De functie van spiritualiteit: Het heilige in ons leven*
Rudi Jansma

 

*Lezing gehouden voor de Shri Nijanand beweging te Jaipur, India, 25 december 2004.

Een oud geschrift van de Maya’s in Midden-Amerika, de Popol Vuh, zegt dat er in het begin alleen stilte was; alleen de eindeloze oceaan was er. Er was geen enkele vorm van leven of beweging. Maar in deze eindeloze oceaan ontwaakte God-zeven, die ontelbare eeuwen had gesluimerd en wiens naam ‘Gevederde Slang’ was. Zijn ‘huid’ bestond uit een gigantische blauwgroene eivormige aura.

Het eerste wat er gebeurde was dat het Denken van God in twee aspecten naar voren trad, en deze twee aspecten – elk ervan zelf een god – begonnen met elkaar van gedachte te wisselen. Ze spraken over hun taak en over de toekomst. Dit goddelijke denkvermogen zag de schepping die het met hulp van de goddelijke architecten en bouwers zou gaan voortbrengen: ze zou bestaan uit de aarde, planten, insecten en andere dieren. Maar hun uiteindelijke doel was om een wezen voort te brengen dat in staat zou zijn zich zijn schepper te herinneren en hem de juiste eer te betuigen.

Aldus brachten ze eerst de elementen en de aarde voort, en vervolgens planten en dieren. En daarna mensen. Maar op dat moment faalden de goddelijke denkers; en dit mensenras ging na verloop van tijd zonder te lijden ten onder. Ze probeerden het opnieuw. En weer faalden ze, hoewel deze tweede mensheid veel ontwikkelder was dan de eerste. Deze mensen – nog geen mannen en vrouwen – konden denken en bezaten vermogens, maar ze maakten er misbruik van. Ze konden gereedschappen en eenvoudige hulpmiddelen die ze nodig hadden maken, maar hun denken en gepraat was inhoudsloos. Ze herinnerden zich hun schepper niet, ze hadden niet het vermogen om hun goddelijke oorsprong te herkennen. Spiritualiteit ontbrak hen volkomen. De krachten die ze opriepen, en gebruikten of misbruikten, keerden zich tegen hen. Op verschrikkelijke wijze vond dit ras de dood.

Toen daalden de twee aspecten van de goddelijke denkende geest af naar de aarde in de vorm van tweelingbroers, en legden aldus de basis voor een spirituele mensheid. Ze waren grote kunstenaars, en uiterst spiritueel in hun belangstelling en handelen. Maar deze tweeling werd naar de Onderwereld geroepen om de kwaadaardige en magische heren van de lagere natuur te ontmoeten: de dertien vormen van ziekte, de dood, misbruik van macht, enz. Deze heren waren bovendien intelligente oplichters, en de goddelijke tweeling ging ten onder in de lagere wereld van misleiding en hartstocht: ze stierven.

Maar natuurlijk is de essentie van de goddelijke denkende geest onsterfelijk – de essentie ervan sterft nooit en zal er altijd zijn om de mensen waar mogelijk te begeleiden en te helpen. De essentie van de tweeling incarneerde nu in menselijke wezens: via een ‘onbevlekte ontvangenis’ gingen ze de baarmoeder binnen van één van de dochters van de Heren van de Onderwereld. Ze werd door de Heren verbannen naar de aarde, waar de tweeling opnieuw werd geboren, maar nu als spirituele mensen. Na lange tijd werden ook zij naar de Onderwereld geroepen om te worden geconfronteerd met de uitdagingen die deze boosaardige Heren op hun pad plaatsten. Dit keer slaagden ze. Het spirituele had de materialistische en hartstochtelijke neigingen in de mensheid – en in de individuele mens – overwonnen. De bestemming van mensen is om zelf goden te worden, die beter uitdrukking kunnen geven aan de voor altijd onvergankelijke goddelijke essentie die zich achter elk gemanifesteerd universum bevindt.

Deze lange inleiding over een traditie aan de andere kant van onze aardbol laat zien dat de behoefte aan spiritualiteit universeel is en de leidende kracht van de oprechte mensheid in ieder land ter wereld, welke vorm van religie of filosofie mensen ook gebruiken om zich uit te drukken. Hoe kunnen we het spirituele goddelijke denken, onze schepper, in onszelf herkennen? Hoe kunnen we het onderscheiden van dat wat ons naar beneden trekt naar de onderwereld van ellende, ziekte, sterfelijkheid, spanningen en oorlogen – om uiteindelijk wanhopend ten onder te gaan?

Plato – die in de westerse wereld leefde niet lang na grote zielen zoals Boeddha, Mahāvīra en Lao-tzu in het oosten – schreef schitterende boeken die de hoeksteen zijn gaan vormen van alle westerse filosofie – en het westen had een spirituelere en aangenamere plek op aarde kunnen zijn dan nu het geval is als het niet tevens had geluisterd naar de ‘Heren van de Onderwereld’. Plato sprak over drie vormen van intuïtie. Intuïtie betekent zoiets als ‘ingegeven onderwijs’, een les van de godsvonk binnenin ieder van ons, die we kunnen horen wanneer we luisteren naar de Stem van de Stilte die in het diepst van ons hart klinkt, voorbij persoonlijke emoties en ideeën. Plato noemde deze vormen van intuïtie het Ware, het Goede en het Schone. Dit zijn de drie gezichten waarmee God zijn Ene Wezen aan de mensheid toont.

Diep in ons hart weten we wat Waarheid is: waarheid die onbesmet is door enige leugen of misleiding. Diep binnenin weten we wat Goed is: het is ethiek die boven alle regels uitgaat. Diep binnenin weten we wat Schoonheid is: de Waarheid is schoonheid, en het Goede is schoonheid; en Schoonheid is aanwezig in iedere uitdrukking van mensen die ernaar streven dichtbij het goddelijke te zijn, en is zichtbaar in de biljoenen uitdrukkingsvormen van de natuur, die de manifestatie is van het goddelijke. Waarheid is het onpersoonlijke god-aspect van filosofen en wetenschappers – die we allemaal tot op zekere hoogte zijn. Het Goede is het god-aspect van religie – en we zijn allemaal tot op zekere hoogte religieus, zelfs als we onszelf atheïsten noemen. Schoonheid is het god-aspect in de kunst, of ieder werkelijk esthetisch gevoel dat we hebben. Geestelijke kunstenaars, hetzij dichters of musici, architecten, beeldhouwers of andere scheppende werkers, streven ernaar zelfs de grofste vorm van materie in iets goddelijks om te zetten. Dezelfde woorden die kunnen worden gebruikt om iemand te vervloeken of te beledigen, kunnen door dichters worden gebruikt om goddelijke devotie uit te drukken. Architecten en beeldhouwers gebruiken de hardste stenen van onze aarde om tempels of gebedshuizen te bouwen die bijzonder verfijnd zijn.

Het Goede is hetzelfde als onwrikbare dienstbaarheid aan Waarheid. Het is universele rechtvaardigheid; en het is in de meest nadrukkelijke zin mededogen, en dat betekent ‘delen in het lijden’. Dit is de grote goddelijke Kracht, die in Tibet symbolisch wordt weergegeven als een godheid met duizend armen, en handen met ogen, en hoofden die in alle richtingen van zowel de wereld als hogere bestaans- of bewustzijnsgebieden kijken – een godheid die zich keer op keer opoffert om geestelijke ondersteuning (dharma) en leiding te geven aan iedere ziel op haar evolutionaire pelgrimstocht. Mededogen helpt de stofmoleculen van de aarde om zichzelf, geleid door goddelijke energieën, te rangschikken tot de vorm van prachtige bloemen – de hoogste uitdrukking van goddelijkheid die het plantenrijk ons toont.

In mensen traint deze kracht de denkende geest – maar wij mensen hebben de keuze hetzij de impulsen van de meedogende krachten in de natuur te volgen dankzij leraren, boeken, kunst of door beoefening van religie en bovenal de praktijk van het dagelijks leven, òf om de verleidelijke stem van quasi-wijsheid, misleidende kunstvormen en religies te volgen, en het pad van onwaarachtig gedrag te gaan. Dat is de reden waarom spiritualiteit voor iedereen op aarde nodig is: om de weg te wijzen en het menselijk denken leiding te geven bij het maken van deze keuze.

Wat is het heilige – God – in ons dagelijks leven? Het is de stille aanwezigheid die er altijd is voorbij ons denken en onze emotie. Het is de goddelijke vonk binnenin ons, onze gids en onze individuele dharma die uitgaat boven alle voorschriften. Het is dat wat we werkelijk weten. Het is het spirituele in ons leven. Volg het, en je zult nu onmiddellijk gelukkig en kalm worden. Moge je de vrede in je hart herkennen.

 

 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 2006

© 2006 Theosophical University Press Agency