Leren van de natuur
Amanda F. Rooke

 

              . . . Ik voelde
Een tegenwoordigheid die me vervult met de vreugde
Van verheven gedachten; een groots gevoel
Van iets dat alles doordringt;
Dat woont in het licht van ondergaande zonnen,
En in de oceaan en in de lucht die we inademen;
In de blauwe hemel, en in het denken van de mens.
Een beweging en een geest, die alle denkende wezens
En alle objecten van het denken aanmoedigt,
En alles doortrilt.     – William Wordsworth

We bespeuren achter de natuur een leidende kracht, een verbondenheid en één-zijn zelfs in het nietigste schepsel. Deze alomtegenwoordige geest, het hogere zelf van de natuur, is een toetssteen voor waarheid en werkelijkheid. Als mensen is het ons gegeven om het goddelijke zelf te ontdekken en te worden, dat de bron is van de natuur en aanwezig is in alles in de kosmos. Want zelfs het geringste deeltje van het universum leeft en is bezield, een microkosmos van een universum dat zich voortdurend van binnenuit tot aanzijn brengt.

De geest stroomt door alle rijken van de natuur, en al het zichtbare wordt voortgestuwd vanuit de onzichtbare spirituele essentie in de kern ervan. Toen voor de entiteit die we het universum noemen de tijd aanbrak om te worden herboren, werd het niets tot iets. Vanuit de goden kwamen de wereld en alle dingen tevoorschijn, waarbij de goden de bewustzijnskant van de natuur vertegenwoordigen. Elk wonder van de natuur is een uiterlijke manifestatie, een weerspiegeling, van menigten wezens die zowel gemanifesteerd als ongemanifesteerd zijn. Het feit dat wat beneden is, de microkosmos, een trouwe kopie van de macrokosmos is, geeft ons een onfeilbare sleutel om het mysterie van ruimte en tijd te ontsluieren.

Evolutie is een proces dat de vermogens van het goddelijke binnenin probeert wakker te roepen en zichtbaar te maken. De natuur is in essentie harmonisch en streeft naar evenwicht of herstel van de harmonie. Werken met het getij van de natuur leidt tot groei van de innerlijke vermogens. Iemand die naar broederschap en vriendelijkheid streeft, heeft de drang van de hele evolutie achter zich, die kracht en licht brengt. Zij die verder zijn geëvolueerd hebben hun innerlijke geest tot ontplooiing gebracht en hebben elk atoom van hun wezen daarmee doordrongen.

Alle wezens zijn gevoelig voor vriendelijkheid. We kunnen denken aan St. Franciscus, die alles in de natuur zijn ‘broeder’ en ‘zuster’ noemde. Wilde dieren werden in zijn nabijheid tam en gehoorzaam. Hij zorgde voor de zieken en armen, voor dieren en insecten, want hij geloofde dat door de liefde van Christus in je hart te sluiten, die een mens zou vervullen van mededogen voor alles wat pijn kan lijden of gebaat is bij vriendelijkheid. Deze gedachte is ook gebruikelijk in het oosterse denken. Taoïsten proberen mee te werken met de natuur door in harmonie met het ritme en de processen van het leven te handelen, zelfs bij de meest wereldse taken. Van boeddhisten wordt verwacht dat ze liefdevolle vriendelijkheid voor alles betonen, terwijl jains ahimsā of geweldloosheid beoefenen. In het hindoeïsme zegt de Īśa Upanishad:

Het heelal en alles wat zich erin bevindt, bezield en onbezield, behoort Hem toe. Laten we niets begeren. Laten we alles om ons heen met eerbied behandelen, als hoeders. We hebben geen recht om te overheersen. Alle bezit is gemeengoed. Laten we ons verheugen maar niet vergaren noch doden. Een eenvoudige kikker heeft evenveel recht om te leven als wij.

We zouden als beschaving de aarde niet kunnen vernietigen als we begrijpen dat de aarde een levend wezen is waarvan we deel uitmaken en waar we verantwoordelijk voor zijn. De natuur is als ons eigen lichaam, het huis waarin we leven, dat we zouden moeten respecteren, niet vergiftigen of zozeer uitputten dat het zich niet meer kan herstellen. De indianen van Amerika en andere volkeren die een nauwe band met de aarde voelen, begrepen dat de mens niet meer van de natuur moet nemen dan hij nodig heeft, en dat als er iets van haar wordt genomen, er iets voor moet worden teruggegeven. Deze benadering klinkt door in ecologische studies en in het idee van het pachten of beheren – niet dat van eigendom – van de wereld. Ook zouden we geen planten en dieren vernietigen als we beseften dat ze onze broeders en zusters zijn. Door educatie kunnen mensen van alle leeftijden hun verwantschap leren inzien met hun medeschepselen, die eveneens het recht hebben om onbelemmerd te kunnen leven en zich te kunnen ontwikkelen, waarbij ze vriendelijk worden bejegend. Als we de schoonheid van de natuur leren kennen en de gevolgen gaan inzien van onze roofbouw, zal dit uiteindelijk leiden tot het gebruik van ecologisch verantwoorde producten.

De term biosfeer beschrijft de manier waarop de verschillende soorten samenhangen en hoe de natuur is georganiseerd die alleen kan functioneren als alle delen ervan hun nauwe onderlinge band kunnen blijven onderhouden. Volgens de Gaia-hypothese van J.E. Lovelock werkt alles op aarde samen als één levende entiteit die begiftigd is met eigenschappen en krachten die ver uitgaan boven die van haar samenstellende delen. Door middel van evolutie schijnt zij van haar ervaringen te leren, zoals ook wij dat doen. De natuur beïnvloedt de werking van de elementen en maakt gebruik van het gedurende miljarden jaren op de voet volgen van veranderingen om steeds de optimale toestand te bereiken die het beste in al haar behoeften voorziet. De aarde heeft bijvoorbeeld een warmteregulatiesysteem zoals ons lichaam, waarvan wolkenvorming vanuit de zee deel uitmaakt. Deze wolken bedekken 30% van het aardoppervlak, en met hun vermogen om zonlicht te weerkaatsen beïnvloeden ze de temperatuur en het klimaat. De aarde houdt een koolstofcyclus in stand met behulp van micro-organismen die voor ontbinding zorgen, een proces dat miljarden tonnen methaangas per jaar produceert en heel belangrijk is bij het regelen van de hoeveelheid zuurstof. De pH-waarde is redelijk constant gebleven en dichtbij waarde 8, ondanks het feit dat het oppervlak van de aarde zuurder is geworden door een toegenomen oxidatie van de dampkring. Dergelijke processen geven de indruk dat de aarde een evenwicht bewaart, dat ze zichzelf beschermt in plaats van dat ze toelaat dat ze wordt vernietigd, wat een aanwijzing is dat er in de planeet zelf een leidende intelligentie huist.

Velen hebben verwezen naar het boek van de natuur als onze beste informatiebron. Van Gogh vergeleek de zwarte bomen in een besneeuwd landschap met de bladzijden uit het Evangelie, geschreven met zwarte inkt op wit papier. Hij geloofde dat mensen die op een natuurlijke wijze leven als bloemen zijn die innerlijk de eigenschappen van de natuur bezitten en daardoor deel hebben aan haar kennis. Zodra we midden in de natuur zijn, lijkt het alsof we vertragen tot haar tempo en, in tegenspraak met de bewering van Bacon hoeven we niet te proberen haar te dwingen haar kennis prijs te geven. In This Living Earth vertellen David Cavagnaro en zijn vrouw dat ze de eenheid van alles in de natuur ontdekten door ongecultiveerd grasland te observeren: ‘Terwijl we door het gras struinden met al onze zintuigen open, ontdekten we in onszelf een eenvoudig, oeroud besef van de levende aarde . . . Achter het gekras van een uil, de geur van vochtige aarde, zelfs achter het gezoem van een mug lag de sensatie van een ontdekking.’ Tenslotte ‘leerden we, voortgaand op het pad van kennisverwerving, dat elk insect of elke bloem of waterdruppel in een weide het heelal weerspiegelt’.

De wetenschap leert ons over het lichaam van de natuur, maar hoe staat het met haar mysterieuze spirituele leven? In Nature’s Magic schrijft Alan Stover over de ‘heelheid’ van een omgeving, een term uit de ecologie die verwijst naar de gemeenschap van organismen als een quasi-organisme waarvan de planten en dieren deel uitmaken als cellen in een lichaam. Stover had het gevoel dat de karakteristieke eigenschap van een bepaalde plaats de vibraties van haar grote Overziel weerspiegelde, die in het verleden vaak tot een god werd verpersoonlijkt. Deze Overziel is een onzichtbare essentie, die al het leven dat zich op haar verlaat, voortbrengt, beschut en onderwijst, want bewustzijn doordringt alle aspecten van de natuur, zoals ook bij ons mensen het geval is.

H.P. Blavatsky geeft een belangrijke sleutel in De Stem van de Stilte wanneer ze schrijft: ‘Help de natuur en werk met haar mee; en de natuur zal u als een van haar scheppers beschouwen en voor u neerbuigen.’ De natuurwetten zijn gewoonten die voortkomen uit de zich herhalende handelingen van intelligente spirituele wezens die in verschillende soorten en graden bestaan. Maar we beïnvloeden de natuur ook tot op zekere hoogte door de manier waarop we denken en onze handelingen vorm geven. De Engelse mysticus Thomas Traherne schreef:

De wereld is een spiegel van oneindige schoonheid, en toch ziet niemand dat. Ze is een majestueuze tempel, maar geen mens besteedt aandacht daaraan. Ze is een domein van licht en vrede, als de mens haar niet zou verstoren.

Wat zijn de gevolgen van het veroorzaken van onrust in de wereld? De aarde en de hele kosmos, als bezielde intelligente wezens, proberen het evenwicht en de harmonie te herstellen. We zouden de ogenschijnlijk destructieve uitwerkingen van terugkerende overstromingen, droogte, aardbevingen en vulkanisme kunnen opvatten als een middel om de gezondheid en het evenwicht van de planeet te handhaven. Deze voor ons zo onplezierige natuurverschijnselen hebben vele oorzaken, waarvan er veel slechts gedeeltelijk of niet goed worden begrepen. Maar er wordt steeds vaker erkend dat de instelling en de handelingen van de mens daaraan bijdragen, en daarom zouden deze met zorg moeten worden gekozen, beheerst om in harmonie te zijn met de natuur. In plaats van door het immuunsysteem van de aarde te worden vernietigd of het te verzwakken, zouden onze beschermende maatregelen, die erop gericht zijn de aarde te verdedigen en te laten voortbestaan, ons tot één van haar beschermers kunnen maken.

Helena Blavatsky merkte tevens op dat ‘er niets profaans is in het heelal. De hele Natuur is een gewijde plaats . . .’ (De Geheime Leer 1:639). Als we alle wezens als godheden beschouwen, zou dat ons in staat stellen wereldwijde uitdagingen positief te benaderen, door te leren meedogend met andere wezens samen te leven. Wat betekent dit in de praktijk? Inwoners van verstedelijkte gebieden kunnen op hun wijze met respect omgaan met de natuur en met haar samenwerken. Sommigen zouden misschien de houding en het gedrag van inheemse volkeren kunnen bestuderen en die aan hun eigen situatie aanpassen. Anderen zouden kunnen proberen de beginselen van wetenschap, het milieu of de religie te begrijpen en toe te passen – bij de laatstgenoemde categorie kunnen we bijvoorbeeld denken aan de Gulden Regel. We zouden kunnen besluiten om onze tuin te verbeteren door de grond te verrijken en van compost te voorzien, en door te recyclen. We zouden de tuin van inheemse vegetatie kunnen voorzien als woonplaats voor inheemse insecten, vogels en dieren, op een manier die de harmonie herstelt die de mens zo vaak verstoort. Verbazingwekkende veranderingen kunnen plaatsvinden als we met de natuur samenwerken met een zuiver en onzelfzuchtig hart, ten bate van het geheel waarvan we een deel zijn. Samenwerken met de veelomvattende harmonie in de natuur zorgt voor een gevoel van devotie voor iets dat groter is dan wijzelf. Zoals Katherine Tingley heeft gezegd:

   Eeuwen geleden verloren we het contact met de Grote Moeder, de natuur, en zouden ons nu weer tot haar moeten wenden, . . . Om op haar rustige plaatsen onze ziel terug te vinden en te leren dat alle materie reageert op aanraking door de geest. Voorbij het zien, het horen en het denken zijn er oneindige wetten die ons leven beheersen. Goddelijke wetten houden ons onder hun hoede: direct achter de sluier van de zichtbare dingen, en maar weinig voorbij het bewustzijn van ons sterfelijke zelf, zijn hogere krachten ten goede aan het werk.
      – The Wine of Life

 
 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 2006

© 2006 Theosophical University Press Agency