Wie zijn we? Hoe zouden we eigenlijk moeten leven? Waar gaat het in
het leven allemaal om? Wat is waar? Veel instellingen en individuen
geven antwoorden op zulke fundamentele vragen en deze kunnen ons helpen
– of niet. Maar wanneer we ons bezighouden met het grenzeloze
universum binnen en buiten onszelf, zal ieder uiteindelijk toch zijn
eigen weg moeten vinden.
Ons verstand lijkt misschien de sleutel tot kennis te zijn, en het
kan een waardevol instrument zijn. Maar het verstand stelt op een heel
werkelijke manier grenzen aan wat we kunnen weten door aan de wereld
zijn eigen structuur en classificaties op te leggen. In feite besteden
we heel weinig aandacht aan het hier en nu, en ervaren we niet wat er
om ons heen is. In plaats daarvan gaan we op in de ‘droomtoestand
van het dagelijkse leven’ en verliezen we ons in gedachten, projecties,
reacties, interpretaties en associaties. Religieuze tradities presenteren
verschillende methoden om deze mentale gewoonten en vooropgezette meningen
te overstijgen. Mystici benadrukken vaak de verwarrende rol van de zintuigen
door op oefeningen te wijzen waarbij de aandacht naar binnen wordt gericht.
Door de ‘donkere nacht van de ziel’ binnen te gaan, waar
het verstand is afgesneden van zijn vertrouwde bron van prikkels en
afleiding, kan ons bewustzijn zich bevrijden van uiterlijke prikkels
en mentaal gebabbel. Intensieve en gedisciplineerde contemplatie kan
leiden tot het ervaren van de onuitsprekelijke eenheid die aan de verscheidenheid
van de fysieke wereld ten grondslag ligt. Zodra we ons – bewust
en door ervaring – met deze oorspronkelijke Eenheid hebben verenigd,
is het leven getransformeerd en zien we met nieuwe ogen en horen we
met nieuwe oren, omdat we nu de fundamentele werkelijkheid achter alles
kennen.
En toch werkt de tegenovergestelde benadering even goed: in plaats
van het negeren of uitschakelen van de zintuigen kunnen we opgaan in
het hier en nu, door datgene wat we waarnemen zo volledig mogelijk te
ervaren, zonder tussenkomst van het vertrouwde intellect met zijn analyses,
meningen en projecties naar het verleden en de toekomst. Peter Kingsley
zegt over het werk van de Griekse denker Empedocles het volgende:
Zijn eerste opdracht aan Pausanias is . . . niet
alleen maar te kijken of te voelen of te horen maar te kijken en te
voelen terwijl hij zich volledig bewust is te kijken en te voelen,
en te horen in het besef dat hij aan het horen is.
En iedereen die dit in ernst begint te doen, zal
zich ervan bewust worden dat wat doorgaat voor het gewone menselijke
leven, niets anders is dan een droom.
. . .
Zodra je afdwaalt naar een of andere boeiende gedachte
binnenin je hoofd, zit je daar met ogen die niet zien, aldoor starend
in het niets, doof voor de lieflijke geluiden om je heen. En zo brengen
we ons leven door, . . .
. . .
Niets mag daarbij over het hoofd worden gezien. Geen
enkele voorkeur mag worden gegeven aan het ene zintuig boven het andere.
En dit allesomvattende bewustzijn dat geen keuzes maakt kan er alleen
zijn op één bepaald moment: nu. Want als je nu iets
mist, mis je alles. Dan ben je weer in slaap.
– Reality, blz.
510-11
Het doel van dit proces van zich volledig bewust zijn is dat
er niets overblijft om te leren, niet omdat je alles
al weet, maar integendeel omdat je het je eindelijk kunt veroorloven
je te ontspannen en niets te weten – in het rustige besef dat
wat je zou moeten weten, zich op het juiste moment aan je kenbaar
zal maken. Er blijft niets over om te leren, niets waar je achteraan
moet, omdat het denken heel stil en kalm wordt, en vol ontzag beseft
dat het nooit in staat zal zijn om zelfs maar het minste van wat zojuist
is gegeven te begrijpen. – Op.cit.,
blz. 531
Op dezelfde manier stimuleert het boeddhisme mensen om bedachtzaam
te leven, zich volledig bewust van het Nu. Het doet tevens de toezegging
dat we onze eigen spirituele autoriteit kunnen worden, in staat om zelf
de zaken te onderzoeken in plaats van leringen op gezag te aanvaarden.
Deze verantwoordelijkheid geldt zelfs voor mensen die zich niet aan
een bepaalde geestelijke weg hebben verbonden. Gautama Boeddha gaf de
inwoners van Kalama het volgende advies toen ze in verwarring verkeerden
over de vele elkaar tegensprekende goeroes en leringen die voor hen
toegankelijk waren:
Accepteer niet iets als waar omdat het herhaaldelijk
wordt verkondigd; ook niet omdat het uit traditie wordt beoefend;
ook niet omdat het wijdverspreid is; ook niet omdat het in de heilige
boeken staat; ook niet op grond van logische argumenten; ook niet
op basis van filosofische redeneringen; ook niet omdat het met een
vooropgezet idee overeenstemt; ook niet op basis van iemands capaciteiten;
ook niet omdat het afkomstig is van je leraar. –
Kalamasutta
Het zou volgens de Boeddha beter zijn als ze die dingen zouden accepteren
waarvan ze weten dat deze goed zijn, en die te verwerpen waarvan ze
weten dat deze verkeerd zijn. Kort voor zijn dood benadrukte de Boeddha
aan zijn aanhangers deze noodzaak om vertrouwen te hebben in zichzelf:
Wees een lamp voor uzelf. Zoek geen toevlucht buiten
uzelf. Houd u aan de Waarheid als een lamp. Houd u aan de Waarheid
als een toevlucht. Zoek geen toevlucht bij anderen dan uzelf. . .
. Zij die, hetzij op dit moment of nadat ik ben gestorven, . . . alleen
op zichzelf vertrouwen en niet voor hulp uitzien naar anderen dan
zijzelf, zullen de grootste hoogte bereiken – maar ze moeten
een sterk verlangen hebben om te leren.
– Maha Parinibbana Sutta, hfst.
2, vs. 33, 35
In China dagen meesters van het taoïsme zoals Lao-tse en Chuang-tse
ons uit de eenheid van het tao of het oorspronkelijke ‘niet-zijn’
te ervaren dat, omdat het geen grenzen kent, voor het rationele denken
complete chaos schijnt te zijn. Omdat het tao voorbij dualiteit en logica
ligt, voorbij positief en negatief of yin en yang, kan het niet worden
omvat door gedachten of woorden. Begrippen zoals deugd en ethiek, hoewel
nuttig voor het dagelijkse leven, weerspiegelen de dualiteit van ons
denken dat de wereld verdeelt in goed en slecht, waar en niet waar,
mooi en lelijk. De eenheid van het onuitsprekelijke principe bevat geen
oordelen of tegenstellingen en ligt buiten de controle en het begripsvermogen
van het ego-bewustzijn. Als we vasthouden aan het idee dat zulke tegenstellingen
fundamenteel zijn voor de werkelijkheid en de menselijke natuur, betekent
dit eenvoudig dat we het ego accepteren als onze spirituele gids. Door
de zintuigen te beteugelen en het verstand tot rust te brengen kunnen
we ons gewone bewustzijn overstijgen en het tao rechtstreeks ervaren.
Omdat we ons volledig vereenzelvigen met de kosmische processen van
verandering of transformatie, doordringen en worden we alles en zijn
we daardoor in harmonie met alles.
In werkelijkheid zijn er evenveel wegen naar kennis als er wezens zijn.
En terwijl we in ons leven gewoonlijk ermee tevreden zijn om bijna alles
op gezag te aanvaarden, zullen kant en klare standaardantwoorden ons
tenslotte niet langer bevredigen. We willen zelf ontdekken, zelf nadenken,
zelf onderzoeken, om meer zelfbewust een rol te kunnen spelen in het
wonderlijke en vreugdevolle avontuur dat het leven is.