De dilemma’s en paradoxen in het leven van de mens laten het
effect zien van de met elkaar verweven lotsbestemmingen, verborgen stromingen
binnen een voortgaande stroom. We zien dit in de natuurrijken waar wederzijdse
afhankelijkheid veel voorkomt. Vogels verwijderen insecten van waterbuffels;
vallende bladeren voeden de bosbodem ten behoeve van nieuwe varens en
zaailingen; en vuur maakt de zaden los uit de dennenappels. Zwammen
die rond wortels van jonge dennen staan, zijn in de bodem op zoek naar
voedingsstoffen in ruil voor suikers van de groeiende naaldbomen. Paddestoelen
kunnen ook verontreinigde wateren en stroomgebieden ontgiften. Wetenschappers
experimenteren met zwammen om zenuwgas en andere stoffen voor chemische
oorlogsvoering af te breken.
Bewijzen van de onderlinge verbondenheid van het leven zijn er overal.
Werelden doordringen elkaar; dit geldt ook voor mensen, ten goede of
ten kwade. Reizen in een hecht samenhangende wereldgemeenschap heeft
zowel goede als minder goede resultaten opgeleverd. Aan de zuidelijke
en oostelijke zeekust van de Verenigde Staten wemelt het van de migrerende
planten en dieren, en reizigers blijven allerlei andere dieren meenemen.
Neem bijvoorbeeld de invasie van kwallen uit de tropische wateren van
de Stille Oceaan die ‘floreren’ langs de kust van de Atlantische
Golf.1 Deze indringers zijn waarschijnlijk
meegelift op schepen die door het Panamakanaal zijn gekomen. Er wordt
veel schade toegebracht aan de vispopulaties in de wereld door kwallen
die de voedselketen uitputten, waaronder het dierlijke plankton dat
onmisbaar is voor jonge vissen. Aan het eind van de jaren tachtig werd
de hele vispopulatie van de Zwarte Zee vernietigd door een groep kwallen
– maar de mensheid had de oceanen op aarde al overbevist vóór
de invasie van de kwallen!
In The Hidden Connections (De verborgen verbindingen) noemt
Fritjof Capra de recent ontwikkelde ecowetenschap van biomimicry, waarin
we, in plaats van te proberen de natuur te manipuleren of te veranderen,
leren de werkwijzen van de natuur te bestuderen. Onderzoek van fotosynthese
kan helpen bij het ontwikkelen van nieuwe soorten zonnecellen. Chemische
analyse van de hechtende vloeistof die blauwe mosselen onder water afscheiden
helpt chirurgen bij het maken van verbindingen tussen gewrichtsbanden
en weefsels in een vloeibare omgeving. Duitse onderzoekers hebben duurzame
verf geproduceerd door het zelfreinigende micro-oppervlak van het lotusblad
na te bootsen. Capra beweert dat interdisciplinaire teams van wetenschappers
en technici ‘ontdekken dat veel van onze belangrijkste technologische
problemen in de natuur al zijn opgelost op verfijnde, efficiënte
en ecologisch duurzame wijze, en ze proberen deze oplossingen geschikt
te maken voor menselijk gebruik’ (blz. 204). Zijn woorden doen
me denken aan een passage uit een Mahatma-brief van een eeuw geleden:
‘wij volgen en imiteren de natuur slechts slaafs
in haar werk’.2
Bij mensen zien we een hiërarchie van werelden in werelden, van
de levensatomen die ons lichaam vormen tot ons hoogste stralende centrum
en universele goddelijke beginsel – atman – dat vaak wordt
omschreven als een ‘ademhaling’. Al onze zeven beginselen
zijn van elkaar afhankelijk om op aarde te kunnen functioneren. H.P.
Blavatsky schrijft:
De twee hogere beginselen [atma-buddhi] kunnen
op aarde geen individualiteit hebben, kunnen geen mens
zijn, tenzij er (a) het denkvermogen is, het manas-ego,
om zichzelf te kennen en (b) de aardse onechte persoonlijkheid,
of het lichaam van egoïstische begeerten en persoonlijke wil,
om het geheel aan de fysieke vorm van de mens te hechten.
– De Geheime Leer 2:272
Prana, het levensbeginsel, is de stralende kracht of energie van atman
en ‘doordringt het hele wezen van het objectieve heelal’.3
De Bhagavad-Gita zegt het zo: ‘Zoals één
enkele zon het hele universum verlicht, evenzo verlicht de Ene Geest
elk lichaam’, en daarna horen we Krishna lovend spreken over ‘de
wijsheid die in ieder deel van de natuur slechts één beginsel
vaststelt, . . . niet gescheiden in de dingen die men als afgescheiden
ziet . . .’ (13:33, 18:20).
Alle menselijke beginselen zijn op hun beurt verbonden met kosmische
beginselen. Deze gedachte wordt prachtig uitgedrukt in Grace F. Knoche’s
Duizend Lichten Aansteken, waar ze over ieder mens spreekt
als een ‘goddelijke kern, een uitdrukking van een kosmische bestemming,
gedurende een grootse ‘cyclus van noodzakelijkheid’. De
reden hiervoor is tweeledig:
hoewel we beginnen als niet-zelfbewuste godsvonken,
zullen we tegen de tijd dat we alles hebben ervaren wat er in iedere
levensvorm te leren is, niet alleen zijn ontwaakt tot een vollediger
bewustzijn van de menigten atomaire levens die dienen als onze lichamen
op de verschillende gebieden, maar we zullen zelf goden zijn geworden.
– blz. 10
Op deze wijze zijn we ‘Levenswoningen gebouwd op een onvergankelijk
Centrum van Zijn’. HPB schrijft:
‘Er is dus in geestelijke
zin maar één absolute upadhi (basis) waaruit,
waarop en waarin voor manvantarische doeleinden de talloze kernen
worden gebouwd, van waaruit de universele, cyclische en individuele
evoluties tijdens de actieve periode voortkomen.’
‘Het is dat LICHT
dat zich verdicht tot vormen van de ‘Heren van het Zijn’
. . .’
– De
Geheime Leer 2:36
Alle wezens zijn golven van verdicht licht. In een van De Mahatma
Brieven (blz. 154) lezen we: ‘Geest wordt de uiterste sublimatie
van de stof genoemd, en stof de kristallisatie van geest’.
In een brief aan haar tante, Nadjezjda de Fadjejev, beschrijft Blavatsky
hoe beweging van het ene atoom naar het andere wordt overgebracht door
alle lagen van de oneindige en onmeetbare ruimte: ‘Materie heeft
een prikkel gekregen, en zo’n prikkel, zoals zelfs natuurkundigen
weten, heeft een eeuwigdurend effect.’ Zij zegt dat wanneer
dit principe wordt toegepast op een vermoorde persoon, zijn dood ‘slechts
een kleinigheid is in vergelijking met de nawerking . . . Een persoon
wordt gedood en het werk dat hem is toegewezen wordt gewelddadig onderbroken.
Ieder mens, hoe onbetekenend hij ook mag zijn, is in zijn eigen sfeer
een schakel die zich vasthoudt aan een andere schakel in de hem toegewezen
sfeer; als deze breekt, raakt alles in de war, andere schakels raken
erbij betrokken, enz.’4
In een lezing over ‘De verborgen oorzaak van menselijke conflicten’,
erkende G. de Purucker dat het geheim zou worden onthuld aan iemand
die niet alleen ziet dat ‘een deel even belangrijk is als het
geheel en dat het geheel even belangrijk is als het deel, maar ook dat
‘de eenheid als deel van het geheel oneindig veel belangrijker
is dan de eenheid op zich’ (Wind van de Geest, blz. 40-1).
Hij herinnert ons eraan dat ‘ons fysieke heelal slechts het buitenste
kleed is, de sluier die andere heelallen erin of erachter verbergt’.
Het idee van deze onzichtbare innerlijke werelden werd in alle oude
geschriften en door de eeuwen heen door de grootste wijzen en zieners
onderwezen. ‘Het is duidelijk’, schreef hij, ‘dat
deze innerlijke werelden de oorzakelijke werelden zijn, dat ze namelijk
de oorzaak zijn van wat wij in deze grofstoffelijke wereld zien’
(Questions We All Ask, 2de reeks, no. 30, blz. 278). Werner
Heisenberg verklaarde dat de moderne fysica duidelijk had gekozen voor
Plato: ‘In feite zijn de kleinste eenheden van materie geen fysieke
objecten in de gewone zin; het zijn vormen, ideeën die alleen in
wiskundige taal ondubbelzinnig kunnen worden uitgedrukt’.5
Sommigen noemen de oorzakelijke werelden ‘krachten’ of
‘energieën’, maar wat is energie? Het is substantie
van een meer etherische soort dan waarop ons zintuiglijk gestel is afgestemd
om deze te kunnen waarnemen, en dat is het gevolg van het onvolmaakte
stadium van evolutionaire ontwikkeling van ons lichaam. Door onze eigen
innerlijke aard synchroon met deze fijnere werelden te laten trillen,
beginnen we ze te doordringen. Door het persoonlijke zelf los te laten,
worden we een deel van het onpersoonlijke kosmische zelf in ons hart.
Francesca Fremantle geeft een interpretatie van het ‘Tibetaanse
dodenboek’ in Luminous Emptiness. In het hoofdstuk over
‘De regenboog van elementen’ staan talrijke analogieën
die bruikbaar zijn voor hen die worstelen met het begrip tattva’s.
Tattva’s worden omschreven als ‘basisbeginselen van elementen
van oorspronkelijke substantie’, vaak weergegeven als ‘dat-heid’.
De Occulte Woordentolk van De Purucker onderkent zeven of tien
element-substanties in de universele natuur, terwijl enkele hindoe-stelsels
er vijfentwintig opsommen. Fremantle telt er vijf in de boeddhistische
traditie. Zij schrijft dat ‘elk afzonderlijk element alle vijf
elementen in zich heeft, dus zijn er werelden in werelden, die alle
met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk zijn’ (blz. 72).
In het Tibetaanse stelsel wordt ruimte (akasa) als een van deze elementen
beschouwd, als de stralende grenzeloze en heldere dimensie waarin al
het andere bestaat en waaruit alles voorkomt. Het is het element waarin
trilling plaatsvindt als de oorspronkelijke levenspulsatie. Op subtiele
niveaus komt het denkvermogen of bewustzijn daarmee overeen: ‘Ruimte
is de fundamentele, ingeboren eigenschap van openheid van het denken’.
Bij het behandelen van het elkaar doordringen van de sferen legt H.P.
Blavatsky de nadruk op vermenging van de levenskrachten en het astrale
licht of de aura van elk van de bollen, en niet zozeer van hun substantie.
Zij tracht ons te bevrijden van de gedachte dat deze onzichtbare sferen
‘boven’ of ‘beneden’, ‘hoger’ of
‘lager’ zijn, door te verklaren:
wanneer over ‘andere werelden’
wordt gesproken . . . plaatst de occultist deze sferen niet
buiten of binnen onze aarde, zoals de theologen
en de dichters doen, want hun plaats is nergens in de ruimte die aan
de niet-ingewijde bekend is en waarover deze zich een idee
vormt. Ze zijn als het ware met onze wereld vermengd – ze doordringen
deze en worden door haar doordrongen. Er zijn miljoenen en miljoenen
werelden en firmamenten voor ons zichtbaar; er zijn nog grotere aantallen
die niet meer door middel van telescopen zichtbaar zijn, en veel van
deze laatste soort behoren niet tot onze objectieve bestaanssfeer.
Hoewel ze even onzichtbaar zijn als wanneer ze zich miljoenen mijlen
buiten ons zonnestelsel zouden bevinden, zijn ze toch met ons, bij
ons, binnen onze eigen wereld en voor hun eigen bewoners
even objectief en materieel als onze wereld voor ons is. . . . Zoals
we al zeiden, en voorzover we weten of voelen, bewegen de bewoners
van deze werelden zich misschien dwars door en rondom
ons heen alsof ze door een lege ruimte gingen, terwijl hun woonplaatsen
en landen de onze doordringen, hoewel ze ons gezichtsvermogen niet
verstoren, omdat wij nog geen zintuigen hebben om hen te onderscheiden.
– De Geheime Leer 1:670
Het is belangrijk een idee te krijgen van onze eigen grenzeloze natuur.
We zijn er tevreden mee te leren hoe we onze eigen omgeving moeten beschermen,
van onze lichaamscellen tot de gedachten en inspiraties van ons hogere
denkvermogen, omdat dat het gebied is waarover we waken, dat ons stukje
grond is om te bewerken, te cultiveren. Er kan evenwel een dag komen
dat het onze verantwoordelijkheid is om over een zonnestelsel of misschien
wel een melkwegstelsel te waken, hoe ambitieus dat misschien ook lijkt,
maar dit zal alleen worden bereikt door beweegredenen die overeenkomen
met het goddelijke plan, niet door hen die overmoedig hun krachten aanwenden
om de ruimte te veroveren.
Het boeddhistische Avatamsaka Sutra opent een venster naar
wat de wetenschap het ‘multiversum’ begint te noemen. In
deze ‘Koning’ onder de sutra’s staat een gebed tot
de boeddha’s die de ruimte doordringen:
Met lichamen even talrijk als de atomen van de wereld
. . .
Vindt men op elk atoom een boeddha
Gezeten te midden van talloze boeddhazonen,
Ik kijk met ogen vol vertrouwen naar die zegevierenden
Die zó de hele dharmadhatu [het dharmarijk] vullen.
In een vers dat onze verbeeldingskracht stimuleert:
In elk atoom bevinden zich boeddhavelden, ontelbaar
als atomen,
In elk veld zijn zoveel boeddha’s dat het ons voorstellingsvermogen
te boven gaat,
En elke boeddha is omringd door talloze bodhisattva’s:
Op al deze verheven bewoners richt ik mijn aandacht.
In alle atomen binnen de richtingen
Verblijven zo binnen de ruimte van een enkele haar
Een zee van boeddha’s in een zee van boeddhavelden
Die verlichte handelingen verrichten gedurende een zee van eonen.
Deze handelingen zijn zeer verheven:
Ik manifesteer boeddhavelden in verleden, heden en
toekomst
Op één enkel bestaansatoom,
En vervolgens transformeer ik elk afzonderlijk bestaansatoom in een
boeddhaveld.
Zo wordt de bevrijding van alle wezens beschreven:
Mag ik een zee van gebieden zuiveren,
Mag ik een zee van bewuste wezens bevrijden,
Mag ik een zee van waarheden begrijpen
En mag ik een zee van wijsheid tot stand brengen.
Noten
- ‘Jellies on a Roll’, Audubon,
mei/juni 2002, blz. 18.
- De Mahatma Brieven aan A.P. Sinnett, blz.
25.
- De Sleutel tot de Theosofie, blz. 163.
- The Letters of H.P. Blavatsky, Theosophical
Publishing House, 2003, Dl. 1, blz. 324.
- Geciteerd in The New York Times, boekbespreking,
8 maart 1992, blz. 4.