Is er iemand die niet, op stille momenten, in zijn
of haar hart voelt dat de toekomst ligt in het samenwerken met het
weefsel van de natuur? We zijn wezens. We wonen dan misschien in betonnen
holen, en bedekken onszelf op een miljoen verschillende manieren,
en praten over onze controle over alles wat we onderzoeken. Toch kan
niets het feit verhullen dat we onderdeel zijn van de natuur, en onafscheidelijk
ervan zijn.
– Dr. Tony Kendle
Het Eden Project, nabij St. Austell in Cornwall, Engeland, is een liefdadig
educatieve instelling voor wetenschappelijk onderzoek die gehuisvest
is in een voormalige kleigroeve voor aardewerk, een lelijk litteken
in het landschap dat nu een nieuw en mooi leven heeft verworven. Haar
opdracht luidt: ‘het bevorderen van begrip en een verantwoord
beheer van de essentiële relatie tussen planten, mensen en levensbronnen,
voor een duurzame toekomst voor iedereen’.

Dr. Kendle, een van de oprichters, beschrijft het als ‘de locatie
waar we onze wederzijdse afhankelijkheid met planten onderzoeken . .
. Het is geen pretpark, het gaat over serieuze aangelegenheden. Het
is bedoeld om optimistisch te zijn, om te vieren wat goed en positief
is aan mogelijke toekomstscenario’s, om ons te inspireren om de
wereld op een frisse manier te onderzoeken.’ Ergens anders zegt
hij:
Het is waar dat mensen veel problemen
in de wereld hebben veroorzaakt, maar er zijn ook plaatsen waar we
met de natuur in harmonie hebben geleefd zonder haar volledig te vernietigen,
en soms met een gunstig resultaat. Aan veel van de uitdagingen die
vóór ons liggen kan alleen door de mensen die daar aanwezig
zijn het hoofd worden geboden, niet door ervan weg te lopen. Er zijn
al gemeenschappen die begonnen zijn stappen te ondernemen om doeltreffende
beheerders van de wereld te zijn. Het Eden Project dient om een voorbeeld
te zijn voor deze stappen.
We zijn hier ook om te laten zien dat bewustzijn
van het milieu gaat over de kwaliteit van het leven, op alle niveaus.
Het ‘milieu’ omschrijft op een korte manier zaken die
ons op duizenden manieren dagelijks beïnvloeden, van het voedsel
dat we eten en de kleren die we dragen tot het weer waar we van genieten
of dat ons tegenzit. Onze wereld beter leren begrijpen, en de rol
die wij erin spelen, betekent ook plezier hebben, niet een grijze-wollen-sokken-leven
leiden. Het gaat om het genieten van de natuurlijke en door mensen
gemaakte schoonheid en rijkdom van andere landen dan waar wij wonen.
De bodem van de groeve heeft een transformatie ondergaan en wordt nu
bezet door twee gigantische biodomen, unieke kassen waar respectievelijk
de omstandigheden in een regenwoud en in het Middellandse-Zeegebied
worden gecreëerd. Binnen zijn planten en bomen die bij deze klimaatzones
passen, terwijl het landschap buiten is beplant met een diversiteit
aan bomen, struiken en groenten vanuit de hele wereld, waarvan er vele
uit zaden zijn gekweekt. In totaal zijn er meer dan 100.000 planten,
die ongeveer 5.000 soorten vertegenwoordigen. De temperatuur en vochtigheid
in de biodomen worden beheerst door gebruik te maken van groene energie.
Er is ook een geïntegreerd ziektebestrijdingssysteem, dat gebruikmaakt
van biologische methoden met behulp van vogels, kikkers, hagedissen,
en nuttige insecten.
Wanneer we door de bossen en plantages lopen, wordt de wederzijdse relatie
tussen planten en onszelf duidelijk. We gaan bijvoorbeeld beseffen dat
de aardappel uit de Andes – die in zijn thuisland voorkomt in
het zwart, oranje, donkerrood, gestreept, en met knobbelige en gladde
vormen – nog steeds wordt gebruikt in teeltprogramma’s voor
het produceren van ziektebestendige oogsten, en dat het maken van frieten
en chips de lokale bevolking een inkomen en economische stabiliteit
bezorgen.
Of neem bijvoorbeeld koffie of cacao – deze oogsten hebben schaduw
nodig, en door het verbouwen ervan onder bomen zoals de Prunus Africana
(gebruikt om prostaatkanker te behandelen) ontstaat een gelaagd productiesysteem.
Als de bomen groter worden, wordt de tuin opnieuw een productief oogstbos;
en dat is goed voor de lokale bevolking, de economie en het land. Dichter
bij huis, in het gematigde biodoom, vinden we de zonnebloem –
oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika – die voedsel, brandstof
en kleurstof levert. In Europa associëren we de zonnebloem met
het Middellandse-Zeegebied, maar het op grote schaal commercieel verbouwen
gebeurt vooral in Argentinië, Oekraïne, en Rusland waar zonnebloemolie
voor het eerst commercieel werd gecultiveerd. De zaden verschaffen eiwitrijk
voedsel en margarine, en worden gebruikt bij de productie van verf,
medicijnen, cosmetica en plastic. Het overblijvende voedsel van de zaden
dient als veevoer, en de schorsen en wortels kunnen worden gebruikt
als brandstof om de olie eruit te winnen.
Maar daar houdt het niet op. Eden is niet een geïsoleerde wereld;
het is diepgeworteld in de plaatselijke gemeenschap van Cornwall. Het
beoogt mensen bijeen te brengen en ze aan te sporen tot actie, om ‘de
gedachte te versterken dat idealistisch niet hetzelfde als naïef
hoeft te zijn.’ Zoals Tim Smit, die het project opzette, opmerkt:
We willen dat jullie hier vertrekken met het gevoel
dat het een groot verschil voor de wereld zou kunnen betekenen als
we allemaal zouden samenwerken. In een wereld van -ismen en -ologieën,
en met een zó verfijnde deskundigheid dat alleen experts het
kunnen begrijpen, hebben we wetenschappers, kunstenaars en ingenieurs
bijeengebracht om een karakteristieke cultuur te vormen, die de mogelijkheden
van de toekomst tot leven brengen op een manier die we allemaal kunnen
begrijpen.
Dit fascinerende project laat ons duidelijk zien dat we deel uitmaken
van een geheel dat door dezelfde natuurwetten wordt beheerst, en dat
onze toekomst is verzekerd zolang we bereid zijn om medewerkers van
de natuur te zijn.