De onderzoeker van de theosofie kan u geen mysterieschool
laten zien, maar hij weet dat ze bestaat als het hart of het atomaire
centrum van het geestelijke en intellectuele leven van onze planeet.
Wie zou dan durven beweren dat de mysteriën niet bestaan, dit
machtige atoom van esoterie, als we over de hele wereld verspreid
lichtsporen van spirituele kracht zien?
– Grace F. Knoche,
De Mysteriescholen door de eeuwen heen, blz. ix-x
Soms lijkt het steeds moeilijker om sporen van de geestelijke werkelijkheid
te vinden in ons leven, dat uiterlijk wordt gevormd door haast, plezier,
herrie en consumptie. Waar zouden we onze zoektocht kunnen beginnen
naar een leer die de mensheid een weg laat zien naar een betere toekomst,
en die ons helpt onze waarden te hervormen? Want juist onze waarden
hebben invloed op onze benadering van de verwarring waarmee mensen tegenwoordig
worden geconfronteerd. Telkens weer wijst de esoterische traditie erop
dat veranderingen in stilte optreden zonder in eerste instantie te worden
opgemerkt. Zou het kunnen dat we lichtende spirituele sporen niet als
zodanig herkennen omdat ze op plaatsen en in vormen voorkomen waar we
ze niet verwachten? De gewaden kunnen verschillen, maar de boodschap
blijft dezelfde. Alleen na verloop van tijd en door waarneming van dichtbij
herkennen we de sporen van dit spirituele licht. Misschien moeten we
onze zintuigen opnieuw leren afstemmen op de golflengten van deze oude/nieuwe
sporen.
Deze
gedachten kwamen bij me op toen ik het verhaal van Max en de toverstenen1
bij mijn kleinkinderen thuis vond. Het is een verhaal met twee einden
– een goed eind en een droevig eind. Max, een rotsmuis, leeft
met vele andere muizen op een klein, rotsachtig eiland. Tijdens de zomer
spelen alle muizen buiten, zoeken naar voedsel en koesteren zich in
het zonlicht. Maar wanneer de winter aanbreekt, begint er een periode
van schaarste voor de muizen in hun kleine, donkere, koude grotten tussen
de rotsen. Op een dag, na een verschrikkelijke storm, vindt Max een
schitterende steen in een kloof, en brengt deze naar zijn grot. Hij
merkt al snel dat de steen niet alleen licht geeft, maar ook warmte
afgeeft. Meteen willen alle andere muizen voor zichzelf ook zo’n
steen. Maar de waarschuwende stem van de oude Balthasar verklaart dat
de stenen aan het eiland toebehoren; telkens wanneer de muizen iets
van het eiland wegnemen, moeten ze er iets voor teruggeven.
In de versie met het droevige einde beginnen de muizen zoveel mogelijk
stenen te verzamelen. Elke muis wil voor zichzelf de mooiste, de grootste,
en vooral de meeste stenen hebben. Hoewel Max dit helemaal niet bevalt,
willen de muizen in hun haast niet luisteren. Dus worden de muren van
de berg steeds dunner en dunner tot ze op een dag instorten en alles
eronder begraven.
In de versie met het goede einde zijn Max en zijn vrienden het eens
met Balthasar. Ze besluiten het eiland net zoiets moois terug te geven
als ze hebben ontvangen. Ze zoeken naar kiezelstenen en versieren die
vakkundig met bloemen, bladeren, zonnen en planten. Elke keer als ze
een toversteen van het eiland pakken, dichten ze het gat met een versierde
steen. In hun grotten, die nu verlicht en warm zijn, brengen ze de winteravonden
door met het vertellen van verhalen; zo worden de winterdagen net zo
plezierig als de zomer. Elke winter vieren ze een groot feest in de
grot van Balthasar, waar ze dansen en zingen, en dan met hun lichtgevende
toverstenen een processie rond de berg van het eiland houden.
–––––––––––
Dit verhaal kan ongetwijfeld vanuit verschillende invalshoeken worden
bekeken, maar zou het niet een spoor van spirituele wijsheid kunnen
onthullen? De muizen en de berg van het eiland vormen een eenheid, hun
levens zijn met elkaar verweven. Wat de een doet beïnvloedt alle
anderen. De berg helpt de muizen tijdens een koude donkere winter, maar
het hart en het lichaam van de muizen moeten worden verwarmd door het
licht van zijn stenen, want binnen en buiten kunnen niet worden gescheiden.
Dit betreft ook de berg: hij geeft iets van zichzelf, maar hij kan zonder
hulp niet bestaan. Waar iets wordt weggenomen of waar een gat wordt
gemaakt, moet aan herstel worden gewerkt. We zijn eraan gewend te vertrouwen
op technologie en mechanische oplossingen, maar dit zijn reacties op
oorzaken die we vaak niet beschouwen. De oorzaken van de ‘gaten’
– die, naast andere dingen, opvallen als fysieke of psychische
pijn, disharmonie, of oorlog – worden buiten beschouwing gelaten.
De oorzaken ervan liggen in ons denken en handelen, in onze opvattingen
van waarden. Deze gaten kunnen door tijdelijke maatregelen worden gedicht,
maar wanneer ze te groot worden, riskeren we het evenwicht te verliezen.
Boeddhistische leringen onderkennen drie vergiften van het denkvermogen:
haat, hebzucht en onwetendheid. Kunnen we deze vergiften niet aan de
wortel van veel soorten onheil herkennen? Als tegengif kunnen we scherpzinnigheid,
edelmoedigheid en liefde noemen: scherpzinnigheid om onderscheid te
maken tussen goed en kwaad; edelmoedigheid om mededogen in ons dagelijkse
leven toe te passen; en liefde als basisvoorwaarde voor het behoud van
harmonie in ons leven en dus ook op onze planeet en in het hele universum.
Noot
- Marcus Pfister, Max en de toverstenen,
De Vier Windstreken, Rijswijk, isbn 9055792039, gebonden, €14,95.
Oorspronkelijk in het Duits: Mats und die Wundersteine, isbn
3314007809.