Elke ochtend word ik wakker en zie het licht door mijn ramen naar binnenstromen.
Na de duisternis van de gesloten ogen duurt het enkele minuten van turen
en knipperen voordat ik het volle daglicht kan verdragen. Tenslotte
passen mijn ogen zich aan en laten gewillig het licht naar binnenstromen.
Ik heb gelezen dat gedachten ‘dingen’ zijn met een eigen
leven. Myriaden gedachten komen mijn kant uit, ze komen ergens vandaan
en gaan ergens naartoe, op weg van de ene persoon naar de ander. Sommige
zijn in harmonie met mijn eigen gedachten, en als ik dat wil kan ik
erbij blijven stilstaan en ze een tijdelijk thuis bieden, of ze verder
laten gaan op hun weg. Ik heb verschillende opties wanneer deze gedachten
mijn kant uit komen. Als ze droevig zijn, kan ik aan prettige dingen
denken en ze op een positieve manier kleuren terwijl ze verder reizen.
Misschien is dit de manier waarop ze worden geholpen om te evolueren
tot hogere entiteiten.
De gedachten die in mijn denken blijven hangen, die in mij een gelijke
snaar hebben gevonden, dwingen mij om verder te denken. Ik kan stilstaan
bij de oorsprong, de geschiedenis en de waarde van dergelijke ideeën
voordat ik ze opsla of wegwerp. Maar ik ben degene die ervoor kan kiezen
ze als nuttig en waar te erkennen. Ik heb de keuze om iedere gedachte
die mijn denken binnenkomt te overwegen ongeacht hoe iemand anders ze
aanvoelt of erover denkt. Anderen kunnen proberen mij van dit of dat
te overtuigen, proberen te beïnvloeden wat ik denk en hoe ik de
zaken zou moeten zien. Collega’s zijn berucht wat dit betreft.
Van godsdienst en politiek tot verbruiksgoederen, er zijn altijd krachten
aan het werk die proberen ons te overtuigen dat het hun weg, hun diensten,
hun houding is die we zouden moeten toepassen. Ze zeggen bijvoorbeeld
‘dit is mooi’, ‘dat is lelijk’, ‘dit is
goed’ of ‘dat is verkeerd’; ‘dit zouden we moeten
eten’ of ‘dat moet je niet eten’; ‘dit is de
ware religie’ of ‘dat is niet de ware religie’, enz.
Iedere ‘autoriteit’ probeert ons ervan te overtuigen dat
zijn manier de juiste is, dat zijn gedachten de enige zijn die het overdenken
waard zijn. Maar, zonder uitzondering hebben alle gedachten onze eigen
instemming nodig om ze in overeenstemming te brengen met onze innerlijke
gids. Wij zijn het altijd zelf die uiteindelijk kunnen kiezen: kiezen
om zelf na te denken, theorieën te toetsen aan universele waarheden,
en de toetssteen in onszelf te zoeken. Als we ervoor kiezen om een gedachte
niet aan te nemen, dan wordt deze geen deel van onze bewuste werkelijkheid,
van degene die we op dat ogenblik zijn.
We dienen onze gedachten flexibel te houden, ze niet te laten kristalliseren
tot bevroren dogma’s die nooit groeien om nieuwe gebieden en denkbeelden
te omvatten. Ons eigen bewustzijn leert en ontwikkelt zich tot de onbegrensde
kosmos, en het is eenvoudig improductief om onveranderlijke gedachtevormen
met ons mee te dragen. Als baby wisten we bepaalde dingen en hadden
we een bepaalde kijk op de wereld. Die opvatting veranderde naarmate
we ons ontwikkelden. Naarmate we steeds meer ervaring opdoen, steeds
meer verbanden zien, en diepere gedachten ontwikkelen, groeit onze wereld
en breidt zich heel natuurlijk uit om daarin die altijd veranderende
werkelijkheden onder te brengen. Het is een niet te grote sprong om
te begrijpen dat wij, van leven naar leven, evenals van verjaardag naar
verjaardag, opklimmen naar hogere niveaus van bewustzijn op basis van
levens van ervaring waarvan we hebben geleerd. Ons bewustzijn is in
staat zich uit te breiden naar de altijd wijkende horizon van waarheid,
als we maar bereid zijn het te bevrijden van zijn beperkingen.
Bovendien
verandert de waarheid, evenals een beeldhouwwerk, wanneer we haar vanuit
verschillende gezichtspunten bekijken. De Denker van Auguste
Rodin is hetzelfde beeld of we het nu vanaf de grond bekijken, van bovenaf,
of van achteren. En hoewel het er van verschillende kanten anders uitziet,
belichaamt het dezelfde idealen en symboliseert het dezelfde waarheid.
Ook elke gedachte kan vanuit verschillende hoeken en posities worden
beschouwd, en toch een geheel blijven. We zouden ons bewustzijn om elke
gedachte heen moeten wikkelen en door studie en overdenking de verschillende
facetten ervan bekijken. Zo zien we, bijvoorbeeld, dat een begrip als
‘thuis’ voor verschillende mensen allerlei betekenissen
heeft, maar ondanks uiteenlopende definities gewoonlijk een archetypische
plaats in onze werkelijkheid blijft innemen.
Hoe weten we of onze gedachten werkelijk zijn? Omdat ieder van ons
zijn eigen werkelijkheid kiest, ons eigen standpunt om gedachten en
ideeën te bekijken, en wij passen ze in de wereld toe door daarin
te leven. Zo komt het dat ieder van ons ‘weet’ wat we weten,
en waarom ons wereldbeeld onderling zozeer verschilt. Ieder van ons
heeft zijn eigen zienswijze en eigen bewustzijn, geworteld in het ene
bewustzijn dat buiten ons begripsvermogen ligt. We hebben allemaal onze
eigen werkelijkheid die op de samenstelling van dat bewustzijn is gebaseerd.
Elk van onze zienswijzen, bewustzijnen, en werkelijkheden is uniek en
tegelijk deel van het allesomvattende universele bewustzijn, de uiteindelijke
werkelijkheid. Wanneer wij ze alle tezamen beschouwen, vormen ze een
waarheid die groter is dan elke individuele waarheid: ze vormen onszelf,
onze wereld, en onze reis door dit Al.
Naarmate ieder van ons vordert op deze reis die we leven noemen, beginnen
we onze ogen te openen voor de waarheid. Gewoonlijk gebeurt dit niet
in één nacht maar in de loop van vele nachten van duisternis,
valse starts, en het geleidelijk opengaan voor het heldere licht van
de waarheid. Eens zullen we met opgeheven hoofd en met wijd open ogen
staren naar een waarheid waarvan we nu geen besef hebben. Alles in het
verleden dat heeft bijgedragen tot die dag, zal dan kinderachtig lijken.
Als die dag voorbij is, zullen we verder gaan om andere waarheden te
bereiken. Alleen hier, in het huidige ogenblik, ieder Nu, kunnen we
werken aan het openen van onze ogen voor dat Licht, die Waarheid, zodat
we op een dag onze ogen volledig kunnen openen.