Bekroon het goede in u met broederschap van zee tot schitterende zee’
wordt in een Amerikaans patriottisch lied verkondigd, maar hoe breed
wordt deze gedachte tegenwoordig nog gesteund? Mensen vragen zich af
hoe broederschap overeenkomt met overleving van de sterksten, in het
bijzonder bij internationale zaken. Is ze geen vorm van zwakheid of
naïviteit waardoor voorstanders een gemakkelijke prooi worden voor
roofzuchtige en agressieve machten? Hoewel de ideeën van Jezus
en andere leraren – over universele liefde, geen kwaad met kwaad
vergelden, en de rechtvaardigen en onrechtvaardigen gelijkelijk beoordelen
– veel mensen aanspreken, worden ze over het algemeen afgedaan
als te idealistisch, zo niet te dwaas, om in de praktijk toe te passen.
Het is gemakkelijk over het hoofd te zien hoeveel facetten van het moderne
leven rechtstreeks in verband kunnen worden gebracht met het idee dat
ieder mens, eenvoudig door mens te zijn, een aangeboren en onvervreemdbare
kwaliteit heeft die van ons eist dat wij iedereen met respect behandelen
en dat deze overtuiging nu in het aardse leven zou moeten worden weerspiegeld
en niet worden uitgesteld tot een of andere denkbeeldige toestand in
de toekomst. Dit standpunt kan op allerlei gronden berusten: één
goddelijke bron of ouder van alle volkeren; een universum waarvan alle
delen in gelijke mate zijn doordrongen van geest; of de fysieke verwantschap
van een soort die zich gezamenlijk verder ontwikkelde op onze aardbol
en waarvan de leden dezelfde DNA-structuur, dezelfde behoeften en mogelijkheden
hebben. De concrete resultaten ervan zijn onder andere het beëindigen
van slavernij op veel plaatsen in de wereld, meer gelijke behandeling
van vrouwen, meer erkenning voor het feit dat alle kinderen recht hebben
op bepaalde basismogelijkheden, en geen geloof hechten aan de beweringen
van de heersende klassen of rassen dat zij van nature ‘superieure’
mensen zijn met een verheven status die goddelijk is bekrachtigd. Deze
veranderingen hebben gemeen dat ieder mens – mannen, vrouwen en
kinderen, rijk en arm, zwak en sterk, van hoge of lage afkomst of kaste
– als wezenlijk waardevol wordt beschouwd.
Maar broederschap blijft een omstreden gedachte, en veel krachten werken
tegen om haar in het menselijk leven tot uitdrukking te brengen. Intolerantie
en conflicten worden aangemoedigd door politieke en religieuze leiders
die inspelen op onze angsten en ons egoïsme. Belangrijke spelers
op de wereldmarkt verdedigen hun streven naar onbeperkt eigenbelang
ten koste van anderen als normaal en goed. En terwijl veel religies
de gedachte stimuleren dat liefde voor anderen het belangrijkst is,
wordt het al te vaak naar de achtergrond geschoven door de theologie,
evangelische ambities, of de zorg om zijn of haar persoonlijke verlossing.
Omdat pogingen om gelijkheid te verwezenlijken een voortdurend afwijken
van traditionele gewoonten met zich meebrengt, merken we dat we steeds
opnieuw worden gedwongen nieuwe situaties en denkbeelden onder ogen
te zien die we als pijnlijk ervaren, en waarover we ons misschien zelfs
boos maken. Soms komen zulke reacties voort uit een bedreiging die we
voelen wanneer andere klassen of groepen om meer gelijke kansen of status
vragen, of wanneer andere spirituele of culturele tradities dezelfde
rechten als wij verlangen. Enkele van deze groepen die privileges of
oude gebruiken dreigen te verliezen, organiseren agressieve campagnes
om bepaalde veranderingen te voorkomen of ongedaan te maken, waarbij
ze gebruikmaken van het fanatisme en gebrek aan inzicht van beide partijen
in een geschil. Maar willen we werkelijk terug naar de toestand van
vroegere decennia, laat staan eeuwen, als we eenmaal de rozige glans
van de mening die we in het verleden hadden, hebben verwijderd –
in het bijzonder wat het overgrote deel van de mensen betreft?
Van een ding kunnen we zeker zijn: als er genoeg mensen zijn die niet
daadwerkelijk de gedachte steunen dat de wezenlijke waarde van ieder
persoon gelijk is – ongeacht ras, geslacht, klasse, of etnische
en religieuze afkomst – dan zal de daarmee gepaard gaande broederschap
die zo velen van ons waarderen, en maar al te vaak als vanzelfsprekend
beschouwen, minder worden en verdwijnen. Het ideaal van respect en tolerantie
voor iedereen zou opnieuw misplaatst of zelfs funest kunnen worden gevonden.
Het is geen toeval dat het motto van de Franse revolutie ‘Vrijheid,
gelijkheid en broederschap’ was en evenmin dat Verlichting-denkers
waarop de Amerikaanse en Franse revolutie waren gebaseerd tegenwoordig
worden onderworpen aan voortdurende scherpe kritiek van degenen die
de traditionele denkrichtingen en een bestaand onderscheid zouden willen
behouden of ernaar zouden willen terugkeren.
Grote spirituele leraren hebben ons herhaaldelijk verzekerd dat de
oplossing voor de meeste problemen van de mensheid ligt in ‘het
elkaar liefhebben’, ongeacht de verschillen. Er is kracht en zelfdiscipline
voor nodig om te handelen vanuit een overtuiging van ons gemeenschappelijke
mens-zijn. Er moet nog een heel lange weg worden afgelegd voordat broederschap
in het leven van de mensen daadwerkelijk wordt toegepast, maar het is
iets waar ieder van ons op zijn eigen wijze aan kan werken, stap voor
stap, als we dat willen. We hebben elke dag mogelijkheden om wederzijds
respect te bevorderen, om met vriendelijkheid en geduld te reageren,
en om de kracht te hebben om weerstand te bieden aan opwellingen van
vijandigheid en exclusiviteit. Deze eenvoudige en praktische benadering
kan bijdragen aan broederschap niet alleen van zee naar schitterende
zee van een of ander volk, maar in het hart en het leven van mensen
overal op de wereld.