Als we in beslag worden genomen door de ‘denkgroeven’ of
mentale gewoonten van de mensen om ons heen, missen we een kans van
onschatbare waarde om onze eigen denkgroeven te erkennen en de vaardigheid
te verwerven om ze te doorbreken. En we hebben zulke denkgroeven, anders
zouden we op het evolutiepad verder zijn gevorderd.
Verlangen we ooit wraak te nemen? Sarcasme, afbrekende kritiek, roddelen,
het niet verlenen van medewerking aan onze collega’s – dit
zijn subtiele vormen van het nemen van wraak op een ander omdat we denken
dat hij onze meerdere is en we ons daaraan storen, of omdat we denken
dat hij onze mindere is en op zijn plaats moet worden gewezen. Wanneer
het zich bewust worden van verschillen leidt tot enig gevoel van minderwaardigheid
of superioriteit, brengt dat een veelvoud van slechte gedachten en daden
voort. Daarmee laten we zien dat we niet begrijpen wat universele broederschap
is, ongeacht hoe vaak of hoe mooi we ons geloof in universele broederschap
als een feit in de natuur verwoorden. Onze eigen mentale groef van ‘afgescheidenheid’
is noch gemakkelijk te ontdekken, noch gemakkelijk te bestrijden. Als
we werkelijk zouden beseffen dat iedere entiteit een uitdrukking is
van het Ene Leven, dan zou deze kennis ieder gevoel van minderwaardigheid
of superioriteit tenietdoen, en zouden we graag onze medewerking verlenen
aan de krachten en mensen die werken voor het welzijn van iedereen.
Lezen en praten we over de praktische leringen die ons zijn geleerd,
terwijl we ze niet of nauwelijks in ons leven toepassen? Nog een denkgroef
– een onterecht gevoel dat de ene afdeling van ons leven van de
andere gescheiden is, in plaats van in te zien dat alle facetten van
een bewustzijnsstroom die ieder individu is, één zijn.
Alleen als alle aspecten van een individuele bewustzijnsstroom in harmonie
zijn, kan die kalmte ontstaan die nodig is voor ware visie. Hoe kunnen
we de natuur bij haar werk effectief helpen zonder visie? Goed zijn
is niet genoeg; we moeten ook wijs zijn.