We leven in een geweldige tijd; we zijn heel ver gekomen. Door onze
vervoers- en massacommunicatiemiddelen is de wereld veranderd in één
groot dorp. De meesten van ons hebben toegang tot de heilige leringen
van bijna elke traditie, elke religie die ooit heeft bestaan. We kunnen
die toegang gebruiken, niet om ons uit elkaar te drijven, maar om te
kunnen zeggen: ‘Mijn God, het is hetzelfde, de Geest
is overal dezelfde.’
Er is een oud gezegde dat het beter is één put van 200
voet te graven dan 20 putten van 10 voet, en soms hebben we dat als
excuus voor religieuze intolerantie gebruikt. Maar velen zijn tot het
inzicht gekomen dat, terwijl het waar is dat het beter is om één
diepe put te graven, we een schep kunnen gebruiken uit Japan, een spade
uit India, een pikhouweel uit Israël – gereedschappen en
inzichten uit elke willekeurige traditie om onze eigen diepte te bereiken.
Wat is die diepe bron, wat is het heilige water dat deze oplevert?
Het idee om in de geest te leven, het bizarre idee om werkelijk
in de Geest te leven, in het Ene, is voor ons denken onmogelijk
te begrijpen. We lezen dingen in de bijbel als:
Mijn eigen vrede geef ik u; de wereld kan u die niet
geven. Dit is een vrede die het begripsvermogen te boven gaat,
en we zeggen meteen ‘Ja, ik begrijp het!’ Nee, laten we
het nog eens herhalen:
Dit is een vrede die het begripsvermogen te
boven gaat.
En we zeggen: ‘O . . . nu snap ik het!’ Nee hoor.
Dit is een vrede die alle begrip te
boven gaat!
In verwarring en geheel ontdaan van trots zeggen we: ‘Maar ik
begrijp het niet . . . !’ Ah, eindelijk! Nu beginnen we in de
buurt te komen.
Ik loste op in de Leegte en ontdekte dat deze vol was met Liefde.
– Pater Dom Bede Griffiths
Het meest gecompliceerde begrip waarvan ik me kan voorstellen dat het
in het hart leeft zou zoiets kunnen zijn als: ‘Ik heb geen idee
wat er gebeurt, maar het heeft iets met Liefde te maken.’ Het
is zinloos om te twisten over het verschil tussen de ene religie en
de andere, de ene godsdienstbeoefening of de andere. Zoals mensen vroeger
inzagen: ‘Pardon, meneer, hoe bereik ik Carnegie Hall?’
Weet u het antwoord nog? Oefen! Hoe kunnen
we tegelijkertijd een arme en naamloze toegewijde zijn aan de ene levende
geest en ook barsten van de energie om een positieve bijdrage te leveren
aan de wereld? Oefen!
Toen Sita en ik eerder dit jaar een bezoek brachten aan Zijne Heiligheid
de Dalai Lama, heb ik al mijn aandacht erop gericht om wakker, open,
en ontvankelijk te zijn in de aanwezigheid van zo’n groot eerbiedwaardig
spiritueel mens. Ik probeerde hem vanuit een praktisch perspectief te
bekijken – ‘Hij heeft twee benen, twee armen, een hoofd,
een neus. Allebei staan we ’s morgens op en allebei gaan we ’s
avonds slapen. Wat is het werkelijke functionele verschil tussen zijn
ervaring en de mijne?’
Eén van de dingen die me opvielen was dat hij ‘full-time’
is. U en ik ontmoeten elkaar hier vanmorgen, en met voldoende wederzijdse
steun en aanmoediging kunnen we ons gemoed steeds verder openstellen,
en langzamerhand zover komen dat we de Levende Geest in elkaar voelen,
open en met vertrouwen, en we ervaren hoe waardevol het is om samen
te zijn in dit mysterie, waarin we God zijn maar toch ook gescheiden,
en we kunnen niet helemaal begrijpen wat het precies is, maar het heeft
iets te maken met liefde.
En dan eindigt de dienst en we gaan naar de auto en op weg naar huis
stoppen we om te tanken of bij een broodjeswinkel of zo, en u en ik
zijn dan bereid tegenover de pompbediende of de man of vrouw in de broodjeswinkel
de indruk te wekken dat het leven niet zo heilig is, dat dit
alleen maar een broodje voor onderweg is, of even tanken; we kijken
ze niet in de ogen, we gedragen ons niet als goede vrienden; het is
alsof we de onuitgesproken afspraak hebben gemaakt niet te
voelen hoe waardevol we voor elkaar zijn.
De Dalai Lama of Moeder Teresa schakelen dit gevoel eenvoudig niet
uit! Ze gaan naar binnen en zien daar een Waardevol Kind van God die
hun Goddelijke Pinpas aanneemt voor de Heilige Benzine, en ze verbergen
dat niet voor die persoon die de pas aanneemt! Hun hele tegenwoordigheid
drukt uit: ‘Het is allemaal even heilig. Tanken, bidden in de
kerk, een broodje kopen, het is allemaal hetzelfde Mysterieuze Wonder.
Ik leef in Liefde, dus Houd ik ook van u, en als ik door de deur naar
buiten ga zal ik Houden van wie of wat er daarbuiten is.’
Een populaire Amerikaanse boeddhistische meditatieleraar stelde de
Dalai Lama een vraag over iets wat men in onze maatschappij erg belangrijk
schijnt te vinden. ‘Uwe heiligheid, hoe denkt u over de vraag
of het nodig is tijd voor onszelf te reserveren? Weet u, onze behoefte
om er tussenuit te gaan en vrije dagen op te nemen, hoe denkt u daarover?’
De Dalai Lama richtte zich tot de vertaler, Tenzin Geyche, die in het
Tibetaans iets meer uitleg gaf, maar hij begreep de vraag nog steeds
niet. De man probeerde het dus ongeveer vier keer in andere woorden
duidelijk te maken, en tenslotte begreep de Dalai Lama wat er werd bedoeld.
Hij schaterde van het lachen en zei: ‘Boeddha vrije tijd? Bodhisattva
vrije tijd? Hahahahahaha.’ Wat een idee!
Hebben we vrije tijd nodig om adem te halen? Wat zou er gebeuren als
we een tijdje niet zouden ademhalen? Iedere beweging, iedere gedachte,
iedere ademhaling is onze eniggeboren zoon van God, een uitdrukking
van God in de wereld. We scheppen afgescheidenheid tussen ‘mij
en de gemeenschap’, of tussen ‘mij en het leven’ of
door middel van uitdrukkingen als ‘ik heb tijd nodig voor mezelf,
en ik verdien dat ook!’ Dit versterkt slechts onze dualiteit.
Zeker, we moeten eten, ontspannen, aandacht geven aan ons gezin –
maar omdat die dingen natuurlijk zijn, en niet omdat er een inherent
conflict bestaat tussen altruïsme en zorgen voor onszelf.
Trouwens, de enige werkelijke rust in de rollen en persoonlijkheden
die we manifesteren, zou zijn, zoals de monnik Pater Theophane het zou
uitdrukken, om ‘alle domme glimlachjes van ons af te gooien, op
onze knieën te vallen, zijn hand te grijpen en te fluisteren: ‘Vader!’
Dat is een volmaakte beschrijving van een periode van dagelijkse
spirituele praktijk: ‘ik gooi alle domme glimlachjes van me af’
– alle slimme ideetjes, over wat ik aanheb, hoe ik eruit zie,
wie Bo Lozoff is, wat voor auto ik heb, hoeveel geld ik verdien, hoeveel
goed ik wil doen in de wereld, wat ik ga zeggen in deze preek –
ik gooi mijn domme ideetjes van me af, val op mijn knieën, grijp
zijn hand en fluister: ‘Vader!’ Dat is de gelegenheid die
we hebben om een werkelijke pauze in te lassen in de eentonigheid
en verveling van ons wereldlijke leven. Niets minder dan dat is werkelijk
‘vrije tijd’.
Een van de dingen waarvan ik het meest houd met betrekking tot de spirituele
reis is de tot nederigheid dwingende gelijkheid waarmee we worden geboren.
We worden allemaal geboren in een aantal omstandigheden die precies
dezelfde zijn, ongeacht rijkdom of ras of cultuur of tijdperk:
De eerste Grote Gelijkheid is dat we op het moment waarop we worden
geboren, of dat nu in een slooppand is of in het Witte Huis, er geen
idee van hebben wanneer of hoe we zullen sterven. We hebben er geen
idee van of we zes maanden of 105 jaar oud zullen worden – dit
is reden tot de Grootst mogelijke Nederigheid!
De tweede Grote Gelijkheid is dat we er geen idee van hebben wie of
wat in ons leven de belangrijkste invloed zal hebben. Als we terugkijken
naar het verleden, kunnen we zeggen: ‘Wauw, ik had toen ik op
die beslissende ochtend wakker werd geen idee dat dit de dag zou zijn
die mijn leven voorgoed zou veranderen . . .’ Maar toen we die
ochtend wakker werden was dat onmogelijk te voorzien. Het vergt oefening
om ons iedere dag van ons leven opnieuw te realiseren, op ieder moment,
bij iedere persoon die we ontmoeten: ‘Dit zou wel eens de belangrijkste
ervaring van mijn leven kunnen worden.’ Die houding van voortdurende
openheid wordt weerspiegeld in de kern van zowel de joodse als de christelijke
traditie, om ieder moment gereed te zijn voor het verschijnen
van de Messias – het instrument van onze diepste verlossing. Hij
kan zich in elke vorm presenteren, van vreugde of verdriet, succes of
mislukking, als we alleen zijn of in een grote menigte. We moeten daarom
een oneindig respect hebben voor het spirituele potentieel
van alle mensen en ervaringen.
De derde Grote Gelijkheid – onze Gemeenschappelijke Taken. We
worden geboren met een aantal gelijke plichten. Een van de interessante
ideeën die de laatste dertig jaar in het westen naar voren is gekomen,
is ‘Ik schep mijn eigen werkelijkheid’. Daar zit natuurlijk
iets in. Ongetwijfeld scheppen we een aantal lichamelijke en mentale
gewoonten die tot ziekte of gezondheid kunnen leiden, maar om dit idee
te beschouwen als een diepe spirituele waarheid betekent toch dat we
de boot behoorlijk missen.
We scheppen niet werkelijk onze hele eigen realiteit. Als
je zegt: ‘Ik kies ervoor om mijn hart te gebruiken om
voedsel te verteren in plaats van er bloed mee te pompen’, wel
dat werkt gewoon niet. Een zekere mate van gehoorzaamheid en overgave
aan de wetten van de natuur en de geest is nodig. De maag verteert voedsel,
het hart pompt bloed, de longen verwerken lucht. Iedereen wordt geboren
met vele gelijke fysieke verantwoordelijkheden.
Iedereen wordt ook geboren met een spirituele verantwoordelijkheid,
even specifiek als het feit dat ons hart bloed pompt: We moeten
leren van elkaar te houden, om goedheid te ontvangen en er uitdrukking
aan te geven. Het doet er niet toe of we erin geloven of niet.
Gehoorzaam en we zullen er wel bij varen, wees ongehoorzaam en dan zal
dat niet gebeuren. Punt. Is dat niet prachtig? Ons menselijke
justitiële systeem is misschien helemaal verziekt, maar de Goddelijke
Wet behandelt ons absoluut als gelijken.
Kijk overal om je heen en zie de mensen die op onzelfzuchtige wijze
goedheid ontvangen en uitdrukken, en toegewijd zijn aan het
ideaal van de liefde. Zij zijn de enige mensen die echt gelukkig zijn.
Ze hebben contact gemaakt met die ene mysterieuze, prachtige verbondenheid
die hen de vrijheid geeft full-time in liefde te leven. Sommigen onder
hen hebben een geweldige jeugd gehad, anderen werden op een verschrikkelijke
manier misbruikt, sommigen zien er heel leuk uit, anderen zijn minder
mooi, sommigen zijn lang, anderen kort, rijk of arm – onze situaties
zijn altijd ongelijk, maar het leven beoordeelt ons niet naar waar we
zijn geweest, wat we bezitten, of wat ons door anderen is aangedaan;
het leven beoordeelt ons naar wat we doen.
Iedere religie vertelt ons op een of andere manier dat ‘het Woord
vlees wordt’. Maar wij, het vlees, moeten ook het Woord worden.
Dat gebeurt wanneer we verlicht zijn – een cirkelgang zonder einde
van het Woord dat vlees wordt en het vlees dat Woord wordt. Er is niemand
thuis behalve God; geen ego-zelf dat angst en zelfzucht ervaart; er
vindt niets anders plaats dan dat het Heilige zich ervan bewust is Heilig
te zijn, dat het tegelijkertijd bestaat zonder vorm en met vorm; het
Woord en het vlees; Goddelijke Liefde en Menselijk Mededogen.
In India gebruikt men de term Sanatana Dharma die ruwweg ‘Eeuwige,
Universele Waarheid’ betekent, en deze omvat slechts drie principes:
1. Er bestaat werkelijk iets dat transcendent van aard is, dat niet
door het denken kan worden gevat, iets goddelijks. Het is werkelijk.
Het bestaat.
2. Ieder van ons – u en ik, niet alleen de dalai lama, Sint Franciscus
of Moeder Teresa, maar u en ik – kan en moet deze goddelijkheid
rechtstreeks ervaren.
3. Dat is het enige doel van het leven. Alle andere zaken, wie we zijn,
hoe we eruitzien, hoe oud, hoe rijk, hoe arm, hoe veel of hoe weinig
lijden of geluk we ervaren, wat we doen voor ons levensonderhoud, welke
functie we in de wereld vervullen, hoeveel kinderen we hebben, ALLE
andere dingen vormen slechts een ondersteunende basis voor onze rechtstreekse
ervaring van het eeuwige Grote Mysterie.
Er bestaan zoveel dwingende krachten die ons willen doen vergeten dat
al het leven heilig is, dat dit alles niets anders is dan een proces
van het ervaren van God. Er zijn zoveel dwingende krachten die zeggen
‘Je hebt dit nodig’ en ‘dat heb je nodig’ en
‘pas ervoor op dat’ en ‘wees bang voor haar’
en ‘wees geschokt over wat ze je hebben aangedaan’. Hoe
kunnen we ons ooit herinneren dat we het vlees zijn dat bezig is het
Woord van God te worden? Oefen! Er is
heel wat oefening voor nodig om ons onze diepte te herinneren
wanneer we continu worden aangespoord om oppervlakkig en materialistisch
de doelen na te jagen van een cultuur die rondom consumptie is opgebouwd.
Toen ik uit retraite kwam en om me heen keek naar mijn eigen cultuur
en de crisis zag waarin we verkeren, de problemen waar Amerikaanse gezinnen
mee worstelen, zag ik aan de ene kant een groot aantal mensen onder
ons die een heel eind op weg zijn om oosterse leraren te erkennen, heiligen
uit andere tradities. Maar waar zijn de Amerikaanse verlichten? Waar
zijn onze verlichte oude wijze mensen, waar vindt men ‘het Woord
dat vlees is geworden bij mensen die onze culturele ervaring met ons
gemeen hebben, die het bombardement van Ninja Turtles en McDonalds en
al dat soort dingen met ons delen, die van dezelfde plek afkomstig zijn
en toch helemaal zijn getransformeerd en voor de wereld zijn gestorven
om geboren te worden in de levende geest ‘voor het welzijn van
alle levende wezens?’
Ik begon te denken: ‘Ik durf te wedden dat er op dit moment wel
een aantal mensen in kloosters of grotten zijn die voortkomen uit de
Amerikaanse cultuur en die op het punt staan om naar buiten te treden
en te zeggen: ‘Hier zijn we’, maar die vlieger gaat niet
echt op, want een klein stemmetje binnenin me zei: ‘Sukkel, dat
ben jij!’ Ik. Jij. Wij die al een beetje oud zijn. Als jij of
ik het niet doen, gebeurt het niet.
De Amerikaanse verlichte mensen van wie de motivatie zo meedogend is
tegenover ons eigen volk, onze eigen unieke situatie van te zijn grootgebracht
in deze bizarre combinatie van ongeëvenaarde rijkdom te midden
van een enorme spirituele eenzaamheid en verwarring – ze moeten
wel uit ons midden komen. Zijn we bereid? Onze mensen zijn zo verward
en wanhopig, zo angstig, afgemat en ongelukkig – moeten we dat
zien als een stimulans en aanmoediging om verder te gaan met ons geestelijk
ontwaken?
Waardoor veranderen we in een wezen waarvan alleen al de aanwezigheid
kalm en bescheiden het beste in anderen oproept? Door oefening, en dan
tot uitdrukking brengen wat we hebben geoefend. Dus dat bedoel ik met
Heilig leven, Heilig Handelen.
Wat dit land meer nodig heeft dan wat dan ook is dat wij wijze oude
mensen worden die door de straten lopen en hun werk doen, werkelijk
gelukkige, klassieke, tijdloze spirituele mensen. Dus dat is de kans
die we hebben, en ik denk niet dat er in de geschiedenis van de wereld
ooit enig volk is geweest dat meer toegang heeft gehad tot de methoden
en ideeën om dat te doen dan wij.