Geef de wereld één kleur
Taylor Glenn

 

Veranderende seizoenen – de warme zwoele zomer, de verkwikkende afkoeling van de herfst, de stilte en koude van de winter, en het opgewekte drukke gezoem van de lente – zo verandert onze wereld van kleur, van dag tot dag, nacht na nacht. Wanneer we ons ontwikkelen van jong tot middelbare leeftijd en nog verder zijn we verrukt over de melodie van het leven dat zich baadt in de geest, maar we raken meer en meer ontzet over corruptie, egoïsme en hebzucht. Als we die beide kanten van het leven zo duidelijk zien, hoe kunnen we dan bij dit alles ons evenwicht bewaren? Hoe behouden we onze waardigheid en een heldere geest te midden van zoveel bezoedeling? Hoe moeten we tegen het kwade en wreedheid aankijken, en wat is onze werkelijke plicht in verband hiermee?

Als we duisternis waarnemen is er een natuurlijke tendens om zelf duister te worden. We wenden ons met minachting en ontsteltenis af, we voelen onszelf afgescheiden en houden ons afzijdig van die ellende. Degenen van ons die de frisse lucht van een beter karma ademen kunnen in de verleiding komen onze broeders te veroordelen en te bekritiseren. We weten dat dit verkeerd is, maar wat zouden we dan over hen moeten denken?

Van tijd tot tijd komen we in aanraking met die eeuwige geest van alle dingen. Het ‘Wauw’, zoals een vriend en ik ernaar verwijzen, die gelukzalige momenten, van kortere of langere duur, wanneer we het goddelijke ervaren. Het is een talisman om het leven te kunnen leven. Eerst vangen we hier en daar een glimp ervan op. We baden voor langere of kortere tijd erin, of soms helemaal niet. Het is gemakkelijk wanneer Gods schoonheid en majesteit zich voor ons uitstrekken, maar bijna onmogelijk als we met het tegenovergestelde worden geconfronteerd. Niettemin moeten we leren om meer en meer naar het ‘Wauw’ te groeien . . . het te worden. Zodra we daarin slagen, worden we meesters van het leven.

Zoals we het Wauw in de luister van het leven zien, zouden we het ook in de ziekte en slechtheid van het leven moeten zien – in alle situaties. Hoe? Wat zou dan onze geestesgesteldheid zijn wanneer we het kwade zien? Mededogen, hartelijk medeleven met een door onwetendheid verwoest leven. Liefde die de haat, boosheid en pijn omarmt en verzacht. Het is onze hoogste plicht elke dag hiermee bezig te zijn bij alles waarvan we getuige zijn. Dat is de mentale houding waaraan we moeten werken.

Op onze rustige momenten kunnen we onze ogen opslaan en datgene met toewijding aanraken wat we meer dan iets anders in ons hart koesteren: die heilige gelukzaligheid van eeuwig licht. En evenals op die momenten kunnen we dat ook doen wanneer we pijn voelen, of wanneer we pijn zien – onszelf volledig openen voor die pijn, en er recht doorheen zien naar die ene eeuwige essentie. Midden in die pijn zullen we worden gerustgesteld door een balsem van begrip – een magisch elixer! Niet door onze ogen af te wenden, maar door direct te onderzoeken wat we uit de weg wilden gaan, dan vinden we dit elixer. Mededogen overweldigt ons, en maakt de niet geliefden dierbaar voor ons. Zelfs lichamelijke pijn schijnt te verdwijnen.

Terwijl we dit pad bewandelen kunnen we te midden van de verwarring kalm onze weg gaan en niemand van onze broeders meer verwerpen. We merken minder verschil, minder verscheidenheid, in situaties en omstandigheden. Want alleen het eeuwige Ene ligt ten grondslag aan de vele kleuren en schakeringen van de seizoenen.

 
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 2005

© 2004 Theosophical University Press Agency