kunt ijdelheden najagen of het grote mysterie van het leven zoeken.
De eerste weg, die van de ijdelheden, wordt de gemakkelijke weg genoemd
en menselijk gezien lijkt dit ook zo, maar in werkelijkheid zal het
de moeilijke weg blijken te zijn, omdat deze weg nooit tot zelfoverwinning
leidt, maar tot een steeds groter wordende verslaving aan van alles
en nog wat, totdat men zich aan alle verleidingen heeft overgegeven
en er slechts een grote leegte overblijft en dan rest de vraag: Is dit
alles?
Dan begint de werkelijke weg, de weg naar je ware zelf en dat is de
weg die terugvoert naar de bron van ons wezen. Alles wat we vroeger
in disharmonie hebben gebracht, zal een obstakel op ons pad zijn en
moet worden opgeruimd vóór het pad kan worden vervolgd,
want dat is een natuurwet, de wet van oorzaak en gevolg. Een mens die
alleen aan zichzelf denkt, is zich op het pad van verleidingen niet
bewust geweest van de schade die wordt toegebracht, aangezien alles
moest wijken voor zijn of haar doel. Er was geen oog voor de ander,
al deed men wel alsof. Daarbij leek alles geoorloofd te zijn om het
beoogde doel te bereiken, en dit leidde tot verstikking en overdaad,
waarbij van genieten geen sprake meer kan zijn, omdat er geen (in)zicht
is, aangezien het zicht op wat dan ook door chaos wordt overschaduwd.
Ieder mens heeft ruimte nodig en die kan slechts worden gecreëerd
als er wordt opgeruimd, als overbodige ballast wordt afgeworpen, omdat
men inziet dat deze heeft geleid tot vernietiging van de geestelijke
creativiteit, die zo nodig is voor de evolutionaire ontwikkeling van
de mens. In de stilte die zo in ons ontstaat, is ruimte voor zelfkennis,
de hoogste wijsheid, de bron van leven.