Altruïsme: de basis van onze hoop
G. de Purucker

 

Wij mensen zijn sterk geneigd altruïsme te zien als iets dat ons vreemd is, dat als iets heel wenselijks in ons leven erbij wordt gehaald, maar dat welbeschouwd heel onpraktisch is. We worden allen gefascineerd door het idee van een eigenbelang voor ieder afzonderlijk; maar mist deze gedachte niet elke basis in de natuur? Want wat we ook bekijken of bestuderen, steeds zien we dat iemand die alleen voor zichzelf werkt, hulpeloos is; overal om ons heen zien we dat de natuur zelf gezamenlijke inspanning, samenwerking in leefgemeenschappen, tot stand probeert te brengen. Alles wat ingaat tegen deze fundamentele eenheid van handelen brengt daarom disharmonie en conflicten voort, en wat we in ons eigen lichaam ziekten noemen – gezondheid is die gesteldheid waarbij alle delen van het lichaam aan een gemeenschappelijk doel werken, in wat we vriendschap of eenheid kunnen noemen.

Denk eens aan een steen: is dat niet een combinatie, een vereniging van individuen? Geen enkel atoom van welk scheikundig element ook waaruit een steen bestaat is de steen zelf. En hoe staat het met een bloem, of met ons lichaam? Hoe is het gesteld met een individueel mens? Zou hij in zijn eentje alle grote geniale werken kunnen voortbrengen? Wat is een beschaving anders dan de gezamenlijke inspanning van mensen om in het leven van de mens grote resultaten tot stand te brengen? Wanneer één enkel element of deel van het menselijk lichaam zijn eigen weg inslaat, worden we ziek. Als één enkel element of deel van een samengestelde structuur een egoïstische weg inslaat, dan zien we daar degeneratie en verval.

Als we te rade gaan bij de natuur in al haar rijken, vinden we niets dan eendrachtige samenwerking van zeer grote aantallen individuen voor een gemeenschappelijk doel. Twee of meer atomen die zich verenigen vormen een molecule; twee of meer moleculen vormen iets groters; en de ontelbare aantallen van die verbindingen brengen het heelal voort. En wat is dat anders dan altruïsme, de grondregel van de natuur in al haar grote werken: dat de één werkt voor het geheel, en dat het geheel de bescherming, het schild en het arbeidsveld vormt voor de één. Iedere entiteit die probeert het pad van het eigenbelang te volgen, stelt zijn nietige wil tegenover de kracht die de sterren in hun baan houdt, die gezondheid schenkt aan ons lichaam, beschavingen tot stand brengt en alle wonderen voortbrengt die ons omringen.

We zijn allemaal kinderen van het heelal, van de fysieke kant ervan en van de spirituele en goddelijke kant. Daarom is er in ieder mens een onvergankelijke bron, niet alleen van inspiratie, maar ook van groei, hoop, wijsheid en liefde. Al verkeert de wereld van nu ogenschijnlijk in een hopeloze toestand, toch zijn er nog mannen en vrouwen die genoeg spirituele moed bezitten om de evolutiegolf van vooruitgang door de huidige beroeringen en conflicten te loodsen.U kent het oude Griekse verhaal over iemand die erg nieuwsgierig was en een doos opende waaruit alle onheilen van de wereld vlogen, en waarin alleen de hoop achterbleef. Ik denk dat dit veel waarheid bevat die van praktisch belang is voor de levensproblemen. Zolang een mens hoop koestert, geeft hij het niet op. Of die zwak is of sterk, doet er niet toe; als hij hoop heeft, iets om naar uit te kijken, zal hij niet alleen nooit wanhopen, maar zal hij een bouwer worden, een medewerker van het heelal, want hij zal vooruitgaan.

In ieder van ons is er iets goddelijks waaraan we ons kunnen vasthouden en dat ons verder zal helpen. Daarom zie ik in de toestand van de wereld zoals die nu is geen dingen die verschrikkelijk hopeloos zijn. Ik geloof dat de onsterfelijke vonk van spiritualiteit, wijsheid en altruïstische liefde, die in het hart van de mens leeft, de mensheid niet alleen uit zijn tegenwoordige impasse en moeilijkheden zal halen, maar ook naar zonniger tijden zal voeren. Niet de crises waarin dingen schijnen ineen te storten, beheersen de belangrijkste levensfuncties van de mens en de kosmos; maar die (voor ons) langzame altijd rustige, altijd opbouwende stille processen die doorgaan als we wakker zijn, die doorgaan als we slapen, die voortdurend doorgaan en die zelfs de mensheid door dwaasheid na dwaasheid naar de toekomst leidt.

Dat is de basis van onze hoop.

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2006

© 2006 Theosophical University Press Agency