Heilig Leven, Heilig Handelen
Bo Lozoff*

 

*Uit een preek in de Agapekerk in Santa Monica, Californië, 25 september 1994; met toestemming overgenomen.

 

We leven in een geweldige tijd; we zijn heel ver gekomen. Door onze vervoers- en massacommunicatiemiddelen is de wereld veranderd in één groot dorp. De meesten van ons hebben toegang tot de heilige leringen van bijna elke traditie, elke religie die ooit heeft bestaan. We kunnen die toegang gebruiken, niet om ons uit elkaar te drijven, maar om te kunnen zeggen: ‘Mijn God, het is hetzelfde, de Geest is overal dezelfde.’

Er is een oud gezegde dat het beter is één put van 200 voet te graven dan 20 putten van 10 voet, en soms hebben we dat als excuus voor religieuze intolerantie gebruikt. Maar velen zijn tot het inzicht gekomen dat, terwijl het waar is dat het beter is om één diepe put te graven, we een schep kunnen gebruiken uit Japan, een spade uit India, een pikhouweel uit Israël – gereedschappen en inzichten uit elke willekeurige traditie om onze eigen diepte te bereiken.

Wat is die diepe bron, wat is het heilige water dat deze oplevert? Het idee om in de geest te leven, het bizarre idee om werkelijk in de Geest te leven, in het Ene, is voor ons denken onmogelijk te begrijpen. We lezen dingen in de bijbel als:

Mijn eigen vrede geef ik u; de wereld kan u die niet geven. Dit is een vrede die het begripsvermogen te boven gaat,

en we zeggen meteen ‘Ja, ik begrijp het!’ Nee, laten we het nog eens herhalen:

Dit is een vrede die het begripsvermogen te boven gaat.

En we zeggen: ‘O . . . nu snap ik het!’ Nee hoor.

Dit is een vrede die alle begrip te boven gaat!

In verwarring en geheel ontdaan van trots zeggen we: ‘Maar ik begrijp het niet . . . !’ Ah, eindelijk! Nu beginnen we in de buurt te komen.

Ik loste op in de Leegte en ontdekte dat deze vol was met Liefde.
      – Pater Dom Bede Griffiths

Het meest gecompliceerde begrip waarvan ik me kan voorstellen dat het in het hart leeft zou zoiets kunnen zijn als: ‘Ik heb geen idee wat er gebeurt, maar het heeft iets met Liefde te maken.’ Het is zinloos om te twisten over het verschil tussen de ene religie en de andere, de ene godsdienstbeoefening of de andere. Zoals mensen vroeger inzagen: ‘Pardon, meneer, hoe bereik ik Carnegie Hall?’ Weet u het antwoord nog? Oefen! Hoe kunnen we tegelijkertijd een arme en naamloze toegewijde zijn aan de ene levende geest en ook barsten van de energie om een positieve bijdrage te leveren aan de wereld? Oefen!

Toen Sita en ik eerder dit jaar een bezoek brachten aan Zijne Heiligheid de Dalai Lama, heb ik al mijn aandacht erop gericht om wakker, open, en ontvankelijk te zijn in de aanwezigheid van zo’n groot eerbiedwaardig spiritueel mens. Ik probeerde hem vanuit een praktisch perspectief te bekijken – ‘Hij heeft twee benen, twee armen, een hoofd, een neus. Allebei staan we ’s morgens op en allebei gaan we ’s avonds slapen. Wat is het werkelijke functionele verschil tussen zijn ervaring en de mijne?’

Eén van de dingen die me opvielen was dat hij ‘full-time’ is. U en ik ontmoeten elkaar hier vanmorgen, en met voldoende wederzijdse steun en aanmoediging kunnen we ons gemoed steeds verder openstellen, en langzamerhand zover komen dat we de Levende Geest in elkaar voelen, open en met vertrouwen, en we ervaren hoe waardevol het is om samen te zijn in dit mysterie, waarin we God zijn maar toch ook gescheiden, en we kunnen niet helemaal begrijpen wat het precies is, maar het heeft iets te maken met liefde.

En dan eindigt de dienst en we gaan naar de auto en op weg naar huis stoppen we om te tanken of bij een broodjeswinkel of zo, en u en ik zijn dan bereid tegenover de pompbediende of de man of vrouw in de broodjeswinkel de indruk te wekken dat het leven niet zo heilig is, dat dit alleen maar een broodje voor onderweg is, of even tanken; we kijken ze niet in de ogen, we gedragen ons niet als goede vrienden; het is alsof we de onuitgesproken afspraak hebben gemaakt niet te voelen hoe waardevol we voor elkaar zijn.

De Dalai Lama of Moeder Teresa schakelen dit gevoel eenvoudig niet uit! Ze gaan naar binnen en zien daar een Waardevol Kind van God die hun Goddelijke Pinpas aanneemt voor de Heilige Benzine, en ze verbergen dat niet voor die persoon die de pas aanneemt! Hun hele tegenwoordigheid drukt uit: ‘Het is allemaal even heilig. Tanken, bidden in de kerk, een broodje kopen, het is allemaal hetzelfde Mysterieuze Wonder. Ik leef in Liefde, dus Houd ik ook van u, en als ik door de deur naar buiten ga zal ik Houden van wie of wat er daarbuiten is.’

Een populaire Amerikaanse boeddhistische meditatieleraar stelde de Dalai Lama een vraag over iets wat men in onze maatschappij erg belangrijk schijnt te vinden. ‘Uwe heiligheid, hoe denkt u over de vraag of het nodig is tijd voor onszelf te reserveren? Weet u, onze behoefte om er tussenuit te gaan en vrije dagen op te nemen, hoe denkt u daarover?’

De Dalai Lama richtte zich tot de vertaler, Tenzin Geyche, die in het Tibetaans iets meer uitleg gaf, maar hij begreep de vraag nog steeds niet. De man probeerde het dus ongeveer vier keer in andere woorden duidelijk te maken, en tenslotte begreep de Dalai Lama wat er werd bedoeld. Hij schaterde van het lachen en zei: ‘Boeddha vrije tijd? Bodhisattva vrije tijd? Hahahahahaha.’ Wat een idee!

Hebben we vrije tijd nodig om adem te halen? Wat zou er gebeuren als we een tijdje niet zouden ademhalen? Iedere beweging, iedere gedachte, iedere ademhaling is onze eniggeboren zoon van God, een uitdrukking van God in de wereld. We scheppen afgescheidenheid tussen ‘mij en de gemeenschap’, of tussen ‘mij en het leven’ of door middel van uitdrukkingen als ‘ik heb tijd nodig voor mezelf, en ik verdien dat ook!’ Dit versterkt slechts onze dualiteit.

Zeker, we moeten eten, ontspannen, aandacht geven aan ons gezin – maar omdat die dingen natuurlijk zijn, en niet omdat er een inherent conflict bestaat tussen altruïsme en zorgen voor onszelf. Trouwens, de enige werkelijke rust in de rollen en persoonlijkheden die we manifesteren, zou zijn, zoals de monnik Pater Theophane het zou uitdrukken, om ‘alle domme glimlachjes van ons af te gooien, op onze knieën te vallen, zijn hand te grijpen en te fluisteren: ‘Vader!’

Dat is een volmaakte beschrijving van een periode van dagelijkse spirituele praktijk: ‘ik gooi alle domme glimlachjes van me af’ – alle slimme ideetjes, over wat ik aanheb, hoe ik eruit zie, wie Bo Lozoff is, wat voor auto ik heb, hoeveel geld ik verdien, hoeveel goed ik wil doen in de wereld, wat ik ga zeggen in deze preek – ik gooi mijn domme ideetjes van me af, val op mijn knieën, grijp zijn hand en fluister: ‘Vader!’ Dat is de gelegenheid die we hebben om een werkelijke pauze in te lassen in de eentonigheid en verveling van ons wereldlijke leven. Niets minder dan dat is werkelijk ‘vrije tijd’.

Een van de dingen waarvan ik het meest houd met betrekking tot de spirituele reis is de tot nederigheid dwingende gelijkheid waarmee we worden geboren. We worden allemaal geboren in een aantal omstandigheden die precies dezelfde zijn, ongeacht rijkdom of ras of cultuur of tijdperk:

De eerste Grote Gelijkheid is dat we op het moment waarop we worden geboren, of dat nu in een slooppand is of in het Witte Huis, er geen idee van hebben wanneer of hoe we zullen sterven. We hebben er geen idee van of we zes maanden of 105 jaar oud zullen worden – dit is reden tot de Grootst mogelijke Nederigheid!

De tweede Grote Gelijkheid is dat we er geen idee van hebben wie of wat in ons leven de belangrijkste invloed zal hebben. Als we terugkijken naar het verleden, kunnen we zeggen: ‘Wauw, ik had toen ik op die beslissende ochtend wakker werd geen idee dat dit de dag zou zijn die mijn leven voorgoed zou veranderen . . .’ Maar toen we die ochtend wakker werden was dat onmogelijk te voorzien. Het vergt oefening om ons iedere dag van ons leven opnieuw te realiseren, op ieder moment, bij iedere persoon die we ontmoeten: ‘Dit zou wel eens de belangrijkste ervaring van mijn leven kunnen worden.’ Die houding van voortdurende openheid wordt weerspiegeld in de kern van zowel de joodse als de christelijke traditie, om ieder moment gereed te zijn voor het verschijnen van de Messias – het instrument van onze diepste verlossing. Hij kan zich in elke vorm presenteren, van vreugde of verdriet, succes of mislukking, als we alleen zijn of in een grote menigte. We moeten daarom een oneindig respect hebben voor het spirituele potentieel van alle mensen en ervaringen.

De derde Grote Gelijkheid – onze Gemeenschappelijke Taken. We worden geboren met een aantal gelijke plichten. Een van de interessante ideeën die de laatste dertig jaar in het westen naar voren is gekomen, is ‘Ik schep mijn eigen werkelijkheid’. Daar zit natuurlijk iets in. Ongetwijfeld scheppen we een aantal lichamelijke en mentale gewoonten die tot ziekte of gezondheid kunnen leiden, maar om dit idee te beschouwen als een diepe spirituele waarheid betekent toch dat we de boot behoorlijk missen.

We scheppen niet werkelijk onze hele eigen realiteit. Als je zegt: ‘Ik kies ervoor om mijn hart te gebruiken om voedsel te verteren in plaats van er bloed mee te pompen’, wel dat werkt gewoon niet. Een zekere mate van gehoorzaamheid en overgave aan de wetten van de natuur en de geest is nodig. De maag verteert voedsel, het hart pompt bloed, de longen verwerken lucht. Iedereen wordt geboren met vele gelijke fysieke verantwoordelijkheden.

Iedereen wordt ook geboren met een spirituele verantwoordelijkheid, even specifiek als het feit dat ons hart bloed pompt: We moeten leren van elkaar te houden, om goedheid te ontvangen en er uitdrukking aan te geven. Het doet er niet toe of we erin geloven of niet. Gehoorzaam en we zullen er wel bij varen, wees ongehoorzaam en dan zal dat niet gebeuren. Punt. Is dat niet prachtig? Ons menselijke justitiële systeem is misschien helemaal verziekt, maar de Goddelijke Wet behandelt ons absoluut als gelijken.

Kijk overal om je heen en zie de mensen die op onzelfzuchtige wijze goedheid ontvangen en uitdrukken, en toegewijd zijn aan het ideaal van de liefde. Zij zijn de enige mensen die echt gelukkig zijn. Ze hebben contact gemaakt met die ene mysterieuze, prachtige verbondenheid die hen de vrijheid geeft full-time in liefde te leven. Sommigen onder hen hebben een geweldige jeugd gehad, anderen werden op een verschrikkelijke manier misbruikt, sommigen zien er heel leuk uit, anderen zijn minder mooi, sommigen zijn lang, anderen kort, rijk of arm – onze situaties zijn altijd ongelijk, maar het leven beoordeelt ons niet naar waar we zijn geweest, wat we bezitten, of wat ons door anderen is aangedaan; het leven beoordeelt ons naar wat we doen.

Iedere religie vertelt ons op een of andere manier dat ‘het Woord vlees wordt’. Maar wij, het vlees, moeten ook het Woord worden. Dat gebeurt wanneer we verlicht zijn – een cirkelgang zonder einde van het Woord dat vlees wordt en het vlees dat Woord wordt. Er is niemand thuis behalve God; geen ego-zelf dat angst en zelfzucht ervaart; er vindt niets anders plaats dan dat het Heilige zich ervan bewust is Heilig te zijn, dat het tegelijkertijd bestaat zonder vorm en met vorm; het Woord en het vlees; Goddelijke Liefde en Menselijk Mededogen.

In India gebruikt men de term Sanatana Dharma die ruwweg ‘Eeuwige, Universele Waarheid’ betekent, en deze omvat slechts drie principes:

1. Er bestaat werkelijk iets dat transcendent van aard is, dat niet door het denken kan worden gevat, iets goddelijks. Het is werkelijk. Het bestaat.

2. Ieder van ons – u en ik, niet alleen de dalai lama, Sint Franciscus of Moeder Teresa, maar u en ik – kan en moet deze goddelijkheid rechtstreeks ervaren.

3. Dat is het enige doel van het leven. Alle andere zaken, wie we zijn, hoe we eruitzien, hoe oud, hoe rijk, hoe arm, hoe veel of hoe weinig lijden of geluk we ervaren, wat we doen voor ons levensonderhoud, welke functie we in de wereld vervullen, hoeveel kinderen we hebben, ALLE andere dingen vormen slechts een ondersteunende basis voor onze rechtstreekse ervaring van het eeuwige Grote Mysterie.

Er bestaan zoveel dwingende krachten die ons willen doen vergeten dat al het leven heilig is, dat dit alles niets anders is dan een proces van het ervaren van God. Er zijn zoveel dwingende krachten die zeggen ‘Je hebt dit nodig’ en ‘dat heb je nodig’ en ‘pas ervoor op dat’ en ‘wees bang voor haar’ en ‘wees geschokt over wat ze je hebben aangedaan’. Hoe kunnen we ons ooit herinneren dat we het vlees zijn dat bezig is het Woord van God te worden? Oefen! Er is heel wat oefening voor nodig om ons onze diepte te herinneren wanneer we continu worden aangespoord om oppervlakkig en materialistisch de doelen na te jagen van een cultuur die rondom consumptie is opgebouwd.

Toen ik uit retraite kwam en om me heen keek naar mijn eigen cultuur en de crisis zag waarin we verkeren, de problemen waar Amerikaanse gezinnen mee worstelen, zag ik aan de ene kant een groot aantal mensen onder ons die een heel eind op weg zijn om oosterse leraren te erkennen, heiligen uit andere tradities. Maar waar zijn de Amerikaanse verlichten? Waar zijn onze verlichte oude wijze mensen, waar vindt men ‘het Woord dat vlees is geworden bij mensen die onze culturele ervaring met ons gemeen hebben, die het bombardement van Ninja Turtles en McDonalds en al dat soort dingen met ons delen, die van dezelfde plek afkomstig zijn en toch helemaal zijn getransformeerd en voor de wereld zijn gestorven om geboren te worden in de levende geest ‘voor het welzijn van alle levende wezens?’

Ik begon te denken: ‘Ik durf te wedden dat er op dit moment wel een aantal mensen in kloosters of grotten zijn die voortkomen uit de Amerikaanse cultuur en die op het punt staan om naar buiten te treden en te zeggen: ‘Hier zijn we’, maar die vlieger gaat niet echt op, want een klein stemmetje binnenin me zei: ‘Sukkel, dat ben jij!’ Ik. Jij. Wij die al een beetje oud zijn. Als jij of ik het niet doen, gebeurt het niet.

De Amerikaanse verlichte mensen van wie de motivatie zo meedogend is tegenover ons eigen volk, onze eigen unieke situatie van te zijn grootgebracht in deze bizarre combinatie van ongeëvenaarde rijkdom te midden van een enorme spirituele eenzaamheid en verwarring – ze moeten wel uit ons midden komen. Zijn we bereid? Onze mensen zijn zo verward en wanhopig, zo angstig, afgemat en ongelukkig – moeten we dat zien als een stimulans en aanmoediging om verder te gaan met ons geestelijk ontwaken?

Waardoor veranderen we in een wezen waarvan alleen al de aanwezigheid kalm en bescheiden het beste in anderen oproept? Door oefening, en dan tot uitdrukking brengen wat we hebben geoefend. Dus dat bedoel ik met Heilig leven, Heilig Handelen.

Wat dit land meer nodig heeft dan wat dan ook is dat wij wijze oude mensen worden die door de straten lopen en hun werk doen, werkelijk gelukkige, klassieke, tijdloze spirituele mensen. Dus dat is de kans die we hebben, en ik denk niet dat er in de geschiedenis van de wereld ooit enig volk is geweest dat meer toegang heeft gehad tot de methoden en ideeën om dat te doen dan wij.

 
Het spirituele pad

Artikel over De Stichting voor een Vriendelijke Behandeling van Mensen
(Bo Lozoff is een van de stichters ervan)
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2005

© 2005 Theosophical University Press Agency