.
. . Ik voelde
Een tegenwoordigheid die me vervult met de vreugde
Van verheven gedachten; een groots gevoel
Van iets dat alles doordringt;
Dat woont in het licht van ondergaande zonnen,
En in de oceaan en in de lucht die we inademen;
In de blauwe hemel, en in het denken van de mens.
Een beweging en een geest, die alle denkende wezens
En alle objecten van het denken aanmoedigt,
En alles doortrilt. – William Wordsworth
We bespeuren achter de natuur een leidende kracht, een verbondenheid
en één-zijn zelfs in het nietigste schepsel. Deze alomtegenwoordige
geest, het hogere zelf van de natuur, is een toetssteen voor waarheid
en werkelijkheid. Als mensen is het ons gegeven om het goddelijke zelf
te ontdekken en te worden, dat de bron is van de natuur en aanwezig
is in alles in de kosmos. Want zelfs het geringste deeltje van het universum
leeft en is bezield, een microkosmos van een universum dat zich voortdurend
van binnenuit tot aanzijn brengt.
De geest stroomt door alle rijken van de natuur, en al het zichtbare
wordt voortgestuwd vanuit de onzichtbare spirituele essentie in de kern
ervan. Toen voor de entiteit die we het universum noemen de tijd aanbrak
om te worden herboren, werd het niets tot iets. Vanuit de goden kwamen
de wereld en alle dingen tevoorschijn, waarbij de goden de bewustzijnskant
van de natuur vertegenwoordigen. Elk wonder van de natuur is een uiterlijke
manifestatie, een weerspiegeling, van menigten wezens die zowel gemanifesteerd
als ongemanifesteerd zijn. Het feit dat wat beneden is, de microkosmos,
een trouwe kopie van de macrokosmos is, geeft ons een onfeilbare sleutel
om het mysterie van ruimte en tijd te ontsluieren.
Evolutie is een proces dat de vermogens van het goddelijke binnenin
probeert wakker te roepen en zichtbaar te maken. De natuur is in essentie
harmonisch en streeft naar evenwicht of herstel van de harmonie. Werken
met het getij van de natuur leidt tot groei van de innerlijke vermogens.
Iemand die naar broederschap en vriendelijkheid streeft, heeft de drang
van de hele evolutie achter zich, die kracht en licht brengt. Zij die
verder zijn geëvolueerd hebben hun innerlijke geest tot ontplooiing
gebracht en hebben elk atoom van hun wezen daarmee doordrongen.
Alle wezens zijn gevoelig voor vriendelijkheid. We kunnen denken aan
St. Franciscus, die alles in de natuur zijn ‘broeder’ en
‘zuster’ noemde. Wilde dieren werden in zijn nabijheid tam
en gehoorzaam. Hij zorgde voor de zieken en armen, voor dieren en insecten,
want hij geloofde dat door de liefde van Christus in je hart te sluiten,
die een mens zou vervullen van mededogen voor alles wat pijn kan lijden
of gebaat is bij vriendelijkheid. Deze gedachte is ook gebruikelijk
in het oosterse denken. Taoïsten proberen mee te werken met de
natuur door in harmonie met het ritme en de processen van het leven
te handelen, zelfs bij de meest wereldse taken. Van boeddhisten wordt
verwacht dat ze liefdevolle vriendelijkheid voor alles betonen, terwijl
jains ahimsā of geweldloosheid beoefenen. In het hindoeïsme
zegt de Īśa Upanishad:
Het heelal en alles wat zich erin bevindt, bezield
en onbezield, behoort Hem toe. Laten we niets begeren. Laten we alles
om ons heen met eerbied behandelen, als hoeders. We hebben geen recht
om te overheersen. Alle bezit is gemeengoed. Laten we ons verheugen
maar niet vergaren noch doden. Een eenvoudige kikker heeft evenveel
recht om te leven als wij.
We zouden als beschaving de aarde niet kunnen vernietigen als we begrijpen
dat de aarde een levend wezen is waarvan we deel uitmaken en waar we
verantwoordelijk voor zijn. De natuur is als ons eigen lichaam, het
huis waarin we leven, dat we zouden moeten respecteren, niet vergiftigen
of zozeer uitputten dat het zich niet meer kan herstellen. De indianen
van Amerika en andere volkeren die een nauwe band met de aarde voelen,
begrepen dat de mens niet meer van de natuur moet nemen dan hij nodig
heeft, en dat als er iets van haar wordt genomen, er iets voor moet
worden teruggegeven. Deze benadering klinkt door in ecologische studies
en in het idee van het pachten of beheren – niet dat van eigendom
– van de wereld. Ook zouden we geen planten en dieren vernietigen
als we beseften dat ze onze broeders en zusters zijn. Door educatie
kunnen mensen van alle leeftijden hun verwantschap leren inzien met
hun medeschepselen, die eveneens het recht hebben om onbelemmerd te
kunnen leven en zich te kunnen ontwikkelen, waarbij ze vriendelijk worden
bejegend. Als we de schoonheid van de natuur leren kennen en de gevolgen
gaan inzien van onze roofbouw, zal dit uiteindelijk leiden tot het gebruik
van ecologisch verantwoorde producten.

De term biosfeer beschrijft de manier waarop de verschillende soorten
samenhangen en hoe de natuur is georganiseerd die alleen kan functioneren
als alle delen ervan hun nauwe onderlinge band kunnen blijven onderhouden.
Volgens de Gaia-hypothese van J.E. Lovelock werkt alles op aarde samen
als één levende entiteit die begiftigd is met eigenschappen
en krachten die ver uitgaan boven die van haar samenstellende delen.
Door middel van evolutie schijnt zij van haar ervaringen te leren, zoals
ook wij dat doen. De natuur beïnvloedt de werking van de elementen
en maakt gebruik van het gedurende miljarden jaren op de voet volgen
van veranderingen om steeds de optimale toestand te bereiken die het
beste in al haar behoeften voorziet. De aarde heeft bijvoorbeeld een
warmteregulatiesysteem zoals ons lichaam, waarvan wolkenvorming vanuit
de zee deel uitmaakt. Deze wolken bedekken 30% van het aardoppervlak,
en met hun vermogen om zonlicht te weerkaatsen beïnvloeden ze de
temperatuur en het klimaat. De aarde houdt een koolstofcyclus in stand
met behulp van micro-organismen die voor ontbinding zorgen, een proces
dat miljarden tonnen methaangas per jaar produceert en heel belangrijk
is bij het regelen van de hoeveelheid zuurstof. De pH-waarde is redelijk
constant gebleven en dichtbij waarde 8, ondanks het feit dat het oppervlak
van de aarde zuurder is geworden door een toegenomen oxidatie van de
dampkring. Dergelijke processen geven de indruk dat de aarde een evenwicht
bewaart, dat ze zichzelf beschermt in plaats van dat ze toelaat dat
ze wordt vernietigd, wat een aanwijzing is dat er in de planeet zelf
een leidende intelligentie huist.
Velen hebben verwezen naar het boek van de natuur als onze beste informatiebron.
Van Gogh vergeleek de zwarte bomen in een besneeuwd landschap met de
bladzijden uit het Evangelie, geschreven met zwarte inkt op wit papier.
Hij geloofde dat mensen die op een natuurlijke wijze leven als bloemen
zijn die innerlijk de eigenschappen van de natuur bezitten en daardoor
deel hebben aan haar kennis. Zodra we midden in de natuur zijn, lijkt
het alsof we vertragen tot haar tempo en, in tegenspraak met de bewering
van Bacon hoeven we niet te proberen haar te dwingen haar kennis prijs
te geven. In This Living Earth vertellen David Cavagnaro en
zijn vrouw dat ze de eenheid van alles in de natuur ontdekten door ongecultiveerd
grasland te observeren: ‘Terwijl we door het gras struinden met
al onze zintuigen open, ontdekten we in onszelf een eenvoudig, oeroud
besef van de levende aarde . . . Achter het gekras van een uil, de geur
van vochtige aarde, zelfs achter het gezoem van een mug lag de sensatie
van een ontdekking.’ Tenslotte ‘leerden we, voortgaand op
het pad van kennisverwerving, dat elk insect of elke bloem of waterdruppel
in een weide het heelal weerspiegelt’.
De wetenschap leert ons over het lichaam van de natuur, maar hoe staat
het met haar mysterieuze spirituele leven? In Nature’s Magic
schrijft Alan Stover over de ‘heelheid’ van een omgeving,
een term uit de ecologie die verwijst naar de gemeenschap van organismen
als een quasi-organisme waarvan de planten en dieren deel uitmaken als
cellen in een lichaam. Stover had het gevoel dat de karakteristieke
eigenschap van een bepaalde plaats de vibraties van haar grote Overziel
weerspiegelde, die in het verleden vaak tot een god werd verpersoonlijkt.
Deze Overziel is een onzichtbare essentie, die al het leven dat zich
op haar verlaat, voortbrengt, beschut en onderwijst, want bewustzijn
doordringt alle aspecten van de natuur, zoals ook bij ons mensen het
geval is.
H.P. Blavatsky geeft een belangrijke sleutel in De
Stem van de Stilte wanneer ze schrijft: ‘Help de natuur
en werk met haar mee; en de natuur zal u als een van haar scheppers
beschouwen en voor u neerbuigen.’ De natuurwetten zijn gewoonten
die voortkomen uit de zich herhalende handelingen van intelligente spirituele
wezens die in verschillende soorten en graden bestaan. Maar we beïnvloeden
de natuur ook tot op zekere hoogte door de manier waarop we denken en
onze handelingen vorm geven. De Engelse mysticus Thomas Traherne schreef:
De wereld is een spiegel van oneindige schoonheid,
en toch ziet niemand dat. Ze is een majestueuze tempel, maar geen
mens besteedt aandacht daaraan. Ze is een domein van licht en vrede,
als de mens haar niet zou verstoren.
Wat zijn de gevolgen van het veroorzaken van onrust in de wereld? De
aarde en de hele kosmos, als bezielde intelligente wezens, proberen
het evenwicht en de harmonie te herstellen. We zouden de ogenschijnlijk
destructieve uitwerkingen van terugkerende overstromingen, droogte,
aardbevingen en vulkanisme kunnen opvatten als een middel om de gezondheid
en het evenwicht van de planeet te handhaven. Deze voor ons zo onplezierige
natuurverschijnselen hebben vele oorzaken, waarvan er veel slechts gedeeltelijk
of niet goed worden begrepen. Maar er wordt steeds vaker erkend dat
de instelling en de handelingen van de mens daaraan bijdragen, en daarom
zouden deze met zorg moeten worden gekozen, beheerst om in harmonie
te zijn met de natuur. In plaats van door het immuunsysteem van de aarde
te worden vernietigd of het te verzwakken, zouden onze beschermende
maatregelen, die erop gericht zijn de aarde te verdedigen en te laten
voortbestaan, ons tot één van haar beschermers kunnen
maken.
Helena Blavatsky merkte tevens op dat ‘er niets profaans is in
het heelal. De hele Natuur is een gewijde plaats . . .’ (De
Geheime Leer 1:639). Als we alle wezens als godheden beschouwen,
zou dat ons in staat stellen wereldwijde uitdagingen positief te benaderen,
door te leren meedogend met andere wezens samen te leven. Wat betekent
dit in de praktijk? Inwoners van verstedelijkte gebieden kunnen op hun
wijze met respect omgaan met de natuur en met haar samenwerken. Sommigen
zouden misschien de houding en het gedrag van inheemse volkeren kunnen
bestuderen en die aan hun eigen situatie aanpassen. Anderen zouden kunnen
proberen de beginselen van wetenschap, het milieu of de religie te begrijpen
en toe te passen – bij de laatstgenoemde categorie kunnen we bijvoorbeeld
denken aan de Gulden Regel. We zouden kunnen besluiten om onze tuin
te verbeteren door de grond te verrijken en van compost te voorzien,
en door te recyclen. We zouden de tuin van inheemse vegetatie kunnen
voorzien als woonplaats voor inheemse insecten, vogels en dieren, op
een manier die de harmonie herstelt die de mens zo vaak verstoort. Verbazingwekkende
veranderingen kunnen plaatsvinden als we met de natuur samenwerken met
een zuiver en onzelfzuchtig hart, ten bate van het geheel waarvan we
een deel zijn. Samenwerken met de veelomvattende harmonie in de natuur
zorgt voor een gevoel van devotie voor iets dat groter is dan wijzelf.
Zoals Katherine Tingley heeft gezegd:
Eeuwen geleden verloren we het
contact met de Grote Moeder, de natuur, en zouden ons nu weer tot
haar moeten wenden, . . . Om op haar rustige plaatsen onze ziel terug
te vinden en te leren dat alle materie reageert op aanraking door
de geest. Voorbij het zien, het horen en het denken zijn er oneindige
wetten die ons leven beheersen. Goddelijke wetten houden ons onder
hun hoede: direct achter de sluier van de zichtbare dingen, en maar
weinig voorbij het bewustzijn van ons sterfelijke zelf, zijn hogere
krachten ten goede aan het werk.
– The Wine of Life