Het dagelijks leven – een avontuur
Monika Borger

 

We zien het dagelijks leven meestal als een eentonige sleur. Erg jammer dat al die alledaagse dingen het grootste deel van onze tijd en van ons kostbare bestaan opslokken. Toen we kind waren was alles een avontuur; we konden ons zo gemakkelijk voorstellen dat we een prinses, ridder of rover waren voordat het dagelijkse leven en zijn verantwoordelijkheden ons in beslag namen. Nu is er misschien net genoeg vrije tijd voor een beetje plezier of een vakantie, daarna zitten we weer vast in een saaie sleur van zorgen, beslommeringen en teleurstellingen. Wat is er gebeurd? Wat is er met ons aan de hand?

Een nieuwe dag begint. Onze eerste gedachten komen in ons op, misschien blijven onze dromen nog wat hangen. We staan op – we hebben heel wat te doen. We gaan aan het werk of moeten opschieten met onze boodschappen en plichten, reageren op onze medemens, worden moe en gaan dan weer naar bed. Maar laten we het eens wat nader bekijken. Hoe worden we wakker? Wat zijn onze eerste gedachten? Welke dromen houden ons nog bezig? Hoe staan we op? Wat staat er op ons programma? Hoe werken we met anderen samen en reageren we op hen? Waarom worden we moe en hoe gaan we naar bed? We kunnen van ons dagelijks leven ons eigen theosofische avontuur maken, onze dagen zullen dan niet meer zo gewoon zijn. Laten we allemaal onze eigen regisseur en hoofdrolspeler zijn. En nu, doek op alstublieft voor ons eerste optreden in het avontuur van het dagelijks leven . . .

Ruw wakker gemaakt door de wekker; er zijn resten van een droom, vreemd – och kom, flauwekul. Wat moet ik vandaag doen? Zoveel, en het is zo aangenaam en knus in bed, nog vijf, nog tien minuten – oei, ik ben weer in slaap gevallen, een half uur lang. Goed, nu opstaan, vooruit. Na de douche het nieuws. Lieve hemel, al die strijd die overal gaande is! Daar is weer iemand rijk geworden van gemeenschapsgeld terwijl wij allemaal onze belastingen moeten betalen; en ze letten er goed op dat we dat doen. Waarom treden ze daar niet tegen op? Hebben ze ons nou nooit iets opbouwends te vertellen? Heb gisteren weer niet opgeruimd, waar was nou die rekening die ik moet betalen? Bij het aankleden valt een knoop af; geen tijd om hem nu vast te naaien, zoek wel andere kleren. Ik had nu al weg moeten zijn. Een man dringt voor me in de ondergrondse. Hé! Heb je geen manieren geleerd? Wat een brutaliteit! O, nu moet ik hollen. Mijn bureau ligt vol vervelende post en met dingen die ik nog moet afmaken, en de eerste die ik tegenkom is de collega die ik niet kan uitstaan en altijd in andermans zaken aan het snuffelen is.

Zo zou het kunnen gaan en het is niet zo moeilijk om te raden hoe deze onvervangbare dag waarschijnlijk verder zal verlopen. We hebben een massa onaardige gedachten gekoesterd en ze zelfs onder woorden gebracht als we daarvoor de kans kregen. We hebben gepraat over politiek en hoe somber alles lijkt. Alles welbeschouwd hebben we geen gelegenheid voorbij laten gaan om een stommiteit te begaan. En als we dan eindelijk ’s avonds onze deur op slot doen, zijn we misschien veel te moe om nog moed te putten uit spirituele gedachten. Vlug schrokken we wat naar binnen, gaan naar bed en vallen direct in slaap, wetend dat het morgen niet veel beter zal zijn.

Beste vrienden, zo hadden we ons het leven, de waarheid, niet voorgesteld. Laten we eens kijken naar de aantekeningen van een andere raadsman. Toen Katherine Tingley de leraar van H.P. Blavatsky ontmoette, hoorde ze het volgende:

Als men na het ontwaken uit de slaap zijn gedachten onmiddellijk op uiterlijke zaken richt, verliest men de helft van de kansen van die dag. Men zou in de ochtend moeten ontwaken met een mooie gedachte, eraan denken dat de dagelijkse strijd vóór hem ligt en dat de god in hem een kort moment zou willen overleggen met de ziel voordat de zware plichten van de ochtend beginnen.

De atomen van het menselijk lichaam worden in de regel omlaaggehaald door de last van het denken – nutteloze gedachten, vooroordelen en angsten.
         – De Goden Wachten op Ons, blz. 141-2, 139

En in Wind van de Geest geeft Gottfried de Purucker heel veel praktische wenken voor het dagelijkse leven:

Een mens kan zijn karakter veranderen door te denken en dat betekent dat zijn ziel verandert, dat zijn lot verandert, dat alles verandert wat hij nu en in de toekomst is of wordt.     – blz. 8

Laat een mens beseffen dat . . . wat hij zaait hij zal oogsten, en dat wat hij oogst hijzelf heeft gezaaid; en zie dan hoe dat de wereld zal veranderen. Ieder mens zal heel goed gaan letten op zijn daden, die tonen wat zijn gedachten en gevoelens zijn, in de eerste plaats wat betreft de invloed ervan op hemzelf, maar ook, wat misschien belangrijker is, de invloed die hij heeft op anderen.     – blz. 9

U heeft dus uzelf gemaakt; en in uw volgende leven bent u precies wat u nu van uzelf maakt. U zult uw eigen erfenis zijn. U schrijft nu als het ware het testament voor uzelf. Als iemand dit wonderlijke feit erkent, geeft hij niet langer anderen de schuld, veroordeelt hij niet langer zijn broeders.     – blz. 11

Als ik kon zien in het hart van mijn broeder die me onrecht deed, als ik in het verre verleden kon lezen en zien welk kwaad ik hem wellicht heb aangedaan, zou ik misschien beseffen dat hij nu even onbewust is van het kwaad dat hij mij aandoet als ik toen was van het kwaad dat ik hem aandeed. Door de strijd aan te binden en in een door haat beheerste wereld meer boosheid en haat te brengen, zal ik wat er aan deugd, geluk en vrede in de wereld is niet verrijken.     – blz. 11-12

We moeten er altijd naar streven de louter persoonlijke en zelfzuchtige banden zwakker te maken die de ziel belemmeren om haar vleugels in hogere gebieden uit te slaan. Want zulke zelfzuchtige verlangens en banden veroorzaken het grootste deel van de menselijke ellende en het morele verval in de wereld door conflicten en wrijvingen zowel met onszelf als met anderen die dezelfde inzichten hebben en op dezelfde manier handelen.     – blz. 22

Is uw gedrag in uw dagelijks leven zo dat, als u ’s avonds naar bed gaat, u de gebeurtenissen van de net beëindigde dag de revue kunt laten passeren en tot uzelf kunt zeggen: dit heb ik goed gedaan; dat had ik beter kunnen doen en dat is niet goed gedaan?     – blz. 156

Al deze aanwijzingen voor ons als acteurs van het leven lijken eenvoudig en aannemelijk genoeg en ze zijn niet nieuw. Ook andere mensen vóór ons hebben erover nagedacht. Toen ik opgroeide kreeg ik de volgende raadgevingen:

Verborgen talenten om gebruik van te maken: lachen, anderen laten delen in je vrolijke stemming, opgewekt zijn, anderen troost geven, tevreden zijn, ongedwongen glimlachen, grapjes maken, iemand opbeuren, iemands eenzaamheid herkennen, iemand helpen zonder vertoon, begrip tonen zonder uitleg nodig te hebben, je arm om iemand heenslaan, iemand beschermen, kracht geven, anderen stimuleren, altijd denken dat het mooi weer is, van het leven genieten, jezelf gelukkig prijzen, vredig zijn, vergevensgezind zijn, op het juiste moment er zijn, schoonheid herkennen, zonder angst zijn, de waarheid spreken, anderen hoop geven, en de moed hebben gelukkig te zijn!

En de talenten die beter verborgen kunnen blijven: een stommiteit begaan, tobben, je vingers aan iets branden, zwartgallig zijn, van kwaad naar erger gaan, zijn overwicht verliezen, zijn kans voorbij laten gaan, overal te laat voor komen, je belachelijk maken, iemand kleineren, op iemands zenuwen werken, tweedracht zaaien, smoesjes verkopen, groen en geel van afgunst worden, een echte roddelaar zijn, snuiven van woede, op wraak zinnen, en zonder enige reden ongelukkig zijn!

Deze twee lijsten klinken even redelijk als die van dr. De Purucker. Wat ik echter mis is de reden waarom het voor mij de moeite waard is deze raadgeving op te volgen, een verklaring waarom het beter is te lachen wanneer ik me eigenlijk voel alsof ik moet huilen, of waarom ik anderen moet troosten als niemand mij troost, waarom ik iemand moet aanmoedigen en niemand mij helpt, en waarom zou ik mensen vergiffenis schenken als iedereen mij alles kwalijk neemt. Het is echt een opgave en eist voortdurend oplettendheid om goede raad in praktijk te brengen en daarom heb ik een goede reden nodig om het zelfs maar te proberen. De Purucker verklaart duidelijk: ‘Deze feiten waren aanleiding tot het stichten van de Theosophical Society: een poging de gedachten van mannen en vrouwen ten goede en voor betere zaken te veranderen; om inspirerende en weldadige ideeën in het denken van de individuele man en vrouw op te wekken’ (op.cit., blz. 49).

Het is dus allemaal al gezegd. Leraren in onze tijd en zo velen vóór hen hebben zich beziggehouden met ons en ons dagelijks leven. Waar echter geen leraar in slaagt, is een leerling enthousiast te maken als de leerling geen belangstelling heeft. Het is voor ons welzijn, maar het kost veel inspanning. We kunnen ons karakter alleen verbeteren door onze gewoonten te veranderen. En iedere seconde brengt nieuwe mogelijkheden. We moeten dus niet de kans voorbij laten gaan om het draaiboek te schrijven voor ons eigen leven en de film daarover te maken. We zullen met verbazing ontdekken dat ons dagelijks leven het grootste avontuur is dat we ooit hebben gehad.

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2004

© 2004 Theosophical University Press Agency