In de jaren zestig heb ik korte tijd gereisd als beroepsgoochelaar.
Op de aankondiging werd ik vermeld als de Grote Payndini. Omdat ik meer
ervaring kreeg, werd ik ingehuurd door in theater-restaurants en nachtclubs.
Bij optredens voor een volwassen publiek viel me op dat het hypnose-deel
de meeste aandacht kreeg. Geleidelijk groeide het hypnose-gedeelte zozeer
dat ik alleen nog maar als hypnotiseur werd aangekondigd.
Gewoonlijk liet ik als hypnotiseur proefpersonen languit tussen stoelen
liggen en ging op hen staan, stak spelden in hun huid, en liet hen zingen
als kleine kinderen of kinderversjes opzeggen. Ik gebruikte ook posthypnotische
suggestie en liet hen een soort pruttelgeluiden van baby’s maken
wanneer ik aan mijn rechteroor trok.
Een voor mij interessant deel van het optreden was hoe de proefpersonen
reageerden wanneer ik suggereerde dat een gewoon potlood warm en tenslotte
heet werd. Op een avond liet ik me echter meeslepen en stelde dat het
potlood een stuk metaal was en gloeiend heet werd. Tot mijn grote verrassing
weigerde een van de proefpersonen het potlood te laten vallen en het
gevolg was een hand met brandblaren. Ik kon me niet voorstellen dat
de geest zo krachtig is dat hij werkelijk zo’n fysiologische uitwerking
kan veroorzaken als brandblaren op iemands hand. Dat maakte me angstig
omdat ik besefte met iets erg krachtigs bezig te zijn en in feite iemand
zou kunnen verwonden. Die avond stopte ik volledig met optreden en ging
weer college lopen om mijn studie psychologie af te maken.
Wanneer een proefpersoon in een hypnotische trance is, worden de ingegeven
woorden voor hem uitspraken die op waarheid berusten, en hij gedraagt
zich dan overeenkomstig de overgebrachte opvattingen. Gedachten worden
waarheden. Dit is eng, maar positief bekeken wordt het spannend. De
achterliggende gedachte bij het beheersen van de hersenactivering maakt
gebruik van veel denkbeelden die een rol zouden spelen bij hypnose,
waarbij het bewuste denken wordt overgeslagen en rechtstreeks naar het
onderbewuste wordt gegaan. In zekere zin is het niet-beheerste onderbewuste
onze meester, en wanneer overtuigingen bewust worden beheerst en doorgegeven
aan het onderbewuste, wordt onze meester onze dienaar.
Er zijn instrumenten beschikbaar die de activeringspulsen van de hersenen
min of meer nauwkeurig meten. Eenvoudig gezegd worden aan de buitenkant
van het hoofd elektroden bevestigd die elektrische stroom meten die
hersengolven worden genoemd. Deze instrumenten geven informatie die
erop wijst dat bij de meeste mensen de activeringsactiviteit in de hersenen
meestal warrig is. Als iemand zich echter begint te concentreren of
zijn aandacht intensief op iets gaat richten, wordt de activering van
de hersenen meer gelokaliseerd in een specifiek segment van de hersenen.
Wanneer de concentratie of aandacht zo intensief wordt dat de persoon
een hoge staat van bewustzijn ingaat, bekend als de ‘zone’
of ‘stroom’, dan wordt de activering zeer precies gelokaliseerd
in een betrekkelijk klein gebied. Het ‘zone-’ of ‘stroom-’activeringsgebied
is altijd klein maar varieert van persoon tot persoon van locatie: bij
sommige mensen treedt de lokalisering voornamelijk op aan de linkerkant,
bij anderen aan de rechterkant en bij weer anderen aan de voor- of achterzijde.
Aan mensen kan worden geleerd hoe ze deze hersenactiviteit moeten beheersen.
Met andere woorden, hun kan worden geleerd hoe ze hun concentratie en
aandacht kunnen verbeteren, wat weer hun prestaties verbetert. Dit wordt
gemakkelijk aangetoond bij het verbeteren van iemands ontwikkeling van
een specifieke lichamelijke vaardigheid zoals een doelpunt maken, een
bal plaatsen of schoppen. Verder is het beheersen van de hersenactivering
van toepassing bij mentale vaardigheden zoals een vergadering leiden,
in sociaal opzicht kunnen opschieten met anderen, voor toehoorders spreken,
mediteren, studeren, of iets tot stand brengen.
Het beheersen van de activering van de hersenen is de sleutel die de
deur ontsluit naar het onderbewuste. Denk maar eens na over de twee
rollen van het onderbewuste: automatisch en aangeleerd. De automatische
functie vindt plaats zonder na te denken: hartslag, bloedsomloop, ademhaling,
spijsvertering en andere lichamelijke werkingen. De aangeleerde functie
van het onderbewuste wordt automatisch overgenomen als een gewoonte
is gevormd; schoenveters knopen, lopen, spreken, uit het hoofd leren,
autorijden, fietsen, optellen, aftrekken, lezen, enz.
Neem bijvoorbeeld het vangen van een bal: de hersenen hebben een heleboel
ingewikkelde dingen te doen om de bal met succes te vangen. Maak de
zaak nu ingewikkelder door iemand te laten hardlopen om de bal te krijgen
en te vangen. Leid vervolgens die persoon af door mensen te laten gillen
en schreeuwen. Vul tenslotte het onderbewuste met zulke vernederende
opmerkingen dat die persoon zich niet veel waard vindt, mislukt, en
niet in staat wat dan ook goed te doen. Wanneer mensen in de ‘zone’
komen, kunnen ze alle troep uitzeven en alleen de dingen opnemen die
nodig zijn om de bal met succes te vangen; en ze doen dat onbewust.
Het doel is olympische scherpte te bereiken. Zulke scherpte komt niet
zomaar vanzelf. Het wordt geleerd door het beheersen van de activering
van de hersenen en daardoor het onderbewuste te beïnvloeden.
Studies geven aan dat patiënten bij wie de hersenen tijdens hersenoperaties
met dunne elektroden worden geprikkeld, voorvallen uit het verleden
herbeleven. Bedenk dat ze zich de ervaringen niet herinneren want ze
herbeleven ze. Als je het stimuleren van de hersenen beheerst,
ervaar je gewaarwordingen die je in staat stellen niet opnieuw te beleven
maar ‘na-te-leven’ wat gaat gebeuren. Met andere woorden,
je schept veeleer de toekomst dan opnieuw het verleden te beleven. Wanneer
je ‘na-leeft’ ervaar je de toekomst intensief vóór
ze gebeurt – je ‘wilt’ dat ze gebeurt. Mensen die
in de ‘zone’ kunnen komen, hypnotiseren zichzelf om zich
voor te stellen wat de toekomst zal zijn, en doen haar daarna gebeuren.
Dat is voor mij maximaal intellectueel vermogen.