Zich terugtrekken in de stilte – slaap en dood
Jim Belderis

 

Een van de meest verbijsterende aspecten van bewustzijn is de manier waarop we het verliezen – en weer terugkrijgen. Het gebeurt iedere nacht wanneer we in slaap vallen, en dag na dag wanneer we wakker worden. Elke nacht verliezen we het gevoel van bewustzijn, en elke dag komen we weer tot bewustzijn. Maar wat verliezen we? Waar gaat het heen? Hoe komt het bij ons terug? Is het alleen maar een neurologische functie die een tijdje stopt te werken? Of is er een niet-fysiek bewustzijn dat zich feitelijk uit het lichaam terugtrekt?

Vragen zoals deze riepen veel speculaties op bij vroege wetenschappers, omdat er geen manier was om waar te nemen wat er tijdens de slaap met het bewustzijn gebeurt. Maar de laatste decennia zijn onderzoekers in staat geweest om de hersengolven van slapende proefpersonen te meten, en deze studies hebben tot opmerkelijke ontdekkingen geleid. De activiteit van de hersengolven verandert op karakteristieke wijze, afhankelijk van onze mentale toestand. Wanneer we wakker zijn, en mentaal actief, dan zijn de golven snel en zeer kort. Ze vertragen tot een matige snelheid wanneer we onze ogen sluiten en ons ontspannen. En ze vertragen het meest wanneer we in diepe slaap zijn.

Deze stadia vormen de neergaande boog van een cyclus. Op de opgaande boog verloopt het proces omgekeerd. Wanner we uit de diepe slaap komen, keren de hersengolven tot een matige snelheid terug. Maar dan gaat de snelheid plotseling omhoog tot meer dan het tienvoudige, en maken de ogen snelle en grillige bewegingen onder de gesloten oogleden. Dit is de droomtoestand die aan het einde van elke slaapcyclus optreedt, en onder normale omstandigheden doorlopen we ’s nachts verschillende cyclussen.

Dit hele proces is in duizenden experimenten bestudeerd, en de resultaten geven veel informatie over de ‘neurologie van de slaap’. Maar de meest essentiële vraag blijft onbeantwoord: Waarom slapen wij? Aan de ene kant kent iedereen de herstellende waarde van een goede nachtrust. We voelen ons hernieuwd. We hebben fysiek, emotioneel en mentaal nieuwe kracht gekregen. Maar deze hernieuwing is niet neurologisch. Ze is niet biochemisch. Ze is niet waargenomen in wetenschappelijke experimenten.

De reden hiervoor heeft met bewustzijn zelf te maken. Ze is geen functie van het fysieke lichaam. Ze doordringt het lichaam, net zoals het het hele bestaan doordringt. Bewustzijn is in feite een universeel structurerend beginsel. Op het meest primaire niveau heeft zijn energie helemaal geen frequentie. Het is helemaal in rust, ongemanifesteerd, met een oneindig potentieel. In de gemanifesteerde wereld zijn wij zijn emanaties. Het is de uiteindelijke bron van al onze vermogens en energieën – en het is de reden voor onze slaap.

Wanneer we wakker en alert zijn, activeert de vitale kracht van het bewustzijn onze vermogens. We kanaliseren deze kracht elke dag totdat deze ons uitput, en dan moet ons zelfbewustzijn zich terugtrekken. We moeten terugkeren naar een staat van stilte, het meest oorspronkelijke niveau van ons bewustzijn, want dit is onze verbinding met de Bron. In feite worden we door ons eigen hoogste zelf hersteld.

Met dit inzicht kunnen we opnieuw bekijken wat er werkelijk gebeurt wanneer we gaan slapen: we trekken ons terug in de stilte. Dit proces begint in feite net vóór we in slaap vallen. Op dat moment is er een natuurlijke neiging om de gebeurtenissen van de dag de revue te laten passeren, vooral wanneer er onopgeloste problemen zijn. Zolang deze zaken ons blijven storen, is het denken nog steeds aan het jagen, en kunnen we niet in slaap vallen. We worden in feite geadviseerd, zelfs door artsen, om zonder emotionele gehechtheid op de dag terug te zien. Hoezeer gebeurtenissen ons ook verontrusten – indien we de eraan ten grondslag liggende oorzaken kunnen achterhalen, indien we kunnen inzien hoe onze handelingen anderen beïnvloeden, zal dit ons het perspectief geven dat we nodig hebben om tot rust te komen.

Dus de eerste stap is het loslaten van onze gehechtheid aan emoties en meningen. Dit stelt het denkvermogen in staat tot rust te komen voordat we in slaap vallen. Het proces zet zich in elk stadium van de slaapcyclus voort. De mentale gewoonte om vast te houden aan grillige gedachten en gevoelens wordt steeds zwakker, en het denkvermogen wordt steeds rustiger. Tenslotte wordt de grillige activiteit volledig tot stilstand gebracht. De traagste golven van de diepe slaap worden gesynchroniseerd aan beide kanten van de hersenen. In deze toestand zijn alle ‘stemmen’ van onze lagere natuur stil: er zijn geen gevoelens, geen begeerten en geen gedachten. En hier vindt op elk gebied van ons wezen herstel plaats.

Opmerkelijk is hoeveel het proces van de slaap lijkt op de oude wijsheidsleringen over de dood. Wanneer we in deze wereld worden geboren, is het de vitale kracht van het bewustzijn die onze vermogens doet ontwaken. We kanaliseren deze kracht gedurende ons leven, totdat ze ons uitput, en dan moeten we ons terugtrekken. Ons bewustzijn verlaat de rusteloze wereld van het waarnemen, willen, en denken . . . om terug te keren naar de stilte van de Bron.

Aan het einde van elk fysieke leven trekken we ons terug in de stilte. Maar dit gebeurt in feite al vóór de dood. Op hogere leeftijd bestaat de neiging om zich minder bezig te houden met aardse bekoringen. Zij die niet kunnen loskomen van hun gehechtheden zijn vaak angstig wanneer ze met hun eigen sterfelijkheid worden geconfronteerd. Daarom is onze ‘bereidheid om los te laten’ zo belangrijk. Hoe meer we erop zijn voorbereid, des te minder zullen we lijden wanneer het sterfproces ons gereedmaakt.

De eerste stap in dit verloop wordt het ‘panoramische visioen’ genoemd. Vlak vóór de dood intreedt, blikt ons bewustzijn terug op de gebeurtenissen van het leven dat juist eindigt. Wanneer we bij problemen komen die we niet hebben opgelost, verstoorde relaties en hun pijnlijke gevolgen – zien we nu de achterliggende oorzaken. Keer op keer waren onze inzichten verduisterd door eigenbelang, we oordeelden egoïstisch, en waren op onszelf gericht. Maar nu verliest het ego zijn overheersende rol. Dit geeft ons een veel breder perspectief, en we kunnen zien hoe anderen onze handelingen hebben ervaren.

Wanneer het fysieke lichaam sterft trekken de hogere gebieden van ons bewustzijn zich terug, maar het menselijke ego is daarvoor niet gereed. Hoewel het panoramische visioen ons laat zien hoe onze zelfzuchtige handelingen anderen beïnvloeden, is het egoïstische zelf nog steeds actief. Het gedurende een heel leven verlangen naar dingen heeft een energielichaam opgewekt, en dat moet nu een manier vinden om uiteen te vallen. Dus gaan we een droomachtige toestand binnen waarin onze lagere begeerten hun energieën uitputten. Onze gevoeligheid voor deze dromen hangt af van hoe sterk we aan onze lagere begeerten zijn gehecht. Omdat de hartstochten op hogere leeftijd in het algemeen afnemen, zijn de meeste zielen die vertrekken zich nauwelijks bewust van verontrustende dromen. Hoe het ook wordt ervaren, het stelt ons uiteindelijk in staat om onze lagere natuur los te laten.

Deze scheiding staat bekend als de tweede dood. De energie van de persoonlijkheid en zijn lagere begeerten wordt achtergelaten en zal volledig verdwijnen, en alleen zwakke elementale sporen van zijn vorige eigenschappen achterlaten. En het deel van ons dat doorleeft, blijft zich terugtrekken in de stilte. Het wordt niet meer afgeleid door de vele stemmen van zijn lagere natuur, dus blijven alleen zijn hogere aspiraties over. Alle manieren waarop we aspireerden naar edele idealen die we echter niet konden bereiken – deze hebben hun eigen subtiele energieën die ons verhinderen om totale stilte te bereiken. Deze subtiele krachten moeten ook vervagen. Nu gaan we een laatste droomachtige toestand binnen waarin deze spirituele energie zich kan uiten en uitputten. Hoe lang we in deze toestand van ‘gelukzaligheid’ blijven hangt af van de kwaliteit van onze aspiraties. Maar hoe dan ook, het is een bijzonder rustige bestaanstoestand. Tenslotte brengt ze ons zeer dicht bij de uiteindelijke stilte van zuiver bewustzijn, en het is deze stilte die ons vernieuwt.

Wanneer alle energieën van het vorige leven uiteindelijk zijn uitgeput, leven we in de stilte van de ongemanifesteerde Bron. Maar dit is ook de toestand die ons terugbrengt naar een gemanifesteerd bestaan. Want in de stilte kunnen we ‘de roep horen’ van de zwakste elementale krachten – zaden van oorzaken en gevolgen waaraan we nog moeten werken. Zo begint de neergaande boog van een nieuwe levenscyclus. Beginnend bij onze hogere beginselen en naar beneden afdalend, trekken we de elementale krachten aan die we nodig hebben om onze menselijke constitutie te vormen. Naarmate deze aantrekkingskrachten steeds sterker worden, wordt ons bewustzijn steeds actiever, en vallen we terug in de gewoonte om vast te houden aan onze waarnemingen. Het ego herwint zijn dominerende rol, en we keren terug in de rusteloze wereld van waarnemen, voelen en willen.

Uiteindelijk is de reden voor de dood dezelfde als de reden voor slaap. Een deel van ons herinnert zich de stilte van de kern van ons wezen. We bespeuren haar oneindige potentieel. Diep in ons bewustzijn kennen we haar als de bron van alles wat bestaat en wordt. We keren er elke dag naar terug, en in leven na leven, en ze hernieuwt ons telkens weer. Haar geest kan ons op ieder moment raken, zelfs te midden van conflict en strijd. Het enige wat we nodig hebben is de aspiratie om vanuit de meer universele aspecten van onze natuur te denken en te handelen, om groot van hart te zijn en edele gedachten te koesteren. Hoe hoger onze aspiraties zijn, des te helderder we de boodschap van ons hoogste zelf kunnen horen. Het is de stem van de stilte, en ze adviseert ons met mededogen en begrip. En in de stilte van hart en ziel worden we vernieuwd.

 
Andere artikelen over de dood
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 2006

© 2006 Theosophical University Press Agency