Een van de meest verbijsterende aspecten van bewustzijn is de manier
waarop we het verliezen – en weer terugkrijgen. Het gebeurt iedere
nacht wanneer we in slaap vallen, en dag na dag wanneer we wakker worden.
Elke nacht verliezen we het gevoel van bewustzijn, en elke dag komen
we weer tot bewustzijn. Maar wat verliezen we? Waar gaat het heen? Hoe
komt het bij ons terug? Is het alleen maar een neurologische functie
die een tijdje stopt te werken? Of is er een niet-fysiek bewustzijn
dat zich feitelijk uit het lichaam terugtrekt?
Vragen zoals deze riepen veel speculaties op bij vroege wetenschappers,
omdat er geen manier was om waar te nemen wat er tijdens de slaap met
het bewustzijn gebeurt. Maar de laatste decennia zijn onderzoekers in
staat geweest om de hersengolven van slapende proefpersonen te meten,
en deze studies hebben tot opmerkelijke ontdekkingen geleid. De activiteit
van de hersengolven verandert op karakteristieke wijze, afhankelijk
van onze mentale toestand. Wanneer we wakker zijn, en mentaal actief,
dan zijn de golven snel en zeer kort. Ze vertragen tot een matige snelheid
wanneer we onze ogen sluiten en ons ontspannen. En ze vertragen het
meest wanneer we in diepe slaap zijn.
Deze stadia vormen de neergaande boog van een cyclus. Op de opgaande
boog verloopt het proces omgekeerd. Wanner we uit de diepe slaap komen,
keren de hersengolven tot een matige snelheid terug. Maar dan gaat de
snelheid plotseling omhoog tot meer dan het tienvoudige, en maken de
ogen snelle en grillige bewegingen onder de gesloten oogleden. Dit is
de droomtoestand die aan het einde van elke slaapcyclus optreedt, en
onder normale omstandigheden doorlopen we ’s nachts verschillende
cyclussen.
Dit hele proces is in duizenden experimenten bestudeerd, en de resultaten
geven veel informatie over de ‘neurologie van de slaap’.
Maar de meest essentiële vraag blijft onbeantwoord: Waarom
slapen wij? Aan de ene kant kent iedereen de herstellende waarde
van een goede nachtrust. We voelen ons hernieuwd. We hebben fysiek,
emotioneel en mentaal nieuwe kracht gekregen. Maar deze hernieuwing
is niet neurologisch. Ze is niet biochemisch. Ze is niet waargenomen
in wetenschappelijke experimenten.
De reden hiervoor heeft met bewustzijn zelf te maken. Ze is geen functie
van het fysieke lichaam. Ze doordringt het lichaam, net zoals het het
hele bestaan doordringt. Bewustzijn is in feite een universeel structurerend
beginsel. Op het meest primaire niveau heeft zijn energie helemaal geen
frequentie. Het is helemaal in rust, ongemanifesteerd, met een oneindig
potentieel. In de gemanifesteerde wereld zijn wij zijn emanaties.
Het is de uiteindelijke bron van al onze vermogens en energieën
– en het is de reden voor onze slaap.
Wanneer we wakker en alert zijn, activeert de vitale kracht van het
bewustzijn onze vermogens. We kanaliseren deze kracht elke dag totdat
deze ons uitput, en dan moet ons zelfbewustzijn zich terugtrekken.
We moeten terugkeren naar een staat van stilte, het meest oorspronkelijke
niveau van ons bewustzijn, want dit is onze verbinding met de Bron.
In feite worden we door ons eigen hoogste zelf hersteld.
Met dit inzicht kunnen we opnieuw bekijken wat er werkelijk gebeurt
wanneer we gaan slapen: we trekken ons terug in de stilte.
Dit proces begint in feite net vóór we in slaap
vallen. Op dat moment is er een natuurlijke neiging om de gebeurtenissen
van de dag de revue te laten passeren, vooral wanneer er onopgeloste
problemen zijn. Zolang deze zaken ons blijven storen, is het denken
nog steeds aan het jagen, en kunnen we niet in slaap vallen. We worden
in feite geadviseerd, zelfs door artsen, om zonder emotionele gehechtheid
op de dag terug te zien. Hoezeer gebeurtenissen ons ook verontrusten
– indien we de eraan ten grondslag liggende oorzaken kunnen achterhalen,
indien we kunnen inzien hoe onze handelingen anderen beïnvloeden,
zal dit ons het perspectief geven dat we nodig hebben om tot rust te
komen.
Dus de eerste stap is het loslaten van onze gehechtheid aan emoties
en meningen. Dit stelt het denkvermogen in staat tot rust te komen voordat
we in slaap vallen. Het proces zet zich in elk stadium van de slaapcyclus
voort. De mentale gewoonte om vast te houden aan grillige gedachten
en gevoelens wordt steeds zwakker, en het denkvermogen wordt steeds
rustiger. Tenslotte wordt de grillige activiteit volledig tot stilstand
gebracht. De traagste golven van de diepe slaap worden gesynchroniseerd
aan beide kanten van de hersenen. In deze toestand zijn alle ‘stemmen’
van onze lagere natuur stil: er zijn geen gevoelens, geen begeerten
en geen gedachten. En hier vindt op elk gebied van ons wezen herstel
plaats.
Opmerkelijk is hoeveel het proces van de slaap lijkt op de oude wijsheidsleringen
over de dood. Wanneer we in deze wereld worden geboren, is het de vitale
kracht van het bewustzijn die onze vermogens doet ontwaken. We kanaliseren
deze kracht gedurende ons leven, totdat ze ons uitput, en dan moeten
we ons terugtrekken. Ons bewustzijn verlaat de rusteloze wereld van
het waarnemen, willen, en denken . . . om terug te keren naar de stilte
van de Bron.
Aan het einde van elk fysieke leven trekken we ons terug in de stilte.
Maar dit gebeurt in feite al vóór de dood. Op hogere leeftijd
bestaat de neiging om zich minder bezig te houden met aardse bekoringen.
Zij die niet kunnen loskomen van hun gehechtheden zijn vaak angstig
wanneer ze met hun eigen sterfelijkheid worden geconfronteerd. Daarom
is onze ‘bereidheid om los te laten’ zo belangrijk. Hoe
meer we erop zijn voorbereid, des te minder zullen we lijden wanneer
het sterfproces ons gereedmaakt.
De eerste stap in dit verloop wordt het ‘panoramische visioen’
genoemd. Vlak vóór de dood intreedt, blikt ons bewustzijn
terug op de gebeurtenissen van het leven dat juist eindigt. Wanneer
we bij problemen komen die we niet hebben opgelost, verstoorde relaties
en hun pijnlijke gevolgen – zien we nu de achterliggende oorzaken.
Keer op keer waren onze inzichten verduisterd door eigenbelang, we oordeelden
egoïstisch, en waren op onszelf gericht. Maar nu verliest het ego
zijn overheersende rol. Dit geeft ons een veel breder perspectief, en
we kunnen zien hoe anderen onze handelingen hebben ervaren.
Wanneer het fysieke lichaam sterft trekken de hogere gebieden van ons
bewustzijn zich terug, maar het menselijke ego is daarvoor niet gereed.
Hoewel het panoramische visioen ons laat zien hoe onze zelfzuchtige
handelingen anderen beïnvloeden, is het egoïstische zelf nog
steeds actief. Het gedurende een heel leven verlangen naar dingen heeft
een energielichaam opgewekt, en dat moet nu een manier vinden om uiteen
te vallen. Dus gaan we een droomachtige toestand binnen waarin onze
lagere begeerten hun energieën uitputten. Onze gevoeligheid voor
deze dromen hangt af van hoe sterk we aan onze lagere begeerten zijn
gehecht. Omdat de hartstochten op hogere leeftijd in het algemeen afnemen,
zijn de meeste zielen die vertrekken zich nauwelijks bewust van verontrustende
dromen. Hoe het ook wordt ervaren, het stelt ons uiteindelijk in staat
om onze lagere natuur los te laten.
Deze scheiding staat bekend als de tweede dood. De energie
van de persoonlijkheid en zijn lagere begeerten wordt achtergelaten
en zal volledig verdwijnen, en alleen zwakke elementale sporen van zijn
vorige eigenschappen achterlaten. En het deel van ons dat doorleeft,
blijft zich terugtrekken in de stilte. Het wordt niet meer afgeleid
door de vele stemmen van zijn lagere natuur, dus blijven alleen zijn
hogere aspiraties over. Alle manieren waarop we aspireerden naar edele
idealen die we echter niet konden bereiken – deze hebben hun eigen
subtiele energieën die ons verhinderen om totale stilte te bereiken.
Deze subtiele krachten moeten ook vervagen. Nu gaan we een laatste droomachtige
toestand binnen waarin deze spirituele energie zich kan uiten en uitputten.
Hoe lang we in deze toestand van ‘gelukzaligheid’ blijven
hangt af van de kwaliteit van onze aspiraties. Maar hoe dan ook, het
is een bijzonder rustige bestaanstoestand. Tenslotte brengt ze ons zeer
dicht bij de uiteindelijke stilte van zuiver bewustzijn, en het is deze
stilte die ons vernieuwt.
Wanneer alle energieën van het vorige leven uiteindelijk zijn
uitgeput, leven we in de stilte van de ongemanifesteerde Bron. Maar
dit is ook de toestand die ons terugbrengt naar een gemanifesteerd bestaan.
Want in de stilte kunnen we ‘de roep horen’ van de zwakste
elementale krachten – zaden van oorzaken en gevolgen waaraan we
nog moeten werken. Zo begint de neergaande boog van een nieuwe levenscyclus.
Beginnend bij onze hogere beginselen en naar beneden afdalend, trekken
we de elementale krachten aan die we nodig hebben om onze menselijke
constitutie te vormen. Naarmate deze aantrekkingskrachten steeds sterker
worden, wordt ons bewustzijn steeds actiever, en vallen we terug in
de gewoonte om vast te houden aan onze waarnemingen. Het ego herwint
zijn dominerende rol, en we keren terug in de rusteloze wereld van waarnemen,
voelen en willen.
Uiteindelijk is de reden voor de dood dezelfde als de reden voor slaap.
Een deel van ons herinnert zich de stilte van de kern van ons wezen.
We bespeuren haar oneindige potentieel. Diep in ons bewustzijn kennen
we haar als de bron van alles wat bestaat en wordt. We keren er elke
dag naar terug, en in leven na leven, en ze hernieuwt ons telkens weer.
Haar geest kan ons op ieder moment raken, zelfs te midden van conflict
en strijd. Het enige wat we nodig hebben is de aspiratie om vanuit de
meer universele aspecten van onze natuur te denken en te handelen, om
groot van hart te zijn en edele gedachten te koesteren. Hoe hoger onze
aspiraties zijn, des te helderder we de boodschap van ons hoogste zelf
kunnen horen. Het is de stem van de stilte, en ze adviseert ons met
mededogen en begrip. En in de stilte van hart en ziel worden we vernieuwd.