Meestal ontsnappen de natuurlijke gebeurtenissen die steeds opnieuw
plaatshebben aan onze aandacht. Daarom doen we ze vaak als onbelangrijk
af. Dit komt vooral voor bij gebeurtenissen die lange tijdsperioden
in beslag nemen zoals de bewegingen van de zon, maan, planeten en sterren.
Maar we slagen er ook niet in regelmatige lichaamsfuncties op te merken
zoals de ademhaling en het kloppen van het hart. Er bestaan talloze
cyclussen die zich rondom ons en binnenin ons afspelen die we gewoonlijk
als vanzelfsprekend beschouwen.
Waarom zouden we eigenlijk aandacht schenken aan gebeurtenissen die
zich alleen maar blijven herhalen? Eén reden is dat ons leven
ervan afhangt. We worden instandgehouden door hiërarchieën
van cyclussen die ieder niveau van ons wezen regelen. Iedere periodieke
verandering is onderdeel van een grotere cyclus en deze is op zijn beurt
deel van een nog grotere, en dit gaat zo door met steeds grotere cyclussen
overal in de uitgestrektheid van het heelal. Er bestaat een oneindig
netwerk van ‘wielen binnen wielen’, van de microkosmische
ritmes binnenin ons tot de reusachtige kosmische bewegingen van de sterren.
En elk is nodig om de werkingen van de natuur op elkaar af te stemmen.
Neem bijvoorbeeld de baan van de zon. De zon bevindt zich op ruim 152
duizend biljoen mijl van het centrum van de melkweg die ongeveer 600
duizend biljoen mijl in doorsnee is. De melkweg heeft zes reusachtige
spiraalvormige armen en ons zonnestelsel heeft een plaats nabij de buitenrand
van de Orion-arm. Omdat deze armen rond het middelpunt van het melkwegstelsel
wentelen, beweegt de zon zich in een enorme baan door de ruimte. Eén
volledige omwenteling – een galactische ‘dag’ –
duurt al meer dan 200 miljoen jaar.
Laten we eens nadenken over de enorme harmonische samenwerking die
bij deze galactische cyclussen plaatsvindt. Volgens de huidige wetenschap
was de aarde toen ons zonnestelsel ontstond een buitengewoon etherische
bol nevelstof. Er was een miljard jaar voor nodig om lagen tot een kern,
mantel en korst te vormen – maar dit was minder dan vijf galactische
dagen. De aarde kende een periode van bijzonder hevige vulkanische activiteit
waarbij gassen vrijkwamen die tenslotte de atmosfeer vormden en zich
verdichtten tot oceanen. Dit vereiste een half miljard jaar –
maar slechts twee galactische dagen. Het volgende aardse tijdperk duurde
meer dan twee miljard jaar en de eerste fysieke sporen van leven op
aarde dateren uit die tijd. Het werd gevolgd door een twaalftal ontwikkelingsperioden
die duizenden millennia duurden en er ontwikkelden zich miljoenen soorten
– toch duurde ook dit maar een paar omwentelingen van de melkweg.
Op microkosmische schaal treffen we dezelfde samenwerking van cyclussen
aan. Ons fysieke lichaam wemelt van cyclische hiërarchieën.
In- en uitademen, het kloppen van het hart, de circulatie van het bloed,
hormonale, spijsverterings- en voortplantingscyclussen – ieder
systeem in het lichaam heeft zijn eigen periodieke functies. Daaraan
ten grondslag ligt de constante regelmaat van biochemische reacties,
de bewegingen van moleculen, het trillen van atomen, de banen van elektronen
en de spin van talloze onmeetbare subatomaire deeltjes. Er zijn werelden
binnen werelden met eindeloze complexiteit, en ze zijn allemaal onderling
volkomen afhankelijk.
Maar deze voorbeelden zijn slechts uiterlijke verschijningen. Voordat
dingen een fysieke vorm aannemen moeten er op etherische gebieden prototypen
van zijn. Ieder bestaansniveau is een emanatie van een meer etherisch
niveau, en deze strekken zich naar binnen uit door steeds ijlere gebieden.
De bron van deze emanaties is de Kosmische Intelligentie zelf. Die drukt
een stempel op de elementale krachten die de voorlopers zijn op ieder
bestaansgebied, en deze etherische ontwerpen vormen een leidraad voor
het hele universum door middel van een reeks cyclische transformaties.
Deze visie verandert de manier waarop we over een fysieke manifestatie
denken. De aarde is niet ontstaan uit een stofwolk. Ze is begonnen als
een uitstraling van Kosmische Intelligentie die alle fundamentele schetsen
voor de evolutie van de aarde bevatte, essentiële energiepatronen
die als richtsnoer dienden voor de manifestatie van de aarde en al haar
rijken. De planeet, en iedere levensvorm, ontwikkelde zich als een individueel
dynamisch stelsel, doorliep een trapsgewijze reeks cyclussen en vormde
in elke volgende periode stoffelijker uitdrukkingsmiddelen.
De voor een dergelijk systeem benodigde harmonische samenwerking voert
rechtstreeks naar het denkbeeld van een levende aarde. Als levende wezens
en hun stoffelijke milieu een individueel zich ontwikkelend wezen zijn,
dan is alle materie een deel van het leven. Daaruit volgt dat de aarde
haar eigen levenscyclussen heeft. In geleidelijk zich manifesterende
uitdrukkingsvormen is ze herhaaldelijk door stadia van geboorte, groei,
volledige ontwikkeling, verval en ‘dood’ gegaan. Ze heeft
ook perioden zonder fysieke activiteit. Na elke aftakeling en dood verlaat
ze de toestand van gemanifesteerd zijn en krijgt ze weer energie toegediend
door de Intelligentie van het heelal, wat de bol in staat stelt zich
opnieuw te manifesteren in cyclussen die verder ontwikkelde uitdrukkingsmogelijkheden
met zich meebrengen.
Er moeten wel soortgelijke stadia zijn voor elke levensvorm, waaronder
de onze. In de kern van ons wezen is ieder van ons een emanatie van
de hoogste innerlijke wereld van het Universele Bewustzijn. Deze kern
kleedt zich in voertuigen van elk natuurrijk, en die worden in ons eigen
gestel nog steeds weerspiegeld. De meest fundamentele cyclussen in het
menselijk lichaam kunnen ook in het mineralenrijk, het plantenrijk en
het dierenrijk worden aangetroffen. Net zoals er werelden binnen werelden
zijn, zo zijn er in ons levens binnen levens.
Maar waarom is het nodig dat we in zoveel levensvormen cyclussen doorlopen?
Als er één Universele Intelligentie is die de kern van
iedere bestaansvorm emaneert, dan evolueert het bewustzijn
van het Ene zich door middel van ons. De emanaties ervan ontwikkelen
voortdurend nieuwe uitdrukkingsvormen – zo kan het de essentiële
eenheid van de verscheidenheid ervaren. Op de hoogte zijn van het idee
van eenheid is niet voldoende, zelfs niet voor Kosmische Intelligentie.
Ze moet eenheid leren kennen door middel van oneindige verscheidenheid.
Steeds weer in iedere kosmische cyclus hebben het Ene en het Vele deze
zelfde essentiële behoefte. Na iedere transformatie stijgen wij
en alle hiërarchieën van de kosmos langs de Grote Keten van
het Zijn omhoog. Om ons evoluerende bewustzijn tot uiting te brengen
ontwikkelen we steeds beter geschikte uitdrukkingsmiddelen. We worden
voortgedreven door het universele verlangen naar zelfontdekking. Wat
is de essentie van wie we zijn? Steeds als we ons één
voelen met de natuur, als we gevoelig zijn voor een innerlijke band
met andere wezens, zijn we bezig te ontdekken wie we zijn. Telkens wanneer
we een diepgaand gevoel van medeleven hebben, geven we uitdrukking aan
ons wezenlijke Zelf. In de loop van cyclussen binnen cyclussen ontwikkelen
we dit vermogen: de essentiële eenheid ervaren van het bestaan.
Alle vormen van leven berusten daarop.