Broederschap in het geding
Sarah Belle Dougherty

 

Bekroon het goede in u met broederschap van zee tot schitterende zee’ wordt in een Amerikaans patriottisch lied verkondigd, maar hoe breed wordt deze gedachte tegenwoordig nog gesteund? Mensen vragen zich af hoe broederschap overeenkomt met overleving van de sterksten, in het bijzonder bij internationale zaken. Is ze geen vorm van zwakheid of naïviteit waardoor voorstanders een gemakkelijke prooi worden voor roofzuchtige en agressieve machten? Hoewel de ideeën van Jezus en andere leraren – over universele liefde, geen kwaad met kwaad vergelden, en de rechtvaardigen en onrechtvaardigen gelijkelijk beoordelen – veel mensen aanspreken, worden ze over het algemeen afgedaan als te idealistisch, zo niet te dwaas, om in de praktijk toe te passen.

Het is gemakkelijk over het hoofd te zien hoeveel facetten van het moderne leven rechtstreeks in verband kunnen worden gebracht met het idee dat ieder mens, eenvoudig door mens te zijn, een aangeboren en onvervreemdbare kwaliteit heeft die van ons eist dat wij iedereen met respect behandelen en dat deze overtuiging nu in het aardse leven zou moeten worden weerspiegeld en niet worden uitgesteld tot een of andere denkbeeldige toestand in de toekomst. Dit standpunt kan op allerlei gronden berusten: één goddelijke bron of ouder van alle volkeren; een universum waarvan alle delen in gelijke mate zijn doordrongen van geest; of de fysieke verwantschap van een soort die zich gezamenlijk verder ontwikkelde op onze aardbol en waarvan de leden dezelfde DNA-structuur, dezelfde behoeften en mogelijkheden hebben. De concrete resultaten ervan zijn onder andere het beëindigen van slavernij op veel plaatsen in de wereld, meer gelijke behandeling van vrouwen, meer erkenning voor het feit dat alle kinderen recht hebben op bepaalde basismogelijkheden, en geen geloof hechten aan de beweringen van de heersende klassen of rassen dat zij van nature ‘superieure’ mensen zijn met een verheven status die goddelijk is bekrachtigd. Deze veranderingen hebben gemeen dat ieder mens – mannen, vrouwen en kinderen, rijk en arm, zwak en sterk, van hoge of lage afkomst of kaste – als wezenlijk waardevol wordt beschouwd.

Maar broederschap blijft een omstreden gedachte, en veel krachten werken tegen om haar in het menselijk leven tot uitdrukking te brengen. Intolerantie en conflicten worden aangemoedigd door politieke en religieuze leiders die inspelen op onze angsten en ons egoïsme. Belangrijke spelers op de wereldmarkt verdedigen hun streven naar onbeperkt eigenbelang ten koste van anderen als normaal en goed. En terwijl veel religies de gedachte stimuleren dat liefde voor anderen het belangrijkst is, wordt het al te vaak naar de achtergrond geschoven door de theologie, evangelische ambities, of de zorg om zijn of haar persoonlijke verlossing.

Omdat pogingen om gelijkheid te verwezenlijken een voortdurend afwijken van traditionele gewoonten met zich meebrengt, merken we dat we steeds opnieuw worden gedwongen nieuwe situaties en denkbeelden onder ogen te zien die we als pijnlijk ervaren, en waarover we ons misschien zelfs boos maken. Soms komen zulke reacties voort uit een bedreiging die we voelen wanneer andere klassen of groepen om meer gelijke kansen of status vragen, of wanneer andere spirituele of culturele tradities dezelfde rechten als wij verlangen. Enkele van deze groepen die privileges of oude gebruiken dreigen te verliezen, organiseren agressieve campagnes om bepaalde veranderingen te voorkomen of ongedaan te maken, waarbij ze gebruikmaken van het fanatisme en gebrek aan inzicht van beide partijen in een geschil. Maar willen we werkelijk terug naar de toestand van vroegere decennia, laat staan eeuwen, als we eenmaal de rozige glans van de mening die we in het verleden hadden, hebben verwijderd – in het bijzonder wat het overgrote deel van de mensen betreft?

Van een ding kunnen we zeker zijn: als er genoeg mensen zijn die niet daadwerkelijk de gedachte steunen dat de wezenlijke waarde van ieder persoon gelijk is – ongeacht ras, geslacht, klasse, of etnische en religieuze afkomst – dan zal de daarmee gepaard gaande broederschap die zo velen van ons waarderen, en maar al te vaak als vanzelfsprekend beschouwen, minder worden en verdwijnen. Het ideaal van respect en tolerantie voor iedereen zou opnieuw misplaatst of zelfs funest kunnen worden gevonden. Het is geen toeval dat het motto van de Franse revolutie ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ was en evenmin dat Verlichting-denkers waarop de Amerikaanse en Franse revolutie waren gebaseerd tegenwoordig worden onderworpen aan voortdurende scherpe kritiek van degenen die de traditionele denkrichtingen en een bestaand onderscheid zouden willen behouden of ernaar zouden willen terugkeren.

Grote spirituele leraren hebben ons herhaaldelijk verzekerd dat de oplossing voor de meeste problemen van de mensheid ligt in ‘het elkaar liefhebben’, ongeacht de verschillen. Er is kracht en zelfdiscipline voor nodig om te handelen vanuit een overtuiging van ons gemeenschappelijke mens-zijn. Er moet nog een heel lange weg worden afgelegd voordat broederschap in het leven van de mensen daadwerkelijk wordt toegepast, maar het is iets waar ieder van ons op zijn eigen wijze aan kan werken, stap voor stap, als we dat willen. We hebben elke dag mogelijkheden om wederzijds respect te bevorderen, om met vriendelijkheid en geduld te reageren, en om de kracht te hebben om weerstand te bieden aan opwellingen van vijandigheid en exclusiviteit. Deze eenvoudige en praktische benadering kan bijdragen aan broederschap niet alleen van zee naar schitterende zee van een of ander volk, maar in het hart en het leven van mensen overal op de wereld.

 
Andere artikelen over broederschap
 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 2006

© 2006 Theosophical University Press Agency