|
Kattenoog-nevel (Hubble ruimtetelescoop)
|
Alles wat we eten, drinken en inademen, maar ook de atomen van ons
lichaam en de aarde waarop we lopen, werd gesmeed diep in het vuur van
massieve sterren die eonen geleden in hun doodsstrijd explodeerden.
Zulke supernova’s exploderen in een verblindende flits die gedurende
een paar seconden de totale hoeveelheid licht overtreft, die in hun
eigen sterrenstelsel wordt voortgebracht. Supernova’s –
en de minder spectaculaire maar vaak prachtige planetaire nevelvlekken
uitgestoten door kleinere stervende sterren zoals onze eigen zon (zie
foto) – bezaaien het heelal met elementen die essentieel zijn
voor het tot aanzijn komen van andere sterren en planeten en uiteindelijk
ook voor het leven daarop. Maar zijn deze geschenken van de sterren
alleen het gevolg van blinde nucleaire processen of maken ze deel uit
van een cyclus van leven in een meedogend levend heelal?
Op 24 februari 1987 verscheen er een explosie van een supernova bekend
als 1987A in de grote Magallanes-wolk, één van de betrekkelijk
kleine melkwegstelsels die onze eigen Melkweg vergezellen. Dit was de
helderste supernova die sinds 1604 werd waargenomen, en hoewel de explosie
170.000 lichtjaren was verwijderd, kon ze op aarde met het blote oog
worden gezien. Wetenschappers hebben dit verschijnsel van kosmisch vuurwerk
bijna twintig jaar gevolgd, en veel van de geheimen van de natuur die
samenhangen met de dood van sterren en het eerste begin van leven, worden
door hun geduldig waarnemen geleidelijk prijsgegeven.
Eén van de grote vragen van de hedendaagse wetenschap betreft
de oorsprong van de elementen, de bouwstenen van het universum. Gangbare
theorieën gaan ervan uit dat de kosmos na een Big Bang begon met
alleen de eenvoudigste waterstofatomen. De enige plaatsen waarvan we
weten dat deze heet genoeg zijn om elementen zoals waterstof om te zetten
in zwaardere elementen zoals zuurstof en koolstof, bevinden zich in
het binnenste van de sterren, waar temperaturen van vele miljoenen graden
kunnen worden bereikt. Zoals het geval is bij 1987A worden de meeste
grote sterren aan het eind van hun leven onstabiel en exploderen ze
in een plotselinge uitbarsting van energie die bijna 90% van hun materie
de ruimte in drijft. Bovendien worden tijdens zo’n explosie zwaardere
elementen zoals goud, platina en uranium gevormd en tenslotte tot nieuwe
sterren, planeten en zelfs nieuwe mensen gerecycled!
Indrukwekkende beelden van de Hubble Space telescoop tonen gloeiende
draaiende ringvormige wolken van extreem hete gassen die zich met bijna
de lichtsnelheid van de plaats van de centrale explosie verwijderen.
Als dit snel bewegende gas in botsing komt met bestaande galactische
gaswolken, kan de daarbij ontstane energie een draaikolk vormen die
op zijn beurt nieuwe sterren en zonnestelsels voortbrengt. De zich snel
voortbewegende atomaire deeltjes vormen bovendien zelf kosmische stralen
die, als ze op onze aarde terechtkomen, de genetische code van levende
wezens kunnen beïnvloeden.
In het wonderbare gestel van de universele natuur ontspringt nieuw
leven aan de dood van de grote hemelse entiteiten die we sterren noemen.
Maar waarom zullen we over sterren spreken alsof het levende entiteiten
zijn wanneer de astronomie ze opvat als alleen maar nucleaire ovens
die meedogenloos fysieke wetten volgen? Theosofie geeft een beeld van
de kosmos als een levend organisme dat geheel is samengesteld uit wezens
in verschillende stadia van spirituele groei en ontwikkeling. Vanuit
deze visie zijn de schitterende lichtpuntjes aan de nachtelijke hemel
de zichtbare aspecten van bewuste hemelse entiteiten die we goden kunnen
noemen. Deze wezens dragen, vanuit ons menselijke perspectief gezien,
een grote verantwoordelijkheid voor de myriaden minder gevorderde entiteiten
die de zonnestelsels bewonen, waarvan bekend is dat ze zich overal in
ons melkwegstelsel en vermoedelijk in andere melkwegstelsels bevinden
(tot nu toe zijn 169 planeten ontdekt die rond sterren in andere delen
van ons melkwegstelsel draaien). Miljarden jaren lang geven deze sterrengoden
hun energie om ons – minder ver gevorderde wezens – te onderhouden,
en bij hun dood offeren ze hun eigen substantie op voor de bouw van
toekomstige generaties van evoluerende entiteiten, zoals de mens, zodat
we letterlijk ‘kinderen van de sterren’ zijn.
Wat zal de toekomst van onze eigen heldere dagster zijn? Het klinkt
misschien vreemd, maar in ons melkwegstelsel is de zon een middelgrote
tot kleine ster, hoewel veel groter dan de meerderheid van rode of bruine
‘dwerg’sterren. Op basis van inwendige nucleaire processen
tijdens het ouder worden van de zon wordt aangenomen dat over ongeveer
zeven miljard jaar de zon zal opzwellen tot een omvang die de baan van
de aarde zal omvatten. Dan zal de zon, zoals astronomen het noemen,
een rode reus zijn geworden. Na verloop van tijd zal zijn buitenste
schil of atmosfeer exploderen, waarbij de afgedankte elementen, in het
bijzonder helium en stikstof, de diepten van de Melkweg in worden gezonden.
Enkele van deze elementen komen terecht in de massieve interstellaire
gaswolken die overal in het melkwegstelsel aanwezig zijn en nieuwe sterren
en planeten geboren doen worden. Zoals een astronoom het onlangs formuleerde:
‘Uit berekeningen kan worden afgeleid dat de nieuw gevormde stikstof
ongeveer 100 miljoen planeten zoals onze aarde kan voorzien van een
atmosfeer. De zon, die nu het leven op aarde onderhoudt, kan dat dus
op andere planeten blijven doen, zelfs na zijn dood.’1
Zeven miljard jaar! Dat is veel tijd om de mysteries van het heelal
te leren kennen. Gedurende talloze incarnaties van het in het dagelijks
leven offeren van onze eigen geschenken aan de universele natuur zullen
we misschien ooit spiritueel voldoende zijn gegroeid om ons bij de sterrengoden
aan te sluiten in hun meedogende werk.
Noot
- Ken Croswell, ‘Ready, set, boom!’, Astronomy,
september 2005, blz. 45.