Wij mensen zijn sterk geneigd altruïsme te zien als iets dat ons
vreemd is, dat als iets heel wenselijks in ons leven erbij wordt gehaald,
maar dat welbeschouwd heel onpraktisch is. We worden allen gefascineerd
door het idee van een eigenbelang voor ieder afzonderlijk; maar mist
deze gedachte niet elke basis in de natuur? Want wat we ook bekijken
of bestuderen, steeds zien we dat iemand die alleen voor zichzelf werkt,
hulpeloos is; overal om ons heen zien we dat de natuur zelf gezamenlijke
inspanning, samenwerking in leefgemeenschappen, tot stand probeert te
brengen. Alles wat ingaat tegen deze fundamentele eenheid van handelen
brengt daarom disharmonie en conflicten voort, en wat we in ons eigen
lichaam ziekten noemen – gezondheid is die gesteldheid waarbij
alle delen van het lichaam aan een gemeenschappelijk doel werken, in
wat we vriendschap of eenheid kunnen noemen.
Denk eens aan een steen: is dat niet een combinatie, een vereniging
van individuen? Geen enkel atoom van welk scheikundig element ook waaruit
een steen bestaat is de steen zelf. En hoe staat het met een bloem,
of met ons lichaam? Hoe is het gesteld met een individueel mens? Zou
hij in zijn eentje alle grote geniale werken kunnen voortbrengen? Wat
is een beschaving anders dan de gezamenlijke inspanning van mensen om
in het leven van de mens grote resultaten tot stand te brengen? Wanneer
één enkel element of deel van het menselijk lichaam zijn
eigen weg inslaat, worden we ziek. Als één enkel element
of deel van een samengestelde structuur een egoïstische weg inslaat,
dan zien we daar degeneratie en verval.
Als we te rade gaan bij de natuur in al haar rijken, vinden we niets
dan eendrachtige samenwerking van zeer grote aantallen individuen voor
een gemeenschappelijk doel. Twee of meer atomen die zich verenigen vormen
een molecule; twee of meer moleculen vormen iets groters; en de ontelbare
aantallen van die verbindingen brengen het heelal voort. En wat is dat
anders dan altruïsme, de grondregel van de natuur in al haar grote
werken: dat de één werkt voor het geheel, en dat het geheel
de bescherming, het schild en het arbeidsveld vormt voor de één.
Iedere entiteit die probeert het pad van het eigenbelang te volgen,
stelt zijn nietige wil tegenover de kracht die de sterren in hun baan
houdt, die gezondheid schenkt aan ons lichaam, beschavingen tot stand
brengt en alle wonderen voortbrengt die ons omringen.
We zijn allemaal kinderen van het heelal, van de fysieke kant ervan
en van de spirituele en goddelijke kant. Daarom is er in ieder mens
een onvergankelijke bron, niet alleen van inspiratie, maar ook van groei,
hoop, wijsheid en liefde. Al verkeert de wereld van nu ogenschijnlijk
in een hopeloze toestand, toch zijn er nog mannen en vrouwen die genoeg
spirituele moed bezitten om de evolutiegolf van vooruitgang door de
huidige beroeringen en conflicten te loodsen.U kent het oude Griekse
verhaal over iemand die erg nieuwsgierig was en een doos opende waaruit
alle onheilen van de wereld vlogen, en waarin alleen de hoop achterbleef.
Ik denk dat dit veel waarheid bevat die van praktisch belang is voor
de levensproblemen. Zolang een mens hoop koestert, geeft hij het niet
op. Of die zwak is of sterk, doet er niet toe; als hij hoop heeft, iets
om naar uit te kijken, zal hij niet alleen nooit wanhopen, maar zal
hij een bouwer worden, een medewerker van het heelal, want
hij zal vooruitgaan.
In ieder van ons is er iets goddelijks waaraan we ons kunnen vasthouden
en dat ons verder zal helpen. Daarom zie ik in de toestand van de wereld
zoals die nu is geen dingen die verschrikkelijk hopeloos zijn. Ik geloof
dat de onsterfelijke vonk van spiritualiteit, wijsheid en altruïstische
liefde, die in het hart van de mens leeft, de mensheid niet alleen uit
zijn tegenwoordige impasse en moeilijkheden zal halen, maar ook naar
zonniger tijden zal voeren. Niet de crises waarin dingen schijnen ineen
te storten, beheersen de belangrijkste levensfuncties van de mens en
de kosmos; maar die (voor ons) langzame altijd rustige, altijd opbouwende
stille processen die doorgaan als we wakker zijn, die doorgaan als we
slapen, die voortdurend doorgaan en die zelfs de mensheid door dwaasheid
na dwaasheid naar de toekomst leidt.
Dat is de basis van onze hoop.