We worden geboren, we leven en we sterven. Wat gebeurt er intussen
– daarvoor, daarna en tijdens het leven? Zijn we alleen? Zijn
we onderdeel van een keten van wezens, een hiërarchie? Wat is onze
plaats in het kosmische plan? Om de dingen te begrijpen, beginnen we
vragen zoals deze te stellen.
Laten we bij de fysieke mens beginnen, en van hem een microanalyse
geven: we zijn allemaal opgebouwd uit onderdelen en segmenten, systemen
en organen. Elk van deze is weer opgebouwd uit cellen, die weer zijn
opgebouwd uit atomen, dan uit protonen, neutronen, en elektronen. Elk
van deze is uit zelfs nog kleinere levens opgebouwd, en dit gaat zo
door . . . zonder einde. Als we op een vergelijkbare manier de fysieke
mens als uitgangspunt nemen, maar nu steeds verder naar buiten gaan,
een macrobenadering, zien we dat we deel zijn van een gezin, een gemeenschap,
een stad, een provincie, een land, een wereld, een zonnestelsel, een
melkwegstelsel, een universum, en zo verder . . . ook zonder einde.
Dat is de manier waarop we het fysieke bestaan rondom, boven, en in
ons lichaam gemanifesteerd zien. Maar de basis van onszelf en de zichtbare
wereld is niet de fysieke manifestatie. Dat is het geestelijke bestaan.
Het spirituele en fysieke zijn in diepste essentie één,
tegengestelde polen van hetzelfde continuüm. Tussen deze beide
zijn verschillende graden van geest-substantie. De grote religieuze
filosofieën spreken op verschillende manieren over deze gradaties.
De apostel Paulus sprak erover als lichaam, ziel en geest. In de theosofie
worden ze vaak ingedeeld in zeven verschillende elkaar doordringende
essenties.
Deze verschillende maar met elkaar verweven elementen of beginselen
hebben hun oorsprong in het goddelijke, dat verbonden is met –
en in feite één is met – alle andere wezens in de
uitgestrekte kosmos die wij ons thuis noemen. Dan hebben we het spirituele/intuïtieve
aspect van onze hogere natuur. Vervolgens komt het mentale, dat tweevoudig
is. De hogere component is het werkelijk menselijke deel van ons dat
van leven tot leven blijft voortbestaan, terwijl het lagere deel verbonden
is met onze emotionele of dierlijke natuur en bij de dood uiteenvalt.
Het spirituele aspect wordt vanuit het goddelijke gevormd, en het mentale
vanuit de goddelijke en spirituele delen samen. Deze hogere triade vertegenwoordigt
onze individualiteit die de karaktertrekken die we ons eigen hebben
gemaakt, van de dood tot de wedergeboorte instandhoudt. Het lagere vergankelijke
viertal van ons wezen wordt gevormd door onze emotionele natuur, die
onze reacties op de werelden die we ervaren, vastlegt; onze levenskracht,
de energie die ons voortstuwt door het bestaan en de manifestatie; ons
etherische model of astrale ‘lichaam’, dat op zijn beurt
als blauwdruk van ons vertrouwde fysieke lichaam fungeert.
Deze structuur van de menselijke samenstelling wordt, mutatis mutandis,
herhaald in alle hiërarchieën in en buiten het menselijk lichaam.
Elk deel wordt op een soortgelijke manier opgebouwd, waarbij sommige
aspecten latent blijven tot de juiste mogelijkheid tot zelfexpressie
zich voordoet. De uiterst kleine microkosmos van het atoom lijkt op
zijn eigen schaal op het ontzagwekkende macrokosmische schouwspel dat
we op een heldere nacht boven ons zien, en zal zich na verloop van tijd
ontwikkelen om dat te worden. Wij zijn zelf ook microscopisch leven
geweest, en zijn nu op weg om volledig menselijk te worden. De volgende
stap voor ons is om onzelfzuchtige helpers van de mensheid te worden,
en dan goden die waken over verschillende delen van het universum, totdat
we op een dag zelf een zonnestelsel worden zoals ons eigen zonnestelsel,
en uiteindelijk een melkwegstelsel.
Dit grootse visioen geeft inzicht in onze wereld, waarin we ons halverwege
de duur bevinden. We zijn een cirkel waarvan het middelpunt overal is
en de omtrek nergens. We zijn innig met de hele schepping verbonden,
als een onlosmakelijk onderdeel van het kosmische leven dat zich zowel
naar binnen als naar buiten oneindig uitstrekt. Zoals Francis Thompson
schreef, ‘u kunt geen bloem aanraken, zonder een ster te beroeren’.
Omdat we onder de uiteindelijke controle staan van de kern van ons wezen,
ons goddelijke zelf, heeft ieder van ons de volledige controle over
zichzelf. Het lijkt misschien niet altijd zo te zijn, vooral als de
dingen ingaan tegen dat waarvan we graag geloven dat het goed voor ons
is. Toch zullen al onze handelingen weer bij ons uitkomen, volgens een
oorzaak-gevolg-scenario . . . het enige systeem van volmaakte rechtvaardigheid.
In dit volmaakte en allesdoordringende karmische systeem, worden we
alleen aan banden gelegd door onze eigen benadering van het leven, en
door het pad dat we voor onszelf creëren.
We maken ieder moment ontelbare keuzes. Wanneer we ze in harmonie met
het universum maken, en met de natuur samenwerken in haar grootse taak
van geleide, creatieve evolutie, bewegen we met de grote stroom van
het leven mee. Deze handelingen hebben nuttige gevolgen. Wanneer we
keuzes maken die niet in overeenstemming zijn met de voortgaande stroom
van het leven, dan komen deze golven in de vredige poel van het kosmische
evenwicht bij ons terug als toekomstige ervaringen om lering uit te
trekken. Wanneer we eenmaal onze minder ontwikkelde neigingen hebben
overwonnen, en in overeenstemming met de natuurlijke harmonie handelen,
gaan we verder om andere lessen te leren die ons te wachten staan in
de universele evolutionaire en hiërarchische ontwikkeling.
Naarmate vanuit onze innerlijke bron meer kennis en wijsheid vloeit,
zullen we in de hiërarchie stijgen. Onze reis heeft ons tot nu
toe precies gebracht waar we nu zijn – NU,
op dit moment. We hebben onszelf gemaakt tot wat we zijn, en zullen
dat blijven doen. We kunnen degene die we worden veranderen overeenkomstig
ons inzicht in onszelf en in de kosmos die ons omgeeft en ons bezielt.
Alle goddelijke vonken die samenwerken om de voortgang van het enorme
kosmische continuüm te volgen en verder te helpen, werken in harmonie
met de natuur, en maken gebruik van onze eigen gedachten en handelingen
om voor ons het pad te verlichten. De keus is aan ons om snel en gemakkelijk
of langzaam en met moeite verder te gaan. Wij zijn individuele wezens
op een reis naar de ware kern van onszelf, terwijl de golven van ons
kielzog door de eeuwigheid deinen en letterlijk bij elke stap, op elk
moment, . . . nu, ons weer bereiken.