Het beroeren van een ziel
Rutger Bergström

 

Velen geloven dat de wereld is onderverdeeld in rood, geel, wit en zwart, in dieren, struiken en bomen, maan, zon, sterren, armoede en rijkdom. Maar het is allemaal een eenheid, of zoals een bedachtzame man eens zei, wanneer we hoog en laag op dezelfde manier kunnen benaderen, hebben we de juiste houding tegenover het leven. Ik geloof niet dat stereotype religieuze houdingen mensen kunnen bieden wat ze op het gebied van mededogen en begrip nodig hebben. Indien we onszelf alleen maar omringen met heilige en plezierige taal, kunnen we soms ervan overtuigd raken dat we naar een dergelijke manier van zijn worden geleid – misschien omdat het onze egoïstische natuur het best uitkomt. Er schiet mij een gebeurtenis te binnen, die wijst op de mogelijkheid van een diepere benadering.

Vele jaren geleden, in de jaren 30 (vorige eeuw) leefde er een zeer vaardige kunstenaar in Göteborg. Dat hij echt talent had is sindsdien bevestigd – veel beroemde kunstenaars hebben uitdrukking gegeven aan hun grote waardering voor zijn schilderijen. Maar hij worstelde tijdens zijn leven met grote problemen, en kreeg allerlei ziekten, en werd schizofreen. In de bloei van zijn leven was hij zeven jaar lang patiënt van een psychiatrisch ziekenhuis buiten Göteborg. Hij was daar opgesloten in een afdeling voor gewelddadige patiënten en leefde bijna als een dier. Tijdens deze wisselvalligheden van het lot was de kunstenaar, om zo te zeggen, afwezig, weg van deze wereld, en moet geen idee hebben gehad van wat er zich rondom hem heen afspeelde.

Op een dag kreeg hij visite van zijn zus en haar zoontje; er moest een begeleider bij zijn in het geval hij gewelddadig zou worden. Dus ontmoette de zieke broer zijn zus in het park bij het ziekenhuis met de begeleider naast hem. Op een of andere manier raakte de zus en de begeleider verzeild in een gesprek en vergaten voor een ogenblik de kleine jongen die was gewaarschuwd om niet te dicht bij de patiënt in de buurt te komen. En wat zagen ze? De jongen hield de hand van de kunstschilder vast, hing en trok aan hem, en voor het eerst in jaren zag de begeleider een glimlach op het gezicht van de patiënt. Dus lieten ze de jongen en de oom hun gang gaan.

Het bezoek duurde niet lang, maar dat moment markeerde een keerpunt dat leidde tot herstel. Geleidelijk werd de kunstenaar zich bewust van zijn omgeving; hij begon voorzichtig aan bloemetjes en andere figuurtjes te maken; langzaam kreeg hij zijn kracht en gezondheid terug, waardoor hij uiteindelijk weer gezond werd verklaard en uit het ziekenhuis werd ontslagen. Toen begon een periode van intense artistieke creativiteit.

Toen ik dit verhaal voor het eerst hoorde dacht ik: ‘Wat weten we in feite van de invloed die uitgaat van een gezond zielenleven?’ De schizofrene man begon te herstellen na zijn contact met het kind. Was het de ziel van de kunstenaar of die van het kind die deze magie verrichtte? Er is veel dat we nog niet begrijpen, maar er komt een dag dat psychiaters, psychologen, en onderzoekers van de ziel genoodzaakt zullen zijn in te zien hoe uiterst belangrijk het innerlijke spirituele leven is – bij ziekte maar ook als men gezond is.

 
Andere artikelen over psychiatrie en psychologie
 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 2006

© 2006 Theosophical University Press Agency