Hiërarchieën – de kosmische levensladder
Andrew Rooke

 

Wij mensen hebben vaak dierbare herinneringen aan onze schooljaren, toen we opklommen via de basisschool, het voortgezet onderwijs en misschien de universiteit – en dit alles onder het waakzame oog van onze leraren. Wanneer we de lessen van een klas ontgroeiden gingen we met onze klasgenoten over naar de meer ingewikkelde lessen die hoger in de opleidingsboom voor ons klaarlagen. In zekere zin is het heelal zelf een onmetelijke school waarin we allemaal leerling zijn, lessen leren en ons bewustzijn ontwikkelen door de diverse natuurrijken en bestaansgebieden heen die deze kosmos ons biedt. In iedere klas zijn er leerlingen met ongeveer hetzelfde opleidingsniveau – de verschillende levensrijken – en leraren die ons helpen ons te bekwamen, geestelijke leraren, boodschappers en goddelijke wezens. Dit is in essentie het idee van hiërarchieën, een kosmische levensladder die omhoog en omlaag reikt door ontelbare levensrijken heen die de vele leerervaringen aanbieden die we nodig hebben om vooruit te gaan door en verder dan dit heelal.

Sephiroth-boom

Het woord hiërarchie stamt af van het Griekse hieros, ‘heilig’, en archein, ‘besturen’. Het duidt daarom op graden of reeksen van levende wezens die samenwerken onder een gedelegeerd gezag, onder leiding van iemand die het hoogste gezag heeft. Voorbeelden zouden zijn een commerciële onderneming, een regering of een club waartoe we misschien hebben behoord, die leden heeft, een bestuur en een president. De natuur geeft overal voorbeelden van een hiërarchische structuur, van talloze individuele levende wezens die in hun evolutionaire opmars samenwerken als onderdelen van meer complexe entiteiten. Let maar eens op de verbazingwekkende sociale organisatie in de insectenwereld waar bijvoorbeeld kolonies mieren of bijen zich als één organisme gedragen. Het menselijk lichaam is nog een voorbeeld met zijn samenstel van gespecialiseerde organen die elk zeer specifieke taken vervullen om de gezondheid van het geheel te bevorderen. Als we kijken naar de basisbouwstenen van het lichaam, de cellen, zien we miniatuurorganen met specifieke functies binnen hun uiterst kleine kosmos, en we zien iets dergelijks ook op de moleculaire en subatomaire niveaus van een oneindige hiërarchie van leven.

De opvatting dat het heelal een hiërarchie van leven is die zich uitstrekt van de fysieke naar de geestelijke rijken, is onderdeel van de meeste religieuze stelsels in de wereld. Van de traditionele animistische geloofsvormen van Afrikaanse volkeren tot aan de hiërarchie van de hindoegoden is er bewijs voor een wijdverspreid geloof in een trapsgewijze opklimming van macht en gezag in het heelal, van een menigte entiteiten die in hun eigen gebieden samenwerken om leiding te geven aan wat er in de kosmos gebeurt.
    In sommige religies wordt deze hiërarchie symbolisch voorgesteld als een boom – bijvoorbeeld de asvatthaboom in India, de boom van wijsheid en kennis waarvan de vruchten onsterfelijkheid zijn, met zijn wortels in de hemel en zijn takken in de stoffelijke wereld. De joodse kabbala spreekt over negen sephiroth die hangen aan een tiende, kether, de kroon of het oorspronkelijke punt. De pythagorische school voor Griekse filosofie had wat zij de heilige tetraktis noemde die door wiskundige symboliek verwees naar de hiërarchieën van de kosmos. Het christendom beschouwt verschillende graden van aartsengelen, engelen, serafijnen en cherubijnen waarover in de bijbel wordt gesproken als schakels tussen de mens en God. Van bijzonder grote invloed op onze opvatting in de westerse wereld over engelachtige wezens waren de geschriften van de vijfde eeuwse christelijke mysticus Dionysius de Areopagiet, waaronder zijn Over de hemelse hiërarchie.

In de hedendaagse theosofische literatuur betekenen hiërarchieën de ontelbare graden, treden en stappen van zich in de kosmos ontwikkelende entiteiten, geleid en begeleid door hogere entiteiten, in een oneindige reeks omhoog naar het goddelijke en omlaag naar steeds grotere stoffelijkheid. Over de positie van de mensheid op de ontelbare treden van de evolutieladder zegt G. de Purucker:

De reeks van hiërarchieën strekt zich eindeloos in beide richtingen uit. Om zijn gedachten te bepalen kan de mens, als hij dat verkiest, zich voorstellen dat hijzelf in het midden staat vanwaar zich, omhooggaande, een oneindige reeks van klassen van hogere wezens in allerlei stadia uitstrekt – wezens die steeds minder stoffelijk en meer geestelijk en verhevener worden, in alle opzichten – naar een onbeschrijfelijk punt. En daar houdt de verbeelding op, niet omdat de reeks zelf eindigt, maar omdat onze gedachten niet verder reiken, naar binnen of naar buiten. En overeenkomstig deze reeks bestaat er een oneindig lange reeks van wezens in neerwaartse richting . . . steeds verder en verder omlaag, totdat ook daar de verbeelding ophoudt, eenvoudig omdat onze gedachten niet verder kunnen gaan.
     – Occulte Woordentolk, blz. 67

In theosofische literatuur gebruikt men gewoonlijk een schaalverdeling in zeven, tien of twaalf graden om de hierarchieën van wezens ‘boven’ en ‘beneden’ het menselijke niveau te omschrijven. De hiërarchieën hangen aan elkaar zoals hangende sieraden die een ketting vormen. Als we dus de schaal van tien gebruiken, is de hoogste van onze reeks de laagste van de volgende hiërarchie erboven, en de laagste van onze hiërarchie is de hoogste van de kosmische hiërarchie eronder, wat negen treden geeft. De negen levensrijken van de hoogste tot de laagste worden, zoals de Grieken ze onderwezen, soms gegeven als: supergoddelijk, dat voor ons het hoogste is maar dat het onderste is van de hiërarchie boven ons – dan 1) goddelijke hiërarchieën; 2) goden of het goddelijk-geestelijke; 3) halfgoden, soms de goddelijke helden genoemd; 4) helden, wat hoogontwikkelde mensen betekent; 5) mensen; 6) dieren; 7) planten; 8) mineralen; en 9) elementalen. Als laatste komt het hoogste ‘supergoddelijke’ niveau van de hiërarchie beneden de onze, die voor hen de hoogste is, maar is vastgehaakt aan het laagste deel van onze tegenwoordige kosmische hiërarchie.

Hoe is het gesteld met de wezens ‘boven’ de mensheid, de engelen en goden uit religie en folklore die ons zo boeien? H.P. Blavatsky schreef dat het heelal ‘van binnen naar buiten wordt geleid’, zoals ook geldt voor de handelingen van de mens:

De hele Kosmos wordt geleid, beheerst en bezield door een bijna eindeloze reeks hiërarchieën van bewuste wezens, die elk een taak hebben te volbrengen en die – of we ze nu de ene of de andere naam geven en ze dhyan-chohans of engelen noemen – ‘boodschappers’ zijn, maar alleen in die zin dat ze werktuigen zijn van de karmische en kosmische wetten. Ze variëren oneindig in hun respectievelijke graden van bewustzijn en intelligentie; en als men ze allen zuivere geesten noemt, zonder enig aards bijmengsel ‘waar de tijd aan pleegt te knagen’, geeft men zich slechts over aan dichterlijke verbeelding. Want ieder van die wezens is òf een mens geweest, òf bereidt zich voor er een te worden, zo niet in het heden, dan toch in een vroegere of komende cyclus . . .     – De Geheime Leer 1:301-2

Theosofie wijst op de verder geëvolueerde wezens als de hiërarchie van mededogen die zich uitstrekt van goede en verheven mensen, in stijgende lijn via meesters van wijsheid, goden en supergoddelijke intelligenties tot de onuitsprekelijke levensbron in ons universum.1 Hier brengen kosmische intelligentie en goddelijke substantie, die voortvloeien uit het grenzeloze onkenbare, samen alle verschijnselen voort die behoren tot de spirituele of bewustzijnskant van de natuur. Als zelfbewuste mensen bevinden wij ons halverwege tussen de goden en de elementalen. Omdat we ontluikende goddelijke vermogens hebben, kan ieder van ons op elk moment kiezen of hij ernaar zal streven zich bij de goden aan te sluiten of ermee tevreden is om in de lagere natuurrijken te blijven.

Als leerlingen in de school van het leven moet ons doel zijn om op een dag samen met onze klasgenoten op te klimmen naar andere scholen voor hogere kennis in de kosmos. Onze leraren uit de hiërarchie van mededogen roepen vriendelijk, en moedigen ons aan ons in te spannen bij onze studie en ons op een dag bij hen aan te sluiten om de levensrijken steeds verder omhoog te leiden op de kosmische levensladder.


Noot
  1. Zie ‘Mededogen in De Geheime Leer’, blz. 162.

 

 
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 2004

© 2004 Theosophical University Press Agency