Onszelf, nu
Scott J. Osterhage

 

We worden geboren, we leven en we sterven. Wat gebeurt er intussen – daarvoor, daarna en tijdens het leven? Zijn we alleen? Zijn we onderdeel van een keten van wezens, een hiërarchie? Wat is onze plaats in het kosmische plan? Om de dingen te begrijpen, beginnen we vragen zoals deze te stellen.

Laten we bij de fysieke mens beginnen, en van hem een microanalyse geven: we zijn allemaal opgebouwd uit onderdelen en segmenten, systemen en organen. Elk van deze is weer opgebouwd uit cellen, die weer zijn opgebouwd uit atomen, dan uit protonen, neutronen, en elektronen. Elk van deze is uit zelfs nog kleinere levens opgebouwd, en dit gaat zo door . . . zonder einde. Als we op een vergelijkbare manier de fysieke mens als uitgangspunt nemen, maar nu steeds verder naar buiten gaan, een macrobenadering, zien we dat we deel zijn van een gezin, een gemeenschap, een stad, een provincie, een land, een wereld, een zonnestelsel, een melkwegstelsel, een universum, en zo verder . . . ook zonder einde.

Dat is de manier waarop we het fysieke bestaan rondom, boven, en in ons lichaam gemanifesteerd zien. Maar de basis van onszelf en de zichtbare wereld is niet de fysieke manifestatie. Dat is het geestelijke bestaan. Het spirituele en fysieke zijn in diepste essentie één, tegengestelde polen van hetzelfde continuüm. Tussen deze beide zijn verschillende graden van geest-substantie. De grote religieuze filosofieën spreken op verschillende manieren over deze gradaties. De apostel Paulus sprak erover als lichaam, ziel en geest. In de theosofie worden ze vaak ingedeeld in zeven verschillende elkaar doordringende essenties.

Deze verschillende maar met elkaar verweven elementen of beginselen hebben hun oorsprong in het goddelijke, dat verbonden is met – en in feite één is met – alle andere wezens in de uitgestrekte kosmos die wij ons thuis noemen. Dan hebben we het spirituele/intuïtieve aspect van onze hogere natuur. Vervolgens komt het mentale, dat tweevoudig is. De hogere component is het werkelijk menselijke deel van ons dat van leven tot leven blijft voortbestaan, terwijl het lagere deel verbonden is met onze emotionele of dierlijke natuur en bij de dood uiteenvalt. Het spirituele aspect wordt vanuit het goddelijke gevormd, en het mentale vanuit de goddelijke en spirituele delen samen. Deze hogere triade vertegenwoordigt onze individualiteit die de karaktertrekken die we ons eigen hebben gemaakt, van de dood tot de wedergeboorte instandhoudt. Het lagere vergankelijke viertal van ons wezen wordt gevormd door onze emotionele natuur, die onze reacties op de werelden die we ervaren, vastlegt; onze levenskracht, de energie die ons voortstuwt door het bestaan en de manifestatie; ons etherische model of astrale ‘lichaam’, dat op zijn beurt als blauwdruk van ons vertrouwde fysieke lichaam fungeert.

Deze structuur van de menselijke samenstelling wordt, mutatis mutandis, herhaald in alle hiërarchieën in en buiten het menselijk lichaam. Elk deel wordt op een soortgelijke manier opgebouwd, waarbij sommige aspecten latent blijven tot de juiste mogelijkheid tot zelfexpressie zich voordoet. De uiterst kleine microkosmos van het atoom lijkt op zijn eigen schaal op het ontzagwekkende macrokosmische schouwspel dat we op een heldere nacht boven ons zien, en zal zich na verloop van tijd ontwikkelen om dat te worden. Wij zijn zelf ook microscopisch leven geweest, en zijn nu op weg om volledig menselijk te worden. De volgende stap voor ons is om onzelfzuchtige helpers van de mensheid te worden, en dan goden die waken over verschillende delen van het universum, totdat we op een dag zelf een zonnestelsel worden zoals ons eigen zonnestelsel, en uiteindelijk een melkwegstelsel.

Dit grootse visioen geeft inzicht in onze wereld, waarin we ons halverwege de duur bevinden. We zijn een cirkel waarvan het middelpunt overal is en de omtrek nergens. We zijn innig met de hele schepping verbonden, als een onlosmakelijk onderdeel van het kosmische leven dat zich zowel naar binnen als naar buiten oneindig uitstrekt. Zoals Francis Thompson schreef, ‘u kunt geen bloem aanraken, zonder een ster te beroeren’. Omdat we onder de uiteindelijke controle staan van de kern van ons wezen, ons goddelijke zelf, heeft ieder van ons de volledige controle over zichzelf. Het lijkt misschien niet altijd zo te zijn, vooral als de dingen ingaan tegen dat waarvan we graag geloven dat het goed voor ons is. Toch zullen al onze handelingen weer bij ons uitkomen, volgens een oorzaak-gevolg-scenario . . . het enige systeem van volmaakte rechtvaardigheid. In dit volmaakte en allesdoordringende karmische systeem, worden we alleen aan banden gelegd door onze eigen benadering van het leven, en door het pad dat we voor onszelf creëren.

We maken ieder moment ontelbare keuzes. Wanneer we ze in harmonie met het universum maken, en met de natuur samenwerken in haar grootse taak van geleide, creatieve evolutie, bewegen we met de grote stroom van het leven mee. Deze handelingen hebben nuttige gevolgen. Wanneer we keuzes maken die niet in overeenstemming zijn met de voortgaande stroom van het leven, dan komen deze golven in de vredige poel van het kosmische evenwicht bij ons terug als toekomstige ervaringen om lering uit te trekken. Wanneer we eenmaal onze minder ontwikkelde neigingen hebben overwonnen, en in overeenstemming met de natuurlijke harmonie handelen, gaan we verder om andere lessen te leren die ons te wachten staan in de universele evolutionaire en hiërarchische ontwikkeling.

Naarmate vanuit onze innerlijke bron meer kennis en wijsheid vloeit, zullen we in de hiërarchie stijgen. Onze reis heeft ons tot nu toe precies gebracht waar we nu zijn – NU, op dit moment. We hebben onszelf gemaakt tot wat we zijn, en zullen dat blijven doen. We kunnen degene die we worden veranderen overeenkomstig ons inzicht in onszelf en in de kosmos die ons omgeeft en ons bezielt. Alle goddelijke vonken die samenwerken om de voortgang van het enorme kosmische continuüm te volgen en verder te helpen, werken in harmonie met de natuur, en maken gebruik van onze eigen gedachten en handelingen om voor ons het pad te verlichten. De keus is aan ons om snel en gemakkelijk of langzaam en met moeite verder te gaan. Wij zijn individuele wezens op een reis naar de ware kern van onszelf, terwijl de golven van ons kielzog door de eeuwigheid deinen en letterlijk bij elke stap, op elk moment, . . . nu, ons weer bereiken.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 2004

© 2004 Theosophical University Press Agency