New York, 6 mei 2005
De vernietiging van het overgrote deel van de klassieke manuscripten
nadat het christendom staatsgodsdienst was geworden, was een enorm verlies
voor de westerse cultuur. In april hoorde ik tot mijn vreugde dat wetenschappers
zijn begonnen vroeger onleesbare papyrusfragmenten te ‘lezen’
die verloren documenten bevatten van Sophocles, Euripides, Hesiodus
en andere belangrijke auteurs uit de oudheid. Een van de verslagen vermeldt
dat ‘Academici dit feit hebben begroet als een ontwikkeling die
zou kunnen leiden tot een toename van 20 procent van bestaande Griekse
en Romeinse werken. Sommigen voorspellen zelfs een tweede Renaissance.’
Bovendien ‘zou het gemakkelijk het bestaande deel van de minder
belangrijke werken – de sensatie- en komische lectuur uit die
tijd – kunnen verdubbelen’.1
Wetenschappers van Oxford University die samenwerken met onderzoekers
van Brigham Young University, gebruiken een technologie die door NASA
is ontwikkeld om speciale kenmerken te fotograferen in golflengten die
buiten het zichtbare spectrum liggen. Bij die techniek wordt een smalle
bandbreedte van infrarood licht gebruikt die reageert op inkt maar niet
op het omringende materiaal, waardoor wat geschreven is duidelijk naar
voren komt en vroeger onzichtbare teksten kunnen worden gefotografeerd
en gelezen. Het werd al gebruikt in 1999 om onleesbare rollen uit Herculaneum
te lezen, een stad die in 79 n.Chr. door as van de Vesuvius werd bedekt.
|
Archilochos
fragment P.Oxy. LXIX 4708. |
De 400.000 papyrusfragmenten die nu in Oxford zijn, werden tegen het
eind van de 19de eeuw ontdekt in een vroegere vuilnisbelt in Oxyrhynchus
in centraal Egypte. Ze zijn halfvergaan, door wormen aangetast en zwart
geworden, en vertegenwoordigen de grootste verborgen voorraad van klassieke
manuscripten in de wereld. Het materiaal is hoofdzakelijk van historisch
belang – wetboeken, bevelschriften, officiële correspondentie,
volkstellingen, belastingaanslagen, verslagen van rechtszittingen, testamenten,
rekeningen, inventarisaties, horoscopen en privébrieven –
maar de classici waren enthousiast over de nieuwe ontdekkingen die zelfs
al tijdens de eerste vier dagen tevoorschijn kwamen: mythologische gedichten
van Hesiodes en Parthenios; passages van een verloren gegane tragedie
van Sophocles over het beleg van Thebe (slechts 7 van zijn 120 toneelstukken
zijn volledig bewaard gebleven); een gedeelte van een roman van Lucianus;
onbekend materiaal van Euripides; en 30 onbekende regels van de Elegieën
van Archilochos, een opvolger van Homerus uit de 7de eeuw v.Chr. die
voorvallen beschrijft die tot de Trojaanse oorlog voerden (slechts 500
regels van zijn gedichten waren bewaard gebleven). Omdat er in Oxyrhynchus
een exemplaar van het Thomas Evangelie werd gevonden, bestaat
er bij sommigen bovendien hoop dat meer onbekende christelijke en apocriefe
werken zullen opduiken.
De geschriften zijn hoofdzakelijk in het Grieks, maar bevatten ook
materiaal in het Latijn, Hebreeuws, Koptisch, Syrisch, Aramees, Arabisch,
Nubisch, en vroeg Perzisch. Dr. Dirk Obbink, die het onderzoek leidt,
zei dat ‘De Oxyrhynchus-collectie van onvergelijkelijke waarde
is – vooral nu ze volledig en betrekkelijk snel kan worden gelezen.
Het materiaal zal licht werpen op vrijwel elk aspect van het leven in
het Hellenistische en Romeinse Egypte, en bovendien op de klassieke
wereld als geheel.’ Digitale foto’s van enkele geschriften
zouden al in mei worden gepubliceerd door de Egypt Exploration Society
in Londen, die eigenaar is van de verzameling; het documenteren en conserveren
van de fragmenten zullen misschien wel 10 jaar in beslag nemen.
Noot
- David Keys en Nicholas Pyke, The Independent,
17 april 2005.
|