In de uitgestrekte wereld van individuen
banen we ons allemaal al denkend en voelend een weg door de galerijen
van de tijd naar een verafgelegen geestelijk doel. Hoewel we nog niet
alle stappen die nodig zijn volledig begrijpen, en het doel steeds weer
terugwijkt, is het duidelijk dat we deze reis door de eeuwen gezamenlijk
maken. Voorzover we kunnen ontdekken is er geen stap die niet door anderen
vóór ons genomen is; al onze vragen zijn in beginsel al
lang geleden beantwoord. Hun sporen zijn duidelijk aanwezig in de maatschappelijke
gebruiken, in de literatuur, en meer in het bijzonder in het filosofische
en religieuze denken, tot en met de hoogste menselijke ervaring. Wanneer
we hen het meest nodig hebben, en het hardst zoeken, vinden we altijd
inspirerende gidsen naar een vollediger waarheid. De drang naar verlichting
schijnt een magnetisch vermogen te bevatten dat ons naar deze gidsen
leidt, of ze binnen het bereik van onze waarneming brengt.
Denken is ons vrije en onschatbare voorrecht.
De gedachten die we aantrekken doen op zichzelf niets voor ons; het
is de kwaliteit van ons inzicht en ons motief om ernaar te zoeken die
ze voor ons van nut maken, of juist niet. Vaak stromen inspirerende
gedachten veel te snel door onze ziel, en kunnen we ze niet vasthouden,
terwijl we dat wel zouden willen. We ontvangen ze eenvoudig en laten
ze weer gaan – om later te ontdekken dat ze moeilijk in de herinnering
zijn terug te roepen.
Het gebruik dat we van gedachten maken
hangt af van ons vermogen om ons van de verkeerde elementen te ontdoen
en om een deel van hun ware kwaliteit te transformeren in het weefsel
van onze dagelijkse handelingen en onze instelling. In dit opzicht hebben
we allemaal gelijke kansen, en op deze wijze zijn we allen de architect
en bouwer van onszelf. Wanneer het motief de hoogste waarden die we
kennen omvat, zijn we evenveel bezorgd om het welzijn van anderen als
om dat van onszelf.
We scheppen ons leven door gedachten en
inspanning, een weefsel dat zo complex verweven is met dat van lotgenoten
op deze reis, dat het onmogelijk is de draden van deze oneindige diversiteit
die we hebben ontvangen van elkaar te scheiden. Alles in onze ervaringen
bestaat uit het geven en nemen tussen onszelf en anderen. Hoe zouden
de talenten die zo uitgerekend van onszelf lijken te zijn, anders tot
uitdrukking kunnen worden gebracht dan door de gelegenheden die totstandkomen
door de relaties met andere mensen? Hebben we onze talenten wel volledig
aan onszelf te danken? Het schijnt me soms toe dat ik alles wat van
belang is in mezelf te danken heb aan wat ik aan tijd en aandacht, inspanning
en gedachten van anderen heb ontvangen. Dus – en ik weet dat ik
hierin niet de enige ben – hebben we onze momenten van diepe dankbaarheid
voor alles wat we van de grote stroom van het menselijke leven, en in
feite van de hele natuur, hebben ontvangen. Omdat we zulke dankbaarheid
voelen, verlangen we ernaar onze eigen bijdrage waardevoller te maken.
Hoewel we ons niet minder afhankelijk voelen van de levensstroom
waaruit we onophoudelijk putten, weten we dat we moeten ontdekken hoe
we kwalitatief meer kunnen geven, hoe we betrouwbaarder kunnen
worden.
De natuurlijke manier is om zo goed mogelijk
te leren van de dagelijkse ervaringen die we met elkaar delen, wat ertoe
leidt dat we aan zowel tijd als waarneming een ruimere betekenis geven:
om voorbij vandaag en onze huidige zelf naar de eeuwigheid van de tijd
te kijken, waaruit we zijn gekomen en waarin we reizen. Eigenlijk doen
we dat, in zekere mate, zonder erover na te denken, want we weten dat
we in de tijd en in onze groei niet statisch kunnen blijven –
wat we ook willen worden. Door de kleine opening van elk moment kijken
we in de duur, en de lens die ons gezichtsveld versterkt of vernauwt
wordt nauwkeurig geslepen door de molen van herinnerde – en vergeten
– ervaringen.
Het is heel bemoedigend te beseffen dat
we samen vooruitgaan, dat als we groot genoeg kunnen zijn, ruimdenkend
genoeg, om de mogelijkheden te accepteren die ons ten deel vallen, deze
er altijd zullen zijn in ons wederzijds voordeel. Want we zijn onafscheidelijk
van elkaar. Het mooiste is het inspirerende voorbeeld van hen die de
weg al hebben bewandeld en allerlei instructies hebben nagelaten die
we in praktijk kunnen brengen om de weg te vinden naar geestelijk begrip
– zelfs tot aan de poorten van de goden.