Veranderende seizoenen – de warme zwoele zomer, de verkwikkende
afkoeling van de herfst, de stilte en koude van de winter, en het opgewekte
drukke gezoem van de lente – zo verandert onze wereld van kleur,
van dag tot dag, nacht na nacht. Wanneer we ons ontwikkelen van jong
tot middelbare leeftijd en nog verder zijn we verrukt over de melodie
van het leven dat zich baadt in de geest, maar we raken meer en meer
ontzet over corruptie, egoïsme en hebzucht. Als we die beide kanten
van het leven zo duidelijk zien, hoe kunnen we dan bij dit alles ons
evenwicht bewaren? Hoe behouden we onze waardigheid en een heldere geest
te midden van zoveel bezoedeling? Hoe moeten we tegen het kwade en wreedheid
aankijken, en wat is onze werkelijke plicht in verband hiermee?
Als we duisternis waarnemen is er een natuurlijke tendens om zelf duister
te worden. We wenden ons met minachting en ontsteltenis af, we voelen
onszelf afgescheiden en houden ons afzijdig van die ellende. Degenen
van ons die de frisse lucht van een beter karma ademen kunnen in de
verleiding komen onze broeders te veroordelen en te bekritiseren. We
weten dat dit verkeerd is, maar wat zouden we dan over hen moeten denken?
Van tijd tot tijd komen we in aanraking met die eeuwige geest van alle
dingen. Het ‘Wauw’, zoals een vriend en ik ernaar verwijzen,
die gelukzalige momenten, van kortere of langere duur, wanneer we het
goddelijke ervaren. Het is een talisman om het leven te kunnen leven.
Eerst vangen we hier en daar een glimp ervan op. We baden voor langere
of kortere tijd erin, of soms helemaal niet. Het is gemakkelijk wanneer
Gods schoonheid en majesteit zich voor ons uitstrekken, maar bijna onmogelijk
als we met het tegenovergestelde worden geconfronteerd. Niettemin moeten
we leren om meer en meer naar het ‘Wauw’ te groeien . .
. het te worden. Zodra we daarin slagen, worden we meesters van het
leven.
Zoals we het Wauw in de luister van het leven zien, zouden we het ook
in de ziekte en slechtheid van het leven moeten zien – in alle
situaties. Hoe? Wat zou dan onze geestesgesteldheid zijn wanneer we
het kwade zien? Mededogen, hartelijk medeleven met een door onwetendheid
verwoest leven. Liefde die de haat, boosheid en pijn omarmt en verzacht.
Het is onze hoogste plicht elke dag hiermee bezig te zijn bij alles
waarvan we getuige zijn. Dat is de mentale houding waaraan we moeten
werken.
Op onze rustige momenten kunnen we onze ogen opslaan en datgene met
toewijding aanraken wat we meer dan iets anders in ons hart koesteren:
die heilige gelukzaligheid van eeuwig licht. En evenals op die momenten
kunnen we dat ook doen wanneer we pijn voelen, of wanneer we pijn zien
– onszelf volledig openen voor die pijn, en er recht doorheen
zien naar die ene eeuwige essentie. Midden in die pijn zullen we worden
gerustgesteld door een balsem van begrip – een magisch elixer!
Niet door onze ogen af te wenden, maar door direct te onderzoeken wat
we uit de weg wilden gaan, dan vinden we dit elixer. Mededogen overweldigt
ons, en maakt de niet geliefden dierbaar voor ons. Zelfs lichamelijke
pijn schijnt te verdwijnen.
Terwijl we dit pad bewandelen kunnen we te midden van de verwarring
kalm onze weg gaan en niemand van onze broeders meer verwerpen. We merken
minder verschil, minder verscheidenheid, in situaties en omstandigheden.
Want alleen het eeuwige Ene ligt ten grondslag aan de vele kleuren en
schakeringen van de seizoenen.