Een reclamespotje flitste over het televisiescherm waarin een ‘auto
voor het moderne gezin – wat dat ook is’ werd aangeprezen.
De auto was uitgerust met variabele zitplaatsen voor twee tot zeven
inzittenden, waarmee werd erkend dat een gezin tegenwoordig van alles
kan zijn: traditionele ouders met twee kinderen, een eenoudergezin of
verschillende combinaties van partners, kinderen, grootouders en/of
‘kinderen met een vacht’ (huisdieren!). Het gezin krijgt
altijd veel aandacht in de media, maar meestal wordt er nadruk gelegd
op gezinswijzigingen door economische omstandigheden of stress van de
moderne manier van leven. Deze zouden er de oorzaak van zijn dat gekoesterde
opvattingen over gezinsverhoudingen in verval raken. Hebben de kranten
gelijk? Wat is de innerlijke aard van deze essentiële menselijke
verhouding?
Recent maatschappelijk onderzoek in Australië, dat ook op andere
westerse landen van toepassing is, laat zien dat de meeste mensen, in
tegenstelling tot wat veelal wordt gedacht, nog steeds in een gezinsverband
met twee ouders leven. De snelst groeiende gezinsvorm is het eenoudergezin
als gevolg van het groeiende aantal scheidingen in de laatste decennia.
Een andere opvallende tendens is dat mensen later in hun relatie besluiten
om te trouwen dan vroeger gebruikelijk was. Meer vrouwen stellen het
krijgen van kinderen uit en beter opgeleide vrouwen hebben minder of
zelfs helemaal geen kinderen. Kinderen blijven vaker thuis tot ze jonge
volwassenen zijn voordat ze hun eigen huishouden opzetten, en door een
verandering in hun relatie of om economische redenen komen ze vaak tijdelijk
terug naar het ouderlijk huis.
Maar zulke statistische trends geven een zeer beperkt beeld van de
dagelijkse realiteit van de menselijke kant van het huwelijk en het
gezin aan het begin van de 21ste eeuw: ouders die proberen het evenwicht
te bewaren tussen een veeleisende baan en voortdurende bijscholing enerzijds
en de verantwoordelijkheid als ouder anderzijds; kinderen die vaak aan
zichzelf worden overgelaten of door anderen worden verzorgd, waarbij
ze veel tijd buiten de directe familiekring doorbrengen, omdat ouders
lange dagen maken om in steeds complexere ‘behoeften’ te
voorzien; of twee generaties in hetzelfde gezin die tot overeenstemming
moeten komen over verschillende manieren van leven in hetzelfde huis
gedurende een periode die veel langer is dan zoals de oudere generatie
die heeft gekend.
Hoe staat het dan met de innerlijke aspecten van een gezin, in het
bijzonder de praktische toepassing om met deze gegevens de kwaliteit
van het leven te helpen verbeteren? Volgens de theosofie zijn gezinnen
niet slechts een toevallig gezelschap van individuen. Ze zijn eerder
een ‘laboratorium van ervaring’ bestaande uit een groep
individuen die in de loop van vele vroegere levens lange tijd met elkaar
zijn omgegaan. Wanneer een reïncarnerende ziel terugkeert naar
de aarde na een rustperiode in de postmortale bewustzijnstoestanden,
wordt ze aangetrokken tot die ouders en dat gezin die kunnen voorzien
in de lessen die geleerd moeten worden in het komende leven. De basis
van deze aantrekking kan liefde en overeenkomsten in karaktertrekken
en mogelijkheden zijn, of de noodzaak om verzoening te brengen in disharmonische
verhoudingen uit vorige levens. G. de Purucker verklaart de innerlijke
aantrekking die zielen bijeenbrengt in een gezin:
De menselijke ego’s die op
incarnatie wachten zijn buitengewoon talrijk, zodat er tientallen
entiteiten kunnen zijn die kinderen van één bepaald
paar zouden kunnen worden, maar op een bepaald fysiologisch moment
is er altijd één die de sterkste aantrekking tot de
aanstaande moeder heeft, en het is deze astrale vorm die het kind
wordt. Er zijn veel gevallen waarin de astrale vorm, die dus bij wijze
van spreken in twee richtingen ‘uitstraalt’, zijn voortgang
naar fysieke geboorte geblokkeerd vindt omdat de man en vrouw celibatair
zijn, of geen kinderen willen, of om een andere reden. In zulke gevallen
probeert de astrale vorm aangezet door karma en de natuurwetten het
nogmaals. Mocht de eerste omgeving een mislukking blijken, dan kan
het reïncarnerende ego door karmische banden in andere levens
tot een ander paar worden aangetrokken.
Het reïncarnerende ego heeft in zeker opzicht
heel weinig keuze in deze kwestie, als we hiermee bedoelen een weloverwogen
kiezen van zijn toekomstige familie. Een keuze zoals wij die opvatten
bestaat bijna niet, omdat het reïncarnerende ego nog maar net
devachan heeft verlaten en is verzonken in de betrekkelijke onbewustheid
van de voorbereidingsperiode die aan de geboorte voorafgaat, en zich
dus niet in een positie bevindt om zelfbewust te kiezen. Het is karma
die de dingen van begin tot einde beheerst; en karma is, abstract
gezien, onfeilbaar in zijn werking.
– Bron
van het Occultisme, blz. 696-7
De kosmische wet van actie en reactie brengt mensen steeds weer opnieuw
bijeen om de gevolgen van vroegere interacties uit te werken. De ervaring
van het ouderschap zorgt voor de meesten van ons voor een omgeving om
sneller dan met elk ander middel primaire levenslessen te leren zoals
liefde, tolerantie, begrip en in het bijzonder onbaatzuchtigheid. Maar
zoals alle karmische mogelijkheden zijn de lessen alleen een kans als
we ervoor kiezen gehoor te geven aan de positieve aspecten van de uitdagingen
die het leven ons biedt. Maar helaas laten velen deze gouden kansen
voorbijgaan om meer kennis op te doen van de grotere verantwoordelijkheden
van het leven. We kennen allemaal het rustige heldendom wanneer ziekte
of een andere dramatische gebeurtenis een lid van het gezin treft en
familieleden bijeenkomen om te helpen. Omgekeerd gaan veel mensen en
gezinnen uiteen omdat één of beide partners niet in staat
zijn om tolerant te zijn of om begrip op te brengen voor de andere gezinsleden,
waarbij het misschien om schijnbaar onbeduidende zaken gaat. Soms komen
getrouwde stellen op een punt dat ieder op zijn evolutiereis zijn eigen
weg moet gaan, hoe pijnlijk het op dat moment ook kan zijn om dit in
te zien. We zijn beslist niet in een positie om het karma of de keuzes
van anderen te beoordelen, en we kunnen, zoals voor alle aspecten van
het leven geldt, alleen maar proberen de kansen aan te grijpen om zoveel
mogelijk een positieve houding en een onvoorwaardelijke liefde te ontwikkelen.
Er zitten veel kanten aan het karma van een gezin, zoals het verband
tussen de bestemming van een individu en het karma van zowel het gezin
als het land, de aspecten van discipline in het gezin, het karma dat
samenkomt bij de huwelijkspartners, en het natuurlijke einde van een
langdurige relatie van vele levens door een scheiding of door het uiteenvallen
van een gezin wanneer de leerervaring van de ziel dit voor elk van de
betrokkenen noodzakelijk maakt. Mijn interesse gaat vooral uit naar
de uitwerking van de gewoonten van het moderne gezinsleven op het zich
ontwikkelende potentieel van het kind. Veel kinderen van werkende ouders
en van het stijgende aantal eenoudergezinnen worden opgevoed in een
omgeving waar de ouders te moe zijn of te weinig de gelegenheid hebben
om tijd met hen door te brengen. Onlangs deden pedagogen zoals Penelope
Leach een overtuigend beroep op ouders, in het bijzonder moeders, om
thuis bij de kinderen te zijn in de vroege en uiterst belangrijke periode
van hun ontwikkeling. Mw. Leach schrijft in haar boek, Children
First [Kinderen komen op de eerste plaats]: ‘Zelfs als je
vijf of tien jaar besteedt aan deze op het kind gerichte manier van
leven, dan is er nog ontzaglijk veel tijd om jezelf te zijn.’
Recente studies in de VS laten zien dat veel hedendaagse gezinnen deze
raad proberen op te volgen door zoveel mogelijk ouderlijke zorg aan
hun jonge kinderen te geven.
Beschrijvingen van de huidige maatschappelijke problemen doen denken
aan religieuze verhalen uit verschillende culturen, waarin sprake is
van cycli van een algemeen verval van ethische normen en een gezinsleven
waarin de nadruk steeds meer ligt op uiterlijkheden en een overal aanwezige
invloed van het materialisme. Het Vishnu Purāna, een
oude religieuze tekst uit India, beschreef lang geleden de huidige cyclus
van menselijke evolutie die kaliyuga of de ‘zwarte eeuw’
wordt genoemd. Er wordt van dit tijdperk gezegd dat het 5000 jaar geleden
bij de dood van Krishna begon en 432.000 jaar zal duren. Er moet worden
opgemerkt dat dergelijke perioden, hoewel ze een enorme aanval doen
op de betere aspiraties van de mens, een proefterrein zijn voor onze
innerlijke moed. Er kan meer spirituele vooruitgang worden geboekt in
tijden met een atmosfeer waarin ethiek tegenwerking ondervindt dan in
tijden waarin de omstandigheden gemakkelijker zijn. Een wijze vriend
beschreef eens de uitdagingen en mogelijkheden van het huidige tijdperk:
‘Je oefent je spieren niet door tegen de lucht te drukken’.
Tot zover het in kaart brengen van de problemen. Gelukkig zorgen overal
in de wereld de meeste gezinnen voor een liefdevolle en evenwichtige
omgeving voor hun kinderen. Het huidige inzicht wijst op het belang
van het bevorderen van liefde en respect in elk individu, en ook voor
het eigen gezin en de gemeenschap waartoe we behoren, hoe groot die
uitdaging misschien ook is. Een dergelijke positieve houding impliceert
dat er in het leven meerdere facetten en grotere verantwoordelijkheden
zijn dan de materialistische waarden van een populaire cultuur. Gevestigde
religies stellen gewoonlijk als voorwaarde dat er een evenwicht moet
zijn tussen de vereisten van het innerlijke en het uiterlijke leven
en bieden eenvoudige algemeen geaccepteerde leefregels voor sociaal
gedrag – leefregels die op dit moment niet overal worden aanvaard.
In deze tijd zijn er veel mensen die vaak blindelings een eigentijdse
verklaring voor eeuwenoude vraagstukken omarmen; anderen negeren eenvoudig
het feit dat de mens deelheeft aan het onderbewuste, en hun leven wordt
als vanouds beheerst door materiële waarden.
Spirituele leraren hebben altijd de aandacht gevestigd op de praktische
waarde van de oude wijsheid in alle aspecten van het leven. Waardering
voor essentiële waarheden van broederschap, karma en reïncarnatie,
zoals die tot uitdrukking komen in de mythologieën en religies
van de wereld, liggen ten grondslag aan de oudste bestaande samenlevingen
zoals bij de cultuur van de Australische aboriginals. Deze waarheden
hebben ook in het verleden bijgedragen aan het ontstaan van opmerkelijke
beschavingen en dit zal in de toekomst opnieuw gebeuren. Er is een grote
behoefte aan praktische hulp aan gezinnen die in een emotionele en financiële
crisis verkeren, en wij allen zijn onmetelijke dankbaarheid verschuldigd
aan de moedige mensen van veel filantropische organisaties die dergelijke
hulp onafgebroken bieden. Naast deze fysieke middelen is een allesdoordringende
kracht van een liefdevolle omgeving nodig, die berust op wederzijds
respect tussen ouders en kinderen, die uiteindelijk is gebaseerd op
kennis van de verantwoordelijkheden die horen bij de verschillende fasen
en stadia van het leven. Het is nodig deze krachtige gedachtezaden in
het bewustzijn van volkeren te zaaien. Katherine Tingley, een vroegere
leider van de Theosophical Society, richtte bij haar werk veel aandacht
op de praktische waarde van theosofie voor het gezinsleven en voor maatschappelijke
problemen. Bij de uitdagingen van veranderende gezinsverbanden in de
21ste eeuw klinken haar woorden profetisch:
De vraag komt als vanzelfsprekend op: Wat kan een
verandering ten goede brengen in het gezinsleven? Welke factoren kunnen
worden geïntroduceerd om het opnieuw vorm te geven, en te vervolmaken?
Theosofie antwoordt dat ouders zouden moeten beginnen met het bestuderen
van de hogere wetten van het leven en de grote verantwoordelijkheden
van het vader- en moederschap, zelfs al voor het huwelijk. Het gezin
zou moeten worden uitgeroepen tot het centrum waaraan voor een volk
het hogere leven ontspringt.