We zouden de zon opnieuw richten – als we dat konden –
om de moeilijkheden van het leven te vermijden, en zelfs de seizoenen
tot haast aansporen: in de winter de zonnewarmte bespoedigen, of de
frisheid van de herfst in de zomer. We verlangen er zo naar dat de dingen
gemakkelijk gaan en ‘op onze manier’ dat we de neiging hebben
te vergeten dat er grotere systemen in het spel zijn. Er bestaat een
voortdurende behoefte ons innerlijk evenwicht te vinden binnen de grote
levenscyclussen.
We zijn op 22 september de herfstequinox gepasseerd – een tijdstip
dat dag en nacht even lang zijn – en worden eraan herinnerd en
gerustgesteld dat zowel op het niveau van de planeet als persoonlijk
het evenwicht en de harmonie zich altijd herstellen. De geordendheid
in de voortgang van de planeten en de seizoenen kan ons helpen ons te
concentreren, ons helpen in evenwicht te blijven als we te maken krijgen
met verschrikkelijke en chaotische gebeurtenissen. We putten troost
uit het feit dat het heelal in werking is.
Stormen komen in het leven regelmatig voor; ze zijn normaal, cyclisch,
en vinden op ieder niveau plaats. Zijn we in staat de innerlijke kracht
te vinden om vooruit te blijven kijken en ons niet af te keren van hun
vernietigende werking? Diegenen onder ons die urenlang aan de televisie
zaten gekluisterd en de verslaggeving volgden over recente orkanen,
hebben misschien zelfs terwijl ze toekeken hoe de ellende zich voltrok,
beseft dat we niet echt bezig waren er iets aan te doen en zeer zeker
niet aan het helpen waren. We hebben de neiging afstand te nemen van
leed, zelfs terwijl we ernaar kijken – of erger, de emotionaliteit
ervan voor onze eigen doeleinden te gebruiken. Maar, zoals Robert Sardello
schreef over de innerlijke mogelijke gevolgen voor ons:
Indien er geen nabeschouwing is, als deze tragische
gebeurtenissen plaatshebben zonder ze innerlijk te verwerken, ondergaan
we alleen de vernietigende werking, niet . . . het scheppen van een
nieuwe vorm van bewustzijn. We kunnen totaal overweldigd worden, alsof
een vloedgolf heeft toegeslagen.
– School voor Spirituele Psychologie eBrief,
september 2005
Aanvankelijk doen beelden van menselijke tragiek een beroep op ons
hart en stimuleren een vrijgevigheid die vaak zeer belangrijk blijkt
te zijn. Dergelijke donaties ontlasten ook onze gevoelens van machteloosheid
en verdriet; al te vaak stelt het op deze wijze krabben tegen de jeuk
van persoonlijk onbehagen ons in staat terug te keren tot ons ‘normale’
leven, waarin we de neiging hebben de behoeftigen die niet in de schijnwerper
van de media staan te negeren. De vraag is dan ook: wat helpt echt?
Misschien zou een interesse op langere termijn voor hen die door een
ramp zijn getroffen garanderen dat herstelinspanningen inderdaad die
mensen ten goede komen die deze het meest nodig hebben in plaats van
andere belanghebbenden te verrijken. Een andere reactie zou kunnen zijn,
in onze eigen omgeving te zoeken naar waardige doelen die vaak donaties
scherp zien dalen na rampen die veel aandacht krijgen in de media. Of
door onze gevoelens een ruimere strekking te geven zouden we ertoe kunnen
worden gebracht meer betrokken te zijn bij specifieke manieren om leed
te beëindigen waar het zich ook voordoet.
In dit kader werd Bill Grace getroffen toen hij keek naar de berichtgeving
over de orkaan vanuit de staten aan de Golf van Mexico, door vergelijkingen
die overweldigde functionarissen maakten van Katrina met de tsunami
in december 2004, of zelfs met Hiroshima. Schrijvend aan een Amerikaans
lezerspubliek zei hij:
Wanneer we beelden uit andere werelddelen gebruiken
om onze eigen pijn te begrijpen en te verklaren, dan zijn we –
zodra de hevige emotie is weggeëbd – moreel verantwoordelijk
de vergelijkingen in volle omvang te zien. Integriteit en morele volwassenheid
vragen van ons op een bepaald punt om onze pijn . . . een venster
op de pijn van de wereld te laten zijn.
Ik hoorde een nieuwslezer zeggen tegen een verslaggever
ter plekke in New Orleans, ‘Heb je ooit zo’n verschrikking
en verwoesting gezien?’ De verslaggever antwoordde ‘Ja,
kort geleden nog in Darfur.’ De nieuwslezer antwoordde ‘Nee,
ik bedoelde heb je ooit zo’n vernietiging in Amerika gezien?’
. . . We hebben aangenomen dat het normaal –
en te verwachten – is dat er op deze planeet leed en menselijke
ellende zal zijn. Het wordt alleen onverdraaglijk en moreel afstotend
wanneer deze neerstrijken op [onze eigen] bodem.
In Darfur is de gruwel voortdurend. Het betekent
niet drie dagen zonder voedsel en water, maar twee jaar dorst, honger
en de dreiging van volkerenmoord. Dorst is dorst, honger is honger,
en menselijk leed is weerzinwekkend, het maakt niet uit waar of wanneer. –
The Seattle Times, 15 september 2005, B9
Er is zoveel dat ieder van ons zou kunnen doen om praktisch uitvoerbare
oplossingen te helpen vinden voor het leed in de wereld. Een tragedie
meemaken, besluit hij, geeft ons de keus om door angst te worden beheerst
of door het mondiale perspectief van ‘mededogen dat wonderen tot
stand brengt’.
Hoewel we soms de weg kwijtraken in de chaos van het kleine beeld,
zijn we stevig geworteld in het grotere. Als we reiken naar die meeromvattende
wortels vinden we de levensstroom die ons aanspoort om de uitdagingen
van vandaag zonder angst te aanvaarden. In de spirituele praktijk van
het werken aan broederschap leren we om voorbij het oppervlakkige te
zien naar het goddelijke dat straalt binnen iedereen en allen. De overweldigende
natuurkrachten zijn dan misschien blind, maar wij horen dat niet te
zijn. We moeten sterk en mild genoeg zijn om onze ogen niet af te wenden,
maar om echt te zien. Als we bedenken dat zelfs een orkaan een rustig
oog heeft, laten we dan rustige kalmte putten uit onze eigen innerlijke
kern zodat onze visie helder en zorgzaam zal zijn. Robert Sardello wijst
op de grotere kansen die de actuele omstandigheden bieden:
Om innerlijk bij het oog van de storm te komen, en
te proberen zich bewust te zijn van wat er spiritueel gebeurt . .
. We worden opgeroepen samen met anderen in het belang van de wereld
vanuit het hart een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te scheppen.
Laat de wonden die we hebben opgelopen ons hart helpen steeds sterker
en wijzer te worden. En laten we ons in hart en denken verbinden met
allen die lijden, zodat zij kunnen putten uit onze kracht.